Aanschrijving nr. 10 dd. 11.09.1987

AANSCHRIJVING 87/010

Aanschrijving nr. 10 dd. 11.09.1987


Deze aanschrijving werd gewijzigd door aanschrijving nr. 25 dd. 11.12.1990.
Auto
Automobiel
Wagen
Personenauto
Auto voor dubbel gebruik
Minibus
Lichte vrachtwagen
Tarief


Ingevolge de herziening van de tarieven op 1 april 1992 (K.B. van 17 maart 1992 in werking getreden op 1 april 1992) is deze aanschrijving niet meer van toepassing. In deze aanschrijving wordt echter een classificatie gemaakt van de verschillende soorten motorvoertuigen. Aldus is deze aanschrijving onmisbaar bij de toepassing van artikel 45, §2 van het B.T.W.-Wetboek.

Tarieven. Classificatie van de diverse types van motorvoertuigen: Personenauto's, auto's voor dubbel gebruik, minibussen en lichte vrachtwagens.

Voorafgaande opmerkingen.

1. Overeenkomstig rubriek 1, nummer 1, van tabel C van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven, zijn automobielen voor personenvervoer langs de weg, daaronder begrepen de voertuigen die zowel voor personenvervoer als voor goederenvervoer kunnen dienen, doch met uitzondering van : a) voertuigen met zitplaats voor meer dan acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen; b) voertuigen die speciaal zijn ingericht voor het vervoer van zieken, gewonden of gevangenen, of voor lijkenvervoer; c) automobielen bedoeld in rubriek XXII van tabel A (1), onderworpen aan het BTW-tarief van 25 pct.

1) De uitzondering bedoeld onder c) heeft betrekking op de gunstregeling voorzien onder wel bepaalde voorwaarden, ten voordele van bepaalde categorieën van invaliden en gehandicapten die een automobiel voor hun persoonlijk vervoer gebruiken. In dit verband wordt verwezen naar aanschrijving nr 2 van 30 januari 1984 (z. Revue nr. 62 blz 277) die met de inschrijving van de voertuigen belast is, van "personenauto's, auto's voor dubbel gebruik en minibussen, zoals die voertuigen worden omschreven door de reglementering met betrekking tot de inschrijving van motorvoertuigen" ingevolge artikel 2, eerste lid, 1°, a, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, onderworpen aan de inschrijvingstaks.

Afgezien van motorfietsen, die geen verband houden met de problematiek waarop onderhavige aanschrijving betrekking heeft, is anderzijds iedere inschrijving in het repertorium van de dienst

2. Het zijn nu juist de personenauto's, de auto's voor dubbel gebruik en de minibussen die, met de bewoordingen overgenomen onder het nummer 1, eerste lid, hierboven, worden beoogd door bovengenoemd nummer 1 van rubriek I van tabel C van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970.

Wat de lichte vrachtwagens en, a fortiori, de vrachtwagens betreft, is de levering (of invoer) van deze voertuigen onderworpen aan het normale BTW-tarief, terwijl de inschrijvingstaks in geen enkele onderstelling van toepassing is met betrekking tot deze goederen.

3. De wezenlijke probleemstelling ingevolge dit verschil in belastingregeling is het onderscheid tussen "personenauto's, auto's voor dubbel gebruik en minibussen" enerzijds, en "lichte vrachtwagens" anderzijds.

Deze probleemstelling wordt momenteel geregeld door verschillende aanschrijvingen, naargelang het voertuig uitgerust is met één aandrijvend wielstel (2 x 4) of met twee aandrijvende wielstellen (4 x 4). De criteria voor het maken van het nodige onderscheid worden uiteengezet, voor het 1ste geval, in de aanschrijving nr. 5 van 10 februari 1978 (2) en, voor het 2de geval, in de aanschrijvingen nrs. 5 van 2 mei 1980 (3) en 8 van 5 augustus 1980 (4).

(2) Z. Revue nr. 34, blz. 262. (3) Z. Revue nr. 45, blz. 263. (4) Z. Revue nr. 46, blz. 349.

Onderwerp van de aanschrijving.

4. Door de evolutie op het stuk van de conceptie en inrichting van motorvoertuigen, is een herziening nodig van de regels die het mogelijk maken een onderscheid te maken tussen personenauto's, auto's voor dubbel gebruik en minibussen enerzijds, en lichte vrachtwagens anderzijds.

Nieuwe criteria ter differentiatie werden derhalve uitgewerkt. Deze criteria zijn geldig voor de BTW, de inschrijvingstaks, de verkeersbelasting en voor het Ministerie van Verkeerswezen- Bestuur van het Vervoer (goedkeuring van de voertuigtypes en inschrijving), en zijn zowel van toepassing op de voertuigen die slechts één aandrijvend wielstel hebben als op deze die uitgerust zijn met twee aandrijvende wielstellen.

1. Uiteenzetting van de nieuwe criteria.

A. Algemeen principe.

5. De nieuwe criteria beogen in feite een betere omschrijving van het begrip "lichte vrachtwagen".

6. Onder deze term wordt voortaan verstaan "elke auto met een hoogste toegelaten gewicht van niet meer dan 3.500 kg, gebouwd of definitief omgevormd voor het vervoer van goederen en essentieel voor dit doel bestemd". Onder voorbehoud van de bijzondere bijkomende voorwaarden hierna bepaald onder nr. 10, kan een voertuig slechts aan deze omschrijving beantwoorden wanneer op zijn minst de volgende voorwaarden vervuld zijn :

1° het voertuig is uitgerust met ten hoogste één rij zetels vooraan of één zitbank vooraan;

2° het voertuig heeft een niet wegneembare vlakke laadvloer voor goederen, één geheel vormend met het voertuig door middel van laswerk, rivetten, bouten met afbrekende kop of een ander procédé met gelijkwaardig resultaat en met een lengte die in principe niet kleiner mag zijn dan de helft van de wielbasis;

3° de mogelijkheid tot het plaatsen van zetels en veiligheidsgordels in de laadruimte is onbestaande, hetgeen inhoudt dat op het laadvlak geen verankerings-, aanhechtings- of bevestigingspunten voor zetels, zitbanken en veiligheidsgordels aanwezig zijn;

4° wanneer het koetswerk is afgeleid van een model dat zal worden goedgekeurd in de categorie van de personenauto's of auto's voor dubbel gebruik, dient een stevig en niet wegneembaar tussenschot (gebeurlijk in de vorm van een stevig traliewerk) de rij zetels vooraan of de zitbank vooraan volledig af te scheiden van de ruimte bestemd voor de goederen en dit tot op een hoogte van minstens 20 cm; in de andere gevallen dient de bescherming van de inzittenden van het voertuig tegen het in beweging komen van de lading verzekerd te zijn door afdoende middelen.

De lengte van het laadvlak moet gemeten worden vanaf het tussenschot (of vanaf het vervangend beschermingsmiddel) tot aan de achterste binnenwand van het voertuig op een hoogte van 20 cm boven de vloer.

7. Indien het voertuig oorspronkelijk niet aan voormelde criteria voldoet, kan het slechts als lichte vrachtwagen worden aangemerkt indien - en vanaf het ogenblik waarop- het derwijze definitief omgevormd is dat het voortaan voldoet aan de hierboven uiteengezette voorwaarden; dit betekent dat de verankeringspunten achteraan definitief werden verwijderd of geneutraliseerd (z. nr. 6, 3°).

8. Het feit dat het voertuig in de laadruimte uitgerust is met zijruiten vormt overigens op zich geen beletsel om het te kunnen aanmerken als lichte vrachtwagen.

B. Bijzondere gevallen.

Voertuigen uitgerust met bijkomende, al dan niet neerklapbare zetels of zitbanken die geplaatst zijn tegen de zijwanden.

9. Behalve in het bijzondere geval van voertuigen met dubbele cabine (z. nummer 10 hierna) is het aanmerken van een voertuig als lichte vrachtwagen inzonderheid afhankelijk van de voorwaarde dat het voertuig uitgerust is met hoogstens één rij zetels vooraan of één zitbank vooraan. De aanwezigheid van één of meer bijkomende zetels of van één of meer bijkomende zitbanken, zelfs wanneer ze geplaatst zijn tegen de al dan niet van ruiten voorziene zijwanden van het voertuig, vormt dus een beletsel om het voertuig als lichte vrachtwagen aan te merken, zelfs wanneer deze bijkomende zetels of zitbanken slechts dienen voor het vervoer van werklui en opklapbaar zijn.

Een dergelijk voertuig is bijgevolg, wat de BTW betreft, onderworpen aan het tarief van 25 pct. en valt, wat de inschrijvingstaks betreft, binnen de werkingssfeer van deze taks.

Voertuigen met dubbele cabine.

10. In afwijking van de regel dat het voertuig met slechts één rij zetels vooraan of één zitbank vooraan mag uitgerust zijn, wordt aanvaard, voor zover welteverstaan de verschillende voorwaarden uiteengezet onder nr. 6 hierboven (met uitzondering van deze vermeld onder 1° en 4° van het eerste lid van dit nr. 6) zijn vervuld, dat de voertuigen met zogenaamde "dubbele cabine" kunnen worden aangemerkt als lichte vrachtwagen wanneer ze aan de volgende bijkomende voorwaarden voldoen :

1° de bestuurdersruimte bestaat van bij de bouw of assemblage in een stevige en afgesloten constructie, volledig onafhankelijk van de ruimte bestemd voor de goederen;

2° deze constructie mag uitgerust zijn met slechts twee rijen zetels of met twee zitbanken, geplaatst in de rijrichting.

In geen enkele onderstelling kan de hoedanigheid van "voertuigen met dubbele cabine" worden toegekend aan personenauto's en auto's voor dubbel gebruik; deze hoedanigheid is slechts voorbehouden voor bepaalde voertuigen waarvan het gewicht in de buurt komt van het maximum van 3.500 kg en waarvan de structuur deze van vrachtwagens benadert.

II. Geleidelijke inwerkingtreding van de nieuwe regeling.

A. Principe. Inwerkingtreding van de nieuwe regeling op 1 januari 1988.

11. Uiterlijk vanaf 1 januari 1988 zal het Bestuur van het Vervoer op grond van de criteria uiteengezet onder I :

- processen-verbaal van goedkeuring van de reeks 4.000 uitreiken voor de personenauto's, auto's voor dubbel gebruik en minibussen, die, wat de BTW betreft, onderworpen zijn aan het tarief van 25 pct. (voor de personenauto's, in voorkomend geval, verhoogd met de aanvullende weeldetaks van 8 pct.) en die, wat de inschrijvingstaks betreft, binnen de werkingssfeer van deze taks vallen;

- processen-verbaal van goedkeuring van de reeks 1.000 uitreiken voor de lichte vrachtwagens, die onderworpen zijn aan het normale BTW-tarief van 19 pct., en die buiten de werkingssfeer van de inschrijvingstaks blijven.

12. Voor de nieuwe voertuigen waarvan de levering of invoer zich voordoet vanaf 1 januari 1988, datum waarop dit nieuwe stelsel in werking treedt, wordt bijgevolg het BTW-tarief en het al dan niet van toepassing zijn van de inschrijvingstaks bepaald, zowel voor de leveringen of invoeren als nieuwe voertuigen als voor hun latere leveringen of invoeren als tweedehandse voertuigen, volgens de nieuwe criteria en in principe rekening houdend met de aard van het proces-verbaal van goedkeuring uitgereikt door het Bestuur van het Vervoer.

13. Daarentegen zullen de nieuwe criteria nooit volledig van toepassing zijn voor de voertuigen waarvan de levering of invoer als nieuw voertuig heeft plaatsgehad vóór 1 januari 1988. Dit betekent nochtans niet dat de hoedanigheid van deze voertuigen volledig geregeld blijft door de vroegere criteria, tot het definitief uit het verkeer nemen van deze voertuigen (z. in dit verband de nrs. 14 tot 18 en de punten III en IV).

B. Invoering van een overgangsregeling vanaf 1 oktober 1987.

Algemene regeling van toepassing op de andere voertuigen dan deze bedoeld in de nrs. 9 en 10.

14. Vanaf 1 oktober 1987 zal een eerste stap in de richting van de nieuwe regeling worden gezet door het in werking treden, zowel voor de voertuigen met één als met twee aandrijvende wielstellen, van tussencriteria tussen de vroegere en de nieuwe regeling.

15. Kenmerkend voor deze tussencriteria is het feit dat de hoedanigheid van "lichte vrachtwagen" slechts wordt toegekend de voertuigen voorzien van een P.V.G. van de reeks 1.000, die bovendien gelijktijdig aan de volgende twee voorwaarden voldoen :

1° het voertuig mag uitgerust zijn met slechts één rij zetels, vooraan, of één zitbank, vooraan, (hetgeen de aanwezigheid uitsluit van eender welke zetel of zitbank achteraan);

2° in het voertuig mag achteraan, op de plaats van de vlakke laadvloer, geen enkel aanhechtingspunt voor zetels of zitbanken aanwezig zijn (bijgevolg moeten, indien er dergelijke aanhechtingspunten waren, deze hetzij verwijderd, hetzij definitief geneutraliseerd zijn).

16. Deze tussencriteria zijn van toepassing :

1° voor iedere levering of iedere invoer van een nieuw voertuig verricht tussen 1 oktober 1987 en 31 december 1987;

2° voor iedere levering of invoer in gebruikte staat en voor iedere inschrijving volgend op een overdracht in gebruikte staat door een niet-belastingplichtige, verricht vanaf 1 oktober 1987 (en zelfs na 31 december 1987), van een voertuig waarvan de levering in zijn nieuwe staat aan een gebruiker in België of in het buitenland of de invoer in zijn nieuwe staat door een gebruiker plaatsheeft voor 1 oktober 1987 of tijdens de onder 1° bedoelde periode.

17. Voor de voertuigen waarop de voorwaarden gesteld onder nr. 15 van toepassing zijn en die een inschrijving als lichte vrachtwagen zouden bekomen terwijl ze niet eens aan het geheel van deze voorwaarden voldoen, zal op initiatief van het schouwingsorganisme der automobielinspectie -- waar het voertuig ter schouwing moet worden aangeboden onmiddellijk na zijn nieuwe inschrijving -- en, bijgevolg, door tussenkomst van het Bestuur van het Vervoer, de inschrijving als "lichte vrachtwagen" gewijzigd worden in deze van "personenauto", "auto voor dubbel gebruik" of "minibus", indien de titularis der inschrijving zich niet schikt naar de noodzakelijke aanpassingen. Indien hij dit nalaat zal een regularisatie op het vlak van de heffing van de BTW of de inschrijvingstaks moeten gebeuren (z. nrs. 23 en 24).

Bijzondere regeling toepasselijk op de voertuigen bedoeld onder nr. 9.

18. De vroegere criteria blijven daarentegen, tot 31 december 1987, de hoedanigheid regelen der voertuigen uitgerust met zetels of zitbanken die evenwijdig met de zijwanden werden geplaatst (z. nr. 9).

Wat de leveringen, invoeren en de inschrijvingen volgend opeen overdracht door een niet-belastingplichtige betreft, verricht vanaf 1 januari 1988 en betrekking hebbend op een tweedehands voertuig dat hier is bedoeld, kan de hoedanigheid van lichte vrachtwagen slechts behouden blijven indien het voertuig voortaan voldoet aan de tussencriteria (z. nrs. 15 en 17).

Regeling toepasselijk op de voertuigen bedoeld onder nr. 10. 19. Het geval der voertuigen met dubbele cabine, die voldoen aan de voorwaarden omschreven onder het nr. 10, hierboven, levert geen moeilijkheden op, aangezien deze voertuigen aan het normale BTW-tarief onderworpen waren en blijven.

C. Leveringen, invoeren en inschrijvingen, verricht vóór 1 oktober 1987.

20. Al de leveringen, invoeren en de inschrijvingen, volgend op een overdracht door een niet-belastingplichtige die vóór 1 oktober 1987 worden verricht, worden in principe geregeld op grond van de vroegere criteria (z. nr. 3).

Wat de door te voeren regularisaties betreft, in geval van foutieve toepassing der vroegere criteria, wordt er verwezen naar de punten III en IV, hierna.

III. Eventuele regularisaties van de heffing van de belasting.

21. Er kunnen zich regularisatieproblemen voordoen inzake de heffing van de belasting voor de leveringen, invoeren of inschrijvingen die onder de vroegere criteria vallen of onder de tussencriteria.

A. Leveringen, invoeren of inschrijvingen verricht voor 1 oktober 1987

22. Telkens wanneer blijkt dat een voertuig vóór 1 oktober 1987, voor de heffing van de BTW of inschrijvingstaks ten onrechte werd aangemerkt als lichte vrachtwagen rekening houdend met de vorige aanschrijvingen, is de administratie gerechtigd de oorspronkelijke heffing te regulariseren, ook al werd het voertuig door het Bestuur van het Vervoer als lichte vrachtwagen ingeschreven.

B. Leveringen, invoeren of inschrijvingen van voertuigen welke onder de overgangscriteria vallen.

23. In het geval beoogd in nr. 17 zal de regularisatie van de heffing, op het vlak van de rechten, betrekking hebben op de invordering van, naargelang het geval, de aanvullende BTW welke overeenstemt met het tariefverschil en/of de betaling van de inschrijvingstaks.

24. Wanneer de BTW oorspronkelijk, terecht geheven werd tegen het normale tarief in de plaats van tegen het tarief van 25 pct. (verhoogd in voorkomend geval met de aanvullende weeldetaks) wordt bij toegeving evenwel aanvaard dat de inschrijvingstaks niet gevorderd wordt in de gevallen beoogd in artikel 7, § 1, 1°, 3° en 4°, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen.

IV. Beperking van het recht op aftrek van de BTW voorzien door artikel 45, § 2, van het Wetboek.

25. De beperking van het recht op aftrek van de BTW krachtens artikel 45, § 2, van het Wetboek, is van toepassing zowel bij de levering of invoer als bij het latere gebruik van de voertuigen, nieuw of tweedehands, die op het ogenblik van de levering ervan aan een belastingplichtige gebruiker of op het ogenblik van de invoer ervan door een belastingplichtige gebruiker, dienen aangemerkt te worden als personenauto's, auto's voor dubbel gebruik of minibussen, rekening houdend met de op dat ogenblik van toepassing zijnde criteria. Wanneer bijgevolg een voertuig ten onrechte werd verkregen of ingevoerd onder de regeling van lichte vrachtwagen, terwijl het in werkelijkheid een personenauto, auto voor dubbel gebruik of een minibus betrof, dient, na regularisatie van de heffing over de verkrijging of invoer (z. punt III hierboven), ingevolge de toepassing van bovengenoemd artikel 45, § 2, een herziening te gebeuren van de volledige aftrek van de BTW, oorspronkelijk verricht bij de verkrijging of invoer en van de aftrek van de BTW geheven van de kosten met betrekking tot het gebruik van het voertuig.

26. Deze beperking blijft behouden zelfs wanneer de voertuigen van deze soort later omgevormd worden tot lichte vrachtwagen, met dien verstande evenwel dat de BTW - verschuldigd tegen het normaal tarief bij toepassing van artikel 38, § 3, van het Wetboek - geheven over de omvormingskosten en over de daaropvolgende kosten met betrekking tot het gebruik van het aldus omgevormd voertuig, niet meer onderhevig is aan de beperking van het recht op aftrek voorzien in voormeld artikel 45, § 2.

27. Evenzo brengt de latere omvorming van een voertuig dat oorspronkelijk terecht werd aangemerkt als lichte vrachtwagen, tot personenauto, auto voor dubbel gebruik of minibus, geen herziening met zich van de, principieel volledige, aftrek verricht bij de levering of invoer van dit voertuig, maar de beperking van het recht op aftrek slaat wel op de BTW geheven over de omvormingskosten -- onderworpen aan het tarief van 25 pct. bij toepassing van artikel 38, § 3, van het Wetboek -- en over de kosten met betrekking tot het gebruik van het omgevormde voertuig. Dienaangaande is het duidelijk dat een wijziging van inschrijving, namelijk als personenauto, auto voor dubbel gebruik of minibus het vermoeden doet rijzen dat een dergelijke omvorming heeft plaatsgehad, ongeacht of de wijziging van inschrijving op verzoek van de eigenaar heeft plaatsgehad of door de tussenkomst van het Bestuur van het Vervoer.

Intrekking van de vroegere aanschrijvingen.

28. Voormelde aanschrijvingen nrs. 5 van 10 februari 1978, 5 van 2 mei en 8 van 5 augustus 1980, worden opgeheven naarmate de nieuwe regeling, zoals uiteengezet onder de nrs. 11 tot 20 hierboven, geleidelijk in werking treedt.