Circulaire 2018/C/62 betreffende de overdracht van landbouwgronden en het Waals decreet van 17 december 2015 inzake successierechten
OPMERKING: deze circulaire vernietigt en vervangt de circulaire 6/2016 van 25.07.2016
overdracht van landbouwgronden door overlijden
FOD Financiën, 22.05.2018
Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie
Inleiding
Het Belgisch Staatsblad van 30 december 2015 (ed. 2, p. 81.354) heeft het decreet van 17 december 2015 houdende de algemene ontvangstenbegroting van het Waals Gewest voor het begrotingsjaar 2016 bekendgemaakt (hierna: decreet).
Het «begrotingsdecreet» heeft wijzigingen aangebracht inzake registratierecht en successierecht. Aangaande laatstgenoemde heeft het decreet bepaalde regels met betrekking tot het stelsel van de overdracht door overlijden van landbouwgronden gewijzigd en bevestigd.
Huidige circulaire geeft toelichting bij de wijzigingen die zijn aangebracht inzake successierecht. Een andere circulaire geeft toelichting bij de maatregelen inzake registratierecht.
Aangezien het een begrotingsdecreet is, gelden deze fiscale maatregelen slechts voor het jaar 2016. De parlementaire voorbereiding bevat geen memorie van toelichting.
De tekst van het Waals decreet inzake het W.Succ.W is opgenomen als bijlage 1. De geconsolideerde tekst van het gewijzigde artikel is opgenomen als bijlage 2 en op www.fisconetplus.be.
De wijzigingen inzake successierecht zijn in werking getreden op 1 januari 2016.
Overdracht van landbouwgronden (art. 60bis W.Succ.W.)
Het begrotingsdecreet van 17 december 2015 heeft bepaalde regels inzake de overdracht door overlijden van landbouwgronden gewijzigd en bevestigd.
De algemene regel wordt bevestigd. De overdracht door overlijden van landbouwgronden aan de uitbater of medeuitbater van de activiteit die er uitgeoefend wordt, alsook in rechte lijn, tussen echtgenoten en wettelijk samenwonenden blijft beschouwd als een overdracht door overlijden van goederen die een universaliteit van goederen, een bedrijfstak of een handelszaak vormen, op voorwaarde dat die gronden het voorwerp van een pacht uitmaken (art. 60bis, § 1, 1°, derde lid W.Succ.W) en de voorwaarde van voorafgaande overdracht van de op de overgedragen gronden uitgeoefende landbouwactiviteit wordt bevestigd.
De vormvoorwaarden (attest afgeleverd door de administratie en afgifte door de erfgenamen, legatarissen of begiftigden aan de ontvanger (art. 60bis, §1bis, 3° W.Succ.W.)) en de voorwaarden voor het behoud (art. 60bis, §3 W.Succ.W.) zijn eveneens niet gewijzigd (zie Circ. Nr. 5/2010 van 26 maart 2010, www.fisconetplus.be).
De duur van de noodzakelijke exploitatie van het deel van de overgedragen gronden dat de limiet van 150 hectaren overschrijdt, wordt daarentegen van 5 op 15 jaar gebracht en onderworpen aan een bijzonder tarief.
1. Voorwaarde : voorafgaande overdracht van elke quotiteit van de landbouwactiviteit uitgeoefend op de landbouwgrond die wordt overgedragen door overlijden (art. 60bis, § 1, 1°, derde lid nieuw W.Succ.W.)
De bedoeling van de Waalse wetgever, weergegeven in de parlementaire voorbereiding (Memorie van Toelichting, Doc. Waals Parlement, 2009-2010, nr. 118/1, 60; het decreet houdende fiscale billijkheid van 10 december 2009 heeft de overdracht van landbouwgronden gelijkgesteld met een overdracht van een onderneming voor het bekomen van een verminderd tarief) werd bevestigd: de overdracht van de landbouwactiviteit dient de overdracht van de landbouwgronden vooraf te gaan. Het begrotingsdecreet
van 17 december 2015 bevestigt dat om de mogelijkheid van het verlaagd tarief van 0 % voor de overdracht van landbouwgronden te kunnen genieten, de overdracht van de landbouwactiviteit de overdracht van de landbouwgronden noodzakelijk moet voorafgaan.
Het begrip activiteit in de zin van artikel 60bis, § 1, 1°, derde lid nieuw W.Succ.W verwijst naar het geheel van goederen die een universaliteit van goederen, een bedrijfstak of een handelszaak uitmaken waarmee de de cujus een activiteit uitoefent (art. 60bis, § 1, 1°, eerste lid W.Succ.W). Een zakelijk recht op de goederen die een universaliteit van goederen, een bedrijfstak of een handelszaak uitmaken, moet voorafgaandelijk overgedragen zijn, zelfs indien de de cujus, alleen of samen met andere personen, geheel of gedeeltelijk de landbouwactiviteit uitoefent.
2. Verhoogd tarief van 3 % voor de overdracht door overlijden van landbouwgronden met een oppervlakte van meer dan 150 hectaren (art. 60bis, § 1, 1°, derde lid nieuw W.Succ. W)
Een overdracht door overlijden van landbouwgronden met een oppervlakte gelijk aan of kleiner dan 150 hectaren blijft verder het tarief van 0 % genieten.
Een overdracht door overlijden van landbouwgronden met een oppervlakte die groter is dan 150 hectaren valt voortaan onder het verhoogd tarief van 3 % (en niet 0 %).
Om te bepalen of de drempel van 150 hectaren overschreden is wordt rekening gehouden met:
- de door overlijden verkregen landbouwgronden;
- de gronden die door schenking werden overgedragen binnen de vijf jaar vóór het overlijden (art. 60bis, § 1, 1°, derde lid nieuw W.Succ.W).
Net zoals inzake schenking van landbouwgronden, worden enkel de schenkingen onder het stelsel van de overdracht van onderneming in aanmerking genomen.
De voorwaarde inzake de oppervlakte moet beoordeeld worden in hoofde van de de cujus.
In geval van overdracht door overlijden van landbouwgronden met een oppervlakte die groter is dan 150 hectaren (voorbeeld overdracht door overlijden van landbouwgronden van 250 hectaren), is het tarief van 3 % enkel toepasselijk op het deel van de gronden dat 150 hectaren overtreft.
Stel dat landbouwgronden met een oppervlakte van 80 hectaren door overlijden worden overgedragen, en drie jaar en vijf jaar daarvóór gronden werden geschonken met een totale oppervlakte van 120 hectaren. Het tarief van 3 % is slechts toepasselijk op de overdracht door overlijden van landbouwgrond voor 50 hectaren.
3. Verlengde exploitatietermijn van 15 jaar voor de overdracht door overlijden van landbouwgronden groter dan 150 hectaren (art. 60bis, § 1, 1°, derde lid nieuw W.Succ.W)
In geval van overdracht door overlijden van landbouwgronden groter dan 150 hectaren, wordt de exploitatietermijn van die gronden op 15 jaar gebracht (en niet meer 5 jaar) te rekenen vanaf het overlijden. Met andere woorden, de voorwaarde van landbouwexploitatie van die gronden moet worden voortgezet gedurende een termijn van minimum 15 jaar te rekenen vanaf het overlijden (art. 60bis, § 1, 1°, derde lid W.Succ.W).
4. Sanctie bij niet-naleving van de exploitatievoorwaarde
In geval van niet-vervulling van de voorwaarde tot behoud (voortzetting van de exploitatie gedurende 15 jaar), zijn de progressieve rechten bedoeld in de art. 48 tot 60 W.Succ.W verschuldigd vanaf het ogenblik dat de voorwaarden tot behoud niet meer vervuld zijn (art. 60bis, § 4, eerste lid W.Succ.W). Bij verlies van het verlaagd tarief, moeten de voortzetters - dit zijn de rechtsopvolgers die het verlaagd tarief genoten hebben - een nieuwe aangifte indienen op het kantoor dat het verlaagd tarief heeft toegepast (art. 60bis, § 4, tweede lid W.Succ.W).
De voortzetters kunnen het verlaagd recht echter behouden indien overmacht voor hen wordt aanvaard (art. 60bis, § 4, eerste lid W.Succ.W).
Het gewoon recht is evenmin verschuldigd als de voortzetters, door indiening van een nieuwe aangifte, reeds hebben aangeboden om het vervroegd te betalen (art. 60bis, § 5 W.Succ.W).
5. Inwerkingtreding
De wijzigingen inzake de overdracht door overlijden van landbouwgronden zijn toepasselijk op alle nalatenschappen die vanaf 1 januari 2016 openvallen (art. 49, vierde lid decreet).
