Circulaire 2021/C/108 met commentaar op het vernietigingsarrest van het Grondwettelijk Hof van 10 juni 2021 en de gevolgen daarvan inzake de rolrechten – FAQ

Administratieve commentaren op het vernietigingsarrest van 10 juni 2021 en op zijn gevolgen – Rolrecht – Recht op teruggave voor bepaalde rechtzoekenden – Bezwaar bij foutieve inning

Griffierecht ; rolrecht ; vernietigingsarrest ; teruggave van het reeds betaalde recht ; bezwaar bij foutieve inning

FOD Financiën, 15.12.2021
Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie

Inhoudstabel

1. Inleiding tot het wetgevend kader

2. Belangrijkste wijzigingen aan het rolrecht

2.1. Vereenvoudiging en verhoging van het tarief (art. 2, wet van 2018)

2.2. Regeling van de opeisbaarheid van het recht (art. 3, wet van 2018)

3. Vernietigingsarrest van het Grondwettelijk Hof van 10 juni 2021

4. Gevolgen van het vernietigingsarrest van 10 juni 2021

5. Uitvoeringsmodaliteiten van het recht op teruggave

5.1. Rechtzoekenden getroffen door het vernietigingsarrest

5.2. In te dienen verzoek

5.3. Bij te voegen documenten

5.4. Bevoegd kantoor Rechtszekerheid en te respecteren vormschrift

5.5. Termijn om het verzoek tot teruggave in te dienen

6. Administratief beroep/bezwaar bij een foutief verzonden betalingsbericht

6.1. Foutief verzonden betalingsbericht na het vernietigingsarrest

6.2. In te dienen bezwaar

6.3. Bij te voegen documenten

6.4. Bevoegd kantoor Rechtszekerheid en te respecteren vormvoorschrift

6.5. Termijn om het bezwaar in te dienen – Geen enkele wettelijke termijn

BIJLAGE 1 : lijst van de bevoegde kantoren Rechtszekerheid

BIJLAGE 2 : lijst van de bevoegde Teams Invordering

FAQ

1. Wat is het rolrecht?

2. Heeft de wet van 2018 tot wijziging van de griffierechten de rolrechten verhoogd?

3. Wat besliste het Grondwettelijk Hof in zijn arrest van 10 juni 2021?

4. Is de vernietiging volledig ? Heeft het arrest betrekking op alle procedures?

5. Heeft het vernietigingsarrest betrekking op alle rechtzoekenden?

6. Wat zijn de gevolgen van de uitspraak voor de betrokken rechtzoekenden?

7. Hoe kan men de TERUGGAVE van het reeds betaalde recht verkrijgen?

8. Waar moet men het verzoek tot teruggave indienen?

9. Hoe kan men het verzoek tot teruggave indienen?

10. Wat moet het verzoek tot teruggave inhouden?

11. Wat moet men bij het verzoek tot teruggave voegen?

12. Binnen welke termijn moet men het verzoek tot teruggave indienen?

13. In welk geval kan men een BEZWAAR indienen?

14. Waar moet men het bezwaar indienen?

15. Hoe kan men een bezwaar indienen?

16. Wat moet het bezwaar bevatten?

17. Wat moet er bij het bezwaar worden gevoegd?

18. Binnen welke termijn moet men het bezwaar indienen?

1. Inleiding tot het wetgevend kader

Deze circulaire becommentarieert een arrest van het Grondwettelijk Hof van 10 juni 2021 en zijn gevolgen. Dit arrest nr. 84/2021 (www.const-court.be) vernietigt de artikelen 2 en 3 van de wet van 14 oktober 2018 tot wijziging van het Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten (hierna, W. Reg.) met het oog op de hervorming van de griffierechten (hierna, wet van 2018) voor bepaalde rechtzoekenden.

De wet van 2018 beoogt de bepalingen van het W. Reg. inzake de rolrechten aan te passen, het algemeen tarief te verhogen, het verminderd tarief en de voorwaarden verbonden aan de geldwaarde van de eis en het aantal eisers af te schaffen, het enig recht inzake gerechtelijke reorganisatie af te schaffen, de opeisbaarheid van het recht te wijzigen en het regime van de vrijstellingen te herzien. De wet van 2018 is van toepassing op zaken die vanaf 1 februari2019 zijn ingeschreven of opnieuw werden ingeschreven.

2. Belangrijkste wijzigingen aan het rolrecht

2.1. Vereenvoudiging en verhoging van het tarief (art. 2, wet van 2018)

Artikel 2 van de wet van 2018 heeft één eenvormig algemeen tarief behouden en heeft één éénvormig algemeen tarief ingevoerd, in plaats van vier voorheen. Zij wijzigde het algemeen tarief voor de burgerlijke rechtsplegingen door de evenredige rolrechten op de waarde van het geschil en op het aantal eisers af te schaffen. Zij schafte ook de pro fisco-verklaring af die de waarde van het geschil aangaf en die door elke eiser moest worden ingevuld. De wet schafte het verminderde tarief af dat van toepassing was op bepaalde procedures voor de vredegerechten en de voormalige rechtbanken van koophandel. De wet heeft de tarieven verhoogd voor de burgerlijke rechtsplegingen, afhankelijk van het type en het niveau van jurisdictie (onder voorbehoud van de toepasselijke vrijstellingen), als volgt:

EENVORMIG TARIEF

VERHOGING

Vredegerechten – Politierechtbanken

€ 50

25% tot 66,6%

Rechtbanken van eerste aanleg – Ondernemingsrechtbanken

€ 165

65% tot 450%

Hoven van beroep

€ 400

90,5%

Hof van Cassatie

€ 650

73,3%

2.2. Regeling van de opeisbaarheid van het recht (art. 3, wet van 2018)

Artikel 3 van de wet van 2018 heeft de opeisbaarheid van het rolrecht op twee fronten gewijzigd:

  • het recht is niet langer verschuldigd bij de inleiding van de zaak, maar aan het einde van de procedure, wanneer de rechterlijke beslissing tot veroordeling wordt uitgesproken;
  • het recht wordt niet betaald door de eiser, maar door de veroordeelde partij(en) of, in geval van doorhalen of weglaten van de zaak, door de partij die de zaak op de rol heeft doen inschrijven.

Het komt toe aan de rechter om in zijn eindbeslissing de belastingsplichtige van het rolrecht en het aandeel van elk van hen in de betaling van dit recht aan te duiden (bv. 1/2 ten laste van A en 1/2 ten laste van B).

3. Vernietigingsarrest van het Grondwettelijk Hof van 10 juni 2021

De wet van 2018 maakt het voorwerp uit van een beroep tot nietigverklaring wegens schending van het algemene beginsel van het recht op toegang tot een rechter. In een arrest van 10 juni 2021 stelde het Grondwettelijk Hof vooreerst dat « Het recht op toegang tot de rechter een algemeen rechtsbeginsel is dat aan eenieder moet worden gewaarborgd (...). Het vormt een wezenlijk aspect van het recht op een eerlijk proces en is fundamenteel in een rechtsstaat » (B.5.1).

Maar, voegt het Hof eraan toe, dit recht kan worden onderworpen aan financiële beperkingen op voorwaarde dat ze« geen afbreuk doen aan de essentie zelf van dat recht » en dat ze « redelijk evenredig zijn aan het gewettigde doel dat zij nastreven » (B.5.2). De wet van 2018 streeft echter wettige doelstellingen na die vallen onder het algemeen belang (B.7).

De verhogingen van de rolrechten (zie tabel in nr. 2.1 hierboven) « hebben tot gevolg dat de kosten van een gerechtelijke procedure aanzienlijk verhogen » (B.9). Er moet« rekening worden gehouden met de totale financiële last die verbonden is aan het instellen van een gerechtelijke procedure, in het bijzonder voor de personen wier bestaansmiddelen de inkomensgrens om de volledige of gedeeltelijke kosteloosheid van juridische tweedelijnsrechtsbijstand en rechtsbijstand te genieten, amper te boven gaat » (B.11). De kostprijs verbonden aan de uitoefening van het recht op toegang tot de rechter kan voor deze rechtzoekenden een overdreven last vormen (B.12.2).

Evenwel, sinds haar inwerkingtreding (1 september 2020) heeft de wet van 31 juli 2020 (B.S., 6 augustus 2020) echter de plafonds voor de toegang tot de juridische tweedelijnsbijstand en de rechtsbijstand met € 200 verhoogd en ook voorzien in bijkomende verhogingen van € 100 op 1september van elk jaar tot 2023. Vanaf 1 september 2024 worden de plafonds jaarlijks geïndexeerd. De wet voorziet in een aantal nieuwe criteria voor de berekening van bestaansmiddelen. Bijgevolg zou « het aantal personen dat nu aanspraak kan maken op deze bijstand in de eerste fase stijgen van 1.520.000 tot 2.136.000 (B.13).

En het Hof vernietigt de artikelen 2 en 3 van de wet van 14 oktober 2018 « voor zover dezevan toepassing zijn op rechtzoekenden wier zaak tussen 1 februari 2019 en 31 augustus 2020 op de rol is ingeschreven, die uiterlijk op 31 augustus 2020 zijn veroordeeld tot betaling van de rolrechten, en van wie de bestaansmiddelen lager zijn dan de krachtens artikelen 3 en 4 van de wet van 31 juli 2020 vastgestelde plafonds om juridische tweedelijnsrechtsbijstand en rechtsbijstand te genieten (...) maar hoger dan de plafonds die van toepassing waren vóór de inwerkingtreding van deze bepalingen (1 september 2020) ».

4. Gevolgen van het vernietigingsarrest van 10 juni 2021

Enerzijds is en blijft het eenvormige tarief dat van kracht is sinds 1 februari 2019 van toepassing.

Anderzijds doet het becommentariëerde arrest een recht ontstaan om een teruggave te vragen van de rolrechten die reeds door de door de beslissing getroffen rechtzoekenden werden betaald, en om een bezwaar in te dienen in geval van foutieve verzending van een foutief betalingsbericht na het vernietigingsarrest.

Het personeel van de griffie kan niet proactief personen identificeren die kunnen genieten van een terugbetaling of een bezwaar kunnen indienen. Een dergelijke identificatie is technisch onmogelijk omdat de griffiers over geen enkel element beschikken om de bestaansmiddelen van rechtzoekenden vast te stellen. Bovendien wordt de boekhouding van de griffies elke maand afgesloten.

In overeenstemming met het beginsel van behoorlijk bestuur heeft de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie (AAPD) een circulaire opgesteld om aan de rechtzoekenden die mogelijks getroffen zijn door het vernietigingsarrest, de rechten dat het doet ontstaan in hoofde van deze rechtzoekenden uit te leggen en de te ondernemen stappen om hun rechten te doen gelden.

5. Uitvoeringsmodaliteiten van het recht op teruggave

5.1. Rechtzoekenden getroffen door het vernietigingsarrest

Alleen bepaalde rechtzoekenden zijn getroffen door het vernietigingsarrest.

Zijn ALLEEN getroffen, de rechtzoekenden:

  • waarvan de zaak op de rol is ingeschreven tussen 01.02.2019 en 31.08.2020,
  • veroordeeld om de rolrechten te betalen uiterlijk op 31.08.2020,
  • waarvan de netto-inkomens LAGER zijn dan de vastgestelde inkomensplafonds (art. 508/13/1 en 508/13/2, Ger. W.) om toegang te krijgen tot kosteloze rechtsbijstand:

1 °/ Persoon die volledige kosteloosheid geniet:

= Alleenstaande persoon: Maandelijks netto-inkomen tot € 1.226

= Alleenstaande persoon met iemand ten laste OF

Samenwonende met zijn echtgenoot OF

iedere andere persoon met wie hij een feitelijk gezin vormt

Maandelijks netto gezinsinkomen € 1.517.

2°/ Persoon die gedeeltelijke kosteloosheid geniet:

= Alleenstaande persoon: Maandelijks netto-inkomen tot € 1.517

= Alleenstaande persoon met iemand ten laste OF

Samenwonende met zijn echtgenoot OF

iedere andere persoon met wie hij een feitelijk gezin vormt

Maandelijks netto gezinsinkomen tussen € 1.517 en € 1.807.

  • waarvan de netto-inkomens HOGER zijn dan de toegepaste plafonds vóór 01.09.2020 (vroeger art. 508/13, § 2, Ger. W.):

1°/ Persoon die volledige kosteloosheid geniet:

= Alleenstaande persoon: Maandelijks netto-inkomen € 1.026

= Alleenstaande persoon met iemand ten laste OF

Samenwonende met zijn echtgenoot OF

iedere andere persoon met wie hij een feitelijk gezin vormt

Maandelijks netto gezinsinkomen € 1.317.

2°/ Persoon die gedeeltelijke kosteloosheid geniet:

= Alleenstaande persoon: Maandelijks netto-inkomen tot € 1.317

= Alleenstaande persoon met iemand ten laste OF

Samenwonende met zijn echtgenoot OF

iedere andere persoon met wie hij een feitelijk gezin vormt

Maandelijks netto gezinsinkomen tussen € 1.317 en € 1.607.

Om het inkomen te bepalen wordt rekening gehouden met de lasten die voortvloeien uit een buitengewone schuldenlast, alsook met elk ander bestaansmiddel, met name beroepsinkomsten, inkomsten uit onroerende en roerende goederen en diverse inkomsten, kapitalen, voordelen, en tekenen en indiciën waaruit een hogere levensstandaard blijkt dan de aangegeven bestaansmiddelen, met uitzondering van de kinderbijslag en de enige en eigen woning.

Per persoon ten laste dient ook 20% van het leefloon afgetrokken te worden, namelijk € 259,19 (vóór 01.09.2020: 15%, hetzij € 194,39).

De rechtzoekenden op wie het vernietigingsarrest gedeeltelijk betrekking heeft, zijn dus degenen wier netto maandinkomen boven de drempels van 2019 en onder de drempels van 2020 lagen, namelijk:

  • voor een alleenstaande persoon, tussen € 1.317 en € 1.517 ;
  • voor een gezin, tussen € 1.607 en € 1.807 (+ € 194,39 per persoon ten laste).

Worden GEACHT getroffen te zijn door het arrest, tenzij het tegendeel wordt bewezen:

de begunstigde van bedragen die zijn betaald als leefloon of als sociale bijstand, op vertoon van de geldige beslissing van het betrokken Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn;

2° de begunstigde van bedragen die als inkomensgarantie voor ouderen worden betaald, op vertoon van het jaarlijkse attest van de Rijksdienst voor Pensioenen;

de begunstigde van inkomensvervangende tegemoetkoming voor gehandicapten, op vertoon van de beslissing van de minister van Sociale Zekerheid of van de gedelegeerde ambtenaar;

de persoon met een kind ten laste die gewaarborgde gezinsbijslagen geniet, op vertoon van het attest van het regionale orgaan van de kinderbijslagen;

5° de sociale huurder die in het Vlaamse en Brusselse Hoofdstedelijk Gewest een huur betaalt die gelijk is aan de helft van de basishuur of, die in het Waals Gewest, een minimumhuur betaalt, op vertoon van het laatste huurberekeningsblad;

de persoon in hechtenis, op vertoon van bewijsstukken met betrekking tot de status van gedetineerde;

de verdachte tegen wie een aanhoudingsbevel is uitgevaardigd met het oog op de onmiddellijke verschijning voor de strafrechtbank;

de geesteszieken bedoeld in de wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke, op vertoon van de bewijsstukken;

de vreemdeling, voor de indiening van een aanvraag voor een verblijfsvergunning of een administratief of gerechtelijk beroep tegen een beslissing genomen krachtens de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, op vertoon van bewijsstukken;

10° de asielzoeker of de persoon die een verzoek om de status van ontheemde indient, op vertoon van bewijsstukken;

11° de persoon met een te grote schuldenlast, na overlegging van een verklaring van zijn kant dat om tweedelijnsrechtsbijstand wordt verzocht met het oog op de invoering van een procedure voor de collectieve schuldregeling.

De minderjarige is AUTOMATISCH getroffen door het arrest, op vertoon van de identiteitskaart of enig ander document waaruit zijn staat blijkt.

5.2. In te dienen verzoek

In geval van foutieve inning, kan er door een rechtstitel teruggave zijn van het teveel betaalde. De administratieve procedure tot teruggave heeft de voorkeur voor de AAPD.

Het komt toe aan de rechtzoekenden die mogelijks door het vernietigingsarrest van 10 juni 2021 getroffen zijn, al dan niet geholpen door de bureaus voor rechtsbijstand, om zelf de bewijselementen en stavingstukken te verzamelen en een verzoek tot teruggave in te dienen bij het bevoegde kantoor. Geen enkele teruggave van het rolrecht kan automatisch gebeuren. Een verzoek tot teruggave moet steeds worden ingediend door de betrokken rechtzoekende.

5.3. Bij te voegen documenten

De aanvrager moet bij het verzoek tot teruggave volgende stukken bijvoegen:

  • de inkomsten (laatste aanslagbiljet);
  • de datum van inschrijving op de rol (document van de griffie);
  • kopie van het vonnis/arrest waarin wordt veroordeeld tot betaling van het rolrecht;
  • de effectieve betaling van het rolrecht (bankuittreksel).

5.4. Bevoegd kantoor Rechtszekerheid en te respecteren vormvoorschrift

Het verzoek tot teruggave moet ingediend worden bij het kantoor Rechtszekerheid in wiens rechtsgebied zich de zetel bevindt van de rechtbank of van het hof die de veroordeling heeft uitgesproken (zie lijst kantoren in bijlage 1).

Een aangetekende brief laat toe om makkelijk de verzending en datum van ontvangst te bewijzen.

Een gewone brief is toegestaan op voorwaarde neergelegd te worden op het bevoegde kantoor, op een werkdag tussen 9u en 12u (op afspraak), middels overhandiging van een ontvangstbewijs.

Het verzoek moet de volgende zaken vermelden:

  • onderwerp : teruggave van het betaalde recht volgend op het vernietigingsarrest van 10 juni 2021;
  • naam en voorna(a)m(en) van de rechtzoekende (bv. DEVOS Jan);
  • datum van betaling van het rolrecht (bv. 05.06.2020);
  • Terug te betalen bedrag (bv. € 165);
  • IBAN code van de begunstigde (bv. BE10 9876 5432 1010).

5.5. Termijn om het verzoek tot teruggave in te dienen

Voor de rolrechten ten onrechte geïnd tot 10 juni 2021, dient het verzoek om teruggave ingediend te worden binnen een termijn van 2 jaar te rekenen vanaf de dag dat de vordering is ontstaan, te weten de datum van het arrest van het Grondwettelijk Hof, hetzij tot maandag 12 juni 2023 om middernacht (de termijn is berekend van de zoveelste tot de dag voor de zoveelste en verlengd tot de volgende werkdag indien de laatste dag van de termijn een feestdag is, hier een zaterdag). Elk verzoek ingediend na deze datum zal als onontvankelijk beschouwd worden en zal niet behandeld kunnen worden.

Voor de rolrechten betaald na 10 juni 2021, moet het verzoek tot teruggave ingediend worden binnen de 2 jaar te rekenen vanaf de datum van betaling.

6. Administratief beroep/bezwaar bij een foutief verzonden betalingsbericht

6.1. Foutief verzonden betalingsbericht na het vernietigingsarrest

Het is mogelijk dat na het arrest van 10 juni 2021 bepaalde betalingsberichten van het rolrecht foutief verzonden werden naar rechtzoekenden die getroffen zijn door het arrest.

6.2. In te dienen bezwaar

De betrokken rechtzoekende moet dan een administratief beroep indienen, onder de vorm van een schriftelijk bezwaar.

6.3. Bij te voegen documenten

De rechtzoekende moet bij zijn bezwaar de volgende stavingsstukken voegen:

  • de inkomsten (laatste aanslagbiljet);
  • de datum van inschrijving op de rol (document van de griffie);
  • kopie van het vonnis/arrest waarin wordt veroordeeld tot betaling van het recht (+ eventuele boete);
  • kopie van het betalingsbericht (recht + eventuele boete van 50%).

6.4. Bevoegd kantoor Rechtszekerheid en te respecteren vormvoorschrift

Het geschreven bezwaar moet ingediend worden bij het kantoor Rechtszekerheid in wiens rechtsgebied zich de zetel bevindt van de rechtbank of van het hof die de veroordeling heeft uitgesproken (zie lijst van kantoren hernomen in bijlage 1).

Een aangetekende brief laat toe om makkelijk de verzending en datum van ontvangst te bewijzen.

Een gewone brief is toegestaan op voorwaarde neergelegd te worden op het bevoegde kantoor, op een werkdag tussen 9u en 12u (op afspraak), middels overhandiging van een ontvangstbewijs.

Het bezwaar dient de volgende zaken te vermelden:

  • onderwerp : foutieve inning volgend op het vernietigingsarrest van 10 juni 2021
  • naam en voorna(a)m(en) van de rechtzoekende (bv. DEVOS Jan);
  • datum van verzending van het betalingsbericht (bv. 05.09.2021);
  • door de AAII opgevraagde bedragen (bv. € 165);
  • betrokken griffie (bv. Rechtbank eerste aanleg Leuven)

Onverwijld, dient het bevoegde kantoor van Rechtszekerheid (RZ) het bevoegde Team Invordering van de AAII te informeren (zie lijst van kantoren hernomen in bijlage 2) zodat deze laatste de code invordering wijzigt (« bezwaar »).

Vervolgens, dient het kantoor RZ het bezwaar te behandelen.

Eens het bezwaar als gegrond wordt beschouwd, informeert het gezegde kantoor RZ:

  • de betrokken Griffie teneinde de informatie in het dossier van de procedure te klasseren (« annulering invordering »);
  • het Team Centrale rekening van de AAII teneinde de schuld op nul te zetten (« annulering krediet »).

Tenslotte, indien het bezwaar wordt beschouwd als ongegrond (afwijzing), moet het kantoor RZ aan Team Invordering vragen om de code « bezwaar » te verwijderen.

6.5. Termijn om het bezwaar in te dienen – Geen enkele wettelijke termijn

Aangezien het om een niet-georganiseerd of informeel administratief beroep gaat, is er geen enkele wettelijke termijn om een bezwaar in te dienen tegen een verzoek tot betaling van niet verschuldigde rolrechten.

In de praktijk, heeft de rechtzoekende er alleszins baat bij om zo snel mogelijk een dergelijk bezwaar in te dienen, aangezien, bij gebrek hieraan, de procedure tot inning en invordering van deze rolrechten voortgezet zal worden.

FAQ

Rolrechten

Opvolging van het vernietigingsarrest van het Grondwettelijk Hof van 10 juni 2021

1.Wat is het rolrecht?

Het rolrecht is een federale belasting. Het is een belasting die wordt geheven wanneer een partij een gerechtelijke procedure verliest.

2.Heeft de wet van 2018 tot wijziging van de griffierechten de rolrechten verhoogd?

De wet van oktober 2018 heeft de rolrechten sterk verhoogd. Dit recht is gegaan:

  • voor de vredegerechten en de politierechtbanken: van 20, 31 of 40 EUR tot 50 EUR (+ 25% tot 66,6%);
  • voor de rechtbanken van eerste aanleg en de ondernemingsrechtbanken : van 30, 60 of 100 EUR tot 165 EUR (+ 65% tot 450%);
  • voor de hoven van beroep : van 210 EUR tot 450 EUR (+ 90,5%);
  • voor het Hof van Cassatie : van 375 EUR tot 650 EUR (+ 73,3%).

3.Wat besliste het Grondwettelijk Hof in zijn arrest van 10 juni 2021?

In zijn arrest nr. 84/2021 vernietigde het Hof gedeeltelijk deze wet uit 2018 die de rolrechten verhoogde. Het Hof heeft immers geoordeeld dat de gerechtskosten meer dan 220% van het gemiddelde maandelijkse gezinsinkomen kunnen vertegenwoordigen. Voor een alleenstaande persoon die, in 2019, net onder de drempel zat om beroep te doen op een pro deo advocaat, komt dit neer op ongeveer 300% (4.393,5 EUR / 1.317 EUR = 333,6% van het maandinkomen).

4.Is de vernietiging volledig ? Heeft het arrest betrekking op alle procedures?

Nee, de vernietiging is gedeeltelijk. De wet van 2018 die de rolrechten verhoogde, wordt slechts vernietigd voor bepaalde procedures, namelijk die welke aanhangig zijn gemaakt tussen 1 februari 2019 en 31 augustus 2020 en die afgesloten waren op 31 augustus 2020.

5.Heeft het vernietigingssarrest betrekking op alle rechtzoekenden?

Nee, het arrest heeft alleen betrekking op bepaalde rechtzoekenden. Het betreft enkel de rechtzoekenden waarvan de inkomens tussen de oude en de nieuwe plafonds voor rechtsbijstand liggen. De rechtsbijstand laat toe om te genieten van de gehele of gedeeltelijke kosteloosheid van de diensten van een pro deo advocaat.

De getroffen rechtzoekenden zijn degenen van wie de netto maandinkomens boven de drempels van 2019 en onder de drempels van 2020 lagen, namelijk:

  • voor een alleenstaande : tussen 1.317 EUR en 1.517 EUR;
  • voor een gezin : tussen EUR 1.607 en EUR 1.807 (+ EUR 194,39 per persoon ten laste).

Een wet van juli 2020 (van kracht op 1 september 2020) verhoogde deze plafonds met 200 euro.

De betrokken rechtzoekenden moeten uiterlijk op 31 augustus 2020 veroordeeld geweest zijn tot betaling van de rolrechten.

6.Wat zijn de gevolgen van de uitspraak voor de betrokken rechtzoekenden?

Het vernietigingsarrest geeft aanleiding tot een recht op teruggave voor de betrokken rechtzoekenden die hun rolrecht al hebben betaald.

Het opent ook een recht op bezwaar voor de betrokken rechtzoekenden die na 10 juni 2021 (datum van het arrest) een foutief betalingsbericht hebben ontvangen.

7.Hoe kan men de TERUGGAVE van het reeds betaalde recht verkrijgen?

De betrokken rechtzoekende die het rolrecht al heeft betaald, moet een verzoek tot teruggave van het recht indienen. Er is geen automatische teruggave.

De betrokken rechtzoekende moet dus zelf zijn verzoek tot teruggave indienen.

8.Waar moet men het verzoek tot teruggave indienen?

De betrokken rechtzoekende moet een verzoek tot teruggave van het recht indienen bij het kantoor Rechtszekerheid in wiens rechtsgebied zich de zetel bevindt van de rechtbank of van het hof die de veroordeling tot betaling van het rolrecht heeft uitgesproken.

De lijst van bevoegde kantoren vindt u hier.

9.Hoe kan men het verzoek tot teruggave indienen?

De betrokken rechtzoekende kan zijn verzoek tot teruggave indienen:

  • hetzij per aangetekende brief;
  • hetzij per gewone brief, neer te leggen op het bevoegde kantoor, op een werkdag (in de week) tussen 9 uur en 12 uur (op afspraak), middels overhandiging van een ontvangstbewijs.

10.Wat moet het verzoek tot teruggave inhouden?

De betrokken rechtzoekende moet vermelden:

  • het onderwerp: de teruggave van het betaalde recht volgend op het vernietigingsarrest van 10 juni 2021;
  • zijn naam en voornamen (bv. DEVOS Jean);
  • de datum van betaling van het rolrecht (bv. 5 juni 2020);
  • het terug te betalen bedrag (bv. 165 EUR);
  • zijn bankrekening (BE gevolgd door 14 cijfers).

11.Wat moet men bij het verzoek tot teruggave voegen?

De betrokken rechtzoekende dient bij zijn verzoek tot teruggave de volgende stukken te voegen:

  • het bewijs van inkomen (laatste aanslagbiljet);
  • de datum van inschrijving op de rol (document van de griffie);
  • de uitspraak die veroordeeld tot de betaling van het rolrecht (kopie van het vonnis/arrest);
  • het bewijs van betaling (bankafschrift).

12.Binnen welke termijn moet men het verzoek tot teruggave indienen?

De betrokken rechtzoekende moet zijn verzoek tot teruggave binnen twee jaar indienen:

  • vanaf het vernietigingsarrest in geval van betaling TOT 10 juni 2021, d.w.z. uiterlijk op maandag 12 juni 2023 om middernacht;
  • vanaf de datum van betaling, indien het recht NA 10 juni 2021 werd betaald.

13.In welk geval kan men een BEZWAAR indienen?

De betrokken rechtzoekende, die, per vergissing, een betalingsbericht van het rolrecht heeft ontvangen na het vernietigingsarrest, kan een administratief beroep instellen in de vorm van een schriftelijk bezwaar.

De betrokken rechtzoekende moet zijn bezwaar dus zelf schriftelijk indienen.

De betrokken rechtzoekende moet een bezwaar indienen bij het kantoor Rechtszekerheid in wiens rechtsgebied zich de zetel bevindt van de rechtbank of van het hof die de veroordeling tot betaling van het rolrecht heeft uitgesproken.

De lijst van de bevoegde kantoren vindt u hier.

14.Waar moet men het bezwaar indienen?

De betrokken rechtzoekende moet een bezwaar indienen bij het kantoor Rechtszekerheid in wiens rechtsgebied zich de zetel bevindt van de rechtbank of van het hof die de veroordeling tot betaling van het rolrecht heeft uitgesproken.

De lijst van de bevoegde kantoren vindt u hier.

15.Hoe kan men een bezwaar indienen?

De betrokken rechtzoekende kan een bezwaar indienen:

  • hetzij per aangetekende brief;
  • hetzij per gewone brief, neer te leggen op het bevoegde kantoor, op een werkdag (in de week) tussen 9 uur en 12 uur (op afspraak), middels overhandiging van een ontvangstbewijs.

16.Wat moet het bezwaar bevatten?

De betrokken rechtzoekende moet vermelden:

  • het onderwerp: de foutieve inning volgend op het vernietigingsarrest van 10 juni 2021;
  • zijn voor- en achternaam (bv. DEVOS Jean);
  • de datum van verzending van het betalingsbericht (bv. 5 augustus 2021);
  • het door de fiscus opgevraagde bedrag (bv. 165 EUR);
  • de betrokken griffie (bv. burgerlijke griffie – rechtbank van eerste aanleg van Leuven).

17.Wat moet er bij het bezwaar worden gevoegd?

De betrokken rechtzoekende moet bij zijn bezwaar het volgende voegen:

  • het bewijs van inkomen (laatste aanslagbiljet);
  • de datum van inschrijving op de rol (zie het register);
  • de uitspraak waarbij veroordeeld wordt tot betaling van het rolrecht (kopie van het vonnis/arrest);
  • een kopie van het betalingsbericht (recht + eventuele boete).

18.Binnen welke termijn moet men het bezwaar indienen?

De betrokken rechtzoekende kan ten allen tijde zijn bezwaar indienen. Er is geen enkele wettelijke termijn voor het indienen van een bezwaar (omdat het een niet-georganiseerd rechtsmiddel is) tegen een foutief verzoek tot betaling van het rolrecht.

De rechtzoekende heeft er echter alle belang bij om zijn klacht zo spoedig mogelijk in te dienen, want bij gebreke daarvan zal de innings- en invorderingsprocedure worden voortgezet en zal ook een boete van 50% worden gevorderd.