Circulaire nr. Ci.RH.331/575.113 (AOIF 6/2006) dd. 18.01.2006
CIRC 18.01.06/1
Circulaire nr. Ci.RH.331/575.113 (AOIF 6/2006) dd. 18.01.2006
BELASTING VAN NIET-INWONERS
Vermindering voor pensioenen
Vermindering voor vervangingsinkomsten
PERSONENBELASTING
Vermindering voor pensioenen
Vermindering voor vervangingsinkomsten
VERMINDERING VOOR BRUGPENSIOENEN
Bedrag van de vermindering
VERMINDERING VOOR PENSIOENEN
Bedrag van de vermindering
VERMINDERING VOOR WERKLOOSHEIDSUITKERINGEN
Bedrag van de vermindering
VERMINDERING VOOR ZIEKTE- EN INVALIDITEITSUITKERINGEN
Bedrag van de vermindering
Feitelijke belastingvrijstellingen - PB en BNI/Nat.pers. (art. 154 en 243, WIB 92) - aanslagjaar 2006.
Aan al de ambtenaren.
1. De belasting die overblijft na de toepassing van de in art. 147, 1°, 2° en 7° tot 10° en 243, 2 de en 3 de lid, WIB 92 vermelde verminderingen is niet verschuldigd ingeval de belastingplichtige in 2005 uitsluitend "pensioenen of vervangingsinkomsten" [Daarin zijn onder meer begrepen de brugpensioenen en de werkloosheidsuitkeringen.] heeft verkregen, mits het totaal van de aldus verkregen inkomsten niet meer bedraagt dan het maximum van de wettelijke werkloosheidsuitkeringen (de anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen niet inbegrepen).
Dat maximum bedraagt voor het aj. 2006 12.452,13 EUR.
2. De belasting vermeld in punt 1 is evenmin verschuldigd in geval de belastingplichtige in 2005 uitsluitend de volgende inkomsten heeft verkregen :
a) ofwel werkloosheidsuitkeringen met inbegrip van de anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen [Met inbegrip van de werkloosheidsuitkeringen die een anciënniteitstoeslag bevatten en die worden toegekend aan werklozen die vóór 1 januari 2004, 58 jaar of ouder zijn en die werklozen reeds vóór 1 januari 2004 het recht op die uitkeringen met anciënniteitstoeslag hebben bekomen.], voor zover de belastingplichtige op 1 januari van het aanslagjaar de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt; mits het bedrag van die uitkeringen niet hoger is dan het maximumbedrag van wettelijke werkloosheidsuitkering met inbegrip van de anciënniteitstoeslag.
Dat maximum bedraagt voor het aj. 2006 13.686,52 EUR(12.452,13 EUR + 1.234,39 EUR);
b) ofwel wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen die niet hoger zijn dan tien negenden van het maximumbedrag van de wettelijke werkloosheidsuitkeringen (de anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen niet inbegrepen).
Dat maximum bedraagt voor het aj. 2006 13.835,70 EUR (12.452,13 EUR x 10/9).
3. De sub 1, uiteengezette regel is eveneens van toepassing wanneer de belastingplichtige, naast één of meer aldaar bedoelde inkomsten, ook nog inkomsten vermeld onder punt 2.a (werkloosheidsuitkeringen met anciënniteitstoeslag) of onder punt 2.b (wettelijke ziekte- of invaliditeitsuitkeringen) heeft verkregen. Dit geldt eveneens wanneer de belastingplichtige zowel inkomsten vermeld onder punt 2.a als onder punt 2.b verkrijgt.
De grens bedraagt in deze gevallen dus ook 12.452,13 EUR voor het aj. 2006.
4. De aandacht wordt erop gevestigd dat, wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, de totale netto-inkomens van beide echtgenoten moeten worden samengeteld voor de toepassing van de feitelijke belastingvrijstellingen bedoeld in de artikelen 154 en 243, WIB 92.
Voor de Administrateur-generaal
van de Belastingen en de Invordering :
De Directeur,
S. QUINTENS
Circulaire nr. Ci.RH.331/575.113 (AOIF 6/2006) dd. 18.01.2006
BELASTING VAN NIET-INWONERS
Vermindering voor pensioenen
Vermindering voor vervangingsinkomsten
PERSONENBELASTING
Vermindering voor pensioenen
Vermindering voor vervangingsinkomsten
VERMINDERING VOOR BRUGPENSIOENEN
Bedrag van de vermindering
VERMINDERING VOOR PENSIOENEN
Bedrag van de vermindering
VERMINDERING VOOR WERKLOOSHEIDSUITKERINGEN
Bedrag van de vermindering
VERMINDERING VOOR ZIEKTE- EN INVALIDITEITSUITKERINGEN
Bedrag van de vermindering
Feitelijke belastingvrijstellingen - PB en BNI/Nat.pers. (art. 154 en 243, WIB 92) - aanslagjaar 2006.
Aan al de ambtenaren.
1. De belasting die overblijft na de toepassing van de in art. 147, 1°, 2° en 7° tot 10° en 243, 2 de en 3 de lid, WIB 92 vermelde verminderingen is niet verschuldigd ingeval de belastingplichtige in 2005 uitsluitend "pensioenen of vervangingsinkomsten" [Daarin zijn onder meer begrepen de brugpensioenen en de werkloosheidsuitkeringen.] heeft verkregen, mits het totaal van de aldus verkregen inkomsten niet meer bedraagt dan het maximum van de wettelijke werkloosheidsuitkeringen (de anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen niet inbegrepen).
Dat maximum bedraagt voor het aj. 2006 12.452,13 EUR.
2. De belasting vermeld in punt 1 is evenmin verschuldigd in geval de belastingplichtige in 2005 uitsluitend de volgende inkomsten heeft verkregen :
a) ofwel werkloosheidsuitkeringen met inbegrip van de anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen [Met inbegrip van de werkloosheidsuitkeringen die een anciënniteitstoeslag bevatten en die worden toegekend aan werklozen die vóór 1 januari 2004, 58 jaar of ouder zijn en die werklozen reeds vóór 1 januari 2004 het recht op die uitkeringen met anciënniteitstoeslag hebben bekomen.], voor zover de belastingplichtige op 1 januari van het aanslagjaar de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt; mits het bedrag van die uitkeringen niet hoger is dan het maximumbedrag van wettelijke werkloosheidsuitkering met inbegrip van de anciënniteitstoeslag.
Dat maximum bedraagt voor het aj. 2006 13.686,52 EUR(12.452,13 EUR + 1.234,39 EUR);
b) ofwel wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen die niet hoger zijn dan tien negenden van het maximumbedrag van de wettelijke werkloosheidsuitkeringen (de anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen niet inbegrepen).
Dat maximum bedraagt voor het aj. 2006 13.835,70 EUR (12.452,13 EUR x 10/9).
3. De sub 1, uiteengezette regel is eveneens van toepassing wanneer de belastingplichtige, naast één of meer aldaar bedoelde inkomsten, ook nog inkomsten vermeld onder punt 2.a (werkloosheidsuitkeringen met anciënniteitstoeslag) of onder punt 2.b (wettelijke ziekte- of invaliditeitsuitkeringen) heeft verkregen. Dit geldt eveneens wanneer de belastingplichtige zowel inkomsten vermeld onder punt 2.a als onder punt 2.b verkrijgt.
De grens bedraagt in deze gevallen dus ook 12.452,13 EUR voor het aj. 2006.
4. De aandacht wordt erop gevestigd dat, wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, de totale netto-inkomens van beide echtgenoten moeten worden samengeteld voor de toepassing van de feitelijke belastingvrijstellingen bedoeld in de artikelen 154 en 243, WIB 92.
Voor de Administrateur-generaal
van de Belastingen en de Invordering :
De Directeur,
S. QUINTENS
Bron: FisconetPlus
