Aanschrijving nr. E.T.100.154 dd. 31.07.2001
AANSCHRIJVING ET100154
Aanschrijving nr. E.T.100.154 dd. 31.07.2001
BTW-revue, nr. 152, blz. 509
LANDBOUWONDERNEMERS
Bijzondere landbouwregeling
Forfaitaire compensatie
Niet belastingplichtigen
Aan alle diensten van de sector BTW.
I. KLEINE LANDBOUWONDERNEMINGEN. FORFAITAIRE COMPENSATIE. TOEPASSELIJKE WETGEVING
Inzake belasting over de toegevoegde waarde kunnen de personen wier gebruikelijke werkzaamheid bestaat in de exploitatie van een landbouwonderneming, genieten van de bijzondere landbouwregeling als bedoeld in artikel 57 van het BTW-Wetboek en het koninklijk besluit nr. 22 van 15 september 1970 met betrekking tot de bijzondere regeling voor landbouwondernemers. Deze regeling wordt overigens nader toegelicht in de aanschrijving nr. 59 van 6 oktober 1970.
Voor de toepassing van deze bijzondere landbouwregeling voorziet artikel 57, § 2, van het BTW-Wetboek dat de belasting geheven van de onderscheiden bestanddelen van de prijs van de leveringen van producten van hun bedrijf en van de diensten die de landbouwondernemers verrichten, hen door de andere belastingplichtigen dan degene die hier te lande genieten van de voormelde bijzondere landbouwregeling ter gelegenheid van deze handelingen wordt terugbetaald bij wijze van forfaitaire compensaties. Deze compensatie beloopt 6 % van de maatstaf van heffing van de betrokken leveringen van goederen en dienstverrichtingen (2 % voor de leveringen van hout).
Deze forfaitaire terugbetaling veronderstelt bijgevolg dat de begunstigde een belastingplichtige is onderworpen aan de bijzondere landbouwregeling.
Evenwel voorziet de aanschrijving nr. 59/1970 in punt 2. dat de administratie in de praktijk geen kritiek zal uitoefenen op de forfaitaire terugbetaling ingeval van een "aankoop gedaan bij een voortbrenger die niet de hoedanigheid van belastingplichtige heeft zoals een gemeente die een kapping hout verkoopt)".
Deze administratieve tolerantie wordt gepreciseerd in de beslissing nr. ET 22.698, gepubliceerd in BTW-Revue nr. 32 (blz. 500 en 501) die bepaalt dat de compensatie toegelaten is in het voordeel van hen die particuliere of occasionele verkopen verrichten van bomen of van hout in ruwe staat van voortbrengst "voor zover de koper die tot periodieke aangiften verplicht is zich tegenover hen (de "privé-" producenten) gedraagt alsof ze aan de bijzondere landbouwregeling onderworpen waren en hij hun het aflevert dat wordt voorgeschreven door artikel 4, § 1, van het koninklijk besluit nr. 22, en dat door de verkoper moet ondertekend worden. Een aankoopborderel dat niet overeenkomt met deze voorschriften en dat meer bepaald niet ondertekend is, kan niet dienen als bewijs voor de aftrek van belasting in hoofde van de koper".
Deze afwijkende bepalingen werden in feite met het akkoord van de administratie toegepast, niet alleen voor de verkoop van hout onder de hierboven beschreven voorwaarden, maar vooral en steeds vaker voor de levering van andere goederen, en hoofdzakelijk voor de leveringen onder bezwarende titel door particulieren (d.w.z. niet BTW-belastingplichtigen) van groenten en fruit in de veilingen.
II. NIEUWE CONTEXT
Geleidelijk is gebleken dat de administratieve tolerantie die aan de niet belastingplichtige producenten een forfaitaire compensatie toelaat, een bepaalde fiscale afwijking met zich meebracht die schade berokkende aan de normale werking van het BTW-regime, daarbij overigens rekening houdend met het feit dat de controle van de strikte voorwaarden voorzien in de beslissing ET 22.698 in de praktijk vaak niet evident is (in het bijzonder voor de verkopen van groenten en fruit in de veilingen).
Bovendien oefenen de personen die op zelfstandige wijze handelen door zich te integreren in een economisch circuit van productie en verkoop of van dienstverrichtingen, sedert 1 januari 1993, een economische activiteit uit die hen de hoedanigheid verleent van belastingplichtige in de zin van artikel 4 van het BTW-Wetboek, wanneer zij deze activiteit geregeld uitoefenen.
Voor de personen wier activiteit, die hen de hoedanigheid van belastingplichtige verleent, eerder beperkt is (omzet 225.000 BEF per jaar), heeft artikel 56, § 2, van het BTW-Wetboek, dat eveneens sedert 1 januari 1993 van toepassing is, bovendien een vrijstellingsregeling van belasting ingevoerd die hen vrijstelt van de meeste verplichtingen opgelegd aan de belastingplichtigen (aldus kan aan hun klanten geen BTW in rekening worden gebracht). De bepalingen van artikel 57 van het BTW-Wetboek en het koninklijk besluit nr. 22 met betrekking tot de bijzondere landbouwregeling kennen bovendien aan die belastingplichtigen geen enkele forfaitaire compensatie toe.
III. NIEUWE BEPALINGEN
Rekening houdend met het voorgaande, werd beslist om de hierboven bedoelde administratieve tolerantie op te heffen.
Bijgevolg,
1. wordt geen forfaitaire compensatie meer toegestaan voor de particuliere of occasionele verkopen van landbouwproducten;
2. zijn de personen die hun productie van groenten, fruit of andere landbouwproducten of -diensten geregeld en in de uitoefening van een economische activiteit verkopen, belastingplichtigen in de zin van artikel 4 van het BTW-Wetboek, die als zodanig dienen te worden geïdentificeerd onder de normale belastingregeling, de vrijstellingregeling van belasting of de bijzondere landbouwregeling, en kan hen slechts in dit laatste geval een forfaitaire compensatie worden toegestaan (en in aftrek worden gebracht door de verwerver), onder de voorwaarden voorzien door artikel 57 van het BTW-Wetboek en door het voormeld koninklijk besluit nr. 22.
De vroeger genomen bepalingen en beslissingen terzake worden opgeheven.
IV. INWERKINGTREDING
De onderhavige aanschrijving treedt in werking op 1 september 2001.
Voor de Directeur-generaal:
De Auditeur-generaal van financiën,
L. SONCK
Aanschrijving nr. E.T.100.154 dd. 31.07.2001
BTW-revue, nr. 152, blz. 509
LANDBOUWONDERNEMERS
Bijzondere landbouwregeling
Forfaitaire compensatie
Niet belastingplichtigen
Aan alle diensten van de sector BTW.
I. KLEINE LANDBOUWONDERNEMINGEN. FORFAITAIRE COMPENSATIE. TOEPASSELIJKE WETGEVING
Inzake belasting over de toegevoegde waarde kunnen de personen wier gebruikelijke werkzaamheid bestaat in de exploitatie van een landbouwonderneming, genieten van de bijzondere landbouwregeling als bedoeld in artikel 57 van het BTW-Wetboek en het koninklijk besluit nr. 22 van 15 september 1970 met betrekking tot de bijzondere regeling voor landbouwondernemers. Deze regeling wordt overigens nader toegelicht in de aanschrijving nr. 59 van 6 oktober 1970.
Voor de toepassing van deze bijzondere landbouwregeling voorziet artikel 57, § 2, van het BTW-Wetboek dat de belasting geheven van de onderscheiden bestanddelen van de prijs van de leveringen van producten van hun bedrijf en van de diensten die de landbouwondernemers verrichten, hen door de andere belastingplichtigen dan degene die hier te lande genieten van de voormelde bijzondere landbouwregeling ter gelegenheid van deze handelingen wordt terugbetaald bij wijze van forfaitaire compensaties. Deze compensatie beloopt 6 % van de maatstaf van heffing van de betrokken leveringen van goederen en dienstverrichtingen (2 % voor de leveringen van hout).
Deze forfaitaire terugbetaling veronderstelt bijgevolg dat de begunstigde een belastingplichtige is onderworpen aan de bijzondere landbouwregeling.
Evenwel voorziet de aanschrijving nr. 59/1970 in punt 2. dat de administratie in de praktijk geen kritiek zal uitoefenen op de forfaitaire terugbetaling ingeval van een "aankoop gedaan bij een voortbrenger die niet de hoedanigheid van belastingplichtige heeft zoals een gemeente die een kapping hout verkoopt)".
Deze administratieve tolerantie wordt gepreciseerd in de beslissing nr. ET 22.698, gepubliceerd in BTW-Revue nr. 32 (blz. 500 en 501) die bepaalt dat de compensatie toegelaten is in het voordeel van hen die particuliere of occasionele verkopen verrichten van bomen of van hout in ruwe staat van voortbrengst "voor zover de koper die tot periodieke aangiften verplicht is zich tegenover hen (de "privé-" producenten) gedraagt alsof ze aan de bijzondere landbouwregeling onderworpen waren en hij hun het aflevert dat wordt voorgeschreven door artikel 4, § 1, van het koninklijk besluit nr. 22, en dat door de verkoper moet ondertekend worden. Een aankoopborderel dat niet overeenkomt met deze voorschriften en dat meer bepaald niet ondertekend is, kan niet dienen als bewijs voor de aftrek van belasting in hoofde van de koper".
Deze afwijkende bepalingen werden in feite met het akkoord van de administratie toegepast, niet alleen voor de verkoop van hout onder de hierboven beschreven voorwaarden, maar vooral en steeds vaker voor de levering van andere goederen, en hoofdzakelijk voor de leveringen onder bezwarende titel door particulieren (d.w.z. niet BTW-belastingplichtigen) van groenten en fruit in de veilingen.
II. NIEUWE CONTEXT
Geleidelijk is gebleken dat de administratieve tolerantie die aan de niet belastingplichtige producenten een forfaitaire compensatie toelaat, een bepaalde fiscale afwijking met zich meebracht die schade berokkende aan de normale werking van het BTW-regime, daarbij overigens rekening houdend met het feit dat de controle van de strikte voorwaarden voorzien in de beslissing ET 22.698 in de praktijk vaak niet evident is (in het bijzonder voor de verkopen van groenten en fruit in de veilingen).
Bovendien oefenen de personen die op zelfstandige wijze handelen door zich te integreren in een economisch circuit van productie en verkoop of van dienstverrichtingen, sedert 1 januari 1993, een economische activiteit uit die hen de hoedanigheid verleent van belastingplichtige in de zin van artikel 4 van het BTW-Wetboek, wanneer zij deze activiteit geregeld uitoefenen.
Voor de personen wier activiteit, die hen de hoedanigheid van belastingplichtige verleent, eerder beperkt is (omzet 225.000 BEF per jaar), heeft artikel 56, § 2, van het BTW-Wetboek, dat eveneens sedert 1 januari 1993 van toepassing is, bovendien een vrijstellingsregeling van belasting ingevoerd die hen vrijstelt van de meeste verplichtingen opgelegd aan de belastingplichtigen (aldus kan aan hun klanten geen BTW in rekening worden gebracht). De bepalingen van artikel 57 van het BTW-Wetboek en het koninklijk besluit nr. 22 met betrekking tot de bijzondere landbouwregeling kennen bovendien aan die belastingplichtigen geen enkele forfaitaire compensatie toe.
III. NIEUWE BEPALINGEN
Rekening houdend met het voorgaande, werd beslist om de hierboven bedoelde administratieve tolerantie op te heffen.
Bijgevolg,
1. wordt geen forfaitaire compensatie meer toegestaan voor de particuliere of occasionele verkopen van landbouwproducten;
2. zijn de personen die hun productie van groenten, fruit of andere landbouwproducten of -diensten geregeld en in de uitoefening van een economische activiteit verkopen, belastingplichtigen in de zin van artikel 4 van het BTW-Wetboek, die als zodanig dienen te worden geïdentificeerd onder de normale belastingregeling, de vrijstellingregeling van belasting of de bijzondere landbouwregeling, en kan hen slechts in dit laatste geval een forfaitaire compensatie worden toegestaan (en in aftrek worden gebracht door de verwerver), onder de voorwaarden voorzien door artikel 57 van het BTW-Wetboek en door het voormeld koninklijk besluit nr. 22.
De vroeger genomen bepalingen en beslissingen terzake worden opgeheven.
IV. INWERKINGTREDING
De onderhavige aanschrijving treedt in werking op 1 september 2001.
Voor de Directeur-generaal:
De Auditeur-generaal van financiën,
L. SONCK
Bron: FisconetPlus
