Circulaire nr. Ci.RH.241/268.529 dd. 19.09.1975

CIRC 19.09.75/1

Circulaire nr. Ci.RH.241/268.529 dd. 19.09.1975


Bull. nr. 534, pag. 2131-2137

RIJKSPERSONEEL
Terugvordering van ten onrechte aan het Rijkspersoneel uitbetaalde
bezoldigingen en anciënniteitspensioenen.


Belastingstelsel van de door de overheidsdiensten, tijdens de jaren 1975 en vorige, ten onrechte betaalde bezoldigingen en anciënniteitspensioenen : regularisatie van de fiscale toestand van de belanghebbende belastingplichtigen.

1. De administratie heeft steeds voorgehouden dat de bezoldigingen, of ze al dan niet terecht werden uitbetaald, belastbare inkomsten zijn van het jaar van betaling of toekenning (Com.IB, 220/24.8). Zij beriep zich daartoe op het eenjarigheidsbeginsel en de bepalingen van art. 167, § 1, 3°, b, KB tot uitvoering van het WIB

2. De Hoven van beroep hebben de laatste tijd echter een ander standpunt verkondigd, nl. dat de betalingen door een openbare overheid aan haar personeelsleden van niet verschuldigde sommen niet mogen worden beschouwd als een bezoldiging voortkomend van een beroepswerkzaamheid, maar als een niet belastbaar inkomen (Brussel, 15.01.1974, Van Halle; Gent, 19.05.1972, Heecke; id. 15.03.1974, D'Hondt; ibid. 17.01.1975, Van der Heyden).

3. Ingevolge deze arresten, welke werden uitgevoerd, heeft de administratie besloten - in de omstandigheden en onder de voorwaarden die hierna worden uiteengezet - de door overheidsdiensten ten onrechte betaalde bezoldigingen en anciënniteitspensioenen niet in de aanslagbasis van het jaar van betaling op te nemen (in het stadium van de taxatie) of uit die aanslagbasis te verwijderen (in het stadium van het bezwaarschrift of de toepassing van art. 277, WIB).

Deze maatregel :

  • geldt voor de ten onrechte betaalde sommen tijdens de jaren 1975 en vorige;
  • slaat niet op de sociale vergoedingen, sociale pensioenen, enz. die in het raam van een wettelijk of reglementair stelsel terecht worden uitgekeerd, doch later, wegens een wijziging in de toestand van de betrokkene, worden verhaald op andere sociale vergoedingen, pensioenen, enz.;
  • kan slechts worden toegepast in het geval de terugbetaling van het terugvorderbaar bedrag niet in het jaar van de betaling gebeurt, zo de belastingplichtige een attest van de betaaldienst voorlegt, waarbij het ten onrechte betaalde bedrag (bruto min sociale lasten) en het jaar van de betaling worden vermeld en waarbij de beslissing wordt bevestigd om dit bedrag terug te vorderen (met aanduiding van het (de) ja(a)r(en) van de terugvordering).


4. Wanneer de terugbetaling van tijdens het jaar 1975 ten onrechte gedane betalingen nog in hetzelfde jaar geschiedt, vermeldt het fiche 281.10 of 281.11 het verschil tussen het werkelijk uitgekeerde bedrag en het teruggevorderde bedrag en de werkelijk ingehouden B.V. (d.w.z. de oorspronkelijk ingehouden min de verhaalde B.V.).


5. Verder houdt deze regeling in :




dat de B.V. betreffende de betaling van niet verschuldigde bedragen, met uitzondering van de B.V. die door de betaaldienst in 1975 wordt verhaald in het geval bedoeld in nr. 4, integraal moet worden verrekend (de B.V. op het niet verschuldigd bedrag is immers in de Schatkist gestort en wordt ingehouden op het brutobedrag en de genieter is verplicht dit zelfde brutobedrag aan zijn betaaldienst terug te betalen), en
dat tijdens het (de) latere ja(a)r(en) van de terugvordering geen enkel bedrag uit dien hoofde van de aanslagbasis mag worden afgetrokken (behoudens in de gevallen bedoeld in nr. 7 hierna).
6. Voor de praktische uitvoering zal er rekening gehouden worden met de volgende regels :



A.In het stadium van de taxatie (de terugvordering van ten onrechte betaalde som gebeurt tijdens later jaren).
Enkel in het geval de belastingplichtige bedoeld attest voorbrengt, zal de ten onrechte betaalde som uit de aanslagbasis worden gesloten. De terugbetalingen zullen alsdan niet in mindering van de aanslagbasissen van latere jaren komen.

Voorbeeld :

  • Een belastingplichtige genoot in 1974 een wedde van 300.000 F waarop 49.500 F B.V. werd ingehouden. Daarenboven werd hem gedurende 5 maanden een wedde van 12.000 F (bruto, na aftrek van de sociale lasten) ten onrechte uitbetaald; totaal : 60.000 F; ingehouden B.V. 972 F x 5 = 4.860 F.
  • Belanghebbende heeft de som van 60.000 F in 1975 terugbetaald.
  • Hij legt het voormelde attest voor.


Oplossing :

Voor het berekenen van de aanslagbasis van het aj. 1975 (inkomsten 1974) zal alleen de brutobezoldiging van 300.000 F in aanmerking komen. Te verrekenen B.V. : 49.500 F + 4.860 F = 54.360 F.

Voor het aj. 1976 (inkomsten 1975) komt de terugbetaling van 60.000 F (B.V. inbegrepen) niet in mindering van de inkomsten van dat jaar.

B. In het stadium van een geschil.

a) Geldig bezwaarschrift.

Herziening van de betwiste aanslag over het jaar van de ten onrechte betaalde som, mits het attest wordt voorgelegd en de fiscale toestand voor de jaren van de terugvordering (in mindering gebracht van de aanslagbasissen van deze laatste jaren) dienovereenkomstig wordt geregulariseerd. Indien de bijzonder aanslagtermijn (art. 259, WIB) voor deze regularisatie verstreken is, zullen aanslagen krachtens de procedure van art. 260, WIB, worden gevestigd.

Voorbeeld :

  • Een belastingplichtige ontving in 1971 een wedde van 350.000 F waarop 67.000 F B.V. werd ingehouden. Tevens werd hem gedurende 3 maanden een wedde van 30.000 F (bruto, na aftrek van de sociale lasten) ten onrechte uitbetaald; totaal 90.000 F; ingehouden B.V. : 5.829 F x 3 = 17.487 F.
  • Belanghebbende betaalde in 1972, 1973 en 1974, telkens 30.000 F terug.
  • Hij heeft tegen de aanslag van het aj. 1972 (inkomsten 1971), waarbij de brutobezoldigingen van 350.000 F en 90.000 F werden belast, een geldig bezwaarschrift ingediend waarover nog niet werd beslist.
  • Zijn fiscale toestand werd reeds voor de aanslagjaren 1973 en 1974 geregulariseerd waarbij telkenmale de terugbetaling van 30.000 F werd afgetrokken van de verkregen bezoldigingen. AJ. 1975 (inkomsten 1974) blijft nog te regulariseren.
  • De belastingplichtige legt het bedoeld attest voor.


Oplossing :

Bij beslissing wordt de aanslag van het aj. 1972 herzien : de aanslagbasis zal enkel de terecht ontvangen brutobezoldigingen (350.000 F) bevatten; te verrekenen B.V. : 67.000 F + 17.487 F = 84.487 F. Voor de ajn. 1973 en 1974 dienen door de taxatiedienst supplementaire aanslagen te worden gevestigd (de terugbetaling van 30.000 F vervallen).

Bij de regularisatie van het aj. 1975 komt de terugbetaling van 30.000 F in het jaar 1974 evenmin in rekening.

b) Toepassing van art. 277, WIB

Bij gebreke van geldig bezwaarschrift en wanneer de belastingplichtige toch herziening vraagt, zal de ontlasting van ambtswege voor het jaar van de ten onrechte betaalde som, alleen en in die mate, kunnen gebeuren als door de fiscale regularisatie voor de jaren van de terugvordering en een dubbel gebruik met de betwiste aanslag werd of wordt verwekt en er zodoende grond voor voormelde toepassing ontstaat.

Voorbeeld :

  • Zelfde gegevens als in voorbeeld 6, B, a, doch er werd geen tijdig bezwaarschrift ingediend.
  • Belanghebbende vraagt in 1975 de herziening voor het aj. 1972 (aanslag gevestigd in 1973).


Oplossing :

Voor de ajn. 1973 (vóór 01.01.1976) en 1974 worden supplementaire aanslagen gevestigd (toepassing van art. 259, WIB) en de fiscale toestand van het aj. 1975 wordt geregulariseerd zonder rekening te houden met de terugbetaling.

De aldus ontstane dubbele belasting wordt rechtgezet door een herziening van de aanslag van het aj. 1972 (toepassing van art. 277, § 1, WIB).

De herziene aanslagbasis van het aj. 1972 zal enkel de terecht ontvangen bezoldigingen (350.000 F) begrijpen; te verrekenen B.V. : 67.000 F + 17.487 F = 84.487 F.

In de veronderstelling dat de aanvraag tot herziening pas in 1976 toekomt, kan de aanslag van het aj. 1972 niet meer worden ontlast, maar zal de overbelasting teniet kunnen worden gedaan door de ontlasting, tot het vereiste bedrag, van de herziene aanslagen van de ajn. 1973 tot 1975 voor zover, wat die aanslagen betreft, de voorwaarden van art. 277, § 1, WIB, vervuld zijn (cf. Com.IB 277/10, lid 2).

7. Billijkheidshalve zullen betreffende de ten onrechte gedane betalingen, waarvoor geen herziening werd gevraagd of waarop de herziening van ambtswege geen uitwerking kan hebben, de terugvorderingen, zoals vroeger, in mindering worden gebracht van de inkomsten van het (de) ja(a)r(en) van de terugbetaling.

8. Voor de periode na 31.12.1975, zal het probleem van de ten onrechte betaalde bezoldigingen opnieuw worden onderzocht teneinde tot een definitieve oplossing te komen. De hiervoor uiteengezette oplossing blijft evenwel geldig voor de jaren 1975 en vorige.

9. De betrokken openbare diensten werden in kennis gesteld van deze laatste oplossing en verzocht hun medewerking te verlenen, nl. wat de aflevering van het bedoelde attest aangaat.