Circulaire nr. Ci.RH.332/466.722 dd. 11.10.1995
CIRC 11.10.95/1
Circulaire nr. Ci.RH.332/466.722 dd. 11.10.1995
Bull. nr. 755, pag. 3070
AFZONDERLIJK BELASTBAAR INKOMEN
Aanslagvoet van 16,5 %.
FORFAITAIRE GRONDSLAG VAN AANSLAG
Landbouwer.
LANDBOUWER
Premie.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1 en 2.
INHOUDSTABEL Nr. I. INLEIDING ........................................... 1 II. WETTEKSTEN .......................................... 2 III. ALGEMENE DRAAGWIJDTE ................................ 3 IV. BEDOELDE PREMIES .................................... 5 V. IN AANMERKING TE NEMEN BEDRAG ....................... 9 VI. BELASTBAAR TIJDPERK ................................. 11 VII. BELASTINGTARIEF ..................................... 12 VIII. VERMEERDERING INGEVAL GEEN OF ONTOEREIKENDE VOORAFBETALINGEN GEDAAN ZIJN ........................ 14 IX. INWERKINGTREDING .................................... 16 I. INLEIDING
1. Deze circulaire bespreekt art. 171, 4°, i, WIB 92, zoals het is ingevoegd door art. 30, 3°, Programmawet 24.12.1993 (V 2280 - Bull. 736), dat een belastingstelsel instelt dat specifiek van toepassing is op bepaalde landbouwpremies.
II. WETTEKSTEN
2. Het door art. 30, 3°, Programmawet 24.12.1993 opnieuw ingevoegde art. 171, 4°, i, WIB 92, luidt als volgt :
Artikel 171, 4°, i, WIB 92
In afwijking van de artikelen 130 tot 168, zijn afzonderlijk belastbaar, behalve wanneer de aldus berekende belasting, vermeerderd met de belasting betreffende de andere inkomsten, meer bedraagt dan die welke zou voortvloeien uit de toepassing van de evenvermelde artikelen op het geheel van de belastbare inkomsten :
...
...
i) de premies ingesteld bij :
§ 2. Artikel 30, 3°, treedt in werking met ingang van het aanslagjaar 1994.
III. ALGEMENE DRAAGWIJDTE
3. De hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) door de Europese Gemeenschap ging inzonderheid gepaard met de invoering van bepaalde premies waarvan de toekenning over het algemeen afhankelijk is van een vermindering van de beroepswerkzaamheid.
De premies in kwestie zijn opgenomen in vier afzonderlijke verordeningen die in 1992 door de EEG zijn uitgevaardigd in het kader van de hervorming van het GLB. In het Belgisch fiscaal recht kunnen zij doorgaans gelijkgesteld worden met vergoedingen die worden verkregen ter compensatie van een handeling die een vermindering van de beroepswerkzaamheid of van de winst van de onderneming tot gevolg kan hebben, en die beoogd zijn, hetzij in art. 25, 6°, a, WIB 92 wanneer zij tijdens de exploitatie worden verkregen, hetzij in art. 28, 1ste lid, 3°, a, WIB 92 wanneer zij na de stopzetting worden verkregen.
4. De hier besproken fiscale maatregel strekt er in feite toe de premies die in het kader van de hervorming van het GLB worden toegekend voortaan op uniforme wijze en onvoorwaardelijk afzonderlijk tegen 16,5 % te belasten, tenzij de volledige samentelling van de inkomsten voordeliger is (Verslag namens de Commissie voor de Financiën van de Kamer, Doc. 1211/11, gewone zitting 1993-1994, blz. 4).
IV. BEDOELDE PREMIES
5. Art. 171, 4°, i, WIB 92 geeft een limitatieve opsomming van de premies waarop het bijzondere belastingstelsel van toepassing is.
Het betreft de premies die zijn ingesteld bij :
Deze Verordening voorziet in :
6. De verschillende in nr. 5 opgesomde verordeningen zijn integraal gepubliceerd in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Die hiernavolgende tabel vermeldt :
Nr. van de Verordening (EEG) | Publikatieblad van de Europese van de Raad | Gemeenschappen | -------------------------------- | Datum | Nummer -----------------------------|----------------|--------------- 805/68 | 28.6.1968 | L148 3013/89 | 7.10.1989 | L289 3493/90 | 4.12.1990 | L337 1765/92 | 1.7.1992 | L181 2066/92 | 30.7.1992 | L215 2069/92 | 30.7.1992 | L215 2070/92 | 30.7.1992 | L215 1552/93 | 25.6.1993 | L154 Belangrijke opmerking
7. Om elk misverstand te vermijden, wordt eraan herinnerd dat de premies en de vergoedingen voor de definitieve beëindiging van de melkproduktie hier niet bedoeld zijn; die premies en vergoedingen zijn immers aan te merken als :
8. Dienaangaande wordt er eveneens aan herinnerd dat de meerwaarden die worden verwezenlijkt ingevolge de overdracht van melkquota tussen landbouwers, volgens de in het gemeen recht geldende regeling inzake meerwaarden belastbaar blijven en bijgevolg volledig buiten het toepassingsveld van het in art. 171, 4°, i, WIB 92 vermelde bijzondere belastingstelsel vallen (Verslag namens de Commissie voor de Financiën van de Kamer, Doc. 1211/11, gewone zitting 1993-1994, blz. 4).
V. IN AANMERKING TE NEMEN BEDRAG
9. De landbouwpremies worden in de regel voor hun totaal bedrag in aanmerking genomen.
10. Wat de premies betreft die worden toegekend ter compensatie van de verplichte braaklegging van gronden (Verordening EEG nr. 1765/92 van de Raad van 30 juni 1992, tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen), ook "braakleggingspremies" genoemd, heeft de Minister van Financiën, in antwoord op een parlementaire vraag (nl. parlementaire vraag nr. 890 dd. 22.11.1994 gestelde door Senator WINTGENS - Bulletin "Vragen en Antwoorden" nr. 141 van 10.1.1995, Senaat, zitting 1994-1995, blz. 7397 - Bull. 748, blz. 1090) de volgende verduidelijkingen verstrekt :
VI. BELASTBAAR TIJDPERK
11. Volgens het algemeen principe zijn de premies in kwestie belastbaar voor het tijdperk waarin de genieter een zekere en vaststaande vordering heeft verkregen. Doorgaans wordt de datum waarop deze voorwaarde vervuld is, vastgesteld aan de hand van een door de bevoegde overheid uitgereikt document waarin de toekenning van de premie wordt aangekondigd.
VII. BELASTINGTARIEF
12. Ongeacht of zij tijdens de beroepswerkzaamheid dan wel na de stopzetting van de beroepswerkzaamheid zijn verkregen, zijn de in art. 171, 4°, i, WIB 92 bedoelde premies zonder meer voor hun totaal bedrag (onder voorbehoud evenwel van het bepaalde in nr. 10) afzonderlijk belastbaar tegen 16,5 %, tenzij de volledige samentelling van de inkomsten voordeliger is.
13. Dit belastingstelsel is dus totaal verschillend van het belastingstelsel dat van toepassing is op :
VIII. VERMEERDERING INGEVAL GEEN OF ONTOEREIKENDE VOORAFBETALINGEN GEDAAN
ZIJN
14. Wanneer de in art. 171, 4°, i, WIB 92 bedoelde premies, die tijdens de exploitatie zijn verkregen, samen met de andere inkomsten gezamenlijk worden belast (omdat dit voor de belastingplichtige voordeliger is), moeten zij onder de in beginsel voor vermeerdering vatbare inkomsten worden opgenomen.
15. Ingeval geen of ontoereikende voorafbetalingen gedaan zijn is de vermeerdering daarentegen niet van toepassing met betrekking tot de belasting die eventueel gezamenlijk werd berekend op dergelijke na de stopzetting van de beroepswerkzaamheid verkregen premies.
IX. INWERKINGTREDING
16. Krachtens art. 34, § 2, Programmawet 24.12.1993 is het thans in art. 171, 4°, i, WIB 92 ingeschreven belastingstelsel van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1994 (inkomsten van het jaar 1993).
Circulaire nr. Ci.RH.332/466.722 dd. 11.10.1995
Bull. nr. 755, pag. 3070
AFZONDERLIJK BELASTBAAR INKOMEN
Aanslagvoet van 16,5 %.
FORFAITAIRE GRONDSLAG VAN AANSLAG
Landbouwer.
LANDBOUWER
Premie.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1 en 2.
INHOUDSTABEL Nr. I. INLEIDING ........................................... 1 II. WETTEKSTEN .......................................... 2 III. ALGEMENE DRAAGWIJDTE ................................ 3 IV. BEDOELDE PREMIES .................................... 5 V. IN AANMERKING TE NEMEN BEDRAG ....................... 9 VI. BELASTBAAR TIJDPERK ................................. 11 VII. BELASTINGTARIEF ..................................... 12 VIII. VERMEERDERING INGEVAL GEEN OF ONTOEREIKENDE VOORAFBETALINGEN GEDAAN ZIJN ........................ 14 IX. INWERKINGTREDING .................................... 16 I. INLEIDING
1. Deze circulaire bespreekt art. 171, 4°, i, WIB 92, zoals het is ingevoegd door art. 30, 3°, Programmawet 24.12.1993 (V 2280 - Bull. 736), dat een belastingstelsel instelt dat specifiek van toepassing is op bepaalde landbouwpremies.
II. WETTEKSTEN
2. Het door art. 30, 3°, Programmawet 24.12.1993 opnieuw ingevoegde art. 171, 4°, i, WIB 92, luidt als volgt :
Artikel 171, 4°, i, WIB 92
In afwijking van de artikelen 130 tot 168, zijn afzonderlijk belastbaar, behalve wanneer de aldus berekende belasting, vermeerderd met de belasting betreffende de andere inkomsten, meer bedraagt dan die welke zou voortvloeien uit de toepassing van de evenvermelde artikelen op het geheel van de belastbare inkomsten :
...
| 4° | tegen een aanslagvoet van 16,5 % : |
i) de premies ingesteld bij :
- de Verordening (EEG) nr. 1765/92 van de Raad van 30 juni 1992, tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen;
- de Verordening (EEG) nr. 2066/92 van de Raad van 30 juni 1992, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 805/68 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 468/87 tot vaststelling van de algemene voorschriften van het stelsel van de speciale premie voor producenten van rundvlees, alsmede van Verordening (EEG) nr. 1357/80 tot instelling van een premieregeling voor het aanhouden van het zoogkoeienbestand;
- de Verordening (EEG) nr. 2069/92 van de Raad van 30 juni 1992 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3013/89 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector schape- en geitevlees;
- de Verordening (EEG) nr. 2070/92 van de Raad van 30 juni 1992 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3493/90, tot vaststelling van de algemene voorschriften voor de toekenning van de premie aan de producenten van schape- en geitevlees.
| Art. | 34, § 2, Programmawet 24.12.1993 |
III. ALGEMENE DRAAGWIJDTE
3. De hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) door de Europese Gemeenschap ging inzonderheid gepaard met de invoering van bepaalde premies waarvan de toekenning over het algemeen afhankelijk is van een vermindering van de beroepswerkzaamheid.
De premies in kwestie zijn opgenomen in vier afzonderlijke verordeningen die in 1992 door de EEG zijn uitgevaardigd in het kader van de hervorming van het GLB. In het Belgisch fiscaal recht kunnen zij doorgaans gelijkgesteld worden met vergoedingen die worden verkregen ter compensatie van een handeling die een vermindering van de beroepswerkzaamheid of van de winst van de onderneming tot gevolg kan hebben, en die beoogd zijn, hetzij in art. 25, 6°, a, WIB 92 wanneer zij tijdens de exploitatie worden verkregen, hetzij in art. 28, 1ste lid, 3°, a, WIB 92 wanneer zij na de stopzetting worden verkregen.
4. De hier besproken fiscale maatregel strekt er in feite toe de premies die in het kader van de hervorming van het GLB worden toegekend voortaan op uniforme wijze en onvoorwaardelijk afzonderlijk tegen 16,5 % te belasten, tenzij de volledige samentelling van de inkomsten voordeliger is (Verslag namens de Commissie voor de Financiën van de Kamer, Doc. 1211/11, gewone zitting 1993-1994, blz. 4).
IV. BEDOELDE PREMIES
5. Art. 171, 4°, i, WIB 92 geeft een limitatieve opsomming van de premies waarop het bijzondere belastingstelsel van toepassing is.
Het betreft de premies die zijn ingesteld bij :
| 1° | de Verordening (EEG) nr. 1765/92 van de Raad van 30 juni 1992, tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen |
| a) | een compensatiepremie, d.w.z. een compensatiebedrag voor een met bepaalde akkerbouwgewassen ingezaaide oppervlakte; |
| b) | een braakleggingspremie, d.w.z. een compensatiebedrag voor het deel van hun areaal dat de producenten hebben aanvaard uit produktie te nemen. Die verordening is nadien nog gewijzigd door de Verordening (EEG) nr. 1552/93 van de Raad van 14 juni 1993. De voornaamste wijziging bestaat uit de invoeging van een artikel 6bis dat een compensatiebedrag per hectare instelt voor ander vlas dan vezelvlas. Daar die laatste verordening dateert van vóór de goedkeuring van de Programmawet 24.12.1993, wordt aangenomen dat de erin beoogde premies ook in het toepassingsveld van art. 171, 4°, i, WIB 92 vallen. |
| 2° | de Verordening (EEG) nr. 2066/92 van de Raad van 30 juni 1992, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 805/68 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 468/87 tot vaststelling van de algemene voorschriften van het stelsel van de speciale premie voor producenten van rundvlees, alsmede van Verordening (EEG) nr. 1357/80 tot instelling van een premieregeling voor het aanhouden van het zoogkoeienbestand. Deze verordening voorziet in : |
| a) | een speciale premie voor de rundvleesproducenten die op hun bedrijf mannelijke runderen houden; |
| b) | een extra premie, bovenop de speciale premie, voor een bepaald aantal geslachte mannelijke runderen, seizoencorrectiepremie genoemd; |
| c) | een zoogkoeienpremie, d.w.z. een premie voor het houden van zoogkoeien; |
| d) | een aanvullende nationale premie op de zoogkoeienpremie; |
| e) | een aanvullende premie op de speciale premie en/of op de zoogkoeienpremie; |
| f) | een verwerkingspremie voor stierkalveren van melkrassen die uit produktie worden genomen voordat zij ouder zijn dan tien dagen. |
| 3° | de Verordening (EEG) nr. 2069/92 van de Raad van 30 juni 1992 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3013/89 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector schape- en geitevlees De verordering voorziet inzonderheid in de toekenning van premies ter compensatie van het inkomensverlies van producenten van schape- en geitevlees. |
| 4° | de Verordening (EEG) nr. 2070/92 van de Raad van 30 juni 1992, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3493/90, tot vaststelling van de algemene voorschriften voor de toekenning van de premie aan de producenten van schape- en geitevlees. Zoals uit de omschrijving zelf blijkt, stelt deze verordening in feite de toekenningsregels vast van de onder 3° hierboven bedoelde premies. |
Die hiernavolgende tabel vermeldt :
- het nummer van de EEG-verordening in kwestie;
- de datum en het nummer van het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen waarin ze is gepubliceerd.
Nr. van de Verordening (EEG) | Publikatieblad van de Europese van de Raad | Gemeenschappen | -------------------------------- | Datum | Nummer -----------------------------|----------------|--------------- 805/68 | 28.6.1968 | L148 3013/89 | 7.10.1989 | L289 3493/90 | 4.12.1990 | L337 1765/92 | 1.7.1992 | L181 2066/92 | 30.7.1992 | L215 2069/92 | 30.7.1992 | L215 2070/92 | 30.7.1992 | L215 1552/93 | 25.6.1993 | L154 Belangrijke opmerking
7. Om elk misverstand te vermijden, wordt eraan herinnerd dat de premies en de vergoedingen voor de definitieve beëindiging van de melkproduktie hier niet bedoeld zijn; die premies en vergoedingen zijn immers aan te merken als :
- in art. 25, 6°, a, WIB 92 bedoelde vergoedingen van alle aard verkregen ter compensatie of naar aanleiding van enige handeling die een vermindering van de beroepswerkzaamheid of van de winst van de onderneming tot gevolg kan hebben, wanneer zij tijdens de uitoefening van de beroepswerkzaamheid zijn verkregen; zij zijn dan in principe afzonderlijk belastbaar (in de mate wel te verstaan dat zij niet meer bedragen dan het referte-inkomen dat is vastgesteld volgens de "4x4"-regel), hetzij tegen 33 % overeenkomstig art. 171, 1°, c, WIB 92, hetzij tegen 16,5 % in de in art. 171, 4°, b, WIB 92 beoogde gevallen;
- in art. 28, 1ste lid, 3°, a, WIB 92 bedoelde vergoedingen van alle aard verkregen ter compensatie of naar aanleiding van enige handeling die een vermindering van de werkzaamheid of van de winst tot gevolg heeft of zou kunnen hebben, wanneer zij na de stopzetting van de beroepswerkzaamheid zijn verkregen; in dergelijk geval zijn zij in principe afzonderlijk belastbaar tegen de gemiddelde aanslagvoet met betrekking tot het geheel van de belastbare inkomsten van het laatste vorige jaar waarin de belastingplichtige een normale beroepswerkzaamheid heeft gehad (art. 171, 5°, c, WIB 92).
8. Dienaangaande wordt er eveneens aan herinnerd dat de meerwaarden die worden verwezenlijkt ingevolge de overdracht van melkquota tussen landbouwers, volgens de in het gemeen recht geldende regeling inzake meerwaarden belastbaar blijven en bijgevolg volledig buiten het toepassingsveld van het in art. 171, 4°, i, WIB 92 vermelde bijzondere belastingstelsel vallen (Verslag namens de Commissie voor de Financiën van de Kamer, Doc. 1211/11, gewone zitting 1993-1994, blz. 4).
V. IN AANMERKING TE NEMEN BEDRAG
9. De landbouwpremies worden in de regel voor hun totaal bedrag in aanmerking genomen.
10. Wat de premies betreft die worden toegekend ter compensatie van de verplichte braaklegging van gronden (Verordening EEG nr. 1765/92 van de Raad van 30 juni 1992, tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen), ook "braakleggingspremies" genoemd, heeft de Minister van Financiën, in antwoord op een parlementaire vraag (nl. parlementaire vraag nr. 890 dd. 22.11.1994 gestelde door Senator WINTGENS - Bulletin "Vragen en Antwoorden" nr. 141 van 10.1.1995, Senaat, zitting 1994-1995, blz. 7397 - Bull. 748, blz. 1090) de volgende verduidelijkingen verstrekt :
- wat de belastingplichtigen betreft die niet volgens forfaitaire grondslagen van aanslag worden belast, is het bedrag van die premies integraal belastbaar tegen 16,5 % (behoudens indien de samentelling met de andere inkomsten voordeliger is). De kosten met betrekking tot de braaklegging zijn in dit geval begrepen in de aftrekbare beroepskosten;
- wat de landbouwers betreft die wel volgens dergelijke grondslagen worden belast, zijn de hiervoor bedoelde braakleggingspremies slechts ten belope van 60 % van het verkregen bedrag afzonderlijk belastbaar tegen 16,5 % (behoudens indien de samentelling met de andere inkomsten voordeliger is). Het overschot van 40 % wordt geacht de kosten te vertegenwoordigen inzake de braaklegging (met uitzondering van de pacht), verminderd met de eventuele bijkomende winst.
VI. BELASTBAAR TIJDPERK
11. Volgens het algemeen principe zijn de premies in kwestie belastbaar voor het tijdperk waarin de genieter een zekere en vaststaande vordering heeft verkregen. Doorgaans wordt de datum waarop deze voorwaarde vervuld is, vastgesteld aan de hand van een door de bevoegde overheid uitgereikt document waarin de toekenning van de premie wordt aangekondigd.
VII. BELASTINGTARIEF
12. Ongeacht of zij tijdens de beroepswerkzaamheid dan wel na de stopzetting van de beroepswerkzaamheid zijn verkregen, zijn de in art. 171, 4°, i, WIB 92 bedoelde premies zonder meer voor hun totaal bedrag (onder voorbehoud evenwel van het bepaalde in nr. 10) afzonderlijk belastbaar tegen 16,5 %, tenzij de volledige samentelling van de inkomsten voordeliger is.
13. Dit belastingstelsel is dus totaal verschillend van het belastingstelsel dat van toepassing is op :
- de in art. 25, 6°, a, WIB 92 bedoelde vergoedingen die tijdens de exploitatie zijn verkregen ter compensatie van een handeling die een vermindering van de beroepswerkzaamheid of van de winst van de onderneming tot gevolg kan hebben en waarvoor het afzonderlijk te belasten bedrag moet worden vastgesteld door het bedrag van de als dusdanig verkregen landbouwpremies te vergelijken met de belastbare netto-winst die in de vier jaren voorafgaand aan het jaar van de vermindering van de werkzaamheid uit de niet meer uitgeoefende werkzaamheid is verkregen;
- de in art. 28, 1ste lid, 3°, a, WIB 92 bedoelde vergoedingen die na de stopzetting van de beroepswerkzaamheid zijn verkregen ter compensatie of naar aanleiding van een handeling die een vermindering van de beroepswerkzaamheid of van de winst van de onderneming tot gevolg heeft of zou kunnen hebben en die, overeenkomstig art. 171, 5°, c, WIB 92, in principe afzonderlijk belastbaar zijn tegen de gemiddelde aanslagvoet met betrekking tot het geheel van de belastbare inkomsten van het laatste vorige jaar waarin de belastingplichtige een normale beroepswerkzaamheid heeft gehad.
VIII. VERMEERDERING INGEVAL GEEN OF ONTOEREIKENDE VOORAFBETALINGEN GEDAAN
ZIJN
14. Wanneer de in art. 171, 4°, i, WIB 92 bedoelde premies, die tijdens de exploitatie zijn verkregen, samen met de andere inkomsten gezamenlijk worden belast (omdat dit voor de belastingplichtige voordeliger is), moeten zij onder de in beginsel voor vermeerdering vatbare inkomsten worden opgenomen.
15. Ingeval geen of ontoereikende voorafbetalingen gedaan zijn is de vermeerdering daarentegen niet van toepassing met betrekking tot de belasting die eventueel gezamenlijk werd berekend op dergelijke na de stopzetting van de beroepswerkzaamheid verkregen premies.
IX. INWERKINGTREDING
16. Krachtens art. 34, § 2, Programmawet 24.12.1993 is het thans in art. 171, 4°, i, WIB 92 ingeschreven belastingstelsel van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1994 (inkomsten van het jaar 1993).
NAMENS DE MINISTER :
Voor de Directeur-generaal :
De Auditeur-generaal,
M. CHERPION
Bron: FisconetPlus
