Circulaire 2019/C/106 betreffende het Waals decreet van 4 april 2019 inzake successie- en registratierechten

Administratieve commentaar betreffende het Waals decreet van 4 april 2019 betreffende tijdelijke maatregelen na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie zonder overeenkomst– Waals Gewest– Successie- en registratierechten– Tijdelijke fiscale fictiebepaling– Gelijkstelling van het Verenigd Koninkrijk met een lidstaat van de Europese Unie

Lidstaat van de Europese Unie ; Lidstaat van de Europese Economische Ruimte

FOD Financiën, 16.10.2019
Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie

Inhoud

1. Inleiding

2. Doelstelling van de Waalse decreetgever

3. Tijdelijke fiscale fictiebepaling

4. Toepassingsgebied

4.1. Bepalingen inzake successierechten (W.Succ.W.)

4.2. Bepalingen inzake registratierechten (W.Reg.W.)

5. Inwerkingtreding en overgangsbepalingen – mogelijke afwijkingen

1. Inleiding

In het Belgisch Staatsblad van 31 mei 2019 werd het Waals decreet van 4 april 2019 gepubliceerd betreffende tijdelijke maatregelen na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie zonder overeenkomst (hierna: decreet).

In de veronderstelling van een terugtrekking zonder akkoord van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie (“hard Brexit” of Brexit zonder akkoord), stelt het decreet het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland voor sommige fiscale bepalingen gelijk met een lidstaat van de Europese Unie tot 31 december 2020.

Deze circulaire bespreekt de bepalingen van het Wetboek der Registratierechten (W.Reg.W.) en het Wetboek der Successierechten (W.Succ.W.) zoals toepasselijk in het Waals Gewest, die door deze tijdelijke fiscale fictie beoogd worden.

Het decreet treedt in werking op de datum dat het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie verlaat zonder akkoord, en de uitwerking houdt – in principe – op op 31december 2020.

2. Doelstelling van de Waalse decreetgever

Het decreet voert een tijdelijke fiscale fictie in die nodig zou blijken als het Verenigd Koninkrijk daadwerkelijk de Europese Unie zou verlaten zonder akkoord in de zin van artikel 50, § 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU). In deze veronderstelling zou het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland een derde land worden en de betrokken burgers van het Verenigd Koninkrijk zouden geconfronteerd worden met een wijziging van het op hen toepasselijk stelsel krachtens diverse fiscale wetgevingen.

Om de negatieve gevolgen van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie (Brexit) zonder akkoord over het vertrek (hard Bexit) te beperken, heeft de Waalse Regering een overgangsregeling ingevoerd, berustend op de wederkerigheid en in overeenstemming met de overgangsmaatregelen overeengekomen door de federale regering en de federale entiteiten, en dit in uitvoering van een beslissing van het Overlegcomité van 21 januari 2019 (Projet de décret relatif aux mesures temporaires suite au retrait du Royaume-Uni de l’Union européenne sans accord, exposé des motifs, Doc., Parl. w., 2018-2019, n° 1340/1, p. 3).

3. Tijdelijke fiscale fictiebepaling

In verschillende bepalingen van het in het Waals Gewest toepasselijk Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten en het Wetboek der Successierechten wordt verwezen naar een lokalisatiecriterium voor één of meer grensoverschrijdende elementen die bepalend zijn voor de toepassing van tarieven, verminderingen, vrijstellingen enz. Dit lokalisatiecriterium laat een onderscheid in fiscale behandeling toe naargelang deze elementen gesitueerd zijn binnen of buiten de Europese Unie (EU), en derhalve de Europese Economische Ruimte (EER). De EER is een politieke unie die de 28 lidstaten van de EU verenigt (tot heden het Verenigd Koninkrijk inbegrepen) en 3 van de 4 lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA), met name IJsland, Liechtenstein en Noorwegen (dus zonder Zwitserland).

Met het oog op de rechtszekerheid, de eenvoud en de gelijkberechtiging van alle belastingplichtigen is er een algemene tijdelijke fiscale fictiebepaling ingevoerd voor de voormelde wetboeken. Voor de toepassing van de bepalingen van deze wetboeken wordt het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland nog altijd beschouwd als deel uitmakend van de Europese Unie – en dus ook van de EER – tot 31 december 2020. Voor de lopende verrichtingen en voor de bepalingen van de in het Waals Gewest toepasselijke wetboeken (W.Succ. en W.Reg.) blijft het Verenigd Koninkrijk van Groot‑Brittannië en Noord-Ierland gelijkgesteld met een lidstaat, zelfs na de daadwerkelijke uittreding uit de Europese Unie. Bijgevolg blijven de bepalingen van de Waalse fiscale regelgeving die grensoverschrijdende verrichtingen kunnen bevatten tijdelijk integraal van toepassing, met inbegrip van deze die plaatshebben nà de officiële datum van uittreding van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie.

4. Toepassingsgebied

De algemene tijdelijke fiscale fictiebepaling beoogt de volgende Waalse bepalingen inzake successierechten en inzake registratierechten.

4.1. Bepalingen inzake successierechten (W.Succ.W.)

  • Art. 55 (vrijstelling voor legaten aan bepaalde rechtspersonen van publiek recht);
  • Art. 59 en 60 (vermindering voor de legaten aan bepaalde rechtspersonen van publiek recht);
  • Art. 60bis (verlaagd recht van 0% voor de overdracht van een onderneming wanneer de nalatenschap een zakelijk recht omvat op aandelen in een vennootschap waarvan de zetel van werkelijke leiding zich bevindt in een van de lidstaten van de EER en die een industriële, commerciële, ambachtelijke, landbouw- of bosbouwactiviteit uitoefent, een vrij beroep, een ambt of een post, of op een schuldvordering op een voormelde vennootschap);
  • Art. 80 (schorsing van de invordering voor legaten ten behoeve van een rechtspersoon met statutaire zetel, hoofdbestuur of hoofdvestiging op het grondgebied van een lidstaat van de EER, onderworpen aan de machtiging of goedkeuring van de overheid);
  • Art. 94 en 95 (specifieke waarborgen voor sommen verschuldigd door een rechtsopvolger wonende buiten de EER).

4.2. Bepalingen inzake registratierechten (W.Reg.W.)

  • Art. 140, tweede lid (verlaagd tarief voor de schenkingen aan bepaalde gelijkaardige rechtspersonen van publiek recht opgericht volgens en onderworpen aan de wetgeving van een lidstaat van de EER en die hun statutaire zetel, hun hoofdbestuur of hun hoofdvestiging binnen de EER hebben);
  • Art. 140bis (tarief verlaagd tot 0 % voor overdrachten onder kosteloze titel van een zakelijk recht op de aandelen in een vennootschap met zetel van werkelijke leiding in een lidstaat van de EER, middels een tewerkstellingsvoorwaarde of arbeidskrachten tewerkgesteld in de EER, of op schuldvorderingen op een van de voormelde vennootschappen, of op certificaten die betrekking hebben op de voormelde effecten wanneer ze zijn uitgegeven door rechtspersonen die hun zetel hebben in een lidstaat van de EER).

5. Inwerkingtreding en overgangsbepalingen – mogelijke afwijkingen

De tijdelijke fiscale fictiebepaling is toepasselijk:

  • inzake successierechten: op de nalatenschappen opengevallen vanaf de datum waarop het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie verlaat zonder akkoord;
  • inzake registratierecht: op de akten verleden voor een Belgische notaris en/of op de onderhandse akten die ter registratie worden aangeboden, vanaf die datum.

Ze is niet meer toepasselijk na 31 december 2020 (art. 7 decreet).

De Waalse Regering kan een vroegere datum voorzien waarop elke bepaling van het decreet ophoudt van kracht te zijn (art. 6, eerste lid decreet).

De Waalse Regering kan evenwel binnen de zes maanden na de inwerkingtreding van dit decreet, voor wat hoofdstuk 1 betreft - getiteld Fiscaliteit -, elke bepaling ervan wijzigen indien dit noodzakelijk is om zich aan te passen aan de eventuele wijzigingen inzake wederkerigheden of om de belangen van het Waals Gewest te beschermen (art. 6, tweede lid, decreet).

Elk besluit genomen overeenkomstig art. 6, tweede lid, wordt geacht nooit van kracht te zijn geworden, tenzij het binnen zes maanden na de aanneming ervan bij decreet wordt bevestigd (art. 6, derde lid, decreet).