Circulaire nr. Ci.RH.241/413.344 dd. 31.01.1990
CIRC 31.01.90/1
Circulaire nr. Ci.RH.241/413.344 dd. 31.01.1990
Bull. nr. 692, pag. 733
BEDRIJFSVOORHEFFING
Exceptionele vergoedingen.
GEMEENTEPERSONEEL
Inhaalbonificatie.
PROVINCIEPERSONEEL
Inhaalbonificatie.
VERGOEDINGEN
Vrijwillige brandweerlieden.
Inhaalbonificatie in het kader van de sociale programmatie 1989 verleend aan provincie- en gemeentepersoneel.
Eenmalige vergoeding van vrijwillige brandweerlieden.
1. De inhaalbonificatie van 12.000 F, die in het kader van de sociale programmatie 1989 aan personeelsleden van de provinciale en gemeentelijke overheden in de loop van januari 1990 zal worden toegekend, is geen achterstallige bezoldiging als bedoeld in artikel 93, § 1, 3°, b), van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, maar een gewone bezoldiging die in rubriek 2, a tegenover kenletter "T" van de loonfiche 281.10 van het jaar 1990 moet worden vermeld.
2. De eenmalige vergoeding die bij uitdiensttreding aan vrijwillige brandweerlieden wordt betaald of toegekend bij een in het reglement voor de organisatie van de gemeentelijke vrijwilligersbrandweerdienst bedoelde gebeurtenis moet, ongeacht de benaming (erkentelijkheids-, getrouwheids-, afscheids-, uittredings- of waarderingspremie) of de schuldenaar (gemeentekas, fonds, enz.) als een gewone bezoldiging (artikel 26, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen) worden aangemerkt die als zodanig volgens het gemeen recht in de personenbelasting belastbaar is voor het jaar van toekenning of betaalbaarstelling.
De eenmalige vergoeding die aan de rechtverkrijgenden van een brandweerman bij diens overlijden wordt betaald is als een vroeger verworven bezoldiging in de zin van artikel 26, tweede lid, 4°, van hetzelfde Wetboek, belastbaar ten name van de nalatenschap.
De bedrijfsvoorheffing op de bovenbedoelde vergoedingen moeten worden vastgesteld volgens de regel die voorkomt in nr. 14 van Bijlage III bij het koninklijk besluit van 4 maart 1965 tot uitvoering van het voormelde Wetboek, het laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 december 1989 (Belgisch Staatsblad van 29 december 1989).
Op de individuele loonfiche 281.10, op naam van de (overleden) brandweerman moeten deze vergoedingen in rubriek 2, a tegenover de kenletter "T" worden vermeld.
De vrijstelling van 20.000 F, waarvan sprake in nr. 26/57, Com.IB is ter zake niet van toepassing.
Circulaire nr. Ci.RH.241/413.344 dd. 31.01.1990
Bull. nr. 692, pag. 733
BEDRIJFSVOORHEFFING
Exceptionele vergoedingen.
GEMEENTEPERSONEEL
Inhaalbonificatie.
PROVINCIEPERSONEEL
Inhaalbonificatie.
VERGOEDINGEN
Vrijwillige brandweerlieden.
Inhaalbonificatie in het kader van de sociale programmatie 1989 verleend aan provincie- en gemeentepersoneel.
Eenmalige vergoeding van vrijwillige brandweerlieden.
1. De inhaalbonificatie van 12.000 F, die in het kader van de sociale programmatie 1989 aan personeelsleden van de provinciale en gemeentelijke overheden in de loop van januari 1990 zal worden toegekend, is geen achterstallige bezoldiging als bedoeld in artikel 93, § 1, 3°, b), van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, maar een gewone bezoldiging die in rubriek 2, a tegenover kenletter "T" van de loonfiche 281.10 van het jaar 1990 moet worden vermeld.
2. De eenmalige vergoeding die bij uitdiensttreding aan vrijwillige brandweerlieden wordt betaald of toegekend bij een in het reglement voor de organisatie van de gemeentelijke vrijwilligersbrandweerdienst bedoelde gebeurtenis moet, ongeacht de benaming (erkentelijkheids-, getrouwheids-, afscheids-, uittredings- of waarderingspremie) of de schuldenaar (gemeentekas, fonds, enz.) als een gewone bezoldiging (artikel 26, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen) worden aangemerkt die als zodanig volgens het gemeen recht in de personenbelasting belastbaar is voor het jaar van toekenning of betaalbaarstelling.
De eenmalige vergoeding die aan de rechtverkrijgenden van een brandweerman bij diens overlijden wordt betaald is als een vroeger verworven bezoldiging in de zin van artikel 26, tweede lid, 4°, van hetzelfde Wetboek, belastbaar ten name van de nalatenschap.
De bedrijfsvoorheffing op de bovenbedoelde vergoedingen moeten worden vastgesteld volgens de regel die voorkomt in nr. 14 van Bijlage III bij het koninklijk besluit van 4 maart 1965 tot uitvoering van het voormelde Wetboek, het laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 december 1989 (Belgisch Staatsblad van 29 december 1989).
Op de individuele loonfiche 281.10, op naam van de (overleden) brandweerman moeten deze vergoedingen in rubriek 2, a tegenover de kenletter "T" worden vermeld.
De vrijstelling van 20.000 F, waarvan sprake in nr. 26/57, Com.IB is ter zake niet van toepassing.
Bron: FisconetPlus
