Circulaire 2018/C/49 met betrekking tot het beheer van kredieten

Deze circulaire behandelt de draagwijdte van de bepalingen van artikel 44, § 3, 5°, van het Btw-Wetboek wat betreft het beheer van kredieten door diegene die ze heeft verleend.

Vrijstellingen ; beheer van kredieten ; overdracht van kredietportefeuille

FOD Financiën, 24.04.2018
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Belasting over de toegevoegde waarde

I. Inleiding

Het verlenen van kredieten is een dienst die vrijgesteld is van btw bij toepassing van artikel 44, § 3, 5°, van het Btw-Wetboek.

Het is in de praktijk gangbaar dat de oorspronkelijke kredietverstrekker (een deel van) zijn kredietportefeuille overdraagt. De oorspronkelijke kredietverstrekker blijft in sommige gevallen echter wel belast met het beheer van de overgedragen kredieten.

De vraag stelt zich of het beheer van een kredietportefeuille, dat na overdracht van die portefeuille door de oorspronkelijk kredietverstrekker aan de overnemer wordt verricht, eveneens onder het toepassingsgebied valt van artikel 44, § 3, 5°, van het Btw-Wetboek.

II. Wettelijke bepalingen

Artikel 44, § 3, 5°, van het Btw-Wetboek stelt vrij van de belasting over de toegevoegde waarde 'de verlening van kredieten en bemiddeling inzake kredieten, alsmede het beheer van kredieten door degene die ze heeft verleend'.

Deze bepaling vormt de letterlijke omzetting in Belgisch recht van artikel 135, lid 1, punt b), van de richtlijn 2006/112/EG van de raad van 28.11.2006 betreffende het gemeenschappelijk stelsel van de belasting over de toegevoegde waarde.

III. Diensten van beheer bij overdracht van kredieten

Als beheer van kredieten in de zin van het voornoemd artikel 44, § 3, 5° van het Btw-Wetboek dient te worden aangemerkt het geheel van de handelingen die worden verricht nadat een krediet wordt verstrekt en die bestaan uit materiële en administratieve handelingen (onder meer, het opvolgen van de aflossingen, het verzorgen van de communicatie met de kredietnemer, archivering en rapportering van gegevens) die de goede uitvoering van handeling inzake kredietverstrekking beogen, waarbij de persoon aan wie die taken inzake beheer van kredieten worden toevertrouwd geen risico's op zich neemt die inherent zijn aan de handeling inzake kredietverstrekking (zelfs indien deze contractueel verantwoordelijk is voor zijn fouten en vergissingen ten aanzien van zijn opdrachtgever).

De handelingen die voorafgaan aan het verstrekken van het krediet kunnen niet worden aangemerkt als diensten van beheer van kredieten.

A. Plaats van de dienst

De plaats van diensten van beheer moet in principe worden bepaald volgens de algemene regels van plaats van de dienst, in functie van de hoedanigheid van de afnemer van de dienst.

De afnemer van de dienst, namelijk de overnemer van het krediet, is een belastingplichtige in de zin van artikel 21, § 1, van het Btw-Wetboek. Bijgevolg dient de plaats van de dienst te worden bepaald volgens de bepalingen van artikel 21 van het Btw-Wetboek. Voor wat in het bijzonder de diensten van beheer betreft, verricht door de overdrager aan de overnemer van het krediet, wordt de plaats van de dienst bepaald door artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek.

Voor een meer uitgebreide commentaar in verband met het begrip belastingplichtige in de zin van artikel 21, § 1, van het Btw-Wetboek, wordt verwezen naar de randnummers 6 t.e.m. 10 van de circulaire AFZ nr. 19/2009 van 22.12.2009.

Krachtens artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek vindt de dienst verricht voor een als zodanig handelende belastingplichtige, plaats daar waar deze belastingplichtige de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd. Worden deze diensten echter verricht voor een vaste inrichting van de belastingplichtige op een andere plaats dan die waar hij de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd, dan geldt als plaats van de dienst de plaats waar deze vaste inrichting zich bevindt. Bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, geldt als plaats van de dienst de woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats van de belastingplichtige die deze diensten afneemt.

Voorbeeld: een in België gevestigde kredietverlener draagt een kredietportefeuille over aan een in Luxemburg gevestigde vennootschap.

De Belgische kredietverlener verricht diensten van beheer aan de Luxemburgse vennootschap. Deze diensten vinden op basis van artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek plaats in Luxemburg.

Voorbeeld: een in Frankrijk gevestigde financiële instelling draagt een kredietportefeuille over aan een in België gevestigde vennootschap.

De Franse financiële instelling verricht diensten van beheer aan de Belgische vennootschap. Deze diensten vinden plaats in België op basis van artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek.

B. Toepassing van de vrijstelling

In geval van de overdracht van een kredietportefeuille waarbij het beheer ervan wordt toevertrouwd aan de oorspronkelijke verlener van het krediet; geldt de vrijstelling van artikel 44, § 3, 5°, van het Btw-Wetboek eveneens voor de diensten van beheer verricht door de oorspronkelijke kredietverlener aan de overnemer.

Wanneer de diensten van beheer, al dan niet na overdracht, worden uitbesteed aan een derde, zijn deze diensten daarentegen niet vrijgesteld en bijgevolg onderworpen aan de btw.

Voorbeeld: A draagt haar kredietportefeuille over aan B. B besteedt het beheer van de kredietportefeuille uit aan C. De vrijstelling is niet van toepassing op de diensten van beheer verricht door C aan B. Bijgevolg zijn deze diensten niet vrijgesteld op basis van voormeld artikel 44, § 3, 5° (voor zover ze uiteraard in België plaatsvinden).

Interne ref.: 133.200