Aanschrijving nr. 18 dd. 15.09.1994
AANSCHRIJVING 94/018
Aanschrijving nr. 18 dd. 15.09.1994
Zendingen op proef en zendingen op zicht.
Intracommunautair verkeer.
Overbrengingen en niet-overbrengingen.
Vereenvoudigingsregeling.
INHOUDSTAFEL Nrs. Inleiding 1 - 2 HOOFDSTUK I : BEDOELDE HANDELINGEN 3 - 5 Afdeling 1 : De koop op proef 3 Afdeling 2 : Zendingen op zicht 4 Afdeling 3 : Uitgesloten handelingen 5 HOOFDSTUK II : REGELING OVEREENKOMSTIG DE BEGINSELEN VAN HET BTW-OVERGANGSSTELSEL 6 - 19 Afdeling 1 : De verzending van de koopwaar naar de potentiële koper 6 - 11 § 1. Principe : Overbrenging en bestemming van de goederen, gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel 6 - 8 § 2. Uitzondering : Niet-overbrenging en bestemming van de goederen, niet gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel 9 - 11 Afdeling 2 : Overdracht van de eigendom van de goederen. 12 - 19 § 1. De verzending van de koopwaar maakte aanvankelijk een niet-overbrenging uit 14 - 17 § 2. De verzending van de koopwaar maakte aanvankelijk een overbrenging uit 18 - 19 HOOFDSTUK III : VEREENVOUDIGD STELSEL 20 - 32 Afdeling 1 : De verzending van de goederen naar de koper op proef of op zicht in het vereenvoudigd stelsel 21 - 24 § 1. Verzending vanuit België naar een andere Lid-Staat 21 - 22 § 2. De verzending naar België vanuit een andere Lid-Staat 23 - 24 Afdeling 2 : De overdracht van de eigendom van de goederen in het vereenvoudigd stelsel 25 - 32 § 1. De goederen werden verzonden vanuit België naar een andere Lid-Staat 26 - 29 § 2. De goederen worden verzonden vanuit een andere Lid-Staat naar België. 30 - 32 HOOFDSTUK IV : TOEPASSELIJK STELSEL BIJ DE TERUGZENDING VAN DE NIET-VERKOCHTE GOEDEREN 33 - 34 Afdeling 1 : Terugzending naar België vanuit een andere Lid-Staat 33 Afdeling 2 : Terugzending naar een andere Lid-Staat vanuit België 34 INLEIDING
2. In het eerste hoofdstuk worden deze twee verrichtingen gedefinieerd en toegelicht.
Onder hoofdstuk 2 wordt uiteengezet hoe deze verrichtingen inzake BTW worden behandeld bij toepassing van de BTW-overgangsregeling die op 1 januari 1993 in werking is getreden. Overeenkomstig de beginselen van deze regeling is de verkoper op proef of op zicht er in principe toe gehouden zich voor BTW-doeleinden te laten identificeren in de Lid-Staat van aankomst van de verzending of van het vervoer van de goederen die het voorwerp uitmaken van de overeenkomst.
Onder hoofdstuk 3 worden de vereenvoudigingsmaatregelen uiteengezet waardoor enerzijds de ondernemingen die gevestigd zijn in een andere Lid- Staat dan België, de hierboven omschreven handelingen kunnen verrichten met een bestemmeling in België, zonder dat zij verplicht zijn in België een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen. Anderzijds wordt daar ook de regeling uiteengezet waardoor een in België gevestigde onderneming een verzending op proef of op zicht kan verrichten naar een andere Lid-Staat, zonder dat deze verzending in België wordt aangemerkt als een overbrenging van goederen. Het begrip "overbrenging" wordt in het bestek van deze aanschrijving gebruikt in de zin van artikel 12bis van het Wetboek. Overeenkomstig dit artikel wordt de overbrenging door een belastingplichtige van een goed van zijn bedrijf naar een andere Lid-Staat gelijkgesteld met een levering van goederen onder bezwarende titel.
Onder hoofdstuk 4 wordt de BTW-regeling behandeld voor de terugzending van de niet-verkochte goederen.
Beschikkingen van de Belgische wetgeving op het gebied van BTW waarnaar verwezen wordt in deze aanschrijving zijn in bijlage opgenomen.
HOOFDSTUK I.
BEDOELDE HANDELINGEN
Afdeling 1. De koop op proef.
3. Er is een koop op proef wanneer de partijen hun koopovereenkomst laten afhangen van een proef die moet uitwijzen of de gekochte zaak al dan niet voldoet aan het gebruik waartoe ze door de koper wordt bestemd.
Overeenkomstig artikel 1588 B.W. wordt de koop op proef altijd vermoed te zijn aangegaan onder opschortende voorwaarde. Dit vermoeden is evenwel weerlegbaar en geldt slechts onder voorbehoud van andersluidend beding.
Men kan in principe spreken van een koop op proef onder opschortende voorwaarde, wanneer de koopovereenkomst is aangegaan "onder voorbehoud van bevredigend uitvallende proeven". Vermits deze proef is bedongen in het voordeel van de koper, is het deze laatste die op zijn kosten moet overgaan tot deze proef. Hij moet daartoe overgaan binnen de overeengekomen termijn, of bij gebrek aan tijdsbepaling, binnen een redelijke tijd. Zoniet wordt de opschortende voorwaarde geacht te zijn vervuld. Deze termijn mag, voor de toepassing van deze aanschrijving, nooit de 24 maanden overschrijden.
De vervulling van de voorwaarde door het slagen van de proef brengt de eigendomsoverdracht met zich mee, met terugwerkende kracht tot op de dag van de koopovereenkomst.
Afdeling 2. Zendingen op zicht.
4. De zending op zicht is een zending van goederen waarvoor uitsluitend bij de afzender eenzijdig de wil tot verkopen bestaat met mogelijkheid van aankoop na onderzoek door de geadresseerde.
De zending op zicht is dus niet meer dan een verkoopaanbod. Of de koop doorgaat, hangt louter af van de subjectieve wil van de koper, die vrij beslist of hij het aanbod al dan niet aanvaardt.
De eigendomsoverdracht van de goederen die het voorwerp uitmaken van de zending op zicht vindt bijgevolg slechts plaats na onderzoek en aanvaarding van de voorgestelde koopwaar. Deze aanvaarding moet gebeuren binnen de overeengekomen termijn of, bij gebreke aan overeenkomst, binnen een redelijke termijn die, voor de toepassing van deze aanschrijving, nooit de 24 maanden mag overschrijden.
Het verschil met de verkoop op proef is dat de bestemmeling van de zending op zicht volledig vrij blijft het aanbod al of niet te aanvaarden. Daarentegen kan de koper op proef, na de test, de aanvaarding slechts weigeren indien de zaak, eventueel na deskundigenonderzoek, niet beantwoordt aan objectieve maatstaven met betrekking tot de overeengekomen bestemming.
Afdeling 3. Uitgesloten handelingen.
5. Deze aanschrijving is niet van toepassing op de leurhandel, door een verkoper die de koopwaar aan potentiële klanten aanbiedt en die onmiddellijk levert vanuit een vervoermiddel waarmee hij deze koopwaar heeft vervoerd. Zijn ondermeer bedoeld : "huis-aan-huis"-verkopen, verkopen op markten, enz.
Deze aanschrijving is evenmin van toepassing op verkopen door niet in België gevestigde belastingplichtigen ter gelegenheid van foren, tentoonstellingen en andere manifestaties die in België georganiseerd worden. Deze handelingen zullen, in voorkomend geval, het voorwerp uitmaken van afzonderlijke aanschrijvingen.
HOOFDSTUK II.
REGELING OVEREENKOMSTIG DE BEGINSELEN VAN HET BTW-OVERGANGSSTELSEL
Afdeling 1. De verzending van de koopwaar naar de potentiële koper.
§ 1. Principe : Overbrenging en bestemming van de goederen, gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel.
6. De goederen worden door de verkoper op proef of de verzender op zicht verzonden vanuit een Lid-Staat naar een potentiële koper die gevestigd is in een andere Lid-Staat. Deze handeling maakt in hoofde van de verkoper of de verzender geen levering uit, vermits hij aan de bestemmeling van de zending nog niet de macht overdraagt om als een eigenaar te beschikken over de verzonden goederen (art. 10, § 1, eerste lid, van het Wetboek; art. 5, § 1, van de Zesde Richtlijn). De verzender draagt deze macht slechts over op het ogenblik waarop aan de voorwaarde van "bevredigend uitvallende proeven" voldaan is of waarop de bestemmeling van de zending op zicht het verkoopaanbod aanvaardt.
7. Overeenkomstig de beginselen van de BTW-overgangsregeling maakt deze loutere verzending van de goederen naar de potentiële koper in hoofde van de verzender een overbrenging van goederen uit. Deze wordt in de Lid-Staat van vertrek gelijkgesteld met een levering van goederen onder bezwarende titel. In de Lid-Staat van aankomst van de goederen wordt in dat geval de bestemming van de goederen, gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel (art. 12bis en art. 25quater, § 1, van het Wetboek; art. 28bis, § 5 en 28bis, § 6 van de Zesde Richtlijn). Omdat de bestemming van de goederen gelijkgesteld wordt met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel, moet de verzender zich dan in principe voor BTW-doeleinden laten identificeren in de Lid-Staat waarnaar hij de goederen verzendt.
8. Is België de Lid-Staat van vertrek van de verzending, dan moet de Belgische verzender te lande :
Is België de Lid-Staat van aankomst, dan is de verzender van de goederen ertoe gehouden te lande :
§ 2. Uitzondering : Niet-overbrenging en bestemming van de goederen, niet gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel.
9. Voor de goederen die verzonden worden door een onderneming van één Lid-Staat naar een andere Lid-Staat in het kader van een verkoop op proef of van een verzending op zicht, moet rekening gehouden worden met een uitzondering op het principe dat onder het vorige punt wordt uiteengezet. Artikel 12bis van het Wetboek somt namelijk op limitatieve wijze een aantal handelingen op die niet beschouwd worden als een overbrenging die gelijkgesteld wordt met een levering/intracommunautaire verwerving van goederen.
10. Dit geldt onder meer voor de verzending of het vervoer door een belastingplichtige van een goed van zijn onderneming naar een andere Lid-Staat met het oog op "het tijdelijk gebruik van dat goed voor een periode van ten hoogste 24 maanden op het grondgebied van deze andere Lid-Staat waar de invoer van hetzelfde goed uit een derde land met het oog op tijdelijk gebruik in aanmerking zou komen voor de regeling voor tijdelijke invoer met volledige vrijstelling van invoerrechten" (art. 12bis, tweede lid, 7°, van het Wetboek; art. 28bis, § 5, tweede lid, in fine, van de Zesde Richtlijn).
Artikel 16 van de Basisverordening betreffende de regeling tijdelijke invoer (Verordening EEG nr. 3599/92 dd. 21 december 1992) staat het gebruik van de regeling van "tijdelijke invoer" met volledige vrijstelling van invoerrechten toe, onder meer voor :
11. Bijgevolg geven de verzendingen van goederen in het kader van een verkoop op proef en de verzendingen op zicht van geconfectioneerde pelterijen, sieraden, tapijten en juwelen, naar een andere Lid-Staat waar ze van de hierboven uiteengezette vrijstelling van invoerrechten zouden kunnen genieten waren ze uit een derde land verzonden, geen aanleiding tot een overbrenging die gelijkgesteld wordt met een levering onder bezwarende titel in de Lid-Staat van vertrek en de bestemming van de goederen wordt niet gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel in de Lid-Staat van aankomst van de verzending.
Deze goederen maken dan het voorwerp uit van een niet-overbrenging, die de Belgische verzender moet inschrijven in zijn register van niet-overbrengingen (art. 23 en 24 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992). Vermits deze bestemming van de goederen niet gelijkgesteld wordt met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel in de Lid-Staat van aankomst van de verzending, moet de verzender zich daar ook niet laten identificeren voor BTW-doeleinden.
De Belgische bestemmeling van zijn kant, moet een stuk opmaken dat de verzending op zicht of op proef ter zijner bestemming vaststelt (art. 7, § 2, lid 1, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992).
Deze regeling geldt voor alle verkopen op proef en voor de hierboven opgesomde (dus niet alle) zendingen op zicht.
Afdeling 2. Overdracht van de eigendom van de goederen.
12. De overdracht van de eigendom van de goederen aan de koper op proef (op het ogenblik dat de opschortende voorwaarde vervuld is) of aan de bestemmeling van de zending op zicht (op het ogenblik dat deze aanvaardt), geeft in principe aanleiding tot een nationale levering in de Lid-Staat van aankomst van de koopwaar.
13. Welke gevolgen kan dit alles hebben in België ?
§ 1. De verzending van de koopwaar maakte aanvankelijk een niet-overbrenging uit.
14. De goederen die het voorwerp hebben uitgemaakt van de verzending op proef of op zicht, bevinden zich in principe bij de potentiële koper in België. De verkoop van de goederen aan de koper op proef of de bestemmeling van de zending op zicht, geeft aanleiding tot een levering die plaatsvindt in België (art. 15, § 2, eerste lid, van het Wetboek).
Ze vindt plaats op het tijdstip waarop het contract uitwerking heeft (art. 16, § 2, eerste lid, van het Wetboek) :
Het belastbaar feit vindt plaats en de BTW over deze levering wordt opeisbaar op het tijdstip waarop de levering van het goed plaatsvindt. Onder voorbehoud evenwel van de eventuele subsidiaire oorzaken van verschuldigdheid (art. 17, § 1, van het Wetboek).
15. Ingevolge deze verkoop, is niet meer voldaan aan de voorwaarde van het "tijdelijk gebruik" van art. 12bis, tweede lid, 7°, van het Wetboek. De verzending van de koopwaar naar België kan bijgevolg in de Lid-Staat van vertrek niet langer beschouwd worden als een "niet- overbrenging" : in beginsel wordt deze niet-overbrenging omgevormd tot een overbrenging op het tijdstip waarop niet langer aan de voorwaarde van "tijdelijk gebruik" voldaan is. Op het ogenblik dus van de levering in België.
Dit betekent bijgevolg dat de verzender van de koopwaar op dat ogenblik in de Lid-Staat van vertrek van de goederen een overbrenging verricht die gelijkgesteld wordt met een levering van goederen onder bezwarende titel. In België wordt de bestemming van de goederen gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel (art. 25quater, § 1, van het Wetboek). Vervolgens verricht hij een levering aan de koper op proef of de bestemmeling van de zending op zicht die, zoals hierboven wordt uiteengezet, plaatsvindt in België en waarover in België BTW verschuldigd is.
16. Eén en ander heeft tot gevolg dat de niet in België gevestigde verzender van de goederen in België de volgende verplichtingen moet naleven :
17. Door de verkoop van de koopwaar aan de koper op proef of op zicht, vervalt het tijdelijk karakter van de verzending, waardoor deze niet langer kan beschouwd worden als een niet-overbrenging. Van zodra niet meer voldaan is aan deze voorwaarde van "tijdelijk gebruik", wordt de niet-overbrenging omgevormd in een overbrenging (art. 12bis, derde lid, van het Wetboek). De Belgische verkoper op proef of op zicht verricht dus op dat tijdstip een overbrenging die gelijkgesteld wordt met een levering onder bezwarende titel in België en de bestemming van de goederen worden gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel in de Lid-Staat van aankomst. Dit betekent dat hij zich in principe in deze Lid-Staat voor de BTW moet laten identificeren. Vervolgens verricht hij in deze Lid-Staat een nationale levering aan de koper op proef of op zicht.
De Belgische verzender moet in België :
§ 2. De verzending van de koopwaar maakte aanvankelijk een overbrenging uit.
18. De niet in België gevestigde verzender heeft in deze veronderstelling reeds in België een aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen, ingevolge de intracommunautaire verwerving die hij in België heeft verricht (z. nr. 8).
Voor de nationale levering die hij in België verricht aan de in België gevestigde koper op proef of koper op zicht (z. nr. 14), moet hij de gewone formaliteiten inzake BTW vervullen (factuur, aangifte, ...).
19. De in België gevestigde verzender verricht in de Lid-Staat van aankomst van de op proef of op zicht verzonden goederen, een levering (zie nr. 12). Ingevolge deze levering moet hij in België :
HOOFDSTUK III.
VEREENVOUDIGD STELSEL
20. Om de verplichtingen van de ondernemingen die verkopen op proef of zendingen op zicht verrichten tot een minimum te beperken, heeft de administratie beslist dat deze verrichtingen, ook wanneer niet of niet meer voldaan is aan de voorwaarde van "tijdelijk gebruik" (art. 12bis, tweede lid, 7°, van het Wetboek), in België GEEN aanleiding zullen geven tot een overbrenging (wat betreft de verzendingen vanuit België) en dat de bestemming van de goederen niet gelijkgesteld wordt met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel (wat betreft de verzendingen naar België), als voldaan is aan de voorwaarden die hieronder worden uiteengezet.
Afdeling 1. De verzending van de goederen naar de koper op proef of op zicht in het vereenvoudigd stelsel.
§ 1. Verzending vanuit België naar een andere Lid-Staat.
21. De verzending of het vervoer van de goederen die het voorwerp uitmaken van een verkoop op proef of een zending op zicht, geeft in België geen aanleiding tot een overbrenging, zelfs niet in de gevallen waarin niet of niet meer voldaan is aan de voorwaarde van "tijdelijk gebruik" (art. 12bis, tweede lid, 7°, van het Wetboek), voor zover :
22. De Belgische verzender moet deze verzending inschrijven in het register van niet-overbrengingen (art. 23 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992). Naast de gewone vermeldingen (art. 24 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992) moet hij in dit register uitdrukkelijk verwijzen naar deze aanschrijving.
§ 2. De verzending naar België vanuit een andere Lid-Staat.
23. De bestemming van de goederen die het voorwerp uitmaken van een verkoop op proef of een zending op zicht, ter bestemming van een in België gevestigde potentiële koper, wordt niet gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel in België, voor zover :
24. De niet in België gevestigde verzender moet geen aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen in België. Hij moet hier te lande immers geen intracommunautaire verwerving verrichten.
De Belgische bestemmeling (ingeval het een belastingplichtige betreft) moet wél een stuk opmaken dat de verzending op zicht of op proef ter zijner bestemming vaststelt (art. 7, § 2, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992).
Afdeling 2. De overdracht van de eigendom van de goederen in het vereenvoudigd stelsel.
25. De overdracht van de eigendom van de goederen aan de koper op proef doet zich voor op het ogenblik waarop de opschortende voorwaarde vervuld is, met name het ogenblik waarop de koper verklaart dat de proeven bevredigend uitvallen. Wat de zendingen op zicht betreft, is dit op het ogenblik waarop de bestemmeling van deze zending het aanbod aanvaardt.
Opmerking : de regeling die hieronder wordt uiteengezet, geldt slechts voor zover voldaan was aan de voorwaarden waardoor de eerdere verzending van de koopwaar naar de potentiële koper het vereenvoudigd stelsel kon genieten (z. afdeling 1).
§ 1. De goederen werden verzonden vanuit België naar een andere Lid-Staat.
Belangrijke opmerking : het vereenvoudigd stelsel is slechts van toepassing indien, op het ogenblik van de eigendomsoverdracht :
A. De koper is een belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon die hun intracommunautaire verwervingen aan de belasting moeten onderwerpen.
26. De goederen bevinden zich in principe reeds bij de potentiële koper op proef of op zicht. De Belgische verzender wordt geacht op het ogenblik van de eigendomsoverdracht aan de bestemmeling van de zending op proef of op zicht een levering te verrichten, die is vrijgesteld van BTW, indien voldaan is aan de voorwaarden van artikel 39bis, eerste lid, 1° van het Wetboek :
De Belgische leverancier moet aan de afnemer een factuur uitreiken die deze levering vaststelt en die uitdrukkelijk verwijst naar deze aanschrijving. Bovendien moet hij deze levering opnemen, enerzijds in zijn periodieke aangifte met betrekking tot het tijdperk tijdens hetwelk de BTW over deze levering in principe opeisbaar is geworden (rooster 46) en anderzijds in zijn intracommunautaire opgave (art. 53sexies van het Wetboek en koninklijk besluit nr. 50 van 29 december 1992) met betrekking tot het kwartaal tijdens hetwelk de BTW over deze levering in principe opeisbaar is geworden.
In elk geval moet de Belgische verzender zijn register van de niet-overbrengingen aanzuiveren door inschrijving van de vermeldingen voorzien in artikel 24, 10° en 11°, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992.
B. De koper is een belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die hun intracommunautaire verwervingen niet aan de belasting moeten onderwerpen of elke andere niet-belastingplichtige.
27. De Belgische verzender wordt geacht een levering te verrichten aan de bestemmeling van de zending op proef of op zicht. Deze levering is evenwel niet vrijgesteld overeenkomstig art. 39bis, eerste lid, 1°, van het Wetboek.
De levering die de Belgische verzender verricht op het ogenblik van de eigendomsoverdracht aan de koper op zicht of op proef, wordt overeenkomstig het vereenvoudigd stelsel geacht een levering te zijn met vervoer. Overeenkomstig de algemene beginselen inzake de bepaling van de plaats van levering wordt deze levering geacht plaats te vinden daar waar de verzending of het vervoer aanvangt (art. 15, § 2, tweede lid, 1°, van het Wetboek). In casu is dit België. Dit is immers in principe de plaats van waaruit aanvankelijk de verzending op proef of op zicht is vertrokken. De Belgische verzender verricht dan een loutere nationale levering aan de koper op proef of op zicht.
28. In de mate waarin evenwel voldaan is aan de voorwaarden van artikel 15, § 5, van het Wetboek, treedt de regeling van de verkopen op afstand in werking, waardoor de plaats van levering verschoven wordt naar de Lid-Staat van aankomst van de goederen. Dit is de Lid-Staat waarheen de goederen aanvankelijk "op zicht of op proef" verzonden werden. De uiteindelijke levering door de Belgische verzender aan de koper op zicht of op proef is dan in deze Lid-Staat van aankomst belastbaar.
29. Moet de levering door de Belgische belastingplichtige aan de koper op proef of op zicht gekwalificeerd worden als een levering met installatie of montage door de leverancier of voor zijn rekening, dan wordt de plaats waar de installatie of montage verricht wordt aangemerkt als plaats van levering (art. 15, § 2, tweede lid, 2°, van het Wetboek).
In elk geval moet de Belgische verzender zijn register van de niet-overbrengingen aanzuiveren door inschrijving van de vermeldingen van artikel 24, 10° en 11°, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992.
§ 2. De goederen worden verzonden vanuit een andere Lid-Staat naar België.
A. De koper is een belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die hun intracommunautaire verwervingen aan de belasting moeten onderwerpen.
30. De Belgische koper op zicht of op proef, aan wie de koopwaar eerder werd verzonden, verricht op het ogenblik van de overdracht van de eigendom van deze koopwaar een intracommunautaire verwerving van goederen zoals bedoeld in artikel 25bis van het Wetboek. Dit veronderstelt enerzijds dat deze Belgische koper aan zijn leverancier zijn BTW- identificatienummer, dat de letters BE bevat, heeft medegedeeld en anderzijds dat de goederen die het voorwerp uitmaken van de verkoop op zicht of op proef eerder ter zijner bestemming naar België werden verzonden of verstuurd.
Het belastbare feit vindt plaats op het tijdstip waarop de intracommunautaire verwerving plaatsvindt (art. 25septies van het Wetboek).
De belasting wordt opeisbaar op de vijftiende van de maand volgend op deze waarin het belastbaar feit zich heeft voorgedaan. De belasting wordt evenwel opeisbaar op het tijdstip van het uitreiken van de factuur met betrekking tot de levering die aanleiding heeft gegeven tot de verwerving in België (art. 17, § 2, tweede lid, van het Wetboek), wanneer deze factuur aan de afnemer werd uitgereikt vóór de vijftiende van de maand volgend op het belastbaar feit.
31. Op de factuur die hem wordt uitgereikt, verwijst de Belgische koper naar het stuk dat hij eerder heeft opgesteld ter vaststelling van de zending op proef of op zicht te zijner bestemming (z. nr. 24 hierboven; art. 7, § 2, laatste lid, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992).
B. De koper is een belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die hun intracommunautaire verwervingen niet aan de belasting moeten onderwerpen, of elke andere niet-belastingplichtige.
32. In dit geval is het vereenvoudigd stelsel niet van toepassing en geldt bijgevolg de regeling die is uiteengezet onder de nummers 14 tot en met 16 hierboven. Overeenkomstig deze regeling worden de goederen geacht het voorwerp uit te maken van een levering in België, die bijgevolg hier te lande aan de BTW is onderworpen.
HOOFDSTUK IV.
TOEPASSELIJK STELSEL BIJ DE TERUGZENDING VAN DE NIET-VERKOCHTE GOEDEREN.
Afdeling 1. Terugzending naar België vanuit een andere Lid-Staat
33. De Belgische verzender bij wie de goederen terugkeren, heeft geen andere verplichtingen dan in het register van niet-overbrengingen (art. 23 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992), de volgende gegevens te vermelden :
Afdeling 2. Terugzending naar een andere Lid-Staat vanuit België.
34. De niet in België gevestigde verzender is in België ontslagen van alle verplichtingen ingevolge de terugzending van de goederen.
De Belgische ontvanger (indien het een belastingplichtige betreft) van de zending op proef of op zicht, moet een stuk opmaken dat de gehele of gedeeltelijke teruggave van de goederen vaststelt (art. 7, § 2, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992).
BIJLAGE
Zie documentatie :
Wetteksten en besluiten
Aanschrijving nr. 18 dd. 15.09.1994
Zendingen op proef en zendingen op zicht.
Intracommunautair verkeer.
Overbrengingen en niet-overbrengingen.
Vereenvoudigingsregeling.
INHOUDSTAFEL Nrs. Inleiding 1 - 2 HOOFDSTUK I : BEDOELDE HANDELINGEN 3 - 5 Afdeling 1 : De koop op proef 3 Afdeling 2 : Zendingen op zicht 4 Afdeling 3 : Uitgesloten handelingen 5 HOOFDSTUK II : REGELING OVEREENKOMSTIG DE BEGINSELEN VAN HET BTW-OVERGANGSSTELSEL 6 - 19 Afdeling 1 : De verzending van de koopwaar naar de potentiële koper 6 - 11 § 1. Principe : Overbrenging en bestemming van de goederen, gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel 6 - 8 § 2. Uitzondering : Niet-overbrenging en bestemming van de goederen, niet gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel 9 - 11 Afdeling 2 : Overdracht van de eigendom van de goederen. 12 - 19 § 1. De verzending van de koopwaar maakte aanvankelijk een niet-overbrenging uit 14 - 17 § 2. De verzending van de koopwaar maakte aanvankelijk een overbrenging uit 18 - 19 HOOFDSTUK III : VEREENVOUDIGD STELSEL 20 - 32 Afdeling 1 : De verzending van de goederen naar de koper op proef of op zicht in het vereenvoudigd stelsel 21 - 24 § 1. Verzending vanuit België naar een andere Lid-Staat 21 - 22 § 2. De verzending naar België vanuit een andere Lid-Staat 23 - 24 Afdeling 2 : De overdracht van de eigendom van de goederen in het vereenvoudigd stelsel 25 - 32 § 1. De goederen werden verzonden vanuit België naar een andere Lid-Staat 26 - 29 § 2. De goederen worden verzonden vanuit een andere Lid-Staat naar België. 30 - 32 HOOFDSTUK IV : TOEPASSELIJK STELSEL BIJ DE TERUGZENDING VAN DE NIET-VERKOCHTE GOEDEREN 33 - 34 Afdeling 1 : Terugzending naar België vanuit een andere Lid-Staat 33 Afdeling 2 : Terugzending naar een andere Lid-Staat vanuit België 34 INLEIDING
| 1. | Deze aanschrijving behandelt de regeling inzake BTW voor : |
- de verkopen op proef;
- de zendingen op zicht.
2. In het eerste hoofdstuk worden deze twee verrichtingen gedefinieerd en toegelicht.
Onder hoofdstuk 2 wordt uiteengezet hoe deze verrichtingen inzake BTW worden behandeld bij toepassing van de BTW-overgangsregeling die op 1 januari 1993 in werking is getreden. Overeenkomstig de beginselen van deze regeling is de verkoper op proef of op zicht er in principe toe gehouden zich voor BTW-doeleinden te laten identificeren in de Lid-Staat van aankomst van de verzending of van het vervoer van de goederen die het voorwerp uitmaken van de overeenkomst.
Onder hoofdstuk 3 worden de vereenvoudigingsmaatregelen uiteengezet waardoor enerzijds de ondernemingen die gevestigd zijn in een andere Lid- Staat dan België, de hierboven omschreven handelingen kunnen verrichten met een bestemmeling in België, zonder dat zij verplicht zijn in België een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen. Anderzijds wordt daar ook de regeling uiteengezet waardoor een in België gevestigde onderneming een verzending op proef of op zicht kan verrichten naar een andere Lid-Staat, zonder dat deze verzending in België wordt aangemerkt als een overbrenging van goederen. Het begrip "overbrenging" wordt in het bestek van deze aanschrijving gebruikt in de zin van artikel 12bis van het Wetboek. Overeenkomstig dit artikel wordt de overbrenging door een belastingplichtige van een goed van zijn bedrijf naar een andere Lid-Staat gelijkgesteld met een levering van goederen onder bezwarende titel.
Onder hoofdstuk 4 wordt de BTW-regeling behandeld voor de terugzending van de niet-verkochte goederen.
Beschikkingen van de Belgische wetgeving op het gebied van BTW waarnaar verwezen wordt in deze aanschrijving zijn in bijlage opgenomen.
HOOFDSTUK I.
BEDOELDE HANDELINGEN
Afdeling 1. De koop op proef.
3. Er is een koop op proef wanneer de partijen hun koopovereenkomst laten afhangen van een proef die moet uitwijzen of de gekochte zaak al dan niet voldoet aan het gebruik waartoe ze door de koper wordt bestemd.
Overeenkomstig artikel 1588 B.W. wordt de koop op proef altijd vermoed te zijn aangegaan onder opschortende voorwaarde. Dit vermoeden is evenwel weerlegbaar en geldt slechts onder voorbehoud van andersluidend beding.
Men kan in principe spreken van een koop op proef onder opschortende voorwaarde, wanneer de koopovereenkomst is aangegaan "onder voorbehoud van bevredigend uitvallende proeven". Vermits deze proef is bedongen in het voordeel van de koper, is het deze laatste die op zijn kosten moet overgaan tot deze proef. Hij moet daartoe overgaan binnen de overeengekomen termijn, of bij gebrek aan tijdsbepaling, binnen een redelijke tijd. Zoniet wordt de opschortende voorwaarde geacht te zijn vervuld. Deze termijn mag, voor de toepassing van deze aanschrijving, nooit de 24 maanden overschrijden.
De vervulling van de voorwaarde door het slagen van de proef brengt de eigendomsoverdracht met zich mee, met terugwerkende kracht tot op de dag van de koopovereenkomst.
Afdeling 2. Zendingen op zicht.
4. De zending op zicht is een zending van goederen waarvoor uitsluitend bij de afzender eenzijdig de wil tot verkopen bestaat met mogelijkheid van aankoop na onderzoek door de geadresseerde.
De zending op zicht is dus niet meer dan een verkoopaanbod. Of de koop doorgaat, hangt louter af van de subjectieve wil van de koper, die vrij beslist of hij het aanbod al dan niet aanvaardt.
De eigendomsoverdracht van de goederen die het voorwerp uitmaken van de zending op zicht vindt bijgevolg slechts plaats na onderzoek en aanvaarding van de voorgestelde koopwaar. Deze aanvaarding moet gebeuren binnen de overeengekomen termijn of, bij gebreke aan overeenkomst, binnen een redelijke termijn die, voor de toepassing van deze aanschrijving, nooit de 24 maanden mag overschrijden.
Het verschil met de verkoop op proef is dat de bestemmeling van de zending op zicht volledig vrij blijft het aanbod al of niet te aanvaarden. Daarentegen kan de koper op proef, na de test, de aanvaarding slechts weigeren indien de zaak, eventueel na deskundigenonderzoek, niet beantwoordt aan objectieve maatstaven met betrekking tot de overeengekomen bestemming.
Afdeling 3. Uitgesloten handelingen.
5. Deze aanschrijving is niet van toepassing op de leurhandel, door een verkoper die de koopwaar aan potentiële klanten aanbiedt en die onmiddellijk levert vanuit een vervoermiddel waarmee hij deze koopwaar heeft vervoerd. Zijn ondermeer bedoeld : "huis-aan-huis"-verkopen, verkopen op markten, enz.
Deze aanschrijving is evenmin van toepassing op verkopen door niet in België gevestigde belastingplichtigen ter gelegenheid van foren, tentoonstellingen en andere manifestaties die in België georganiseerd worden. Deze handelingen zullen, in voorkomend geval, het voorwerp uitmaken van afzonderlijke aanschrijvingen.
HOOFDSTUK II.
REGELING OVEREENKOMSTIG DE BEGINSELEN VAN HET BTW-OVERGANGSSTELSEL
Afdeling 1. De verzending van de koopwaar naar de potentiële koper.
§ 1. Principe : Overbrenging en bestemming van de goederen, gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel.
6. De goederen worden door de verkoper op proef of de verzender op zicht verzonden vanuit een Lid-Staat naar een potentiële koper die gevestigd is in een andere Lid-Staat. Deze handeling maakt in hoofde van de verkoper of de verzender geen levering uit, vermits hij aan de bestemmeling van de zending nog niet de macht overdraagt om als een eigenaar te beschikken over de verzonden goederen (art. 10, § 1, eerste lid, van het Wetboek; art. 5, § 1, van de Zesde Richtlijn). De verzender draagt deze macht slechts over op het ogenblik waarop aan de voorwaarde van "bevredigend uitvallende proeven" voldaan is of waarop de bestemmeling van de zending op zicht het verkoopaanbod aanvaardt.
7. Overeenkomstig de beginselen van de BTW-overgangsregeling maakt deze loutere verzending van de goederen naar de potentiële koper in hoofde van de verzender een overbrenging van goederen uit. Deze wordt in de Lid-Staat van vertrek gelijkgesteld met een levering van goederen onder bezwarende titel. In de Lid-Staat van aankomst van de goederen wordt in dat geval de bestemming van de goederen, gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel (art. 12bis en art. 25quater, § 1, van het Wetboek; art. 28bis, § 5 en 28bis, § 6 van de Zesde Richtlijn). Omdat de bestemming van de goederen gelijkgesteld wordt met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel, moet de verzender zich dan in principe voor BTW-doeleinden laten identificeren in de Lid-Staat waarnaar hij de goederen verzendt.
8. Is België de Lid-Staat van vertrek van de verzending, dan moet de Belgische verzender te lande :
- het stuk opmaken dat de overbrenging vaststelt (art. 2 en art. 5 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992), ten laatste de vijfde werkdag van de maand die volgt op de maand waarin hij de overbrenging heeft verricht;
- de overbrenging opnemen in rooster 46 van zijn periodieke aangifte met betrekking tot het tijdperk waarin de BTW over deze overbrenging opeisbaar is geworden;
- de overbrenging opnemen in de intracommunautaire opgave (art. 53sexies, § 1, van het Wetboek en koninklijk besluit nr. 50 van 29 december 1992) met aanduiding van het BTW-identificatienummer dat hem werd toegekend door de Lid-Staat van aankomst van de goederen en waaronder hij de betrokken intracommunautaire verwerving moet verrichten.
Is België de Lid-Staat van aankomst, dan is de verzender van de goederen ertoe gehouden te lande :
- een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen indien hij niet in België is gevestigd (art. 55 van het Wetboek en art. 1 van het koninklijk besluit nr. 31 van 29 december 1992);
- periodieke aangiften in te dienen, zoals bedoeld in artikel 53, eerste lid, 3°, van het Wetboek, met vermelding van :
- de maatstaf van heffing van de intracommunautaire verwerving van goederen, in de roosters 81 en 86;
- de verschuldigde BTW over deze intracommunautaire verwerving in rooster 55;
- de BTW die overeenkomstig de gewone regels aftrekbaar is, in rooster 59. Om zijn recht op aftrek te kunnen uitoefenen moet de betrokken verzender in ieder geval in het bezit zijn van het stuk dat de overbrenging vaststelt (art. 3, § 1, 6°, van het koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969).
§ 2. Uitzondering : Niet-overbrenging en bestemming van de goederen, niet gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel.
9. Voor de goederen die verzonden worden door een onderneming van één Lid-Staat naar een andere Lid-Staat in het kader van een verkoop op proef of van een verzending op zicht, moet rekening gehouden worden met een uitzondering op het principe dat onder het vorige punt wordt uiteengezet. Artikel 12bis van het Wetboek somt namelijk op limitatieve wijze een aantal handelingen op die niet beschouwd worden als een overbrenging die gelijkgesteld wordt met een levering/intracommunautaire verwerving van goederen.
10. Dit geldt onder meer voor de verzending of het vervoer door een belastingplichtige van een goed van zijn onderneming naar een andere Lid-Staat met het oog op "het tijdelijk gebruik van dat goed voor een periode van ten hoogste 24 maanden op het grondgebied van deze andere Lid-Staat waar de invoer van hetzelfde goed uit een derde land met het oog op tijdelijk gebruik in aanmerking zou komen voor de regeling voor tijdelijke invoer met volledige vrijstelling van invoerrechten" (art. 12bis, tweede lid, 7°, van het Wetboek; art. 28bis, § 5, tweede lid, in fine, van de Zesde Richtlijn).
Artikel 16 van de Basisverordening betreffende de regeling tijdelijke invoer (Verordening EEG nr. 3599/92 dd. 21 december 1992) staat het gebruik van de regeling van "tijdelijke invoer" met volledige vrijstelling van invoerrechten toe, onder meer voor :
- "goederen die worden ingevoerd in het kader van een koopovereenkomst onder voorbehoud van bevredigend uitvallende proeven" (art. 16, § 1, b);
- "zichtzendingen van geconfectioneerde pelterijen, sieraden, tapijten en juwelen, mits zij wegens hun bijzondere kenmerken niet als monsters kunnen worden ingevoerd" (art. 16, § 1, d).
11. Bijgevolg geven de verzendingen van goederen in het kader van een verkoop op proef en de verzendingen op zicht van geconfectioneerde pelterijen, sieraden, tapijten en juwelen, naar een andere Lid-Staat waar ze van de hierboven uiteengezette vrijstelling van invoerrechten zouden kunnen genieten waren ze uit een derde land verzonden, geen aanleiding tot een overbrenging die gelijkgesteld wordt met een levering onder bezwarende titel in de Lid-Staat van vertrek en de bestemming van de goederen wordt niet gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel in de Lid-Staat van aankomst van de verzending.
Deze goederen maken dan het voorwerp uit van een niet-overbrenging, die de Belgische verzender moet inschrijven in zijn register van niet-overbrengingen (art. 23 en 24 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992). Vermits deze bestemming van de goederen niet gelijkgesteld wordt met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel in de Lid-Staat van aankomst van de verzending, moet de verzender zich daar ook niet laten identificeren voor BTW-doeleinden.
De Belgische bestemmeling van zijn kant, moet een stuk opmaken dat de verzending op zicht of op proef ter zijner bestemming vaststelt (art. 7, § 2, lid 1, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992).
Deze regeling geldt voor alle verkopen op proef en voor de hierboven opgesomde (dus niet alle) zendingen op zicht.
Afdeling 2. Overdracht van de eigendom van de goederen.
12. De overdracht van de eigendom van de goederen aan de koper op proef (op het ogenblik dat de opschortende voorwaarde vervuld is) of aan de bestemmeling van de zending op zicht (op het ogenblik dat deze aanvaardt), geeft in principe aanleiding tot een nationale levering in de Lid-Staat van aankomst van de koopwaar.
13. Welke gevolgen kan dit alles hebben in België ?
§ 1. De verzending van de koopwaar maakte aanvankelijk een niet-overbrenging uit.
| A. | België is de Lid-Staat van aankomst. |
Ze vindt plaats op het tijdstip waarop het contract uitwerking heeft (art. 16, § 2, eerste lid, van het Wetboek) :
- voor de verkoop op proef is dit op het ogenblik waarop aan de voorwaarde van "bevredigend uitvallende proeven" is voldaan;
- voor de zending op zicht, het ogenblik waarop de bestemmeling van deze zending, het verkoopaanbod aanvaardt.
Het belastbaar feit vindt plaats en de BTW over deze levering wordt opeisbaar op het tijdstip waarop de levering van het goed plaatsvindt. Onder voorbehoud evenwel van de eventuele subsidiaire oorzaken van verschuldigdheid (art. 17, § 1, van het Wetboek).
15. Ingevolge deze verkoop, is niet meer voldaan aan de voorwaarde van het "tijdelijk gebruik" van art. 12bis, tweede lid, 7°, van het Wetboek. De verzending van de koopwaar naar België kan bijgevolg in de Lid-Staat van vertrek niet langer beschouwd worden als een "niet- overbrenging" : in beginsel wordt deze niet-overbrenging omgevormd tot een overbrenging op het tijdstip waarop niet langer aan de voorwaarde van "tijdelijk gebruik" voldaan is. Op het ogenblik dus van de levering in België.
Dit betekent bijgevolg dat de verzender van de koopwaar op dat ogenblik in de Lid-Staat van vertrek van de goederen een overbrenging verricht die gelijkgesteld wordt met een levering van goederen onder bezwarende titel. In België wordt de bestemming van de goederen gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel (art. 25quater, § 1, van het Wetboek). Vervolgens verricht hij een levering aan de koper op proef of de bestemmeling van de zending op zicht die, zoals hierboven wordt uiteengezet, plaatsvindt in België en waarover in België BTW verschuldigd is.
16. Eén en ander heeft tot gevolg dat de niet in België gevestigde verzender van de goederen in België de volgende verplichtingen moet naleven :
- een aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen (art. 55 van het Wetboek en art. 1 van het koninklijk besluit nr. 31 van 29 december 1992);
- een factuur uitreiken aan de koper met aanrekening van Belgische BTW;
- periodieke aangiften indienen, zoals bedoeld in artikel 53, eerste lid, 3°, van het Wetboek, met vermelding van :
- de maatstaf van heffing van de intracommunautaire verwerving in de roosters 81 en 86 van de periodieke aangifte met betrekking tot het tijdperk waarin de BTW over deze verrichting opeisbaar is geworden; de verschuldigde BTW in rooster 55. In dezelfde aangifte kan deze BTW afgetrokken worden, door opname in rooster 59;
- de maatstaf van heffing van de levering aan de koper op proef of op zicht in de periodieke aangifte met betrekking tot het tijdperk tijdens hetwelk deze levering werd verricht, door inschrijving van het bedrag van deze levering in één van de roosters 00 tot 03; de BTW die verschuldigd is over deze levering in rooster 54.
| B. | België is de Lid-Staat van vertrek. |
De Belgische verzender moet in België :
- een stuk opmaken dat de overbrenging vaststelt (art. 2 en art. 5 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992);
- deze overbrenging opnemen in rooster 46 van zijn periodieke aangifte met betrekking tot het tijdperk waarin de BTW over deze overbrenging opeisbaar is geworden. Dit is het tijdperk tijdens hetwelk hij de levering in de andere Lid-Staat heeft verricht. In dezelfde periodieke aangifte moet hij dit bedrag dat werd opgenomen in rooster 46 annuleren door inschrijving ervan in rooster 49;
- het bedrag van de levering in de Lid-Staat van aankomst opnemen in rooster 47 van hogervermelde periodieke aangifte;
- de overbrenging opnemen in de intracommunautaire opgave (art. 53sexies, § 1, van het Wetboek en koninklijk besluit nr. 50 van 29 december 1992) met aanduiding van het BTW-identificatienummer dat hem werd toegekend door de Lid-Staat van aankomst van de goederen en waaronder hij de betrokken intracommunautaire verwerving moet verrichten;
- een factuur, zonder Belgische BTW in rekening te brengen, opstellen en uitreiken voor de levering die hij verricht in de Lid-Staat van aankomst van de goederen (art. 1 en 5 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992).
§ 2. De verzending van de koopwaar maakte aanvankelijk een overbrenging uit.
| A. | België is de Lid-Staat van aankomst. |
Voor de nationale levering die hij in België verricht aan de in België gevestigde koper op proef of koper op zicht (z. nr. 14), moet hij de gewone formaliteiten inzake BTW vervullen (factuur, aangifte, ...).
| B. | België is de Lid-Staat van vertrek. |
- een factuur opstellen en uitreiken die deze levering vaststelt, zonder Belgische BTW in rekening te brengen (art. 1 en 5 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992);
- het aanvankelijk in rooster 46 (z. nr. 8) van zijn periodieke aangifte opgenomen bedrag annuleren, door inschrijving van dit bedrag in rooster 49 van de periodieke aangifte die betrekking heeft op het tijdperk tijdens hetwelk hij de levering in de andere Lid-Staat heeft verricht;
- het bedrag van deze levering opnemen in rooster 47 van dezelfde periodieke aangifte.
HOOFDSTUK III.
VEREENVOUDIGD STELSEL
20. Om de verplichtingen van de ondernemingen die verkopen op proef of zendingen op zicht verrichten tot een minimum te beperken, heeft de administratie beslist dat deze verrichtingen, ook wanneer niet of niet meer voldaan is aan de voorwaarde van "tijdelijk gebruik" (art. 12bis, tweede lid, 7°, van het Wetboek), in België GEEN aanleiding zullen geven tot een overbrenging (wat betreft de verzendingen vanuit België) en dat de bestemming van de goederen niet gelijkgesteld wordt met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel (wat betreft de verzendingen naar België), als voldaan is aan de voorwaarden die hieronder worden uiteengezet.
Afdeling 1. De verzending van de goederen naar de koper op proef of op zicht in het vereenvoudigd stelsel.
§ 1. Verzending vanuit België naar een andere Lid-Staat.
- Principe en voorwaarden.
21. De verzending of het vervoer van de goederen die het voorwerp uitmaken van een verkoop op proef of een zending op zicht, geeft in België geen aanleiding tot een overbrenging, zelfs niet in de gevallen waarin niet of niet meer voldaan is aan de voorwaarde van "tijdelijk gebruik" (art. 12bis, tweede lid, 7°, van het Wetboek), voor zover :
| 1°) | de Lid-Staat van aankomst, de bestemming van de goederen niet gelijkstelt met een intracommunautaire verwerving van goederen onder bezwarende titel in de zin van artikel 28bis, § 5, b) van de Zesde Richtlijn (opgenomen in art. 25quater, § 1, van het Wetboek); |
| 2°) | de bestemmeling van de goederen in de Lid-Staat van aankomst, gekend is vanaf het ogenblik van de verzending van de goederen. |
- Formaliteiten
22. De Belgische verzender moet deze verzending inschrijven in het register van niet-overbrengingen (art. 23 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992). Naast de gewone vermeldingen (art. 24 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992) moet hij in dit register uitdrukkelijk verwijzen naar deze aanschrijving.
§ 2. De verzending naar België vanuit een andere Lid-Staat.
- Principe en voorwaarden.
23. De bestemming van de goederen die het voorwerp uitmaken van een verkoop op proef of een zending op zicht, ter bestemming van een in België gevestigde potentiële koper, wordt niet gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel in België, voor zover :
| 1°) | de bestemmeling van de goederen in België een belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon is die ertoe gehouden is zijn intracommunautaire verwervingen aan de BTW te onderwerpen; |
| 2°) | de niet in België gevestigde verzender de drempel van 1.500.000 BEF aan leveringen naar België niet overschrijdt tijdens het lopende kalenderjaar of niet heeft overschreden tijdens het vorige kalenderjaar, wanneer de bestemmeling een andere dan de onder 1° genoemde persoon is; |
| 3°) | de bestemmeling van de goederen in België, gekend is vanaf de verzending van de goederen. |
- Formaliteiten.
24. De niet in België gevestigde verzender moet geen aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen in België. Hij moet hier te lande immers geen intracommunautaire verwerving verrichten.
De Belgische bestemmeling (ingeval het een belastingplichtige betreft) moet wél een stuk opmaken dat de verzending op zicht of op proef ter zijner bestemming vaststelt (art. 7, § 2, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992).
Afdeling 2. De overdracht van de eigendom van de goederen in het vereenvoudigd stelsel.
25. De overdracht van de eigendom van de goederen aan de koper op proef doet zich voor op het ogenblik waarop de opschortende voorwaarde vervuld is, met name het ogenblik waarop de koper verklaart dat de proeven bevredigend uitvallen. Wat de zendingen op zicht betreft, is dit op het ogenblik waarop de bestemmeling van deze zending het aanbod aanvaardt.
Opmerking : de regeling die hieronder wordt uiteengezet, geldt slechts voor zover voldaan was aan de voorwaarden waardoor de eerdere verzending van de koopwaar naar de potentiële koper het vereenvoudigd stelsel kon genieten (z. afdeling 1).
§ 1. De goederen werden verzonden vanuit België naar een andere Lid-Staat.
Belangrijke opmerking : het vereenvoudigd stelsel is slechts van toepassing indien, op het ogenblik van de eigendomsoverdracht :
- de Lid-Staat van aankomst van de goederen, de bestemming van deze goederen niet gelijkstelt met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel;
- hogervermelde Lid-Staat deze levering beschouwt als een levering met vervoer die plaatsvindt in België, Lid-Staat van vertrek.
A. De koper is een belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon die hun intracommunautaire verwervingen aan de belasting moeten onderwerpen.
26. De goederen bevinden zich in principe reeds bij de potentiële koper op proef of op zicht. De Belgische verzender wordt geacht op het ogenblik van de eigendomsoverdracht aan de bestemmeling van de zending op proef of op zicht een levering te verrichten, die is vrijgesteld van BTW, indien voldaan is aan de voorwaarden van artikel 39bis, eerste lid, 1° van het Wetboek :
- de afnemer moet in elk geval zijn door een andere Lid-Staat geldig toegekend BTW-identificatienummer medegedeeld hebben aan de Belgische leverancier;
- aan de voorwaarde van het vervoer door de verkoper, door de verwerver of voor hun rekening, wordt geacht voldaan te zijn ingevolge het vervoer van de goederen ter gelegenheid van de verzending op zicht of op proef.
De Belgische leverancier moet aan de afnemer een factuur uitreiken die deze levering vaststelt en die uitdrukkelijk verwijst naar deze aanschrijving. Bovendien moet hij deze levering opnemen, enerzijds in zijn periodieke aangifte met betrekking tot het tijdperk tijdens hetwelk de BTW over deze levering in principe opeisbaar is geworden (rooster 46) en anderzijds in zijn intracommunautaire opgave (art. 53sexies van het Wetboek en koninklijk besluit nr. 50 van 29 december 1992) met betrekking tot het kwartaal tijdens hetwelk de BTW over deze levering in principe opeisbaar is geworden.
In elk geval moet de Belgische verzender zijn register van de niet-overbrengingen aanzuiveren door inschrijving van de vermeldingen voorzien in artikel 24, 10° en 11°, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992.
B. De koper is een belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die hun intracommunautaire verwervingen niet aan de belasting moeten onderwerpen of elke andere niet-belastingplichtige.
27. De Belgische verzender wordt geacht een levering te verrichten aan de bestemmeling van de zending op proef of op zicht. Deze levering is evenwel niet vrijgesteld overeenkomstig art. 39bis, eerste lid, 1°, van het Wetboek.
De levering die de Belgische verzender verricht op het ogenblik van de eigendomsoverdracht aan de koper op zicht of op proef, wordt overeenkomstig het vereenvoudigd stelsel geacht een levering te zijn met vervoer. Overeenkomstig de algemene beginselen inzake de bepaling van de plaats van levering wordt deze levering geacht plaats te vinden daar waar de verzending of het vervoer aanvangt (art. 15, § 2, tweede lid, 1°, van het Wetboek). In casu is dit België. Dit is immers in principe de plaats van waaruit aanvankelijk de verzending op proef of op zicht is vertrokken. De Belgische verzender verricht dan een loutere nationale levering aan de koper op proef of op zicht.
28. In de mate waarin evenwel voldaan is aan de voorwaarden van artikel 15, § 5, van het Wetboek, treedt de regeling van de verkopen op afstand in werking, waardoor de plaats van levering verschoven wordt naar de Lid-Staat van aankomst van de goederen. Dit is de Lid-Staat waarheen de goederen aanvankelijk "op zicht of op proef" verzonden werden. De uiteindelijke levering door de Belgische verzender aan de koper op zicht of op proef is dan in deze Lid-Staat van aankomst belastbaar.
29. Moet de levering door de Belgische belastingplichtige aan de koper op proef of op zicht gekwalificeerd worden als een levering met installatie of montage door de leverancier of voor zijn rekening, dan wordt de plaats waar de installatie of montage verricht wordt aangemerkt als plaats van levering (art. 15, § 2, tweede lid, 2°, van het Wetboek).
In elk geval moet de Belgische verzender zijn register van de niet-overbrengingen aanzuiveren door inschrijving van de vermeldingen van artikel 24, 10° en 11°, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992.
§ 2. De goederen worden verzonden vanuit een andere Lid-Staat naar België.
A. De koper is een belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die hun intracommunautaire verwervingen aan de belasting moeten onderwerpen.
30. De Belgische koper op zicht of op proef, aan wie de koopwaar eerder werd verzonden, verricht op het ogenblik van de overdracht van de eigendom van deze koopwaar een intracommunautaire verwerving van goederen zoals bedoeld in artikel 25bis van het Wetboek. Dit veronderstelt enerzijds dat deze Belgische koper aan zijn leverancier zijn BTW- identificatienummer, dat de letters BE bevat, heeft medegedeeld en anderzijds dat de goederen die het voorwerp uitmaken van de verkoop op zicht of op proef eerder ter zijner bestemming naar België werden verzonden of verstuurd.
Het belastbare feit vindt plaats op het tijdstip waarop de intracommunautaire verwerving plaatsvindt (art. 25septies van het Wetboek).
De belasting wordt opeisbaar op de vijftiende van de maand volgend op deze waarin het belastbaar feit zich heeft voorgedaan. De belasting wordt evenwel opeisbaar op het tijdstip van het uitreiken van de factuur met betrekking tot de levering die aanleiding heeft gegeven tot de verwerving in België (art. 17, § 2, tweede lid, van het Wetboek), wanneer deze factuur aan de afnemer werd uitgereikt vóór de vijftiende van de maand volgend op het belastbaar feit.
31. Op de factuur die hem wordt uitgereikt, verwijst de Belgische koper naar het stuk dat hij eerder heeft opgesteld ter vaststelling van de zending op proef of op zicht te zijner bestemming (z. nr. 24 hierboven; art. 7, § 2, laatste lid, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992).
B. De koper is een belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die hun intracommunautaire verwervingen niet aan de belasting moeten onderwerpen, of elke andere niet-belastingplichtige.
32. In dit geval is het vereenvoudigd stelsel niet van toepassing en geldt bijgevolg de regeling die is uiteengezet onder de nummers 14 tot en met 16 hierboven. Overeenkomstig deze regeling worden de goederen geacht het voorwerp uit te maken van een levering in België, die bijgevolg hier te lande aan de BTW is onderworpen.
HOOFDSTUK IV.
TOEPASSELIJK STELSEL BIJ DE TERUGZENDING VAN DE NIET-VERKOCHTE GOEDEREN.
Afdeling 1. Terugzending naar België vanuit een andere Lid-Staat
33. De Belgische verzender bij wie de goederen terugkeren, heeft geen andere verplichtingen dan in het register van niet-overbrengingen (art. 23 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992), de volgende gegevens te vermelden :
- de datum van terugkeer van de goederen;
- de hoeveelheid en de gebruikelijke benaming van de teruggekeerde goederen, wanneer deze verschillen van die der verzonden of vervoerde goederen;
- de hoeveelheid van de goederen die niet zijn teruggekeerd, alsook de reden van niet terugkeer (art. 24, 8°, 9° en 10°, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992).
Afdeling 2. Terugzending naar een andere Lid-Staat vanuit België.
34. De niet in België gevestigde verzender is in België ontslagen van alle verplichtingen ingevolge de terugzending van de goederen.
De Belgische ontvanger (indien het een belastingplichtige betreft) van de zending op proef of op zicht, moet een stuk opmaken dat de gehele of gedeeltelijke teruggave van de goederen vaststelt (art. 7, § 2, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992).
Namens de Minister :
De Directeur-generaal,
J. DECUYPER
BIJLAGE
Zie documentatie :
Wetteksten en besluiten
| 1. | BTW-Wetboek : |
- art. 12bis;
- art. 15, §§ 1 tot en met 7;
- art. 25ter, §§ 1 tot en met 4;
- art. 25quater, §§ 1 en 2;
- art. 39bis;
- art. 53sexies, §§ 1 en 2;
- art. 55.
| 2. | Koninklijk besluit n° 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde : |
- art. 7, §§ 1 en 2;
- art. 23;
- art. 24.
Bron: FisconetPlus
