Circulaire nr. Ci.RH.871/435.967 dd. 14.11.1991
CIRC 14.11.91/2
Circulaire nr. Ci.RH.871/435.967 dd. 14.11.1991
Bull. nr. 712
BEDRIJFSVOORHEFFING
Aangifte in de BV
Betalingstermijn van de BV
Nalatigheidsinterest inzake BV
Sociaal secretariaat voor werkgevers
I. INLEIDING
Aangifte en betaling van de B.V.
Nalatigheidsinterest
Art. 303 en 305, W.I.B., tekst na wijziging door de wet van 20.7.1991 houdende begrotingsbepalingen
Art. 303, W.I.B. (1)
De roerende voorheffing is betaalbaar binnen de vijftien dagen na de toekenning of de betaalbaarstelling van de belastbare inkomsten.
De bedrijfsvoorheffing is betaalbaar binnen de vijftien dagen na het verstrijken van de maand waarin de inkomsten werden betaald of toegekend.
In afwijking van het tweede lid is de bedrijfsvoorheffing betreffende de inkomsten die zijn betaald of toegekend gedurende de eerste 15 dagen van december, uiterlijk op 24 december betaalbaar wanneer de schuldenaar van die inkomsten voor het vorige jaar meer dan 100 miljoen frank bedrijfsvoorheffing verschuldigd was.
Art. 305, W.I.B. (2)
# 1. Bij wanbetaling binnen de in de artikelen 303 en 304 gestelde termijnen, brengen de verschuldigde sommen ten bate van de Schatkist, voor de duur van het verwijl, een interest op die is vastgesteld op 0,8 % per kalendermaand.
De Koning kan, wanneer zulks ingevolge de op de geldmarkt toegepaste rentevoeten verantwoord is, dit tarief aanpassen.
Die interest wordt voor elke aanslag berekend op de nog verschuldigde som, afgerond op het lagere duizendtal; de vervalmaand wordt niet medegerekend, doch de maand waarin de betaling geschiedt wordt voor een volle maand geteld.
_________________
(1) Aangevuld met het 3de lid (art. 36 van de W. 20.7.1991).
(2) Gewijzigd ingevolge de vervanging van # 1, 4e lid (art. 37 van de W. 20.7.1991).
Wanneer de bedrijfsvoorheffing evenwel niet binnen de in artikel 303, tweede en derde lid, gestelde termijnen wordt betaald, is daarenboven voor de vervalmaand respectievelijk een interest voor een halve maand en voor een zesde van een maand verschuldigd.
De nalatigheidsinterest is niet verschuldigd wanneer hij geen 100 frank bedraagt of wanneer de berekeningsgrondslag ervan lager is dan 5.000 frank.
# 2. Geschiedt de kennisgeving van de in artikel 276 bedoelde beslissing niet binnen achttien maanden na de indiening van het bezwaarschrift, dan is de in # 1 bedoelde nalatigheidsinterest niet verschuldigd voor het gedeelte van de aanslag dat hoger is dan het overeenkomstig artikel 301 vastgestelde bedrag, gedurende het tijdperk dat begint op de eerste van de maand welke volgt op die waarin die termijn van achttien maanden verstrijkt, en afloopt op het einde van de maand waarin van de beslissing van de directeur kennis wordt gegeven.
Circulaire nr. Ci.RH.871/435.967 dd. 14.11.1991
Bull. nr. 712
BEDRIJFSVOORHEFFING
Aangifte in de BV
Betalingstermijn van de BV
Nalatigheidsinterest inzake BV
Sociaal secretariaat voor werkgevers
I. INLEIDING
1. Art. 36 en 37, W. 20.7.1991 houdende begrotingsbepalingen (V. 2122 - B. 709), wijzigen resp. art. 303 en 305, W.I.B.II. DRAAGWIJDTE VAN DE WIJZIGINGEN
De bijgewerkte tekst van beide laatstvermelde artikelen is opgenomen als bijlage.
2. De nieuwe bepalingen zijn voor de eerste maal van toepassing op de in december 1991 betaalde of toegekende inkomsten.
Aangifte en betaling van de B.V.
3. Overeenkomstig art. 36, W. 20.7.1991 is de B.V. op de inkomsten die gedurende de eerste 15 dagen van december zijn betaald of toegekend, voortaan uiterlijk op 24 december te betalen door elke schuldenaar van zulke inkomsten die over het voorafgaande jaar meer dan 100 miljoen F B.V. verschuldigd was.Er zijn geen bijzondere vereisten voor de aangifte 274. Het is voldoende dat duidelijk wordt vermeld dat zij betrekking heeft op de periode van 1 tot 15 december.
4. Deze nieuwe verplichting kent geen enkele uitzondering en geldt dus ook voor werkgevers die bij een sociaal secretariaat zijn aangesloten.
5. De termen "betaald" of "toegekend" moeten in de gebruikelijke zin worden uitgelegd. Ter zake wordt verwezen naar Com.I.B. 183/2 en 183/3. De verkrijger moet de inkomsten dus onmiddellijk kunnen incasseren.
6. Gelet op de algemeenheid van de in de wet gebruikte termen valt elk, gedurende de eerste 15 dagen van de maand december betaald of toegekend belastbaar inkomen dat aan de B.V. is onderworpen onder de toepassing van de nieuwe bepaling (bijv. een voorschot op het loon van de maand december).
7. Anderzijds is een eventueel in november vooruit betaald loon met betrekking tot de maand december niet door de maatregel getroffen indien de verkrijger de inkomsten reeds in november kan incasseren. In dit geval zijn voor de betaling van de B.V. de gewone regels van toepassing.
8. De verschuldigde B.V. moet uiterlijk op 24 december bij de bevoegde Ontv. worden gestort. Ter zake zijn de bepalingen van art. 186, K.B./W.I.B., zoals gewijzigd bij K.B. 5.11.1990, B.S. 9.11.1990 (V. 2067 - B. 701), van toepassing.
9. Ook art. 116 K.B./W.I.B. is van toepassing, zodat elke betaling van B.V. gepaard moet gaan met een behoorlijk ingevulde en ondertekende aangifte 274, die insgelijks ten laatste op 24 december in handen van de Ontv. moet zijn.
Nalatigheidsinterest
10. Uit de tekst van art. 305, # 1, 1e en 4e lid, W.I.B. volgt dat, in de gevallen beoogd in art. 303, 3e lid, W.I.B., de nalatigheidsinterest voor te late betaling als volgt wordt berekend :III. SLOTBEMERKINGEN
(gegevens betreffende een werkgever die in 1990 meer dan 100.000.000 F B.V. verschuldigd was : B.V. op inkomsten van de eerste 15 dagen van december 1991 : 8.000.000 F; B.V. verschuldigd voor de gehele maand december : 15.000.000 F)
1ste geval :
betaling B.V. op 29.12.1991 : 8.000.000 F betaling B.V. op 10.1.1992 : 7.000.000 F
verschuldigde N.I. :
2de geval :
- voor december 1991 : 8.000 x 8 x 1/6 = 10.667 F
betaling B.V. op 7.1.1992 : 15.000.000 F
verschuldigde N.I. :
- voor december 1991 : 8.000 x 8 x 1/6 = 10.667 F
3de geval :
- voor januari 1992 : 8.000 x 8 x 1 = 64.000 F 74.667 F
betaling B.V. ( 1 - 15.12) op 29.1.1992 : 8.000.000 F betaling B.V. (16 - 31.12) op 27.3.1992 : 7.000.000 F
betaling van 29.1.1992 :
verschuldigde N.I.
Het betaalde bedrag wordt als volgt aangezuiverd :
- voor december 1991 : 8.000 x 8 x 1/6 = 10.667 F
- voor januari 1992 : 8.000 x 8 x 1 = 64.000 F 74.667 F
N.I. 74.667 F en hoofdsom B.V. : 7.925.333 F.Het saldo B.V. (74.667 F) is te vorderen en bij gebrek aan betaling in te kohieren.
betaling van 27.3.1992 :
verschuldigde N.I.
Het betaalde bedrag wordt als volgt aangezuiverd :
- voor januari 1992 : 7.000 x 8 x 1/2 = 28.000 F
- voor februari en maart 1992 : 7.000 x 8 x 2 = 112.000 F 140.000 F
N.I. 140.000 F en hoofdsom B.V. : 6.860.000 F.
Het saldo B.V. (140.000 F) is in te vorderen en bij gebrek aan betaling in te kohieren.
11. Alle schuldenaars van B.V. die voor het jaar 1990 aangiften 274 voor een gezamenlijk bedrag van meer dan 100 miljoen F hebben ingediend, zijn door het hoofdbestuur van de nieuwe maatregel in kennis gesteld.Bijlage
12. Aan de Vereniging voor erkende sociale secretariaten voor werkgevers is een afschrift van deze circulaire toegezonden.
13. De bepalingen van circ. 28.9.1990, Ci.RH.871/ 407.416, met betrekking tot de verplichting voor de sociale secretariaten de B.V. over de maand november vr 25 december te storten, blijven onverkort van kracht.
Voor de Directeur-generaal :
De Adviseur,
R. VERSLUYS.
Art. 303 en 305, W.I.B., tekst na wijziging door de wet van 20.7.1991 houdende begrotingsbepalingen
Art. 303, W.I.B. (1)
De roerende voorheffing is betaalbaar binnen de vijftien dagen na de toekenning of de betaalbaarstelling van de belastbare inkomsten.
De bedrijfsvoorheffing is betaalbaar binnen de vijftien dagen na het verstrijken van de maand waarin de inkomsten werden betaald of toegekend.
In afwijking van het tweede lid is de bedrijfsvoorheffing betreffende de inkomsten die zijn betaald of toegekend gedurende de eerste 15 dagen van december, uiterlijk op 24 december betaalbaar wanneer de schuldenaar van die inkomsten voor het vorige jaar meer dan 100 miljoen frank bedrijfsvoorheffing verschuldigd was.
Art. 305, W.I.B. (2)
# 1. Bij wanbetaling binnen de in de artikelen 303 en 304 gestelde termijnen, brengen de verschuldigde sommen ten bate van de Schatkist, voor de duur van het verwijl, een interest op die is vastgesteld op 0,8 % per kalendermaand.
De Koning kan, wanneer zulks ingevolge de op de geldmarkt toegepaste rentevoeten verantwoord is, dit tarief aanpassen.
Die interest wordt voor elke aanslag berekend op de nog verschuldigde som, afgerond op het lagere duizendtal; de vervalmaand wordt niet medegerekend, doch de maand waarin de betaling geschiedt wordt voor een volle maand geteld.
_________________
(1) Aangevuld met het 3de lid (art. 36 van de W. 20.7.1991).
(2) Gewijzigd ingevolge de vervanging van # 1, 4e lid (art. 37 van de W. 20.7.1991).
Wanneer de bedrijfsvoorheffing evenwel niet binnen de in artikel 303, tweede en derde lid, gestelde termijnen wordt betaald, is daarenboven voor de vervalmaand respectievelijk een interest voor een halve maand en voor een zesde van een maand verschuldigd.
De nalatigheidsinterest is niet verschuldigd wanneer hij geen 100 frank bedraagt of wanneer de berekeningsgrondslag ervan lager is dan 5.000 frank.
# 2. Geschiedt de kennisgeving van de in artikel 276 bedoelde beslissing niet binnen achttien maanden na de indiening van het bezwaarschrift, dan is de in # 1 bedoelde nalatigheidsinterest niet verschuldigd voor het gedeelte van de aanslag dat hoger is dan het overeenkomstig artikel 301 vastgestelde bedrag, gedurende het tijdperk dat begint op de eerste van de maand welke volgt op die waarin die termijn van achttien maanden verstrijkt, en afloopt op het einde van de maand waarin van de beslissing van de directeur kennis wordt gegeven.
Bron: FisconetPlus
