Aanschrijving nr. 6 dd. 08.04.1983

AANSCHRIJVING 83/006

Aanschrijving nr. 6 dd. 08.04.1983


Vrijstelling inzake vliegtuigen, watervliegtuigen, ...
Artikel 42, § 2 van het W.BTW.


INHOUDSTABEL Nr. ONDERWERP VAN DE AANSCHRIJVING 1 - 2 HOOFDSTUK I. ARTIKEL 42, § 2, 1°, VAN HET W.BTW : LEVERING VAN VLIEGTUIGEN, WATERVLIEGTUIGEN, HEFSCHROEFVLIEGTUIGEN EN DERGELIJKE TOESTELLEN, BESTEMD VOOR GEBRUIK DOOR DE STAAT OF DOOR LUCHTVAARTMAATSCHAPPIJEN DIE ZICH HOOFDZAKELIJK TOELEGGEN OP HET INTERNATIONALE VERVOER VAN PERSONEN EN VAN GOEDEREN TEGEN BETALING 3 - 21 - Vrijgestelde toestellen 5 - 6 - Niet-vrijgestelde toestellen 7 - Gebruik door de Staat 8 - 9 - Luchtvaartmaatschappijen die zich hoofdzakelijk toeleggen op het internationale vervoer van personen en goederen tegen betaling : begripsomschrijving 10 - 11 - Bijzondere vergunningen 12 - 16 - Rechthebbenden op de vrijstelling 17 - 18 - Uitsluitingen van de vrijstelling 19 - Voorraden van de vrijstelling 20 - 21 HOOFDSTUK II. ARTIKEL 42, § 2, 2°, VAN HET W.BTW : LEVERING VAN VOORWERPEN BESTEMD OM INGELIJFD TE WORDEN IN LUCHTVAARTUIGEN BEDOELD IN ARTIKEL 42, § 2, 1°, VAN HET W.BTW, OF OM TE DIENEN VOOR DE EXPLOITATIE ERVAN 22 - 34 - Begrip 22 - Vrijgestelde goederen 23 - 26 - Containers 24 - Grondmaterieel 25 - Materieel voor technische en operationele bijstand 26 - Niet-vrijgestelde goederen 27 - Rechthebbenden op de vrijstelling 28 - 31 - Voorwaarden van de vrijstelling 32 - 34 HOOFDSTUK III. ARTIKEL 42, § 2, 3°, VAN HET WETBOEK : DIENSTEN MET BETREKKING TOT VLIEGTUIGEN EN DERGELIJKE TOESTELLEN 35 - 40 - Begrip 35 - 36 - Vrijgestelde diensten 37 - 38 - Voorwaarden van de vrijstelling 39 - 40 HOOFDSTUK IV. ARTIKEL 42, § 2, 4°, VAN HET WETBOEK : GOEDEREN BESTEMD VOOR DE BEVOORRADING VAN VLIEGTUIGEN EN DERGELIJKE TOESTELLEN 41 - 50 - Begrip 41 - 42 - Goederen bestemd voor de bevoorrading 43 - Rechthebbenden op de vrijstelling 44 - 45 - Uitsluitingen van de vrijstelling 45 - 46 - Voorwaarden van de vrijstelling 47 - 50 HOOFDSTUK V. ARTIKEL 42, § 2, 5°, VAN HET WETBOEK : DIENSTEN VERRICHT VOOR DE RECHTSTREEKSE BEHOEFTEN VAN VLIEGTUIGEN EN DERGELIJKE TOESTELLEN, EN VAN HUN LADING 51 - 59 - Begrip 51 - 53 - Uitsluitingen van de vrijstelling 54 - 55 - Vrijgestelde diensten 56 - 58 - Voorwaarden van de vrijstelling 59 HOOFDSTUK VI. VERBINTENIS VAN DE VERKRIJGER 60 ONDERWERP VAN DE AANSCHRIJVING

1. De vrijstellingen van de BTW met betrekking tot vliegtuigen, watervliegtuigen, hefschroefvliegtuigen en dergelijke toestellen zijn opgenomen in artikel 42, § 2, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, dat luidt als volgt :

"Van de belasting zijn vrijgesteld :

1° de levering van vliegtuigen, watervliegtuigen, hefschroefvliegtuigen en dergelijke toestellen, bestemd voor gebruik door de Staat of door luchtvaartmaatschappijen die zich hoofdzakelijk toeleggen op het internationale vervoer van personen en van goederen tegen betaling;

2° de levering aan bouwers, eigenaars en gebruikers van in 1° van deze paragraaf bedoelde luchtvaartuigen, van voorwerpen bestemd om te worden ingelijfd in die toestellen of om te dienen voor de exploitatie ervan;

3° de diensten die tot voorwerp hebben de bouw, de verbouwing, de herstelling, het onderhoud en de verhuur van in 1° en 2° van deze paragraaf bedoelde luchtvaartuigen en voorwerpen;

4° de levering aan in 1° van deze paragraaf bedoelde luchtvaartmaatschappijen, van goederen bestemd voor de bevoorrading van vliegtuigen, watervliegtuigen, hefschroefvliegtuigen en dergelijke toestellen welke die maatschappijen gebruiken;

5° de andere diensten dan deze genoemd in 3° van deze paragraaf, die verricht worden voor de rechtstreekse behoeften van in 1° van deze paragraaf bedoelde toestellen, met uitzondering van de toestellen gebruikt door de Staat, en van hun lading, zoals het slepen, het loodsen, reddings- en expertiseverrichtingen, het gebruik van de luchthavens, de diensten ten behoeve van het landen, het opstijgen en het verblijf van toestellen op de luchthavens, de diensten als agent verleend door luchtvaartagenten aan die maatschappijen, de diensten aan passagiers en bemanning verleend voor rekening van luchtvaartmaatschappijen.

De Koning bepaalt de beperkingen en de voorwaarden voor de toepassing van deze paragraaf."

Die toepassingsvoorwaarden werden vastgelegd in het koninklijk besluit nr. 6 van 27 december 1977, met betrekking tot de vrijstellingen ten aanzien van internationaal vervoer, zee- en binnenschepen en luchtvaartuigen, op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde.

Artikel 2 van het bovengenoemd koninklijk besluit bepaalt met name dat de vrijstellingen van artikel 42, § 2, van het W.BTW, worden vastgelegd binnen de perken en onder de voorwaarden bepaald door of vanwege de Minister van Financiën en aangetoond door stukken en bescheiden waarvan de aard en de vorm door hen worden bepaald.

Belangrijk om weten is dat de invoer en de intracommunautaire verwerving van goederen, waarvan de levering door BTW-belastingplichtigen in het binnenland is vrijgesteld, eveneens zijn vrijgesteld bij toepassing van artikel 40, § 1, 1°, van het W.BTW.

2. Deze aanschrijving bepaalt de draagwijdte van en de voorwaarden waaraan de vrijstellingen bedoeld in artikel 42, § 2, van het W.BTW onderworpen zijn.

Zij vervangt de aanschrijving van 22 november 1978, nr. 36.

HOOFDSTUK I.
VRIJSTELLING VOOR DE LEVERING VAN VLIEGTUIGEN, WATERVLIEGTUIGEN, HEFSCHROEFVLIEGTUIGEN EN DERGELIJKE TOESTELLEN

3. De vrijstelling bepaald in artikel 42, § 2, 1°, van het W.BTW is gesteund op de aard en de bestemming van het verkochte goed.

4. De verkoop van een onverdeeld deel in een vliegtuig, een watervliegtuig, een hefschroefvliegtuig of een dergelijk toestel, bedoeld in artikel 42, § 2, 1°, van het W.BTW, en de verkrijging van een dergelijk toestel door een verdeling of een met verdeling gelijkgestelde overdracht, zijn van de belasting vrijgesteld.

VRIJGESTELDE TOESTELLEN

5. De toestellen bedoeld in artikel 42, § 2, 1°, van het W.BTW zijn uitsluitend de vliegtuigen, watervliegtuigen, hefschroefvliegtuigen en dergelijke toestellen die gebruikt worden of bestemd zijn om gebruikt te worden hetzij door de Belgische Staat, hetzij door de Belgische of buitenlandse luchtvaartmaatschappijen die zich hoofdzakelijk toeleggen op het internationale vervoer van personen en van goederen tegen betaling (z. evenwel nr. 17).

6. De vrijstelling bedoeld onder nr. 5 is zonder onderscheid zowel toepasselijk op toestellen die volledig zijn uitgerust en die luchtwaardig geleverd worden, als op toestellen die geleverd worden op het ogenblik dat ze niet of niet volledig uitgerust zijn, omdat de verkrijger ze zelf zal uitrusten of voltooien.

NIET-VRIJGESTELDE TOESTELLEN

7. De levering van luchtvaartuigen die geen vliegtuigen, watervliegtuigen, hefschroefvliegtuigen en dergelijke toestellen zijn, zijn niet bedoeld in artikel 42, § 2, 1°, van het W.BTW en zijn bijgevolg niet vrijgesteld op grond van die bepaling.

Uitgesloten van de toepassing van artikel 42, § 2, 1°, van het W.BTW zijn inzonderheid :

  • de luchtvaartuigen welke lichter zijn dan de lucht (al dan niet bestuurbare ballons en luchtschepen);
  • de zweefvliegtuigen;
  • vliegers, delta-vleugels en ballons gebruikt door luchtvaartdiensten en weerkundige diensten;
  • de verouderde of afgekeurde vliegtuigen;
  • de vliegende doelen die door het leger bij schietoefeningen gebruikt worden.


GEBRUIK DOOR DE STAAT

8. De uitdrukking "Staat" in artikel 42, § 2, 1°, van het W.BTW slaat op de Belgische Staat, vertegenwoordigd door zijn verschillende diensten, daaronder begrepen de gepersonaliseerde administraties die, alhoewel ze een rechtspersoonlijkheid bezitten verschillend van de Staat, zich echter met deze vereenzelvigen, aangezien hun beheersorganen onderworpen blijven aan de hiërarchische macht van de ministeriële autoriteiten waarvan zij afhangen.

9. Het gebruik door de Staat is niet beperkt; het betreft zowel burgerlijk als militair gebruik.

Zo zijn inzonderheid vrijgesteld van de belasting de leveringen van gevechtstoestellen, oefen- en transporttoestellen, van toestellen speciaal ontworpen voor luchtfotografie, weerkunde en andere wetenschappelijke opdrachten en van ambulancevliegtuigen, voor zover deze toestellen bestemd zijn voor gebruik door diensten van de Staat.

LUCHTVAARTMAATSCHAPPIJEN DIE ZICH HOOFDZAKELIJK TOELEGGEN OP HET INTERNATIONALE VERVOER VAN PERSONEN EN VAN GOEDEREN TEGEN BETALING : BEGRIPSOMSCHRIJVING

10. Voor de toepassing van de vrijstellingen van de belasting bedoeld in artikel 42, § 2, W.BTW, worden aangemerkt als luchtvaartmaatschappijen die zich hoofdzakelijk toeleggen op het internationale vervoer van personen en van goederen tegen betaling, de Belgische of buitenlandse ondernemingen (natuurlijke personen of rechtspersonen), wier werkzaamheid er hoofdzakelijk in bestaat om, voor rekening van derden en ter uitvoering van contracten onder bezwarende titel, luchtvervoer van personen en (of) van goederen te verrichten vanuit een plaats in het buitenland naar een plaats in België of omgekeerd, ofwel vanuit een plaats in het buitenland naar een andere plaats in het buitenland zelfs over Belgisch grondgebied.

11. Als luchtvaartmaatschappijen die zich hoofdzakelijk toeleggen op het internationale vervoer van personen en van goederen tegen betaling, worden ambtshalve aangemerkt de maatschappijen die geregelde vluchten onderhouden namelijk :



a)de Belgische Naamloze Vennootschap tot Exploitatie van het Luchtverkeer (SABENA). De wet van 6 april 1949 (Belgisch Staatsblad van 26 april 1949) heeft aan SABENA het recht verleend om het geregeld luchtvervoer te exploiteren;
b)de buitenlandse luchtvaartmaatschappijen die de vergunning hebben om geregelde vluchten te onderhouden met als bestemming of als vertrekpunt een Belgische luchthaven hetzij bij toepassing van de Overeenkomst betreffende de Internationale Burgerlijke Luchtvaart ondertekend te Chicago op 7 december 1944 (wet van 30 april 1947 Belgisch Staatsblad van 2 december 1948) hetzij ingevolge bilaterale akkoorden gesloten tussen België en verschillende vreemde Staten;
c)andere Belgische maatschappijen die geregelde vluchten verzekeren.
BIJZONDERE VERGUNNINGEN

12. De andere in België gevestigde ondernemingen dan de maatschappij bedoeld in nr. 11 a) en c) die voldoen aan de hierna opgesomde voorwaarden kunnen bij wege van bijzondere vergunning aanspraak maken op het stelsel van vrijstellingen bepaald in artikel 42, § 2, van het W.BTW. Die voorwaarden zijn :



a)de hoedanigheid hebben van gemachtigd ondernemer van luchtvervoer;
b)uitsluitend werkzaamheden verrichten die betrekking hebben op de luchtvaart, zoals luchtvervoer, onderhoud en herstelling van vliegtuigen, scholing van piloten, catering, handeling, enz.;
c)één of meer luchtvaartuigen exploiteren die uitsluitend (Het incidenteel gebruik van één van die toestellen voor andere doeleinden is echter niet van die aard dat hierdoor de vergunning niet kan worden verleend of komt te vervallen) gebruikt worden voor betaald luchtvervoer; en die samen ten minste een totale capaciteit hebben ofwel van twaalf passagiers ofwel van duizend kilogram vracht. In geval van gemengde exploitatie van personen- en vrachtvervoer wordt de minimum totale capaciteit is echter niet vereist wanneer de onderneming ten minste één meermotorig straalvliegtuig exploiteert uitsluitend voor betaald luchtvervoer;
d)gedurende het kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de vergunning wordt verleend, een omzet met betrekking tot betaald internationaal luchtvervoer realiseren die ten minste 80 pct. bereikt van de totale omzet gerealiseerd door de exploitatie van alle door de onderneming geëxploiteerde luchtvaartuigen samen, met inbegrip van de door haar gehuurde en verhuurde luchtvaartuigen.
13. De aanvraag om de vergunning te verkrijgen, vergezeld van de stukken die aantonen dat bovenstaande voorwaarden vervuld zijn, moet in tweevoud toekomen bij het controlekantoor van de BTW in wiens ambtsgebied de zetel van de onderneming gevestigd is.

De indiening van een aanvraag om de vergunning te verkrijgen, houdt automatisch het akkoord van de aanvrager in om alle boorddocumenten van alle door hem geëxploiteerde luchtvaartuigen, ter plaatse waar deze berusten, ter inzage voor te leggen op ieder verzoek van de ambtenaren die belast zijn met de controle op de heffing van de BTW, ten einde deze ambtenaren in staat te stellen de gegrondheid van de aanvraag na te zien.

De vergunning is geldig tot 31 maart van het jaar dat volgt op dat waarin ze werd verleend. Voor zover de voorwaarden nog steeds vervuld zijn, kan de onderneming elk jaar de hernieuwing bekomen van de vergunning tot 31 maart van het volgende jaar mits een schriftelijke aanvraag bij het controlekantoor van de BTW in te dienen ten minste een maand vóór de vervaldatum van de lopende vergunning.

14. Indien de aanvraag ingediend wordt door een pas opgerichte onderneming, wordt de vergunning door de Centrale administratie van de BTW verleend op grond van de op het tijdstip van de aanvraag voorliggende elementen. Daartoe moet in de aanvraag, voor het jaar waarin ze wordt ingediend, uitdrukkelijk het vermoedelijke percentage worden vermeld van de omzet betreffende betaald internationaal luchtvervoer ten opzichte van de omzet met betrekking tot de exploitatie van alle door de onderneming geëxploiteerde luchtvaartuigen samen. De toestand van de onderneming wordt dan herzien in de loop van de eerste drie maanden van het jaar dat volgt op dat waarin de vergunning werd verleend. Indien blijkt dat de vergunning ten onrechte zou zijn verleend op grond van onjuiste inlichtingen vermeld in de aanvraag en met name in geval van overschatting van het percentage van de omzet, dan wordt de vergunning met terugwerkende kracht ingetrokken.

15. De vergunning kan ten allen tijde worden ingetrokken, zelfs in de loop van de periode waarvoor ze werd verleend, indien blijkt dat de onderneming niet meer kan worden aangemerkt als een luchtvaartmaatschappij die zich hoofdzakelijk toelegt op het internationale vervoer van personen en van goederen tegen betaling.

16. Het verlenen van een vergunning houdt ambtshalve voor de administratie het recht in om, ter plaatse waar ze berusten, alle boorddocumenten van alle door de vergunninghouder geëxploiteerde luchtvaartuigen te raadplegen.

RECHTHEBBENDEN OP DE VRIJSTELLING

17. In alle gevallen is de toepassing van de vrijstellingen van artikel 42, § 2, van het W.BTW beperkt tot die toestellen die uitsluitend worden gebruikt voor betaald luchtvervoer. Het incidenteel gebruik van één van die toestellen voor andere doeleinden is echter niet van die aard dat ten aanzien van dit toestel de vrijstelling geen toepassing vindt.

18. Tegemoetkoming. Er wordt aangenomen dat de BTW niet moet worden geheven wanneer een vliegtuig, een watervliegtuig, een hefschroefvliegtuig of een dergelijk toestel wordt geleverd aan een persoon die geen luchtvaartmaatschappij is die zich hoofdzakelijk toelegt op het internationale vervoer van personen en van goederen tegen betaling, op voorwaarde dat die levering wordt verricht met als enig doel dat toestel te verhuren aan een luchtvaartmaatschappij als bedoeld in de nrs. 11, 12 of 14, die dat toestel een bestemming geeft welke de vrijstelling van de belasting krachtens artikel 42, § 2, 3°, van het W.BTW toepasselijk maakt op deze verhuur. Deze bestemming moet vaststaan op het tijdstip van de aankoop en moet bewezen kunnen worden ter voldoening van de ambtenaren belast met de controle op de toepassing van de BTW.

UITSLUITINGEN VAN DE VRIJSTELLING

19. De levering van vliegtuigen, hefschroefvliegtuigen en dergelijke toestellen, bestemd voor andere exploitanten dan de Staat of de luchtvaartmaatschappijen die zich hoofdzakelijk toeleggen op het internationale vervoer van personen en van goederen tegen betaling, is niet vrijgesteld.

De BTW is derhalve verschuldigd voor de levering van toestellen, die gebruikt worden voor privé-luchtvervoer, of om verhuurd te worden in andere omstandigheden dan die bedoeld in nr. 18, of die bestemd zijn voor pilotenscholen, andere dan die georganiseerd door de Staat. Aan de belasting is ook onderworpen de levering van toestellen die bestemd zijn voor elk ander luchtwerk dan internationaal vervoer, zoals luchtfotografie, reclame, propaganda, de organisatie van shows met vliegtuigen, de activiteiten van clubs voor zweefvliegers of valschermspringers.

Aan de belasting zijn eveneens onderworpen de levering van toestellen die door ondernemingen, welke een vergunning bedoeld in de nrs. 12 of 14 hebben verkregen, voor andere doeleinden gebruikt worden dan voor het verrichten van betaald luchtvervoer van personen of goederen (z. nr. 17).

Daarenboven zijn de hierna vermelde voorwerpen niet vrijgesteld op grond van artikel 42, § 2 van het W.BTW nl. de luchtvoertuigen welke lichter zijn dan de lucht, de zweefvliegtuigen, delta-vleugels en ballons gebruikt door luchtvaartdiensten en weerkundige diensten, de verouderde of afgekeurde vliegtuigen alsmede de vliegende doelen die door het leger bij schietoefeningen worden gebruikt.

VOORWAARDEN VAN DE VRIJSTELLING

20. Aanspraak op de vrijstelling kan slechts worden gemaakt door afgifte aan de leverancier van een bestelbon welke de navolgende gegevens bevat :



a)de hoedanigheid van de verkrijger : de Staat of een luchtvaartmaatschappij bedoeld in de nrs. 11, 12 of 14;
b)de beschrijving van het bestelde toestel, de bestemming van het toestel of het gebruik dat ervan zal worden gemaakt alsmede de nationaliteits- en inschrijvingskenmerken van het toestel indien het reeds werd ingeschreven of dito kenmerken die aan het zullen worden toegekend.
De bestelbon moet bovendien de volgende vermelding bevatten : "Vrijstelling van de BTW, artikel 42, § 2, 1°, van het W.BTW en, indien het toestel bestemd is om gebezigd te worden door een onderneming bedoeld in de nrs. 12 of 14, moet tevens de datum en het nummer vermeld worden van de vergunning die deze onderneming heeft verkregen.

21. Indien de handeling haar oorzaak vindt in een geschreven contract, geldt dit contract als bestelbon, op voorwaarde dat het de nodige gegevens bevat om de vrijstelling te rechtvaardigen.

De aan de koper uitgereikte factuur moet verwijzen naar de bestelbon of, in voorkomend geval, naar het contract dat als bestelbon geldt en moet alle gegevens en vermeldingen bevatten waarvan hierboven sprake.

HOOFDSTUK II.
ARTIKEL 42, § 2, 2°, VAN HET W.BTW. LEVERING VAN VOORWERPEN BESTEMD OM INGELIJFD TE WORDEN IN LUCHTVAARTUIGEN BEDOELD IN ARTIKEL 42, § 2, 1°, VAN HET W.BTW, OF OM TE DIENEN VOOR DE EXPLOITATIE ERVAN

BEGRIP

22. Artikel 42, § 2, 2°, van het W.BTW stelt van de belasting vrij de levering aan bouwers, eigenaars en gebruikers van in artikel 42, § 2, 1°, van het W.BTW bedoelde luchtvaartuigen, van voorwerpen bestemd om te worden ingelijfd in die toestellen of om te dienen voor de exploitatie ervan.

VRIJGESTELDE GOEDEREN

23. De vrijstelling bedoeld in artikel 42, § 2, 2°, van het W.BTW, betreft alle goederen die gebruikt worden voor de bouw of de uitrusting van een luchtvaartuig, of die erin worden ingelijfd ter gelegenheid van een herstelling, een revisie of een onderhoud.

Vrijgesteld zijn aldus :



a)de delen, onderdelen en samenstellende elementen van vliegtuigen en dergelijke toestellen, die uit hun aard slechts voor de bouw van zulke toestellen kunnen dienen, zoals rompen en gedeelten van rompen, alsmede in- of uitwendige delen daarvan (panelen, schotten, deuren, ramen, patrijspoorten, enz.); vleugels (draagvlakken) en delen daarvan, zoals langsliggers, ribben en dwarsverbinders; rolroeren; staartvlakken, stabilisatievlakken, hoogteroeren, richtingsroeren, trimvlakken en vleugelkleppen; onderstellen en hun optreksystemen, wielen (met inbegrip van wielen voorzien van luchtbanden) en landingsski's; drijvers van watervliegtuigen; schroeven, rotoren voor propeller- of voor hefschroefvliegtuigen; bladen van propellers of van rotoren; besturingshefbomen (stuurknuppels, zwengels, enz.); brandstofreservoirs, reservebrandstofreservoirs daaronder begrepen. Verder ook de specifieke uitrusting, zoals de motoren, de uitlaten, de delen van de hydraulische, elektrische en bewapeningsapparatuur, de radio, de radar en andere elektronische apparaten en de samenstellende delen daarvan, de valschermen die vastgemaakt zijn aan de schietstoelen, de remvalschermen van het vliegtuig en de valschermen die behoren bij het reddingsmateriaal dat deel uitmaakt van de vaste uitrusting van vliegtuigen, doch met uitsluiting van de valschermen bestemd voor de training van parachutisten, voor oefeningen van luchtlandingseenheden of voor het droppen van manschappen, wapens en munitie;
b)de ruwe stukken van gietijzer of smeltijzer bestemd voor de bouw van vliegtuigen en dergelijke toestellen en de voorwerpen die bij het gebruik hun identiteit en hun eigen karakter verliezen, in de praktijk herkenbaar door het feit dat ze gewoonlijk per gewicht of naar maat worden aangekocht (profielijzer, ijzeren staven, plaatijzer, metalen bladen en buizen, isolerende stoffen, beschermende produkten, soldeer, nagels, schijfjes, vijzen, moeren, bouten, verf, elektrische kabel, enz.);
c)de meubileringsvoorwerpen die tot de permanente uitrusting van het vliegtuig behoren.
CONTAINERS

24. wanneer luchtvaartuigen als bedoeld in artikel 42, § 2, 1°, van het W.BTW speciaal ontworpen of aangepast zijn voor het vervoer van goederen met containers, dan worden die containers aangemerkt als uitrustingsgoederen van die luchtvaartuigen en zijn ze aldus begrepen onder de goederen die vrijgesteld worden door artikel 42, § 2, 2°, van het W.BTW.

GRONDMATERIEEL

25. De vrijstelling bepaald in artikel 42, § 2, 2°, van het W.BTW, is toepasselijk op het grondmaterieel dat specifiek bestemd is voor de bouw, het onderhoud, de herstelling en de revisie vliegtuigen en dergelijke toestellen bedoeld in artikel 42, § 2, 1°, van het W.BTW.

Als zodanig worden aangemerkt :



1.de grondgroepen om vliegtuigmotoren te starten (compressoren, turbostarters, ...) en generatorgroepen voor vliegtuigen (elektrische, pneumatische, hydraulische, thermodynamische, voedings- en klimaatregelgroepen);
2.het specifiek gereedschap voor vliegtuigen en speciale onderdelen die werktuigmachines aanpassen om werken, eigen de luchtvaart, uit te voeren, daaronder begrepen mallen, modellen, matrijzen en profielplaten voor specifieke stukken van vliegtuigen;
3.het materieel om de onderhoudspunten van de vliegtuigen te bereiken (vliegtuigdokken, platformen, loopbruggen, banken, takels, werkstands, hydraulische vrachtwagens);
4.de meet- en testtoestellen voor onderdelen van vliegtuigen (elektrische, hydraulische, elektronische, pneumatische en thermodynamische) met hun registrerende instrumenten van parameters en verwerking, met hun bedieningen, uitgezonderd het burgerlijk bouwkundig deel van die gehelen;
5.de heftoestellen en vliegtuigsteunen of uitrusting ervan (steunen, takels, vijzels, schragen, krukken, zwengels, enz.);
6.de behandelings- en positioneerwerktuigen voor stukken en uitrustingen van vliegtuigen (draagstellen voor motoren en landingstellen, rijdende steunen voor motorkappen, voor stuurvlakken, en voor banden, schroeven of alle andere onderdelen van vliegtuigen, enz.) alsook de uitrustingen speciaal ontworpen om stukken op vliegtuigcellen, motoren, onderdelen en uitrusting van vliegtuigen te monteren;
7.de uitrusting om de gegevens te verwerken die tijdens de vlucht opgenomen worden;
8.de kalibreertoestellen (uitbalanceringsmachine, controle kaliber), ijkapparatuur voor meetinstrumenten, weegtoestellen voor vliegtuigen;
9.de mobiele geluiddempers (blast-fence, knaldempers, enz.);
10.de wissel- en reservestukken voor bovengenoemd materieel.
MATERIEEL VOOR TECHNISCHE EN OPERATIONELE BIJSTAND

26. Het materieel voor technische en operationele bijstand in de luchthavens is eveneens vrijgesteld door artikel 42, § 2, 2°, van het W.BTW, voor zover het normaal dient voor de vliegtuigen en toestellen bedoeld in artikel 42, § 2, 1°, van het W.BTW.

Deze vrijstelling is toepasselijk op de volgende toestellen en werktuigen :



a)vluchtsimulators;
b)tractoren om vliegtuigen te slepen of te duwen, alsmede hun sleeptangen;
c)ontsmettingsapparatuur en apparatuur voor controle van radioactiviteit voor vliegtuigen;
d)veiligheidsuitrusting (opsporen van wapens en andere vernietigingstuigen);
e)materieel om toegang te verlenen tot vliegtuigen zoals mobiele trappen, aerostands, telescopische inschepingsbruggen, enz.;
f)materieel om het vliegtuig uit te rusten;
g)stuwmaterieel voor de vliegtuiglading;
h)heftrucks voor vracht of uitrusting en alle specifieke mobiele toestellen voor de behandeling van vracht en bagage;
i)palettisatiematerieel (laadborden, iglo's, transpaletten, rolvloeren, kogelvloeren, laadprofielen, trailers, boxen voor dieren die in de vliegtuigen geplaatst worden, enz.);
j)telecommunicatiematerieel;
k)"servicing" uitrusting (wagens voor het vervoer van flessen, voor het vervoer van hydraulische of motorolie of van drinkwater, blusapparaten gemonteerd op wagentjes, toilettenafvoer, vuilnisbakken, ballastmateriaal, enz.);
l)onthardingsapparaten voor waterinjectie in de motoren;
m)vaste en mobiele uitrusting om luchtvaartuigen van brandstof te voorzien (hydrant refueling system);
n)wissel- en reservestukken voor bovengenoemd materieel.
NIET-VRIJGESTELDE GOEDEREN

27. De speciale uitrusting die een piloot of de leden van de bemanning van een vliegtuig dragen tijdens de vlucht (helm, overall, laarzen, enz.), behoort niet tot de uitrusting van vliegtuigen en dergelijke toestellen in de zin van artikel 42, § 2, 2°, van het W.BTW. De levering van dergelijke uitrusting is dus niet vrijgesteld van de belasting op grond van die bepaling.

RECHTHEBBENDEN OP DE VRIJSTELLING

28. De vrijstelling van de belasting is enkel toepasselijk op de goederen opgesomd in de nrs. 23 tot 26, die worden geleverd aan bouwers, eigenaars of gebruikers van toestellen bedoeld in artikel 42, § 2, 1°, van het W.BTW.

29. Wanneer goederen bedoeld in nr. 23 worden gekocht door personen bedoeld in nr. 28 met het oog op hun inlijving in een toestel dat geëxploiteerd wordt door een andere in het buitenland gevestigde onderneming dan die waarvan sprake in nr. 11, b), dan is de vrijstelling toepasselijk op voorwaarde dat die onderneming zich hoofdzakelijk toelegt op het internationaal luchtvervoer tegen betaling, en dat het betrokken toestel hoofdzakelijk voor luchtvervoer tegen betaling wordt gebruikt.

30. Artikel 3, § 2, van het koninklijk besluit nr. 6 (z. nr. 1) bepaalt dat voor de toepassing van artikel 42, § 2, 2°, van het Wetboek wordt aangemerkt als gebruiker van vliegtuigen, watervliegtuigen, hefschroefvliegtuigen en dergelijke toestellen, iedere persoon die deze luchtvaartuigen exploiteert of gebruikt voor het verrichten van internationaal vervoer van personen of van goederen tegen betaling.

31. Aangezien zowel de herstelling van in artikel 42, § 2, 1°, van het W.BTW, bedoelde luchtvaartuigen als de herstelling van in artikel 42, § 2, 2°, van het W.BTW bedoelde goederen vrijgesteld zijn van de belasting krachtens artikel 42, § 2, 3°, van het W.BTW, wordt er aangenomen dat levering aan herstellers van luchtvaartuigen, van goederen bestemd voor de herstelling van de in artikel 42, § 2, 1° en 2°, bedoelde luchtvaartuigen en goederen, vrijgesteld is van de belasting op grond van artikel 42, § 2, 2°, van het W.BTW, op voorwaarde dat die herstellers hun werkzaamheid op een geregelde wijze uitoefenen.

Doch de vrijstelling geldt niet voor toevallige herstellers, dat wil zeggen voor die wier voornaamste werkzaamheid geen betrekking heeft op vliegtuigen, watervliegtuigen, hefschroefvliegtuigen en dergelijke toestellen.

VOORWAARDEN VAN DE VRIJSTELLING

32. De vrijstelling wordt afhankelijk gesteld van de afgifte aan de leverancier van een bestelbon waarop vermeld staat de hoedanigheid van de verkrijger (bouwer, eigenaar, gebruiker of hersteller van luchtvaartuigen) en de preciese beschrijving van de bestelde goederen en van het luchtvaartuig waarvoor die goederen bestemd zijn. Op die bestelbon moet de volgende vermelding voorkomen : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 2, 2°, van het Wetboek". Indien het toestel gebruikt wordt of bestemd is om gebruikt te worden door een onderneming bedoeld in de nrs. 12 of 14, moet bovendien het nummer en de datum van de verleende vergunning op de bestelbon vermeld worden.

33. In het geval bedoeld in nr. 29 moet de koper tevens aan de verkoper een document (of een fotocopie van zulk document) overhandigen, uitgereikt in het land waar de exploitant is gevestigd door de autoriteiten, die bevoegd zijn voor de luchtvaart, of door de fiscale autoriteiten van dat land, en waarin bevestigd wordt dat de exploitant zich hoofdzakelijk toelegt op het internationaal luchtvervoer tegen betaling en dat het toestel hoofdzakelijk wordt gebruikt voor vervoer tegen betaling.

De aan de koper uitgereikte factuur bevat dezelfde aanduidingen en vermeldingen als de bestelbon en verwijst naar die bestelbon.

34. Met betrekking tot de in nr. 23 bedoelde goederen, wordt het behoud van de vrijstelling afhankelijk gesteld van het aan boord brengen of de inlijving ervan in het op de bestelbon aangeduide luchtvaartuig, hetzij in een ander gelijkaardig toestel.

Het aan boord brengen of de inlijving van de aangekochte goederen moet worden aangetoond door boeken en bescheiden van de eigenaar, de gebruiker, de bouwer of de hersteller. Wat meer in het bijzonder de in nr. 23, letter c, bedoelde voorwerpen betreft, moet het aan boord brengen worden aangetoond door de inschrijving van het voorwerp in de boordinventaris van het luchtvaartuig, uiterlijk één jaar na de verkrijging.

HOOFDSTUK III.
ARTIKEL 42, §2, 3°, VAN HET WETBOEK DIENSTEN MET BETREKKING TOT VLIEGTUIGEN EN DERGELIJKE TOESTELLEN

BEGRIP

35. Artikel 42, § 2, 3°, van het W.BTW stelt van de belasting vrij de diensten die tot voorwerp hebben de bouw, de verbouwing, de herstelling, het onderhoud en de verhuur van de luchtvaartuigen bedoeld in artikel 42, § 2, 1°, van het W.BTW, of van de voorwerpen bedoeld in artikel 42, § 2, 2°, van het W.BTW.

36. De hier bedoelde vrijstelling is gesteund op de aard en de bestemming van de desbetreffende diensten. Met andere woorden, deze diensten zijn vrijgesteld door artikel 42, § 2, 3°, van het W.BTW ongeacht de hoedanigheid van de dienstverrichter of van de opdrachtgever. Deze laatste kan de eigenaar of de gebruiker van een luchtvaartuig zijn, hij kan de bouwer zijn of zelfs een hersteller die, eventueel in onderaanneming, belast zou zijn met een herstellingswerk, hij kan zelfs iedere andere persoon zijn, gevestigd in België of in het buitenland. Zo blijft de vrijstelling van de belasting ook van toepassing wanneer een commissionair of welke tussenpersoon ook, handelend op de wijze als bedoeld in artikel 20, § 1, van het W.BTW, tussenkomst verleent bij het tot stand komen van in artikel 42, § 2, 3°, van het W.BTW bedoelde diensten. De vrijstelling is met name toepasselijk wanneer de dienst betrekking heeft op een toestel dat hoofdzakelijk gebruikt wordt voor betaald luchtvervoer en dat geëxploiteerd wordt door een in het buitenland gevestigde onderneming, die zich hoofdzakelijk toelegt op het internationaal luchtvervoer van personen en tegen betaling.

De dienst moet overigens niet noodzakelijk plaatsvinden aan boord van het luchtvaartuig. Hij mag ook verricht worden in de werkplaats van de dienstverrichter (een hersteller bijvoorbeeld), voor zover - uiteraard - de dienst zelf bedoeld is in artikel 42, § 2, 3°, van het W.BTW.

VRIJGESTELDE DIENSTEN

37. De in artikel 42, § 2, 3°, van het W.BTW vrijgestelde diensten zijn de volgende :



a)de bouw van vliegtuigen, watervliegtuigen, hefschroefvliegtuigen en dergelijke toestellen bedoeld in artikel 42, § 2, 1°, van het W.BTW;
b)de verbouwing, de herstelling, het onderhoud en, meer algemeen, de werkzaamheden die nodig zijn voor het opnieuw in goede staat brengen, voor het inrichten en voor het in goede staat houden van voornoemde toestellen;
c)de herstellings- en onderhoudswerken van de goederen die ingelijfd zijn in de voornoemde vliegtuigen en dergelijke toestellen of die dienen voor de exploitatie ervan (boordmaterieel, containers bedoeld in nr. 24, materieel bedoeld in de nrs. 25 en 26);
d)de diensten van experts verricht in het kader van herstellingen, van het opnieuw bedrijfsklaar maken of van het bedrijfsklaar houden van de bedoelde toestellen (technische controles, expertises tot vaststelling van de schade aangericht door een brand of een andere ramp aan boord van een luchtvaartuig) (z. ook de aanschr. 10/1979 (Z. Revue nr. 40, blz. 459), § 46);
e)de verhuur van luchtvaartuigen bedoeld in artikel 42, § 2, 1°, van het W.BTW en van de containers bedoeld in nr. 24.
38. De regeling vastgesteld op basis van artikel 41 van het koninklijk besluit nr. 7 van 29 december 1992 met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de BTW (BS van 31 december 1992) is niet van toepassing op vliegtuigen en dergelijke toestellen bedoeld in artikel 42, § 2, 1°, van het W.BTW, noch op voorwerpen bedoeld in artikel 42, § 2, 2°, van het W.BTW, die wederingevoerd worden na in het buitenland een herstelling, een afstelling, een verbouwing, een montage of een assemblering te hebben ondergaan. In dat geval is de vrijstelling van artikel 42, § 2, 1° of 2°, van het W.BTW, rechtstreeks toepasselijk.

VOORWAARDEN VAN DE VRIJSTELLING

39. De opdrachtgever reikt aan de dienstverrichter een bestelbon uit die een beschrijving bevat van de te verrichten dienst en van het luchtvaartuig waarop die dienst betrekking heeft. Wanneer de dienst betrekking heeft op een uitrustingsstuk, wordt op de bestelbon de aard vermeld van de dienst die aan dat stuk moet worden verricht alsmede het luchtvaartuig waarvan dat stuk deel uitmaakt. Tevens wordt op de bestelbon de volgende vermelding aangebracht : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 2, 3°, van het Wetboek". Indien het toestel gebruikt wordt of bestemd is om gebruikt te worden door een onderneming bedoeld in de nrs. 12 of 14, moet de bestelbon daarenboven de datum en het nummer van de aan die onderneming verleende vergunning vermelden.

Wanneer de dienst betrekking heeft op een toestel geëxploiteerd door een andere in het buitenland gevestigde onderneming dan die bedoeld in nr. 11, b), dan moet de opdrachtgever daarenboven aan de dienstverrichter een document (of een fotocopie daarvan) overhandigen, uitgereikt in het land van de exploitant door de autoriteiten bevoegd voor de luchtvaart, of door de fiscale autoriteiten van dat land, waarin bevestigd wordt dat de exploitant zich hoofdzakelijk toelegt op internationaal luchtvervoer tegen betaling van personen en goederen en dat het toestel hoofdzakelijk gebruikt wordt voor betaald vervoer.

40. De factuur moet dezelfde aanduidingen en vermeldingen bevatten als de bestelbon en moet naar de bestelbon verwijzen.

HOOFDSTUK IV.
ARTIKEL 42, § 2, 4°, VAN HET WETBOEK GOEDEREN BESTEMD VOOR DE BEVOORRADING VAN VLIEGTUIGEN EN DERGELIJKE TOESTELLEN

BEGRIP

41. Artikel 42, § 2, 4°, van het W.BTW stelt van de belasting vrij de levering aan door in artikel 42, § 2, 1°, van het W.BTW bedoelde luchtvaartmaatschappijen, van goederen bestemd voor de bevoorrading van vliegtuigen, watervliegtuigen, hefschroefvliegtuigen en dergelijke toestellen welke die maatschappijen gebruiken.

42. Voor de toepassing van artikel 42, § 2, 4°, van het W.BTW worden als goederen bestemd voor de bevoorrading aangemerkt, de boordprovisie, de vaste, vloeibare en gasvormige brandstoffen, de smeermiddelen en de boordbenodigdheden.

GOEDEREN BESTEMD VOOR DE BEVOORRADING

43. Luidens artikel 4 van voornoemd koninklijk besluit nr. 6, worden voor de toepassing van artikel 42, § 2, 4°, van het W.BTW, als goederen bestemd voor de bevoorrading aangemerkt :



a)boordprovisie : de goederen die uitsluitend bestemd zijn voor verbruik aan boord door de leden van de benaming en door de passagiers (voedingsmiddelen, dranken, enz.);
b)vaste, vloeibare en gasvormige brandstoffen en smeermiddelen : de goederen bestemd voor de voeding van de voortdrijvingsorganen en voor de werking van de andere machines en toestellen aan boord;
c)boordbenodigdheden : de verbruikbare goederen voor huishoudelijk gebruik aan boord, alsmede de verbruikbare goederen gebruikt voor het bewaren, het behandelen of het bereiden aan boord van de vervoerde goederen (voorbeeld : ijs voor het bewaren van vis).
De goederen voor huishoudelijk gebruik aan boord die aangemerkt worden als boordbenodigdheden zijn die welke geen duurzame meubileringsvoorwerpen zijn als bedoeld in nr. 23, c), boven (b.v. wegwerptafelgerei).

RECHTHEBBENDEN OP DE VRIJSTELLING

44. De vrijstelling van de belasting is slechts van toepassing op de leveringen aan luchtvaartmaatschappijen die zich hoofdzakelijk toeleggen op internationaal vervoer van personen en van goederen tegen betaling (z. nrs. 11, 12 en 14 hierboven) van goederen bestemd voor de bevoorrading van vliegtuigen, watervliegtuigen, hefschroefvliegtuigen en dergelijke toestellen bedoeld in artikel 42, § 2, 1°, van het W.BTW.

Er wordt echter aangenomen dat de vrijstelling eveneens toepasselijk is ten aanzien van goederen bedoeld in nr. 43 die aan boord worden geleverd van luchtvaartuigen die worden geëxploiteerd door een andere in het buitenland gevestigde onderneming dan deze waarvan sprake in nr. 11, b), op voorwaarde dat het vaststaat dat, op het tijdstip van de levering, die luchtvaartuigen internationaal vervoer van personen of goederen verrichten.

UITSLUITINGEN VAN DE VRIJSTELLING

45. De Staat wordt niet bedoeld in artikel 42, § 2, 4°, van het W.BTW. De Staat is dus niet gerechtigd aanspraak te maken op de vrijstelling van de BTW voor de leveringen die hem worden gedaan van goederen bestemd voor de bevoorrading van de vliegtuigen en dergelijke toestellen die hij gebruikt.

46. De leveringen van goederen bestemd voor de bevoorrading van vliegtuigen en dergelijke toestellen die door ondernemingen aan wie een vergunning bedoeld in de nrs. 12 of 14 werd verleend, voor andere doeleinden gebruikt worden dan voor het verrichten van luchtvervoer van personen en goederen tegen betaling (z. nr. 17), blijven eveneens buiten het toepassingsgebied van de vrijstelling.

VOORWAARDEN VAN DE VRIJSTELLING

47. De luchtvaartmaatschappij moet aan de leverancier een bestelbon uitreiken die benevens haar hoedanigheid tevens een omschrijving bevat van de bestelde goederen voor de bevoorrading en van het luchtvaartuig aan boord waarvan die goederen geleverd zullen worden en aan boord gebracht door de leverancier of op zijn order. Op die bestelbon moet ook volgende vermelding voorkomen : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 2, 4°, van het Wetboek", en, indien het een onderneming is bedoeld in de nrs. 12 of 14, bovendien de datum en het nummer van de haar verleende vergunning.

48. In het geval bedoeld in nr. 44, tweede lid, moet de exploitant van het toestel daarenboven in de bestelbon verklaren dat het toestel aan boord waarvan de goederen zullen worden gebracht, op het tijdstip van de bevoorrading internationaal luchtvervoer tegen betaling verricht. Deze verklaring moet worden bevestigd door een vermelding aangebracht door de autoriteiten van de Regie der Luchtwegen op het luchthaventerrein waar de bevoorrading plaatsvindt, blijkens welk op het tijdstip waarop het document wordt aangeboden het toestel zich in België bevindt onder geleide van een vergunning tot het verrichten van internationaal luchtvervoer tegen betaling uitgereikt door het Bestuur der Luchtvaart.

49. De factuur die aan de verkrijger wordt afgegeven bevat dezelfde vermeldingen als die vereist voor de bestelbon, behalve de vermelding van de Regie der Luchtwegen, en moet tevens naar de bestelbon verwijzen.

50. In geval van opeenvolgende verkopen van goederen bestemd voor de bevoorrading tussen verscheidene personen, is de vrijstelling slechts van toepassing vanaf die levering, waarbij de leverancier of de persoon die handelt op order van de leverancier, de goederen aan boord brengt van de luchtvaartuigen bedoeld in artikel 42, § 2, 1°, van het W.BTW.

VOORBEELD

1ste veronderstelling.

A verkoopt brandstof aan B.
B verkoopt die brandstof aan C.
C verkoopt ze aan D, luchtvaartmaatschappij bedoeld in artikel 42, § 2, 1°, van het W.BTW en brengt de brandstof aan boord.

De verkoop door C aan D is vrijgesteld; de verkopen door A aan B en door B aan C zijn aan de belasting onderworpen.

2de veronderstelling.

Op order van C levert B de brandstof aan boord van het luchtvaartuig. De verkopen door B aan C en door C aan D zijn vrijgesteld. De verkoop door A aan B is onderworpen aan de belasting.

3de veronderstelling.

C geeft aan B de opdracht om de brandstof te leveren aan boord van het luchtvaartuig. B geeft die opdracht door aan A die aan boord van het luchtvaartuig levert.

De verkopen door A aan B, door B aan C en door C aan D zijn vrijgesteld.

Het bewijs van het aan boord brengen wordt geleverd door een attest uitgereikt door de commandant van het luchtvaartuig of door de officier die met de boordhuishouding belast is.

HOOFDSTUK V.
ARTIKEL 42, § 2, 5°, VAN HET WETBOEK DIENSTEN VERRICHT VOOR DE RECHTSTREEKSE BEHOEFTEN VAN VLIEGTUIGEN EN DERGELIJKE TOESTELLEN, EN VAN HUN LADING

BEGRIP

51. Artikel 42, § 2, 5°, van het W.BTW stelt van de belasting vrij de andere diensten dan die genoemd in artikel 42, § 2, 3°, van het W.BTW (z. hoofdstuk III), die verricht worden voor de rechtstreekse behoeften van de in artikel 42, § 2, 1°, van het W.BTW bedoelde toestellen, met uitzondering van de toestellen gebruikt door de Staat, en van hun lading, zoals het slepen, het loodsen, reddings- en expertiseverrichtingen, het gebruik van de luchthavens, de diensten ten behoeve van het landen, het opstijgen en het verblijf van toestellen op de luchthavens, de diensten als agent verleend door luchtvaartagenten aan die maatschappijen, de diensten aan passagiers en bemanning verleend voor rekening van luchtvaartmaatschappijen.

Er wordt aangenomen dat de vrijstelling van artikel 42, § 2, 5°, van het W.BTW ook toepasselijk is wanneer het luchtvaartuig wordt geëxploiteerd door een andere in het buitenland gevestigde onderneming dan die bedoeld in nr. 11, b), voor zover het vaststaat dat, op het ogenblik van het verlenen van de dienst, dit luchtvaartuig een internationale vlucht van personen of goederen tegen betaling verricht.

52. De hier genoemde vrijstelling is gesteund op de aard en de bestemming van de diensten. De vrijstelling is toepasselijk, wat ook de hoedanigheid weze van de dienstverrichter of van de opdrachtgever, van zodra de diensten worden verricht voor de rechtstreekse behoeften van de desbetreffende luchtvaartuigen of van hun lading. De opdrachtgever kan een luchtvaartmaatschappij zijn of zelfs een andere persoon. Zo blijft de vrijstelling toepasselijk wanneer een commissionair of welke andere tussenpersoon ook, die handelt in de omstandigheden bedoeld in artikel 20, § 1, van het W.BTW, tussenkomst verleent bij het tot stand komen van in artikel 42, § 2, 5°, van het W.BTW bedoelde diensten.

53. De vrijstelling van de BTW op grond van artikel 42, § 2, 5°, van het W.BTW, hangt nauw samen met de vrijstelling van artikel 42, § 2, 3°, van het W.BTW.

UITSLUITINGEN VAN DE VRIJSTELLING

54. De diensten, andere dan die bedoeld in artikel 42, § 2, 3°, van het W.BTW, die verricht worden voor de rechtstreekse behoeften, zowel van de vliegtuigen, watervliegtuigen, hefschroefvliegtuigen en dergelijke toestellen gebruikt door de Staat, als voor de behoeften van de lading van die toestellen, zijn niet van de belasting vrijgesteld op grond van artikel 42, § 2, 5°, van het W.BTW.

55. Dat is ook zo voor de diensten verricht voor de rechtstreekse behoeften, zowel van de vliegtuigen en dergelijke toestellen die door ondernemingen, aan wie een vergunning bedoeld in de nummers 12 of 14 werd verleend, gebruikt worden voor andere doeleinden dan voor luchtvervoer tegen betaling (z. nr. 17), als van de lading van deze toestellen.

VRIJGESTELDE DIENSTEN

56. Artikel 42, § 2, 5°, van het W.BTW stelt twee reeksen diensten vrij.

De eerste reeks betreft de diensten die worden verricht voor de rechtstreekse behoeften van de luchtvaartuigen bedoeld in artikel 42, § 2, 1°, van het W.BTW en gebruikt door de luchtvaartmaatschappijen bedoeld in de nrs. 11, 12 en 14.

De tweede reeks betreft de diensten die worden verricht voor de directe behoeften hetzij van passagiers of bemanningsleden van de voornoemde luchtvaartuigen, hetzij van de door die toestellen vervoerde goederen.

57. In de eerste reeks vindt men het geheel van diensten terug die verbonden zijn aan de exploitatie als vervoermiddelen van de in artikel 42, § 2, 1°, van het W.BTW bedoelde luchtvaartuigen.

Het gaat hoofdzakelijk om de diensten nodig voor de exploitatie van de genoemde luchtvaartuigen, zowel tijdens de vlucht als bij het opstijgen, het landen en het verblijf van de toestellen op de luchthavens, zoals :



a)het slepen, het loodsen, het verlenen van hulp bij de maneuvers van vliegtuigen op de grond, het aanbrengen en wegnemen van stelwiggen en van veiligheidsinrichtingen voor onderstellen en landingskleppen, het bewaken, het nazien, het beveiligen van de toestellen tegen brand of andere rampen;
b)het gebruik van luchthavens, en meer bepaald het gebruik van landingsbanen en startbanen, de telecommunicatiediensten met de bedoelde luchtvaartuigen, het gebruik van radarinstallaties;
c)de diensten verleend door luchtvaartagenten in hun hoedanigheid van agent aan de luchtvaartmaatschappijen (vervullen van consulaire en administratieve formaliteiten, enz.). Die vrijstelling betreft in het bijzonder de bezoldiging die de agent ontvangt voor het geheel van zijn activiteiten als agent.
58. De tweede reeks van vrijgestelde diensten zijn die verricht, hetzij voor de rechtstreekse behoeften van passagiers en bemanningsleden van de luchtvaartuigen bedoeld in artikel 42, § 2, 1°, van het W.BTW en gebruikt door de luchtvaartmaatschappijen bedoeld in de nrs. 11, 12 en 14, hetzij voor de directe behoeften van de door die luchtvaartuigen vervoerde goederen.

Het gaat hier o.a. om de volgende diensten :



a)de noodzakelijke bijstand aan passagiers en bemanningsleden verleend voor rekening van de luchtvaartmaatschappijen bij de uitvoering van het internationaal luchtvervoer; die bijstand begrijpt onder meer het regelen van de reisformaliteiten, het verschaffen van logies, van maaltijden en dranken aan de passagiers, wanneer die diensten nodig zijn ingevolge het vervoerscontract;
b)de diensten in verband met de goederen vervoerd door de toestellen van luchtvaartmaatschappijen. Onafhankelijk van de in artikel 42, § 1, 5°, van het W.BTW opgesomde diensten, gaat het hier om de diensten die noodzakelijk zijn voor de behandeling, de bewaring en de beveiliging van de vervoerde goederen.
VOORWAARDEN VAN DE VRIJSTELLING

59. De opdrachtgever reikt aan de dienstverrichter een bestelbon uit die een omschrijving bevat van de te verrichten dienst en van het luchtvaartuig waarop die dienst betrekking heeft, en waarop tevens uitdrukkelijk vermeld wordt dat de dienst noodzakelijk is voor de rechtstreekse behoeften van dat toestel. De bestelbon wordt op dezelfde wijze opgesteld wanneer het gaat om passagiers of bemanningsleden of om de lading van een vliegtuig maar in dat geval moet de bestelbon vermelden dat de dienst noodzakelijk is voor de rechtstreekse behoeften hetzij van de passagiers of van de bemanningsleden hetzij van de vervoerde goederen. Op de bestelbon moet bovendien volgende vermelding voorkomen : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 2, 5°, van het Wetboek". Indien het gaat om een toestel gebruikt door een onderneming bedoeld in de nrs. 12 of 14, moet daarenboven de datum en het nummer van de verleende vergunning vermeld worden.

In het geval bedoeld in nr. 51, tweede lid, moet de opdrachtgever bovendien op de bestelbon verklaren dat, op het tijdstip van het verlenen van de dienst, het toestel internationaal luchtvervoer tegen betaling verricht. Deze verklaring moet worden gestaafd door een vermelding aangebracht door de autoriteiten van de Regie der Luchtwegen van het luchthaventerrein waar het toestel is geland, blijkens welke op het tijdstip waarop het document wordt aangeboden het toestel zich in België bevindt onder geleide van een vergunning tot het verrichten van internationaal luchtvervoer tegen betaling uitgereikt door het Bestuur der Luchtvaart.

Dezelfde aanduidingen en vermeldingen als die vereist op de bestelbon, met uitzondering van de vermelding van de Regie der Luchtwegen, moeten ook voorkomen op de factuur die bovendien naar de bestelbon moet verwijzen.

HOOFDSTUK VI.
VERBINTENIS VAN DE VERKRIJGER

60. Door op de bestelbon zich te beroepen op de bij artikel 42, § 2, van het W.BTW bepaalde vrijstelling, gaat de verkrijger de verbintenis aan zelf de belasting te voldoen die verschuldigd is wegens de aankoop, ingeval de vrijstelling onrechtmatig mocht zijn toegekend.

De belasting wordt eveneens opeisbaar zowel in hoofde van de leverancier als in hoofde van de verkrijger :



a)wanneer vaststaat dat de vrijstelling ten onrechte werd toegekend op grond van een bestelbon die niet alle aanduidingen en vermeldingen bevat voorgeschreven in deze aanschrijving;
b)wanneer het bewijs van het aan boord brengen door de leverancier vereist is (z. nr. 42) doch niet geleverd wordt.