Circulaire nr. Ci.RH.222/466.069 van 10.01.1995

CIRC 10.01.95/2
Bull. nr. 746, pag. 554
FISCALE BEPALINGEN 1994
Onroerende voorheffing.

KADASTRAAL INKOMEN
Vrijstelling van het kadastraal inkomen.

ONROERENDE VOORHEFFING
Vermindering voor gehandicapte personen.
Vrijstelling van de onroerende voorheffing.
I. INLEIDING
1. De wet van 6.7.1994 houdende fiscale bepalingen (BS 16.7.1994 - V 2323 - Bull. 742) heeft in het WIB 92 enkele wijzigingen betreffende de OV aangebracht.
II. WETTELIJKE BEPALINGEN
2. Art. 38, voormelde W 6.7.1994 verbetert een formele onvolmaaktheid die in art. 253, WIB 92 werd opgemerkt en die ontstaan is ingevolge de coördinatie van de wettelijke bepalingen inzake inkomstenbelastingen (KB 10.4.1992 bekrachtigd door de W 12.6.1992 - BS 30.7.1992 - V 2184 -Bull. 719). De tekst van het voormelde art. 38 luidt als volgt :
"Artikel 253 van hetzelfde Wetboek (WIB 92), wordt vervangen door de volgende bepaling:
"Artikel 253. Van de onroerende voorheffing wordt het kadastraal inkomen vrijgesteld:
van de in artikel 12, § 1, vermelde onroerende goederen of delen van onroerende goederen;
van de in artikel 231, 1° vermelde onroerende goederen;
van onroerende goederen die de aard van nationale domeingoederen hebben, op zichzelf niets opbrengen en voor een openbare dienst of voor een dienst van algemeen nut worden gebruikt; de vrijstelling is van de drie voorwaarden samen afhankelijk"."
3. Art. 39 W 6.7.1994 schrapt in art. 255, 2° lid, WIB 92, de intercommunale centra voor maatschappelijk welzijn uit de lijst van de instellingen waarvan de als sociale woningen verhuurde eigendommen inzake OV worden belast aan het tarief van 0,8 % :
De tekst van het voormelde art. 39 luidt als volgt : "In artikel 255, tweede lid, van hetzelfde Wetboek (WIB 92), worden de woorden ", aan intercommunale openbare centra voor maatschappelijk welzijn " geschrapt."
4. Art. 40 W 6.7.1994 brengt met de wijziging van art. 257, 2° en 3°, WIB 92, de criteria die inzake OV moeten in aanmerking worden genomen voor het toekennen van de verminderingen wegens invaliditeit in overeenstemming met de criteria ter zake in de PB. De tekst van dit artikel luidt als volgt :
"In artikel 257 van hetzelfde Wetboek (WIB 92), worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in het 2°, worden de woorden "of door een persoon die tot ten minste 66 pct. getroffen is door ontoereikendheid of vermindering van lichamelijke of geestelijke geschiktheid wegens een of meer aandoeningen " vervangen door de woorden "of met een in de zin van artikel 135, eerste lid, 1°, gehandicapte persoon ";
in het 3°, worden de woorden "of met een gehandicapte persoon als bedoeld in 2°" vervangen door de woorden "of met een in de zin van artikel 135, eerste lid, gehandicapte persoon "."
III. DRAAGWIJDTE VAN DE NIEUWE BEPALINGEN
1.
Betreffende art. 253, WIB 92 (Zie nr. 2)
5. De wijziging in art. 253, WIB 92, die strekt tot rechtzetting van een onvolmaaktheid waarvan de belastingplichtigen gebruik zouden kunnen maken, geeft geen aanleiding tot nieuwe onderrichtingen.
2.
Betreffende art. 255, WIB 92 (Zie nr. 3)
6. Art. 39, W 6.7.1994 brengt de tekst van art. 255, WIB 92, in overeenstemming met de opheffing van de mogelijkheid tot oprichting van intercommunale openbare centra voor maatschappelijk welzijn (art. 1 tot 3, W 5.8.1992 houdende bepalingen betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn - (BS 8.10.1992). Er werd evenwel van de mogelijkheid tot oprichting van intercommunale centra voor maatschappelijk welzijn nooit gebruik gemaakt.
3.
Betreffende art. 257 (Zie nr. 4)
7. De wijziging die art. 40, W 6.7.1994 in art. 257, WIB 92, aanbrengt heeft tot doel de bepalingen zoals die van toepassing waren vóór de coördinatie beter af te lijnen.
Zo was inderdaad art. 6, § 7, van de W 7.12.1988 houdende hervorming van de inkomstenbelasting en wijziging van de met het zegel gelijkgestelde taksen (V 1957 - Bull. 679), dat bepaalt dat inzake de verminderingen van OV de begrippen "kind" en "gehandicapte" overeenstemmen met die welke gelden op het stuk van de PB, niet terug te vinden in het WIB 92. Dit euvel is thans rechtgezet. De rechtzetting brengt evenwel geen verandering teweeg in de bestaande onderrichtingen die wel rekening houden met art. 6, § 7, W 7.12.1988. Ter zake kan dan ook verwezen worden naar de commentaar op de hervormingswet 1988 (Circ. Ci.D.19/402.192 - PB, 20ste aflevering van 3.8.1990) en naar de nrs. 257/35 en 257/50, Com.IB 92.
IV. INWERKINGTREDING
8. De art. 38 en 40, W 6.7.1994 hebben uitwerking met ingang van het aj. 1992 (art. 91, W 6.7.1994).
9. Bij ontstentenis van een uitdrukkelijke bepaling treedt art. 39 van dezelfde wet in werking tien dagen na haar publicatie en in de praktijk, op 1.1.1995.