Circulaire nr. Ci.RH.243/549.438 (AOIF 9/2003) dd. 23.04.2003
CIRC 23.04.03/2
Circulaire nr. Ci.RH.243/549.438 (AOIF 9/2003) dd. 23.04.2003
Bull. nr. 838, pag. 1670-1673
AANGIFTE IN DE PB
Invulling van de aangifte
BEROEPSKOSTEN
Aftrekbaar bedrag
Persoonlijke bijdrage financiële verantwoordelijkheid
Verantwoording van de beroepskosten
Voorwaarde van aftrekbaarheid van de beroepskosten
De persoonlijke bijdragen die door de ziekenfondsen in het kader van hun financiële verantwoordelijkheid bij hun gerechtigden worden geïnd zijn als beroepskosten aftrekbaar.
1. De bijdragen die, in toepassing van artikel 199, §§ 2 en 3 van de Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, door de ziekenfondsen in het kader van hun financiële verantwoordelijkheid bij hun gerechtigden worden geïnd, zijn als beroepskosten aftrekbaar overeenkomstig artikel 52, 7°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92). Het betreft persoonlijke bijdragen die ingevolge voormelde wet zijn verschuldigd om het recht op terugbetaling te verkrijgen in het kader van de verplichte verzekering.
2. Deze "persoonlijke bijdragen financiële verantwoordelijkheid" verschillen per ziekenfonds. De bijdragen voor het jaar 2002 (aanslagjaar 2003) worden in de hierna vermelde tabel opgenomen :
De algemene regeling is van toepassing op de rechthebbenden die opgenomen zijn in artikel 32 van de Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen (o.a. werknemers, arbeidsongeschikte werknemers, werkloze werknemers, gepensioneerde werknemers, ambtenaren, gepensioneerde ambtenaren).
De regeling voor zelfstandigen is van toepassing op de rechthebbenden die opgenomen zijn in artikel 33 van de Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen (o.a. zelfstandigen en helpers, gepensioneerde zelfstandigen).
3. Wanneer die bijdragen door de werkgever worden ingehouden op de bezoldigingen van de personeelsleden, werden zij in principe reeds afgetrokken van de bruto-inkomsten om het bedrag te bepalen dat als belastbare bezoldiging op de fiche 281.10 moet worden vermeld. Dit is het geval bij de werknemers van de NMBS die een bezoldiging hebben ontvangen in de maand waarin de voormelde bijdrage werd geïnd.
4. Wanneer die bijdragen niet door de werkgever op de bezoldigingen worden ingehouden, zijn zij aftrekbaar van de inkomsten van het jaar waarin ze werkelijk zijn betaald of het karakter van zekere en vaststaande schulden hebben verkregen en als zodanig zijn geboekt. In de aangifte in de personenbelasting mogen zij als volgt worden vermeld (de verwijzingen betreffen de aangifte aanslagjaar 2003) :
5. Overeenkomstig artikel 49 WIB 92 moet het bewijs van betaling in principe worden verantwoord door middel van bewijsstukken (betalingsbewijs, attest, …). Gelet op de datum van betaling in het begin van het jaar 2002, gelet op de geringe bedragen en het feit dat de ziekenfondsen om die reden niet systematisch een attest opmaken, is het voor sommige belastingplichtigen moeilijk, zoniet onmogelijk, om het nodige bewijsstuk voor te leggen. Daarom zal er in het kader van het onderzoek van de dossiers terzake blijk worden gegeven van ruim begrip, rekening gehouden met maxima vermeld in nr. 2.
6. Tenslotte wordt opgemerkt dat zoals voorheen niet aftrekbaar zijn, de aan ziekenfondsen gestorte bijdragen voor aanvullende of vrije verzekering die worden betaald om bovenop de wettelijke vergoedingen bepaalde specifieke diensten van het ziekenfonds te kunnen genieten, zoals ziekenvervoer, openluchtkuren, vergoedingen voor gezinshulp enz., of om aanvullende voordelen te verkrijgen naast die welke door de verplichte verzekering worden geboden, meer bepaald tegemoetkomingen in de verblijfskosten bij opname in een ziekenhuis en in de ermee gepaard gaande dokters- en apothekerskosten.
Voor de Directeur-generaal :
De Directeur,
P. LEROY
Circulaire nr. Ci.RH.243/549.438 (AOIF 9/2003) dd. 23.04.2003
Bull. nr. 838, pag. 1670-1673
AANGIFTE IN DE PB
Invulling van de aangifte
BEROEPSKOSTEN
Aftrekbaar bedrag
Persoonlijke bijdrage financiële verantwoordelijkheid
Verantwoording van de beroepskosten
Voorwaarde van aftrekbaarheid van de beroepskosten
De persoonlijke bijdragen die door de ziekenfondsen in het kader van hun financiële verantwoordelijkheid bij hun gerechtigden worden geïnd zijn als beroepskosten aftrekbaar.
1. De bijdragen die, in toepassing van artikel 199, §§ 2 en 3 van de Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, door de ziekenfondsen in het kader van hun financiële verantwoordelijkheid bij hun gerechtigden worden geïnd, zijn als beroepskosten aftrekbaar overeenkomstig artikel 52, 7°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92). Het betreft persoonlijke bijdragen die ingevolge voormelde wet zijn verschuldigd om het recht op terugbetaling te verkrijgen in het kader van de verplichte verzekering.
2. Deze "persoonlijke bijdragen financiële verantwoordelijkheid" verschillen per ziekenfonds. De bijdragen voor het jaar 2002 (aanslagjaar 2003) worden in de hierna vermelde tabel opgenomen :
| Ziekenfonds | Algemene regeling | Zelfstandigen |
| Landsbond der Christelijke Mutualiteiten | 9,54 EUR | - |
| Landsbond van de Neutrale Ziekenfondsen | 7,30 EUR | 7,30 EUR |
| Nationaal Verbond van Socialistische Mutualiteiten | 9,00 EUR | 9,00 EUR |
| Landsbond van Liberale Mutualiteiten | 9,00 EUR | - |
| Landsbond van de Onafhankelijke Ziekenfondsen | 7,32 EUR | 3,24 EUR |
| Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering | 2,25 EUR | 2,25 EUR |
| Kas der Geneeskundige Verzorging van de NMBS | 11,00 EUR | - |
De regeling voor zelfstandigen is van toepassing op de rechthebbenden die opgenomen zijn in artikel 33 van de Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen (o.a. zelfstandigen en helpers, gepensioneerde zelfstandigen).
3. Wanneer die bijdragen door de werkgever worden ingehouden op de bezoldigingen van de personeelsleden, werden zij in principe reeds afgetrokken van de bruto-inkomsten om het bedrag te bepalen dat als belastbare bezoldiging op de fiche 281.10 moet worden vermeld. Dit is het geval bij de werknemers van de NMBS die een bezoldiging hebben ontvangen in de maand waarin de voormelde bijdrage werd geïnd.
4. Wanneer die bijdragen niet door de werkgever op de bezoldigingen worden ingehouden, zijn zij aftrekbaar van de inkomsten van het jaar waarin ze werkelijk zijn betaald of het karakter van zekere en vaststaande schulden hebben verkregen en als zodanig zijn geboekt. In de aangifte in de personenbelasting mogen zij als volgt worden vermeld (de verwijzingen betreffen de aangifte aanslagjaar 2003) :
- in Deel 1, Vak IV, rubriek A, 11 "Niet ingehouden persoonlijke bijdragen" voor de belastingplichtigen die gewone bezoldigingen ontvangen;
- in Deel 1, Vak IV, rubrieken B, C, D of E, rechtstreeks in mindering brengen van het bruto-inkomen van respectievelijk de werkloosheidsuitkeringen, de wettelijke uitkeringen bij ziekte of invaliditeit, de vervangingsinkomsten of de brugpensioenen voor de verkrijgers van die inkomsten;
- in Deel 1, Vak V, rubriek A, 4° "Niet ingehouden persoonlijke sociale bijdragen" voor de belastingplichtigen die een pensioen ontvangen;
- in Deel 2, Vak XII, 8 "Niet ingehouden persoonlijke sociale bijdragen" voor de belastingplichtigen die bezoldigingen van bedrijfsleiders ontvangen;
- in Deel 2, Vak XIII, 6 "Beroepskosten" voor de verkrijgers van winst uit nijverheids-, handels- of landbouwondernemingen;
- in Deel 2, Vak XIV, 6 "Sociale bijdragen" voor de verkrijgers van baten van vrije beroepen, ambten, posten of andere winstgevende bezigheden;
- in Deel 2, Vak XVI, 4 "Werkelijke beroepskosten betaald of gedragen na de stopzetting" voor de verkrijgers van winst en baten van een vorige beroepswerkzaamheid.
5. Overeenkomstig artikel 49 WIB 92 moet het bewijs van betaling in principe worden verantwoord door middel van bewijsstukken (betalingsbewijs, attest, …). Gelet op de datum van betaling in het begin van het jaar 2002, gelet op de geringe bedragen en het feit dat de ziekenfondsen om die reden niet systematisch een attest opmaken, is het voor sommige belastingplichtigen moeilijk, zoniet onmogelijk, om het nodige bewijsstuk voor te leggen. Daarom zal er in het kader van het onderzoek van de dossiers terzake blijk worden gegeven van ruim begrip, rekening gehouden met maxima vermeld in nr. 2.
6. Tenslotte wordt opgemerkt dat zoals voorheen niet aftrekbaar zijn, de aan ziekenfondsen gestorte bijdragen voor aanvullende of vrije verzekering die worden betaald om bovenop de wettelijke vergoedingen bepaalde specifieke diensten van het ziekenfonds te kunnen genieten, zoals ziekenvervoer, openluchtkuren, vergoedingen voor gezinshulp enz., of om aanvullende voordelen te verkrijgen naast die welke door de verplichte verzekering worden geboden, meer bepaald tegemoetkomingen in de verblijfskosten bij opname in een ziekenhuis en in de ermee gepaard gaande dokters- en apothekerskosten.
Voor de Directeur-generaal :
De Directeur,
P. LEROY
Bron: FisconetPlus
