Circulaire nr. Ci.RH.421/452.264 dd. 16.09.1993
CIRC 16.09.93/1
Circulaire nr. Ci.RH.421/452.264 dd. 16.09.1993
Bull. nr. 732, pag. 3047
ELEKTRICITEITSPRODUCENT
Belastbare grondslag
Bijzondere aanslag
FISCALE, FINANCIELE EN DIVERSE BEPALINGEN 1992
Elektriciteitsproducent
Commentaar op de art. 33 en 38, § 1, W 28.12.1992 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen m.b.t. de forfaitaire belasting van de elektriciteitsproducenten.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1 en 2.
I. WETTELIJKE BEPALINGEN
1.
Krachtens de art. 33 en 38, § 1, W 28.12.1992 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen (V 2212 - Bull. 725), worden, met ingang van het aj. 1994, in art. 35, § 1, W 28.12.1990 betreffende verscheidene fiscale en niet-fiscale bepalingen (V 2073 - Bull. 702) de woorden "gelijk aan 8,5 %" vervangen door de woorden "gelijk aan 11,5 %".
Voormeld art. 35, § 1, luidt derhalve als volgt (de gewijzigde tekst is onderstreept) :
"Ten aanzien van de elektriciteitsproducenten wordt een bijzondere aanslag vastgesteld. Die aanslag wordt berekend tegen een aanslagvoet van 39 %. De belastbare grondslag is gelijk aan 11,5 % van het verschil tussen enerzijds, de inkomsten, exclusief belasting over de toegevoegde waarde, uit de verkoop van elektriciteit aan de eindverbruikers van de distributie en anderzijds de kostprijs van de brandstof gebruikt om de aan die eindverbruikers verkochte elektriciteit te produceren."
II. DRAAGWIJDTE
2.
Luidens de art. 34 tot 39 en 41, W 28.12.1990 zijn elektriciteitsproducenten een forfaitaire belasting verschuldigd. De commentaar op deze bepalingen werd verstrekt bij circ. 25.8.1992 nr. Ci.RH.421/436.706 (Bull. 720).
In nr. 7 van de voormelde circ. wordt uiteengezet hoe de grondslag van die bijzondere aanslag moet worden berekend.
3.
Ingevolge de hogervermelde wetswijziging is die grondslag voortaan gelijk aan 11,5 % (i.p.v. 8,5 %) van het (ongewijzigd gebleven) verschil tussen :
Voor het overige blijven de bepalingen van de voormelde circ. ongewijzigd van toepassing (1).
III. INWERKINGTREDING
4.
De voormelde maatregel is van toepassing met ingang van het aj. 1994.
Bovendien is, luidens het tweede lid van hoger vermeld art. 38, § 1 elke wijziging die vanaf 4.8.1992 aan de datum van de afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, ter zake zonder uitwerking.
Circulaire nr. Ci.RH.421/452.264 dd. 16.09.1993
Bull. nr. 732, pag. 3047
ELEKTRICITEITSPRODUCENT
Belastbare grondslag
Bijzondere aanslag
FISCALE, FINANCIELE EN DIVERSE BEPALINGEN 1992
Elektriciteitsproducent
Commentaar op de art. 33 en 38, § 1, W 28.12.1992 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen m.b.t. de forfaitaire belasting van de elektriciteitsproducenten.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1 en 2.
I. WETTELIJKE BEPALINGEN
1.
Krachtens de art. 33 en 38, § 1, W 28.12.1992 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen (V 2212 - Bull. 725), worden, met ingang van het aj. 1994, in art. 35, § 1, W 28.12.1990 betreffende verscheidene fiscale en niet-fiscale bepalingen (V 2073 - Bull. 702) de woorden "gelijk aan 8,5 %" vervangen door de woorden "gelijk aan 11,5 %".
Voormeld art. 35, § 1, luidt derhalve als volgt (de gewijzigde tekst is onderstreept) :
"Ten aanzien van de elektriciteitsproducenten wordt een bijzondere aanslag vastgesteld. Die aanslag wordt berekend tegen een aanslagvoet van 39 %. De belastbare grondslag is gelijk aan 11,5 % van het verschil tussen enerzijds, de inkomsten, exclusief belasting over de toegevoegde waarde, uit de verkoop van elektriciteit aan de eindverbruikers van de distributie en anderzijds de kostprijs van de brandstof gebruikt om de aan die eindverbruikers verkochte elektriciteit te produceren."
II. DRAAGWIJDTE
2.
Luidens de art. 34 tot 39 en 41, W 28.12.1990 zijn elektriciteitsproducenten een forfaitaire belasting verschuldigd. De commentaar op deze bepalingen werd verstrekt bij circ. 25.8.1992 nr. Ci.RH.421/436.706 (Bull. 720).
In nr. 7 van de voormelde circ. wordt uiteengezet hoe de grondslag van die bijzondere aanslag moet worden berekend.
3.
Ingevolge de hogervermelde wetswijziging is die grondslag voortaan gelijk aan 11,5 % (i.p.v. 8,5 %) van het (ongewijzigd gebleven) verschil tussen :
- eensdeels de inkomsten, exclusief BTW, uit de verkoop van elektriciteit aan de eindverbruikers van de distributie en,
- anderdeels de kostprijs van de brandstof gebruikt om de aan die eindverbruikers verkochte elektriciteit te produceren.
Voor het overige blijven de bepalingen van de voormelde circ. ongewijzigd van toepassing (1).
III. INWERKINGTREDING
4.
De voormelde maatregel is van toepassing met ingang van het aj. 1994.
Bovendien is, luidens het tweede lid van hoger vermeld art. 38, § 1 elke wijziging die vanaf 4.8.1992 aan de datum van de afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, ter zake zonder uitwerking.
NAMENS DE MINISTER :
Voor de Directeur-generaal :
De Auditeur-generaal,
M. PORRE.
| (1) | Op de "aanvullende crisisbijdrage" van 3 opcentiemen op de forfaitaire belasting van de elektriciteitsproducenten (art. 22, W 22.7.1993 houdende fiscale en financiële bepalingen - V 2253 -Bull. 731), die eveneens vanaf het aj. 1994 van toepassing is, zal later commentaar worden verstrekt. |
Bron: FisconetPlus
