Circulaire AAFisc Nr. 21/2014 (nr. Ci.RH.82/632.746) d.d. 05.06.2014
Algemene Administratie van de Fiscaliteit - Operationele Expertise en Ondersteuning
Dienst PB
Personenbelasting
Aangifte in de PB
Wijziging van de aangifte
Aangifteformulier
Invulling van de aangifte
Wijzigingen aan de aangifte in de PB aj. 2014
1. Het formaat en het aantal blz. van de aangifte in de PB (nr. 276.1) van aj. 2014 (inkomsten van het jaar 2013), bestaande uit de aan de administratie terug te bezorgen eigenlijke "Aangifte in de personenbelasting" en de door de belastingplichtige te bewaren "Voorbereiding van de aangifte" zijn ongewijzigd.
2. Naast de indexering van de meeste in de voorbereiding en de toelichting vermelde bedragen overeenkomstig art. 178, § 2, § 3, 2°, § 4 of § 6, WIB 92, is de voorbereiding van aj. 2014 inhoudelijk op de volgende punten gewijzigd:
a) vak I, 1: inlassing van de vermelding dat de BIC-code van een bankrekening waarop teruggaven mogen worden overgeschreven voortaan alleen moet worden ingevuld als de opgegeven rekening een rekening in het buitenland is; dit vloeit voort uit art. 5, Verordening (EU) nr. 260/2012 van het Europees Parlement en de Raad dd. 14.03.2012 tot vaststelling van technische en bedrijfsmatige vereisten voor overmakingen en automatische afschrijvingen in euro en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 924/2009 (Publicatieblad EU 30.03.2012), dat banken verbiedt om na 01.02.2014 nog van hun klanten te verlangen dat zij bij binnenlandse overschrijvingen de BIC-code van de rekening van de begunstigde opgeven;
b) vak IV, A, 4; 7, b; 8, a; 9, b; 14, a, 2°; 14, c, 2°; 14, d, 1°; 15, a, 2°; 15, c, 2°; 15, d, 1° en vak XVI, 2 en 6, a: tekstaanpassingen als gevolg van het feit dat bezoldigingen voor gepresteerde opzegtermijn, opzeggings- en inschakelingsvergoedingen die aan de in art. 38, § 5, eerste lid, WIB 92, vermelde vrijstellingsvoorwaarden voldoen, in tegenstelling tot aj. 2013, slechts in de desbetreffende rubrieken mogen worden ingevuld in de mate dat ze, per beëindiging van een arbeidsovereenkomst, niet meer bedragen dan 425 EUR, te indexeren rekening houdend met de indexeringscoëfficiënt van toepassing voor het jaar van de kennisgeving van de opzegging (cf. art. 38, § 5, tweede lid, WIB 92, ingevoegd door art.2, A, 3°, W 19.06.2011 tot wijziging van het WIB 92, wat de werkbonus en de opzeggingsvergoeding betreft - BS 28.06.2011);
c) vak IV, A, 13 en vak XVI, 8: inlassing van nieuwe rubrieken voor het vermelden van de bezoldigingen van gelegenheidswerknemers in de horeca die belastbaar zijn tegen 33 pct. (cf. art. 171, 1°, e, WIB 92, ingevoegd door art. 6, W 11.11.2013 houdende diverse wijzigingen tot invoering van een nieuwe sociale en fiscale regeling voor de gelegenheidsarbeiders in de horeca - BS 27.11.2013); deze wetswijziging is in werking getreden op 01.10.2013 (cf. art. 7 van voormelde W 11.11.2013);
d) vak IV, titel; vak IV, E; vak IV, L; vak XVI, 17; vak XVII, 16; vak XVIII, 16 en vak XXI, 8: vervanging van de benamingen "brugpensioenen" en "(aanvullende) vergoedingen" door, respectievelijk, "werkloosheidsuitkeringen met bedrijfstoeslag" en "bedrijfstoeslag" ingevolge de (louter terminologische) vervanging van die benamingen in de art. 31bis en 147, eerste lid, 2°, a, eerste en tweede streepje, WIB 92, door de art. 8 en 10, W 17.06.2013 houdende fiscale en financiële bepalingen en bepalingen betreffende de duurzame ontwikkeling - BS 28.06.2013;
e) vak IV, E, 2: schrapping van de rubriek voor het vermelden van de bedrijfstoeslag van de maand december die door een overheid voor het eerst is betaald of toegekend in december in plaats van in januari van het volgende jaar, daar het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag in de overheidssector geen toepassing vindt;
f) vak V, A, 1, i, 2° en 3°: inlassing van twee nieuwe rubrieken voor het vermelden van de kapitalen en afkoopwaarden die afzonderlijk belastbaar zijn tegen, respectievelijk, 20 pct. en 18 pct., ingevolge de verhoging van de aanslagvoet van 16,5 pct. voor het met werkgeversbijdragen of bijdragen van de onderneming gevormde gedeelte van bepaalde kapitalen en afkoopwaarden van aanvullende pensioenen die vanaf 01.07.2013 worden betaald of toegekend bij leven, vóór de leeftijd van 62 jaar (cf. art. 171, 3°bis, en art. 171, 2°quater, WIB 92, ingevoegd door art. 64, 4°, respectievelijk 3°, Programmawet 22.06.2012 - BS 28.06.2012 -, en circ. Ci.RH.332/621.312 van 23.04.2013);
g) vak VII, A: volledige herwerking van de rubriek van de inkomsten van kapitalen als gevolg van:
- de herinvoering van het beginsel van de bevrijdende roerende voorheffing (cf. art. 313, WIB 92, zoals vervangen door art. 89, Programmawet 27.12.2012 - BS 31.12.2012 -, en art. 534, tweede lid, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 94, 2°, Programmawet 27.12.2012);
- de afschaffing van de bijkomende heffing op roerende inkomsten (4 pct.) (cf. art. 174/1, WIB 92, opgeheven door art. 82, Programmawet 27.12.2012);
- de afschaffing van de afzonderlijke aanslagvoet van 21 pct. (cf. art. 171, 2°ter, WIB 92, opgeheven door art. 80, b, Programmawet 27.12.2012);
- de onderwerping van bepaalde dividenden aan de afzonderlijke aanslagvoet van 15 pct. (cf. art. 171, 3°quater, WIB 92, zoals vervangen door art. 80, e, Programmawet 27.12.2012, en art. 537, zesde lid, 1°, en zevende lid, 1°, WIB 92, ingevoegd door art. 6, Programmawet 28.06.2013 - BS 01.07.2013);
- de uitbreiding van het belastingstelsel van de inkomsten uit gereglementeerde Belgische spaardeposito's (vrijstelling van de eerste schijf van 1.250 EUR - vóór indexering - en belastbaarheid van het saldo tegen de afzonderlijke aanslagvoet van 15 pct.) tot de gereglementeerde spaardeposito's bij kredietinstellingen in de Europese Economische Ruimte (cf. art. 21, 5°, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 170, W 25.04.2014 houdende diverse bepalingen - BS 07.05.2014 -, en art. 171, 3°quinquies, WIB 92, heringevoegd door art. 171, van voormelde W 25.04.2014 na de vernietiging door het arrest nr. 7/2014 dd. 23.01.2014 van het Grondwettelijk Hof);
-
h) vak VII, B en C en vak XV, A, 1, b en A, 2, a, b, c, d en e: schrapping van het onderscheid tussen inkomsten uit overeenkomsten gesloten vóór en vanaf 01.03.1990 (cf. art. 519, WIB 92, opgeheven door art. 92, Programmawet 27.12.2012);
i) vak VII, D, 2: verduidelijking dat de belastingplichtige niet alleen de werkelijke, maar ook de forfaitaire kosten betreffende de inkomsten uit de cessie of concessie van auteursrechten, naburige rechten en wettelijke en verplichte licenties in zijn aangifte moet vermelden;
j) vak X, G en H: uitsplitsing van de rubrieken ingevolge de verlaging van het maximumbedrag van de uitgaven voor PWA-cheques en dienstencheques dat voor belastingvermindering in aanmerking komt, van 1.810 EUR naar 920 EUR per jaar (vóór indexering) (cf. art. 145^21, eerste lid, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 40, W 30.07.2013 houdende diverse bepalingen - BS 01.08.2013); die verlaging is van toepassing op de uitgaven gedaan vanaf 01.01.2013, tenzij de van 01.01 tot 30.06.2013 gedane uitgaven het verlaagde maximumbedrag reeds overschrijden; in dat geval blijft, wat de in 2013 gedane uitgaven betreft, het oude maximumbedrag (1.810 EUR vóór indexering) van toepassing, maar geven de vanaf 01.07.2013 gedane uitgaven geen recht meer op belastingvermindering (cf. art. 42, eerste en tweede lid, van voormelde W 30.07.2013, zoals vervangen door art. 14, W 21.12.2013 houdende diverse fiscale en financiële bepalingen - BS 31.12.2013);
k) vak X, K, titel en 1, b; 1, c; 1, d en 1, e: tekstaanpassingen doordat er voortaan geen belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven meer kan worden verleend voor uitgaven voor werken aan een woning die op 31 december van het jaar van de aanvang der werken minder dan 5 jaar in gebruik genomen was (ook niet meer voor de installatie van een systeem van waterverwarming door middel van zonne-energie, voor de plaatsing van zonnecelpanelen voor het omzetten van zonne-energie in elektrische energie of voor de plaatsing van alle andere uitrustingen voor geothermische energieopwekking) (cf. art. 145^24, § 1, tweede lid, c, WIB 92, zoals vervangen door art. 41, B, W 28.12.2011 houdende diverse bepalingen - BS 30.12.2011, en circ. Ci.RH.331/625.119 van 09.10.2013, nr. IV, 2);
l) vak X, K, 1, b: beperking van de werken die voor de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven gedaan in 2013 in aanmerking komen, tot de isolatie van het dak (cf. art. 145^24, § 1, eerste lid, WIB 92, zoals vervangen door art. 41, B, W 28.12.2011 houdende diverse bepalingen, en circ. Ci.RH.331/625.119 van 09.10.2013, nr. IV, 2);
m) vak X: schrapping van de rubrieken m.b.t. de volgende belastingverminderingen:
- de vermindering voor uitgaven voor de vernieuwing van woningen gelegen in een zone voor positief grootstedelijk beleid (schrapping ingevolge het verstrijken - op 31.12.2011 - van de periode waarvoor de zones die voor de vermindering in aanmerking kwamen, waren vastgelegd (cf. art. 1, KB 04.06.2003 tot vastlegging van de zones voor positief grootstedelijk beleid in uitvoering van artikel 145^25, tweede lid van het WIB 92 - BS 20.06.2003 -, zoals gewijzigd door art. 1, KB 18.12.2009 tot wijziging van het KB 04.06.2003 tot vastlegging van de zones voor positief grootstedelijk beleid in uitvoering van artikel 145^25, tweede lid van het WIB 92 - BS 30.12.2009 -, en circ. Ci.RH.331/625.119 van 09.10.2013, nr. VII);
- de vermindering voor de verwerving van obligaties van de "Caisse d'Investissement de Wallonie" (C.I.W.) (schrapping ingevolge de uitdoving van de over de aanslagjaren 2010 tot 2013 gespreide belastingvermindering voor de obligaties die in 2009 door de C.I.W. zijn uitgegeven);
- de vermindering voor uitgaven voor de verwerving van een elektrische personenauto, auto voor dubbel gebruik of minibus (schrapping ingevolge de uitdoving van de maatregel, die beperkt was tot de uitgaven betaald in de jaren 2010 tot 2012 - cf. art. 123, 1° en 3°, en 126, vijfde lid, Programmawet 23.12.2009 - BS 30.12.2009 -, en circ. Ci.RH.331/625.119 van 09.10.2013, nr. VIII, tweede lid, en Ci.RH.331/604.880 van 07.01.2014, nrs. 69 en 130);
- de vermindering voor uitgaven voor de installatie van een oplaadpunt voor elektrische voertuigen (schrapping ingevolge de uitdoving van de maatregel, die beperkt was tot de uitgaven betaald in de jaren 2010 tot 2012 - cf. art. 122, 123, 4°, en 126, vijfde lid, Programmawet 23.12.2009, en circ. Ci.RH.331/625.119 van 09.10.2013, nr. VIII, derde lid, en Ci.RH.331/604.880 van 07.01.2014, nrs. 104 en 131);
n) vak XIII, B: tekstaanpassingen ingevolge het antwoord op de mondelinge parlementaire vraag nr. 16605 van 26.03.2013 (Kamer, Commissie Financiën en Begroting, Integraal Verslag, CRIV 53 COM 705, blz. 12-15) m.b.t. de in art. 307, § 1, derde lid, WIB 92 bepaalde verplichting om het bestaan van individuele levensverzekeringen bij in het buitenland gevestigde verzekeringsondernemingen in de aangifte te vermelden;
o) vak XIII, C: inlassing van een rubriek om het bestaan te vermelden van in art. 2, § 1, 13°, WIB 92 (ingevoegd door art. 35, W 30.07.2013 houdende diverse bepalingen) bedoelde juridische constructies waarvan de belastingplichtige, zijn echtgenoot, zijn wettelijk samenwonende partner of zijn niet ontvoogde minderjarige kinderen oprichter (in de zin van art. 2, § 1, 14°, WIB 92, ingevoegd door voormeld art. 35, W 30.07.2013) of (potentieel) begunstigde zijn (cf. art. 307, § 1, vierde lid, WIB 92, ingevoegd door art. 36, 1°, van voormelde W 30.07.2013);
p) vak XV, A, 1 en A, 2: aanpassing van de titels van de rubrieken ingevolge de herinvoering van het beginsel van de bevrijdende roerende voorheffing (cf. art. 313, WIB 92, zoals vervangen door art. 89, Programmawet 27.12.2012);
q) vak XV, A, 1, c en A, 2, f: schrapping van de rubrieken voor het vermelden van de tegen de afzonderlijke aanslagvoeten van 21 en 10 pct. belastbare vergoedingen voor ontbrekende coupon of ontbrekend lot ingevolge de wijziging van art. 171, 3°ter, WIB 92, door art. 80, d, Programmawet 27.12.2012);
r) vak XIX: schrapping van de rubriek voor het vermelden van de bijkomende heffing op roerende inkomsten, ingehouden op interesten en dividenden verkregen in het kader van de uitoefening van een zelfstandige beroepswerkzaamheid, ingevolge de opheffing van die heffing en de verrekening ervan door art. 82, respectievelijk de art. 85 en 86, Programmawet 27.12.2012.
3. Inde toelichting zijn de passages die wezenlijke wijzigingen hebben ondergaan, in de rand met een rode verticale stippellijn gemerkt; ze hebben hoofdzakelijk betrekking op de hierboven besproken aanpassingen.
Daarnaast wordt de aandacht nog gevestigd op de volgende punten:
a) vak I, 1: inlassing van de verduidelijking dat na de indiening van de aangifte wijzigingen van de bankrekening waarop teruggaven mogen worden overgeschreven, ook via www.myminfin.be kunnen worden meegedeeld;
b) vak, II, B, Voorafgaande opmerkingen, Zware handicap: inlassing van de verduidelijking dat een voor ten minste 66 pct. ontoereikende of verminderde lichamelijke of geestelijke geschiktheid bij kinderen overeenstemt met ten minste 4 punten in de eerste pijler van de medisch-sociale schaal van toepassing in het kader van het nieuwe stelsel van de verhoogde kinderbijslagen voor gehandicapte kinderen, ongeacht het totale aantal punten in de drie pijlers samen (zie ook circ. Ci.RH.331/586.900 van 05.09.2008, nr. 10);
c) vak IV, A, 1, b: wijziging van het grensbedrag voor de berekening van de bedrijfsvoorheffing op het door de verlofkassen betaalde vakantiegeld (cf. nr. 2.21 van Bijlage III van het KB/WIB 92, zoals vervangen door de bijlage bij KB 11.12.2012 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de BV - BS 14.12.2012);
d) vak IV, A, 11, c en vak XVI, 7, b: verhoging van het maximumbedrag van de vrijstelling van de niet-recurrente resultaatgebonden voordelen ingevolge:
- de verhoging van het in art. 38, § 1, eerste lid, 24°, WIB 92, bepaalde maximumbedrag van die vrijstelling, van 2.200 EUR tot 2.695 EUR (vóór indexering) door art. 38, W 30.07.2013 houdende diverse bepalingen;
- de koppeling van dat nieuwe maximumbedrag aan de gezondheidsindex van de maand november 2012 i.p.v. aan die van de maand september 2007 (cf. art. 178, § 6, WIB 92, zoals vervangen door art. 41 van voormelde W 30.07.2013);
e) vak IV, A, 16; vak XVI, 9; vak XVIII, 8 en vak XXI, 3: schrapping van de verwijzing naar art. 3, § 2, van het op 01.04.2012 opgeheven KB 15.09.2006 tot oprichting van een Impulsfonds voor de huisartsengeneeskunde en tot vaststelling van de werkingsregels ervan, ingevolge de vervanging van die verwijzing in art. 171, 4°, k, WIB 92 door een verwijzing naar art. 4, van het gelijknamige KB 23.03.2012 (cf. art. 33, W 13.12.2012 houdende fiscale en financiële bepalingen - BS 20.12.2012); deze wijziging heeft evenwel geen enkele weerslag op het belastingstelsel van de desbetreffende premie van voormeld Impulsfonds;
f) vak IV, M en vak XVI, 18: toevoeging van de aanslagvoet van 25 pct. die inzake roerende voorheffing van toepassing is op de vanaf 01.01.2013 toegekende of betaalbaar gestelde inkomsten uit de cessie of concessie van auteursrechten, naburige rechten en wettelijke en verplichte licenties, in de mate dat die inkomsten de eerste schijf van 37.500 EUR (vóór indexering) overtreffen; voor de desbetreffende inkomsten die voormelde schijf niet overtreffen, blijft de aanslagvoet van 15 pct. behouden (cf. art. 269, 1° en 4°, WIB 92, zoals vervangen door art. 84, Programmawet 27.12.2012 - thans art. 269, § 1, 1° en 4°, WIB 92);
g) vak VII, A, 1, Voorafgaande opmerking en vak XV, A, 1: inlassing van de vermelding dat de roerende voorheffing niet wordt verrekend als de belastingplichtige beroepsinkomsten heeft verkregen (als internationaal ambtenaar, enz.) die bij overeenkomst zijn vrijgesteld en niet in aanmerking komen voor de berekening van de belasting op zijn andere inkomsten (vrijstelling zonder progressievoorbehoud) ingevolge de invoeging van art. 313, derde lid, WIB 92, door art. 22, W 17.06.2013 houdende fiscale en financiële bepalingen en bepalingen betreffende de duurzame ontwikkeling;
h) vak VII, 2, a, b en d: inlassing van de vermelding dat de in art. 537, eerste lid, WIB 92, (ingevoegd door art. 6, Programmawet 28.06.2013) bedoelde dividenden belastbaar zijn tegen 10 pct.;
i) vak X, K, 1 en 2: aanpassing van het maximale aantal volgende aj. waarnaar het na de begrenzing resterende overschot van de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven kan worden overgedragen (maximaal 2 aj. i.p.v. 3) ingevolge de opheffing van de overdraagbaarheid van die vermindering voor de uitgaven betaald vanaf 01.01.2013 (cf. art. 145^24, § 1, vijfde lid, WIB 92, zoals vervangen door art. 41, B, W 28.12.2011 houdende diverse bepalingen, en circ. Ci.RH.331/625.119 van 09.10.2013, nr. IV, 2);
j) vak X, L: tekstaanpassingen ingevolge de vervanging van art. 535, WIB 92, door art. 13, W 21.12.2013 houdende diverse fiscale en financiële bepalingen; door die wetswijziging is de inzake belastingvermindering voor lage energiewoningen, passiefwoningen en nulenergiewoningen gestelde voorwaarde dat de belastingplichtige beschikt over een uiterlijk op 31.12.2011 (of 29.02.2012 indien de aanvraag uiterlijk op 31.12.2011 was ingediend) uitgereikt geldig certificaat, vervangen door de voorwaarde dat de belastingplichtige zich vóór 01.01.2012 contractueel heeft verbonden om een voormelde woning te bouwen of in nieuwe staat te verwerven, of om een onroerend goed tot zo'n woning te verbouwen;
k) vak XIII, A: inlassing van de aankondiging van een schrijven van de FOD Financiën waarin de belastingplichtigen die in hun aangiften van de aj. 2012 tot 2014 het bestaan van buitenlandse rekeningen hebben aangegeven, zullen worden uitgenodigd om de vereiste gegevens betreffende die rekeningen mee te delen aan het centraal aanspreekpunt bedoeld in art. 322, § 3, WIB 92 (cf. art. 177, W 25.04.2014 houdende diverse bepalingen - BS 07.05.2014);
l) vak XV, A, 1, a: schrapping van de door het Verbond der Coöperatieve Vennootschappen voor Oorlogsschade in 1922 uitgegeven lotenlening ingevolge het vervallen van die lening in 2012;
m) vak XVI, 4: aanpassing van de revalorisatiecoëfficiënt die geldt voor de vaststelling van het gedeelte van de huurinkomsten dat overeenkomstig art. 32, tweede lid, 3°, WIB 92, als een bezoldiging van bedrijfsleider moet worden aangemerkt; voor aj. 2014 bedraagt die coëfficiënt 4,19 (cf. art. 1, KB/WIB 92, zoals gewijzigd door art. 1, KB 18.07.2013 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de revalorisatiecoëfficiënt voor kadastrale inkomens - BS 24.07.2013);
n) vak XVII, Voorafgaande opmerkingen, Belastingplichtigen uit de landbouwsector en 6: vervanging van het jaartal 2012 door 2014 ingevolge de verlenging met 2 jaar van:
- de vrijstelling van de kapitaal- en interestsubsidies die, met inachtneming van de Europese reglementering inzake staatssteun, door de bevoegde gewestelijke instellingen in het raam van de steun aan de landbouw worden betaald aan landbouwers om immateriële en materiële vaste activa aan te schaffen of tot stand te brengen (cf. art. 137, § 1, en 141, eerste lid, Programmawet 23.12.2009, zoals gewijzigd door art. 56 respectievelijk art. 59, eerste lid, W 30.07.2013 houdende diverse bepalingen, en 2e addendum van 03.10.2013 aan de circ. Ci.RH.332/603.299 van 29.11.2010);
- de belastbaarheid tegen de afzonderlijke aanslagvoet van 12,5 pct. van de zoogkoeienpremies en premies in het kader van de bedrijfstoeslagrechten ingesteld door de Europese Gemeenschappen als steunregeling voor de landbouwsector (cf. art. 138, eerste lid, en 141, tweede lid, Programmawet 23.12.2009, zoals gewijzigd door art. 57, respectievelijk art. 59, tweede lid, W 30.07.2013 houdende diverse bepalingen, en 2e addendum van 03.10.2013 aan de circ. Ci.RH.332/603.299 van 29.11.2010);
o) vak XVII, 13 en vak XVIII, 13: wijziging van de percentages van de investeringsaftrek (cf. Bericht in verband met de investeringsaftrek - BS 07.03.2013).
Voor de Administrateur-generaal van de Fiscaliteit wnd.,
J.-P. VANHOUBROECK
Adviseur - Directeur
