Circulaire nr. Ci.RH.82/612.046 (AAFisc Nr. 39/2011) dd 28.07.2011
Algemene administratie van de FISCALITEIT - Centrale diensten
Directie I/5A
Circulaire nr. Ci.RH.82/612.046 (AAFisc Nr. 39/2011) dd 28.07.2011
Belasting van niet-inwoners natuurlijke personen
Aangifteformulier
Aangifte in de BNI/nat.pers. Invulling van de aangifte
Wijzigingen aan de aangifte van de niet-inwoners natuurlijke personen van aanslagjaar 2011.
Aan alle ambtenaren.
- Het aantal bladzijden van deel 1 van de aangifte in de belasting van niet- inwoners/natuurlijke personen (BNI/nat.pers.) werd uitgebreid van 11 naar 12. Het aantal bladzijden van deel 2 bleef ongewijzigd (4).
- In tegenstelling tot de voorgaande jaren zijn de bedragen vermeld in de aangifte en de meeste bedragen vermeld in de toelichting niet geïndexeerd. Dit is het gevolg van de inlassing door art. 4, W 21.12.2009 houdende fiscale en diverse bepalingen (BS 31.12.2009, Ed. 2) van een § 7 in art. 178, WIB 92, die bepaalt dat de jaarlijkse indexering niet tot lage- re bedragen mag leiden dan die van het jaar voordien, met uitzondering, inzonderheid, van de in § 6 van datzelfde artikel bedoelde bedragen.
Het bedrag bedoeld in art. 178, § 6, WIB 92 is het in art. 38, § 1, eerste lid, 24°, WIB 92 vermelde maximumbedrag van 2.200 EUR (vóór indexering) van de vrijstelling van niet-reccurente resultaatgebonden voordelen. Op grond van art. 178, § 6, WIB 92 zou dat maximumbedrag normaal "negatief" moeten worden geïndexeerd (van 2.314 EUR voor aj. 2010 tot 2.299 EUR voor aj. 2011). In het addendum van 22.3.2010 aan circ. Ci.RH.242/602.723 van 27.1.2010 is evenwel gesteld dat de administratie zich aansloot bij het standpunt van de RSZ om een onderscheid te maken tussen systemen opgestart vóór
1 oktober 2009, waarvoor het hogere grensbedrag van 2009 van toepassing zou blijven (2.314 EUR), en systemen opgestart vanaf 1 oktober 2009, waarvoor het "negatief" geïndexeerde grensbedrag van 2010 zou gelden (2.299 EUR). Om pragmatische redenen heeft de administratie echter uiteindelijk beslist om voor aj. 2011 maar één enkel grensbedrag toe te passen, nl. het hoogste (2.314 EUR).
- De aangifte van aj. 2011 is inhoudelijk op de volgende punten gewijzigd. Wijzigingen die zich ook in de aangifte in de personenbelasting aj. 2011 hebben voorgedaan, maar die geen mogelijke implicaties, specifiek voor de BNI/nat. pers., bevatten, worden ech ter niet besproken. Hiervoor wordt verwezen naar de circulaire nr. Ci.RH.82/610.411 (AAFisc Nr. 24/2011) van 29.4.2011.
Deel 1
a) Vak I, 1: de categorieën 4 en 5 van de houder(s) van rekeningen (aangifte aj. 2010) zijn gehergroepeerd in de categorie 4: "de houder is een mandataris, die u gerechtigd hebt om teruggaven te ontvangen". De werkgever aan wie de belastingplichtige machtiging heeft gegeven om eventuele teruggaven van inkomstenbelastingen, voorheffingen en voorafbetalingen te ontvangen, maakt inderdaad deel uit van die categorie van houder(s) van rekeningen.
b) Vak II: het vak waarin de belastingplichtige zijn keuze voor een "optionele regularisatie" bevestigt, werd aangepast. Niettegenstaande er geen verplichting tot aangifte is, hebben de volgende belastingplichtigen immers eveneens de mogelijkheid om vanaf aj. 2011 vrijwillig een aangifte in de belasting van niet-inwoners in te dienen. Het betreffen niet-rijksinwoners die, als vennoot of lid van een burgerlijke vennootschap of een vereniging zonder rechtspersoonlijkheid die haar maatschappelijke zetel, haar voornaamste inrichting of haar zetel van bestuur of beheer in België heeft of waarvan de winst of baten respectievelijk zijn opgebracht door bemiddeling van een Belgische inrichting of voortkomen uit een in België uitgeoefende werkzaamheid, in België belastbare winst of baten hebben behaald of verkregen (cf. art. 248, § 2, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 38, 2°, W 14.4.2011 houdende diverse bepalingen – BS 6.5.2011, Ed. 1).
c) Vak III, A, 6: ingevolge de non-discriminatiebepaling uit de nieuwe Overeenkomst tussen België en Marokko tot het vermijden van dubbele belasting, gesloten op 31.5.2006 en van toepassing vanaf aj. 2011, kunnen de inwoners van Marokko, uitsluitend op basis daarvan, geen aanspraak meer maken op alle maatregelen die verband houden met persoonlijke aftrekken, tegemoetkomingen en belastingverminderingen uit hoofde van de gezinstoestand of gezinslasten. Het vakje "Marokko" is derhalve geschrapt (cf. 30.3.2009 houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en het Koninkrijk Marokko tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan en het ontduiken van belasting inzake belastingen naar het inkomen, ondertekend te Brussel op 31 mei 2006 – BS 6.5.2009).
d) Vak V, B, 1, b, C, 2, D, 1, a, 2°, D, 1, b, 2°, D, 5 en E, 2, b: de afzonderlijke aanslag (tegen de gemiddelde aanslagvoet m.b.t. het geheel van de gezamenlijk belastbare inkomsten van het belastbare tijdperk, tenzij de volledige globalisatie voordeliger is) van de in art. 31, tweede lid, 4°, WIB 92 bedoelde vervangingsinkomsten van de maand december die door een overheid voor de eerste maal tijdens diezelfde maand zijn betaald in plaats van tijdens de maand januari van het volgende jaar, is in principe van toepassing op alle categorieën van niet-rijksinwoners (cf. art. 25, W 29.12.2010 houdende diverse bepalingen (I) – BS 31.12.2010, Ed. 3).
e) Vak VIII, 2, a: een sterretje (*) werd toegevoegd, aangezien de aftrek van aan rijksinwoners betaalde onderhoudsuitkeringen in principe enkel nog mogelijk is voor de niet- rijksinwoners die behoren tot één van de twee categorieën van niet-rijksinwoners zoals bedoeld in vak III, A, 5 (niet-rijksinwoners met tehuis in België en met niet-rijksinwoners met tehuis in België gelijkgestelde niet-rijksinwoners) (cf. opheffing van art. 241, WIB 92, door art. 36, W 14.4.2011 houdende diverse bepalingen – BS 6.5.2011, Ed. 1).
f) Vak VIII, 2, b: enerzijds wordt, zelfs wanneer de te gebruiken codes dezelfde zijn, door middel van twee streepjes een onderscheid gemaakt tussen de aan rijksinwoners betaalde onderhoudsuitkeringen en de aan niet-rijksinwoners betaalde onderhoudsuitkeringen. Als gevolg van voormelde opheffing van art. 241, WIB 92, kunnen de niet in vak III, A, 5 bedoelde niet-rijksinwoners (zonder tehuis in België en niet met tehuis in België gelijkgestelde niet-rijksinwoners), in voorkomend geval, enkel op grond van een non-discriminatiebepaling uit een door België gesloten overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting, aan rijksinwoners betaalde onderhoudsuitkeringen aftrekken. Er wordt ondermeer verduidelijkt dat het moet gaan om inwoners van Nederland, Luxemburg of Frankrijk die niet behoren tot één van de twee categorieën van niet-rijksinwoners zoals bedoeld in vak III, A, 5, aangezien in het tegenovergestelde geval (wanneer ze behoren tot één van de twee voormelde categorieën), de inwoners van die landen hun aan rijksinwoners betaalde onderhoudsuitkeringen wel degelijk moeten vermelden in rubriek 2, a van vak VIII, en niet in rubriek 2, b van dat vak.
Anderzijds werd, zowel voor de aan rijksinwoners betaalde onderhoudsuitkeringen als voor de aan niet-rijksinwoners betaalde onderhoudsuitkeringen, de verwijzing naar inwoners van Marokko opgeheven, als gevolg van de non-discriminatiebepaling uit de nieuwe overeenkomst tussen België en Marokko tot het vermijden van dubbele belasting, gesloten op 31.5.2006 en van toepassing vanaf aj. 2011. Enkel de inwoners van Frankrijk, Nederland en Luxemburg zijn derhalve beoogd in rubriek 2, b van vak VIII.
g) Vak VIII, 3: een sterretje (*) werd toegevoegd, aangezien de aftrek van giften enkel nog mogelijk is voor niet-rijksinwoners met tehuis in België of ermee gelijkgestelde niet- rijksinwoners, bedoeld in vak III, A, 5 (cf. opheffing van artikel 241, WIB 92 door art. 36, W 14.4.2011 houdende diverse bepalingen – BS 6.5.2011, Ed. 1).
h) Vak X, F: inlassing van twee nieuwe belastingverminderingen. Alle categorieën van niet- rijksinwoners komen in aanmerking voor, enerzijds, een belastingvermindering voor lage energiewoningen, en, anderzijds, een belastingvermindering voor nulenergiewoningen (cf. art. 121, d tot h, Programmawet 23.12.2009 – BS 30.12.2009, Ed. 1).
i) Vak X, J: voor de nieuwe belastingvermindering voor de verwerving van aandelen van erkende ontwikkelingsfondsen voor microfinanciering in ontwikkelingslanden komen alle categorieën van niet-rijksinwoners in aanmerking (cf. art. 4, W 1.6.2008 houdende de invoering van een belastingvermindering voor aandelen in ontwikkelingsfondsen voor microfinanciering in ontwikkelingslanden en houdende de vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning als ontwikkelingsfonds – BS 4.7.2008, Ed. 1 en art. 2, W 21.12.2009 houdende fiscale en diverse bepalingen – BS 31.12.2009, Ed. 2).
j)
k) Vak X, K: voor de nieuwe belastingvermindering voor uitgaven voor de verwerving van een nieuwe elektrische personenauto, auto voor dubbel gebruik, minibus, motorfiets, driewieler of vierwieler komen alle categorieën van niet-rijksinwoners in aanmerking (cf. art. 20, W 22.12.2009 houdende fiscale en diverse bepalingen – BS 31.12.2009, Ed. 2 en art. 123, 1° tot 3°, Programmawet 23.12.2009 – BS 30.12.2009, Ed. 1).
l) Vak X, L: voor de nieuwe belastingvermindering voor uitgaven voor de installatie van een oplaadpunt voor elektrische voertuigen aan de buitenkant van een woning komen alle categorieën van niet-rijksinwoners in aanmerking (cf. art. 123, 4°, Programmawet 23.12.2009 - BS 30.12.2009, Ed. 1).
Deel 2
Voor de aangifte inzake aj. 2011 is er inhoudelijk geen enkele wijziging die eigen is aan de BNI/nat.pers.
De wijzigingen aan deel 2 van de aangifte in de personenbelasting van aj. 2011, bevatten geen implicaties specifiek voor de BNI/nat. pers..
- In de toelichting zijn de passages die wezenlijke wijzigingen hebben ondergaan, in de rand met een rode verticale stippellijn gemerkt; zij hebben hoofdzakelijk betrekking op de hierboven besproken aanpassingen.
Daarnaast wordt de aandacht nog gevestigd op de Voorafgaande opmerking bij vak V van de toelichting inzake deel 1. De vierde alinea, punt a) werd immers gewijzigd als gevolg van de wijziging aan art. 248, § 1, tweede lid, 1°, b, WIB 92 door art. 38, 1°, W 14.4.2011 houdende diverse bepalingen (BS 6.5.2011, Ed. 1). Voortaan wordt er bepaald dat de werkzaamheid moet worden uitgeoefend aan boord van een koopvaardijschip (en dus niet meer van een Belgisch koopvaardijschip zoals voorheen) door een zeeman waarvoor voortaan wordt vereist dat hij geen inwoner is van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte. Daaruit volgt dat vanaf aj. 2011 de "bezoldigingen verkregen uit hoofde van een werkzaamheid uitgeoefend aan boord van een koopvaardijschip door een zeeman die geen inwoner is van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte en niet is ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 1°bis, eerste lid, 1°, van de besluitwet van 7.2.1945 betreffende de maatschappelijke veiligheid van de zeelieden ter koopvaardij" niet meer moeten worden vermeld in vak V, wanneer die bezoldigingen aan een bevrijdende bedrijfsvoorheffing werden onderworpen.
NAMENS DE MINISTER:
Voor de Administrateur-generaal van de fiscaliteit dd.:
De Auditeur-generaal van financiën a.i.,
S. QUINTENS
