Aanschrijving nr. 2 dd. 08.02.1983
AANSCHRIJVING 83/002
Aanschrijving nr. 2 dd. 08.02.1983
Verplichting
Verkoop op afbetaling
Verkoop op krediet
Factuur
Vrijstelling
Ontheffing van de factureringsplicht
Maatstaf van heffing
1. Krachtens artikel 8, tweede lid, 4, van het koninklijk besluit nr. 1, van 23 juli 1969, met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, is de ontheffing een factuur uit te reiken voor handelingen met particulieren, die niet handelen in de uitoefening van een beroepswerkzaamheid, niet van toepassing ten aanzien van verkopen op afbetaling en huurkopen.
2. De huidige aanschrijving heeft tot doel deze bepaling toe te lichten en de richtlijnen te coördineren die ter zake al gepubliceerd zijn (z. nr. 10).
3. Voor de toepassing van deze bepaling moet onder "verkoop op afbetaling" worden verstaan alle handelingen die onderworpen zijn aan de reglementering bedoeld in de wet van 9 juli 1957 tot regeling van de verkoop op afbetaling en van zijn financiering.
4. Onder verkoop op afbetaling in de zin van artikel 1 van de voornoemde wet van 9 juli 1957 wordt verstaan elke overeenkomst, ongeacht onder welke benaming of in welke vorm, welke normaal leidt tot verkrijging van lichamelijk roerende goederen waarvan de prijs, die niet lager of hoger mag zijn dan de bedragen bepaald door de Koning bij in Ministerraad overlegd besluit, voldaan wordt in ten minste vier termijnen. De bepalingen betreffende de verkoop op afbetaling gelden eveneens voor de overeenkomsten betreffende een dienstverrichting die tot de door de Koning bij in Ministerraad overlegd besluit bepaalde categorieën behoort en waarvan de prijs betaalbaar is onder dezelfde voorwaarden.
5. De contracten van verkopen op afbetaling moeten ondermeer de contantprijs vermelden waartegen het verkochte voorwerp of de verleende dienstverrichting kan verkregen worden (z. art. 4, § 1, 5, van voornoemde wet van 9 juli 1957).
6. De artikelen 1 en 2 van het koninklijk besluit van 23 december 1957 houdende bepaalde uitvoeringsmaatregelen van voornoemde wet van 9 juli 1957 hebben de dienstverrichtingen vastgesteld alsmede de bedragen waarvan sprake onder nr. 4. Deze bepalingen werden herhaaldelijk gewijzigd door koninklijke besluiten. Deze wijzigingen zijn in tabelvorm vermeld in bijlage bij deze aanschrijving.
7. Rekening houdend met wat voorafgaat worden bedoeld, sinds 19 juli 1982, door artikel 8, 2de lid, 4, van het voormeld koninklijk besluit nr. 1:
1 de levering van goederen waarvan de contante prijs (inclusief BTW en, eventueel, speciale taks op luxe-produkten) ten minste 5.500 F en niet meer dan 1.000.000 F bedraagt en in ten minste vier termijnen wordt voldaan;
2 dienstverrichtingen waarvan de contante prijs (inclusief BTW) ten minste 5.500 F en niet meer dan 1.000.000 F bedraagt en in ten minste vier termijnen wordt voldaan. Deze dienstverrichtingen moeten slaan op het inrichten van reizen, het herstellen van alle soorten motorrijtuigen, het geven van lessen onder om het even welke vorm, in de mate dat deze lessen niet van de belasting zijn vrijgesteld op grond van de bepalingen van artikel 44, § 2, 4, van het Wetboek.
8. Anderzijds werden ten aanzien van die handelingen volgende bijzondere schikkingen getroffen:
1 het stuk waarbij de handeling verplicht wordt vastgesteld (het "contract" volgens artikel 3 van de wet van 9 juli 1957) mag als factuur gelden op voorwaarde dat alle vermeldingen erop voorkomen die vereist zijn opdat het voor de toepassing van de BTW als een factuur zou worden aangemerkt. In dat geval moet het opschrift van het stuk worden aangevuld met het woord "factuur";
2 de maatstaf van heffing van de BTW omvat noch de bedongen interesten, noch de kosten inherent met de kredietverrichting.
9. Voor de verkopen op krediet en de dienstverrichtingen die niet onderworpen zijn aan de economische reglementering inzake de verkoop op afbetaling, is de ontheffing van de factureringsplicht van toepassing wanneer de klant een particulier is, die het goed of de dienst niet bestemt voor de uitoefening van een beroepswerkzaamheid, tenzij het gaat om handelingen bedoeld in artikel 8, tweede lid, 1 tot 3 en 5 tot 9, van het koninklijk besluit nr. 1. Wanneer voor die verkopen of die dienstverrichtingen gebruik wordt gemaakt van de ontheffing van de factureringsplicht, is de belasting verschuldigd naar mate van de incassering van de prijs. De ontvangsten die voortkomen van die handelingen moeten van dag tot dag worden ingeschreven in het dagboek van ontvangsten bedoeld in artikel 12, 3, van het koninklijk besluit nr. 1. Om de belasting te bepalen die voor die ontvangsten verschuldigd is, mag de onderneming slechts een deel ervan als interesten of financieringskosten elimineren indien ze haar klanten voor dezelfde goederen of diensten een contante prijs voorstelt. De aftrek voor die interesten of kosten mag niet meer bedragen dan het verschil tussen deze laatste prijs en de werkelijk betaalde prijs.
10. De huidige aanschrijving vervangt vanaf 19 juli 1982 de volgende aanschrijvingen :
- nr. 85 van 18 mei 1971 (1);
- nr. 71 van 3 juli 1972 (2);
- nr. 16 van 16 juli 1975 (3).
(1) Z. Revue nr.3, blz.351. (2) Z. Revue nr.9, blz.517. (3) Z. Revue nr.22, blz.298.
Aanschrijving nr. 2 dd. 08.02.1983
Verplichting
Verkoop op afbetaling
Verkoop op krediet
Factuur
Vrijstelling
Ontheffing van de factureringsplicht
Maatstaf van heffing
1. Krachtens artikel 8, tweede lid, 4, van het koninklijk besluit nr. 1, van 23 juli 1969, met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, is de ontheffing een factuur uit te reiken voor handelingen met particulieren, die niet handelen in de uitoefening van een beroepswerkzaamheid, niet van toepassing ten aanzien van verkopen op afbetaling en huurkopen.
2. De huidige aanschrijving heeft tot doel deze bepaling toe te lichten en de richtlijnen te coördineren die ter zake al gepubliceerd zijn (z. nr. 10).
3. Voor de toepassing van deze bepaling moet onder "verkoop op afbetaling" worden verstaan alle handelingen die onderworpen zijn aan de reglementering bedoeld in de wet van 9 juli 1957 tot regeling van de verkoop op afbetaling en van zijn financiering.
4. Onder verkoop op afbetaling in de zin van artikel 1 van de voornoemde wet van 9 juli 1957 wordt verstaan elke overeenkomst, ongeacht onder welke benaming of in welke vorm, welke normaal leidt tot verkrijging van lichamelijk roerende goederen waarvan de prijs, die niet lager of hoger mag zijn dan de bedragen bepaald door de Koning bij in Ministerraad overlegd besluit, voldaan wordt in ten minste vier termijnen. De bepalingen betreffende de verkoop op afbetaling gelden eveneens voor de overeenkomsten betreffende een dienstverrichting die tot de door de Koning bij in Ministerraad overlegd besluit bepaalde categorieën behoort en waarvan de prijs betaalbaar is onder dezelfde voorwaarden.
5. De contracten van verkopen op afbetaling moeten ondermeer de contantprijs vermelden waartegen het verkochte voorwerp of de verleende dienstverrichting kan verkregen worden (z. art. 4, § 1, 5, van voornoemde wet van 9 juli 1957).
6. De artikelen 1 en 2 van het koninklijk besluit van 23 december 1957 houdende bepaalde uitvoeringsmaatregelen van voornoemde wet van 9 juli 1957 hebben de dienstverrichtingen vastgesteld alsmede de bedragen waarvan sprake onder nr. 4. Deze bepalingen werden herhaaldelijk gewijzigd door koninklijke besluiten. Deze wijzigingen zijn in tabelvorm vermeld in bijlage bij deze aanschrijving.
7. Rekening houdend met wat voorafgaat worden bedoeld, sinds 19 juli 1982, door artikel 8, 2de lid, 4, van het voormeld koninklijk besluit nr. 1:
1 de levering van goederen waarvan de contante prijs (inclusief BTW en, eventueel, speciale taks op luxe-produkten) ten minste 5.500 F en niet meer dan 1.000.000 F bedraagt en in ten minste vier termijnen wordt voldaan;
2 dienstverrichtingen waarvan de contante prijs (inclusief BTW) ten minste 5.500 F en niet meer dan 1.000.000 F bedraagt en in ten minste vier termijnen wordt voldaan. Deze dienstverrichtingen moeten slaan op het inrichten van reizen, het herstellen van alle soorten motorrijtuigen, het geven van lessen onder om het even welke vorm, in de mate dat deze lessen niet van de belasting zijn vrijgesteld op grond van de bepalingen van artikel 44, § 2, 4, van het Wetboek.
8. Anderzijds werden ten aanzien van die handelingen volgende bijzondere schikkingen getroffen:
1 het stuk waarbij de handeling verplicht wordt vastgesteld (het "contract" volgens artikel 3 van de wet van 9 juli 1957) mag als factuur gelden op voorwaarde dat alle vermeldingen erop voorkomen die vereist zijn opdat het voor de toepassing van de BTW als een factuur zou worden aangemerkt. In dat geval moet het opschrift van het stuk worden aangevuld met het woord "factuur";
2 de maatstaf van heffing van de BTW omvat noch de bedongen interesten, noch de kosten inherent met de kredietverrichting.
9. Voor de verkopen op krediet en de dienstverrichtingen die niet onderworpen zijn aan de economische reglementering inzake de verkoop op afbetaling, is de ontheffing van de factureringsplicht van toepassing wanneer de klant een particulier is, die het goed of de dienst niet bestemt voor de uitoefening van een beroepswerkzaamheid, tenzij het gaat om handelingen bedoeld in artikel 8, tweede lid, 1 tot 3 en 5 tot 9, van het koninklijk besluit nr. 1. Wanneer voor die verkopen of die dienstverrichtingen gebruik wordt gemaakt van de ontheffing van de factureringsplicht, is de belasting verschuldigd naar mate van de incassering van de prijs. De ontvangsten die voortkomen van die handelingen moeten van dag tot dag worden ingeschreven in het dagboek van ontvangsten bedoeld in artikel 12, 3, van het koninklijk besluit nr. 1. Om de belasting te bepalen die voor die ontvangsten verschuldigd is, mag de onderneming slechts een deel ervan als interesten of financieringskosten elimineren indien ze haar klanten voor dezelfde goederen of diensten een contante prijs voorstelt. De aftrek voor die interesten of kosten mag niet meer bedragen dan het verschil tussen deze laatste prijs en de werkelijk betaalde prijs.
10. De huidige aanschrijving vervangt vanaf 19 juli 1982 de volgende aanschrijvingen :
- nr. 85 van 18 mei 1971 (1);
- nr. 71 van 3 juli 1972 (2);
- nr. 16 van 16 juli 1975 (3).
(1) Z. Revue nr.3, blz.351. (2) Z. Revue nr.9, blz.517. (3) Z. Revue nr.22, blz.298.
Bron: FisconetPlus
