Circulaire 2017/C/58 betreffende het fiscale stelsel van de exitheffing. Invoering van de keuze tussen de onmiddellijke en de gespreide betaling van de exitheffing

Circulaire 2017/C/58 betreffende het fiscale stelsel van de exitheffing. Invoering van de keuze tussen de onmiddellijke en de gespreide betaling van de exitheffing.

Belastingschuldigen van een exitheffing inzake inkomstenbelastingen hebben de keuze tussen een onmiddellijke en een gespreide betaling in vijf jaarlijkse aflossingen

Exitheffing; onmiddelijke betaling; gespreide betaling;

FOD Financiën, 11.08.2017

Algemene administratie van de inning en invordering

I. Inleiding

II. Keuze tussen de onmiddellijke en de gespreide betaling

Voor wie?

Voor welke belasting?

Welke opties heeft de belastingschuldige?

Wat moet de belastingschuldige doen?

Wat kunnen de invorderingsambtenaren doen?

Wanneer vervalt het voordeel van de gespreide betaling?

III. Inwerkingtreding

I. Inleiding

Omdat het niet in overeenstemming was met het Europese recht, werd het fiscale stelsel van de exitheffing bij wet van 1 december 2016 aangepast (1). Daarbij werd niets gewijzigd aan de regels met betrekking tot de vestiging van de exitheffing in de directe belastingen, maar werd de keuze ingevoerd tussen de onmiddellijke en de gespreide betaling van de exitheffing en werd voorzien in adequate invorderingsmaatregelen in overeenstemming met de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

___________________

(1) Wet van 1 december 2016 houdende fiscale bepalingen, B.S. 8 december 2016.

II. Keuze tussen de onmiddellijke en de gespreide betaling

Voor wie?

a. De vennootschappen die in het kader van hun herstructurering, een of meerdere bedrijfstakken overdragen, hun maatschappelijke zetel of hun voornaamste inrichting of hun zetel van bestuur of beheer overdragen, of een fusie kennen die de verdwijning van de overgedragen vennootschap tot gevolg heeft met overdracht van de activa naar een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte waarmee België een van toepassing zijnde overeenkomst heeft die in wederzijdse invorderingsbijstand voorziet, wanneer de betrokken activa noch behouden blijven noch aangewend worden in een in België gevestigde inrichting.

b. De natuurlijke personen (rijksinwoners en niet-rijksinwoners) die hun ondernemingsactiviteiten stopzetten en waarvan de overgedragen goederen aangewend blijven op de maatschappelijke zetel van een intra-Europese vennootschap of binnen een buitenlandse inrichting van een intra-Europese vennootschap gevestigd in een andere lidstaat van de EU of in een andere lidstaat van de EER waarmee België een van toepassing zijnde overeenkomst heeft die in wederzijdse invorderingsbijstand voorziet.

Voor welke belasting?

Het gedeelte van de inkomstenbelastingen gevestigd op de latente meerwaarde vastgesteld op de overgedragen actiefbestanddelen na verrekening van de voorheffingen, voorafbetalingen en andere verrekenbare elementen (artikel 413/1, § 1 WIB 92).

Welke opties heeft de belastingschuldige?

De belastingschuldige kan kiezen tussen de onmiddellijke betaling of de gespreide betaling van het voormelde gedeelte in 5 jaarlijkse aflossingen.

Wat moet de belastingschuldige doen?

De belastingschuldige moet:

  • Zijn keuze uiten door een uitdrukkelijk verzoek aan de bevoegde ontvanger, binnen een termijn van twee maanden vanaf de toezending van het aanslagbiljet
  • Meteen aan de bevoegde ontvanger een formulier ad hoc verzenden dat beschikbaar zal zijn op de portaalsite van de FOD Financiën
  • Jaarlijks, binnen de door de wet bepaalde termijn, aan de bevoegde ontvanger het geactualiseerde formulier ad hoc opsturen. De verzending van een dergelijk formulier heeft van rechtswege tot gevolg dat afstand wordt gedaan van de op de verjaring verlopen termijn (art. 413/1, § 4 WIB 92).

Wat kunnen de invorderingsambtenaren doen?

Wanneer de belastingschuldige heeft gekozen voor de gespreide betaling binnen de termijn en alle modaliteiten naleeft, mag de ontvanger hem deze niet weigeren. In geval van een werkelijke risico van niet-invordering, kan echter een zakelijke zekerheid of een persoonlijke borgstelling worden gevraagd bij gemotiveerde beslissing van de adviseur-generaal van de Algemene Administratie van de Inning en de Invordering. Deze beslissing kan op elk moment worden genomen (art. 413/1, § 5 WIB 92).

Wanneer vervalt het voordeel van de gespreide betaling?

Het saldo van het resterend verschuldigd gedeelte van de belasting op meerwaarden moet ten laatste op de laatste dag van de maand volgend op die waarin een van de volgende gevallen zich voordoet, in zijn geheel worden betaald (art. 413/1, § 3 WIB 92):

  1. De overdracht van de maatschappelijke zetel, de voornaamste inrichting of de zetel van bestuur of beheer van de belastingplichtige naar een andere buitenlandse Staat dan een lidstaat van de EU of een lidstaat van de EER waarmee België een van toepassing zijnde overeenkomst heeft die in wederzijdse invorderingsbijstand voorziet;
  1. De vervreemding van alle of een deel van de activa;
  1. De overdracht van alle of een deel van de activa naar een andere buitenlandse Staat dan een lidstaat van de EU of een lidstaat van de EER waarmee België een van toepassing zijnde overeenkomst heeft die in wederzijdse invorderingsbijstand voorziet;
  1. De ontbinding van de vennootschap, met uitsluiting van de ontbinding zonder vereffening in het kader van een verrichting onder een buitenlands recht gelijkaardig aan een fusie, een aan een fusie gelijkgestelde verrichting of een splitsing als bedoeld in de artikelen 671 tot 677 van het Wetboek van vennootschappen, behalve indien de verrichting een in punt c. bedoelde overdracht tot gevolg heeft;
  1. Het overlijden van de verkrijger natuurlijke persoon;
  1. De overdracht van de woonplaats door de verkrijger natuurlijke persoon naar een andere buitenlandse Staat dan een lidstaat van de EU of een lidstaat van de EER waarmee België een van toepassing zijnde overeenkomst heeft die in wederzijdse invorderingsbijstand voorziet;
  1. De opening van een insolventieprocedure tegen de verkrijger van de gespreide betaling;
  1. Het niet respecteren van één van de vervaldagen van de gespreide betaling;
  1. Het niet binnen de wettelijke termijnen toesturen van het ingevuld, gedagtekend, ondertekend en voor volledig en juist gewaarmerkt formulier ad hoc;
  1. het niet stellen van een waarborg ter uitvoering van de beslissing van de adviseur-generaal van de AAII.

III. Inwerkingtreding

De artikelen 7 tot 10 zijn vanaf het aanslagjaar 2017 van toepassing op de verrichtingen die worden gedaan vanaf 08.12.2016, zijnde de datum van bekendmaking van de wet in het Belgisch Staatsblad.