Circulaire nr. 6 (AFZ/2001/1345 - Dos. 275) d.d. 26.02.2002

Onderwerp:
Successierechten Vlaams Gewest
Tarieven en vermindering in EUR
Wijziging aan artikel 60bis
Decreet van het Vlaams Parlement van 6 juli 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2001

In het Staatsblad van 10 oktober 2001, editie 1, werd het decreet van het Vlaams Parlement van 6 juli 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2001, bekendgemaakt.

Dat decreet zet de in de Hoofdstukken VI en VII van het eerste boek van het Wetboek der successierechten voorkomende bedragen in belgische frank om in bedragen in euro, voor wat het Vlaamse Gewest betreft. Bovendien bevat het decreet een wijziging van artikel 60bis VI. W. Succ., die retroactief zal worden ongedaan gemaakt.

Bij deze circulaire wordt een eerste commentaar verstrekt bij de doorgevoerde wijzigingen. In bijlage 1 gaat een uittreksel uit het decreet van 6 juli 2001. Bijlage 2 bevat de gecoördineerde teksten van de gewijzigde artikelen 48, 48/2 en 56 van het Vlaams Wetboek der successierechten.



Commentaar.

1. Omzetting bedragen in belgische frank naar euro.

Gelet op de bevoegdheidsverdeling zoals die voortvloeit uit de bijzondere financieringswet van 16 januari 1989, komt het aan de Gewesten toe om de bedragen in belgische frank in de hoofdstukken VI en VII van het eerste boek van het Wetboek der successierechten om te zetten naar euro. Die hoofdstukken betreffen immers het tarief en de vrijstellingen en, verminderingen inzake de successierechten, zijnde materies waarvoor de Gewesten bevoegd zijn.

Bij onderhavig decreet (artikelen 38, 39 en 40) heeft het Vlaams Parlement die omzetting gedaan voor wat het Vlaamse Gewest betreft,

De betreffende bepalingen behoeven geen bijzondere commentaar, behalve dat, vermits de om te zetten bedragen hoofdzakelijk voorkomen in tabellen en in formules van vermindering, de Vlaamse decreetgever gekozen heeft voor transparantieafrondingen.



2. Wijziging aan artikel 60bis

Bij artikel 31 van het decreet wordt het eerste lid van § 9 van artikel 60bis gewijzigd.

De Vlaamse Minister van Financiën heeft medegedeeld dat de tekst van artikel 31 een misslag bevat en dat hij de intentie heeft de vergissing zo spoedig mogelijk recht te zetten door middel van een decretale bepaling waarbij genoemd artikel zal worden ingetrokken.[ De intrekking van een bepaling brengt mee dat aan die bepaling rechtskracht wordt ontzegd "ex tunc et ab initio", zodat zij geacht wordt nooit te hebben bestaan.]

In het licht van die mededeling zal - in afwachting van de intrekking van artikel 31 van het decreet [ De intrekking is ondertussen geschied bij het decreet van het Vlaams Parlement van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002 (B.S. 29 december 2001). Er wordt verwezen naar de betreffende circulaire die binnenkort zal verschijnen.] - het eerste lid van § 9 van artikel 60bis verder toegepast worden in de redactie van vóór de wijziging ervan bij onderhavig decreet. De Vlaamse Minister van Financiën heeft ingestemd met die handelwijze.



3. Inwerkingtreding

Artikel 51 van het decreet bepaalt dat de artikelen die de bedragen in belgische frank omzetten in bedragen in euro (de artikelen 38, 39 en 40 van het decreet) in werking treden op 1 januari 2002.

Bij datzelfde artikel wordt bepaald dat artikel 31 van het decreet (wijziging van het eerste lid van § 9 van artikel 60bis) in werking treedt op 1 juli 2001. Ingevolge het standpunt dat de Vlaamse Minister van Financiën heeft ingenomen (zie punt 2.) wordt dat artikel evenwel geacht tot nader order niet te bestaan en bijgevolg ook niet in werking te zijn getreden.

NAMENS DE MINISTER;

De adjunct-administrateur-generaal
van de belastingen,

Jean-Marc DELPORTE

Bijlage 1

Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 5 juli 2001.

MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP

6 JULI 2001. - Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2001

Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :

HOOFDSTUK I. - Algemeen

Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.

...

HOOFDSTUK XIV. - Successierechten

Art. 31

In artikel 60bis, § 9, van het Wetboek van Successierechten worden de woorden "Onder nettowaarde wordt verstaan ..." vervangen door de woorden "Onder nettowaarde van de nalatenschap wordt verstaan...".

...

HOOFDSTUK XVII. - Invoering van de Euro voor de Vlaamse Gewestelijke Belastingen en Financiën

...

AFDELING III

Successierechten

Artikel 38

In Tabellen I en II van artikel 48 van het Wetboek der Successierechten, zoals bepaald in het decreet van 15 april 1997 en gewijzigd bij de decreten van 15 juli 1997, 30 juni 2000 en 1 december 2000, betreffende het tarief in rechte lijn tussen twee echtgenoten en tussen samenwonenden worden, voor wat het Vlaamse Gewest betreft, de in Belgische frank uitgedrukte bedragen die in onderstaande tabellen worden vermeld vervangen door de in euro uitgedrukte bedragen, vermeld in de onderstaande tabellen :

Tabel I

Tarief in rechte lijn, tussen echtgenoten en tussen samenwonenden

ATarief, toepasselijk op het overeenstemmende gedeelte zoals voorkomend in kolom ATotale bedrag van de belasting over de voorgaande gedeelten
Van tot
1 BEF - 2 miljoen BEF3 %
2 miljoen BEF - 10 miljoen BEF9 %60 000 BEF
boven de 10 miljoen BEF27 %780 000 BEF
wordt vervangen door de volgende tabel I :

Tabel I

Tarief in rechte lijn, tussen echtgenoten en tussen samenwonenden

ATarief, toepasselijk op het overeenstemmende gedeelte zoals voorkomend in kolom ATotale bedrag van de belasting over de voorgaande gedeelten
Van tot
0,01 EUR - 50.000 EUR3 %
50.000 EUR - 250.000 EUR9 %1.500 EUR
boven de 250.000 EUR27 %19.500 EUR
Tabel II

Tarief tussen andere personen dan personen in rechte lijn, echtgenoten en samenwonenden.

ATarief, toepasselijk op het overeenstemmende gedeelte zoals voorkomend in kolom ATotale bedrag van de belasting over de voorgaande gedeelten
Van tottussen broers en zusterstussen anderentussen broers en zusterstussen anderen
1 BEF - 3 miljoen BEF30 %45 %
3 miljoen BEF - 5 miljoen BEF55 %55 %900 000 BEF1 350 000 BEF
boven de 5 miljoen BEF65 %65 %2 000 000 BEF2 450 000 BEF
wordt vervangen door de volgende tabel II:

Tabel II

Tarief tussen andere personen dan personen in rechte lijn, echtgenoten en samenwonenden.

ATarief, toepasselijk op het overeenstemmende gedeelte zoals voorkomend in kolom ATotale bedrag van de belasting over de voorgaande gedeelten
Van tottussen broers en zusterstussen anderentussen broers en zusterstussen anderen
0,01 EUR - 75.000 EUR30 %45 %
75.000 EUR - 125.000 EUR55 %55 %22.500 EUR33.750 EUR
boven de 125.000 EUR65 %65 %50.000 EUR61.250 EUR
Artikel 39

In artikel 48/2 van het Wetboek der Successierechten worden, voor wat het Vlaamse Gewest betreft, de in Belgische frank uitgedrukte bedragen die in de onderstaande tabel worden vermeld vervangen door de in euro uitgedrukte bedragen, vermeld in de onderstaande tabel :

artikelonderwerp van de bepalingInhoud van de bepaling in BEFin EUR
48/2Beroepsmatig geïnvesteerde activa vermindering percentage in hoogste schijven10 000 000 20 000 000250.000,00 500.000,00
Artikel 40

In artikel 56 van het Wetboek der Successierechten, zoals bepaald in het decreet van 15 april 1997 en gewijzigd bij de decreten van 15 juli 1997, 30 juni 2000 en 1 december 2000 worden, voor wat het Vlaamse Gewest betreft, de in Belgische frank uitgedrukte bedragen die in de onderstaande tabel worden vermeld vervangen door de in euro uitgedrukte bedragen, vermeld in de onderstaande tabel :

artikelonderwerp van de bepalingInhoud van de bepaling in BEFin EUR
56,
eerste lid
Vrijstellingen en
verminderingen
In hoofde van een door de wet tot erfenis geroepen erfgenaam in de rechte lijn, tussen echtgenoten of tussen samenwonenden
2 000 000
20 000
1-(erfdeel/2 000 000)
50.000
500
1-(erfdeel/50.000)
56,
tweede lid
Vrijstellingen en verminderingen
Ten gunste van de kinderen die de leeftijd van 21 jaar niet hebben bereikt - ten gunste van de overlevende echtgenoot of samenwonende
300075
56,
derde lid
Vrijstellingen en
verminderingen
Verminderingen
Ten gunste van een broer of zuster
750 000
3 000 000
100 000
1-(erfdeel/3 000 000)
750 000
75 000
(het erfdeel/750 000)
20.000
75.000
2.500
1-(erfdeel/75.000)
20.000
2.000
(het erfdeel/20.000)
56,
vierde lid
Vrijstellingen en
verminderingen
Verminderingen
Ten gunste van alle andere erfgenamen dan erfgenamen in rechte lijn of echtgenoten, samenwonenden, broer of zusters
500 000
3 000 000
90 000
1-(totaal van deze erfdelen/3 000 000)


500 000
75 000
(totaal van deze erfdelen/500 000)
12.500
75.000
2.500
1-(totaal van deze erfdelen/75.000)


12.500
2.000
(totaal van deze erfdelen/12.500)
...

HOOFDSTUK XX. - Slotbepalingen

Art. 51.

Dit decreet treedt in werking op 1 juli 2001, met uitzondering van :

- Artikel 3 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2001;

- Artikel 7 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2001;

- Artikel 14 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1999;

- Artikel 18 treedt in werking op 1 september 2001;

- Artikel 19 treedt in werking op 1 januari 2002;

- Artikel 32 van dit decreet heeft uitwerking met ingang van het aanslagjaar 2001;

- Artikel 34 tot en met 48 treden in werking op 1 januari 2002.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 6 juli 2001.

De minister-president van de Vlaamse regering, Vlaams minister van Financiën, Begroting, Buitenlands Beleid en Europese Aangelegenheden,
P. DEWAEL

De Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie,
S. STEVAERT

De Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen,
Mevr. M. VOGELS

De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport, Brusselse Aangelegenheden en Ontwikkelingssamenwerking,
B. ANCIAUX

De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming,
Mevr. M. VANDERPOORTEN

De Vlaamse minister van Werkgelegenheid en Toerisme,
R. LANDUYT

De Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw,
Mevr. V. DUA

De Vlaamse minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media,
D. VAN MECHELEN

De Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Huisvesting en Ambtenarenzaken,
P. VAN GREMBERGEN



Bijlage 2

Gecoördineerde tekst van de artikelen 48, 48/2 en 56 van het "Vlaams" Wetboek der Successierechten zoals hij van toepassing is met ingang van 1 januari 2002.

Art. 48

[decreet van 20 december 1996, artikel 14, vervangen bij artikel 2 van het decreet van 15 april 1997, en gewijzigd bij artikel 2 van het decreet van 15 juli 1997, artikel 8 van het decreet van 30 juni 2000, artikel 2 van het decreet van 1 december 2000 en artikel 38 van het decreet van 6 juli 2001]

De rechten van successie en van overgang bij overlijden worden geheven volgens het tarief aangeduid in onderstaande tabellen.

Tabel I bevat het tarief in rechte lijn, tussen echtgenoten en tussen samenwonenden.

Dit tarief wordt per rechtverkrijgende toegepast op het netto-aandeel in de onroerende goederen enerzijds, en op het netto-aandeel in de roerende goederen anderzijds volgens de overeenstemmende gedeelten zoals voorkomend in kolom A.

De schulden en de begrafeniskosten worden bij voorrang aangerekend op de roerende goederen en op de goederen bedoeld bij artikel 60bis, tenzij die welke specifiek werden aangegaan om andere goederen te verwerven of te behouden. Tabel I Tarief in rechte lijn, tussen echtgenoten en tussen samenwonenden
ATarief, toepasselijk op het overeenstemmende gedeelte zoals voorkomend in kolom ATotale bedrag van de belasting over de voorgaande gedeelten
Van tot
0,01 EUR - 50.000 EUR3 %
50.000 EUR - 250.000 EUR9 %1.500 EUR
boven de 250.000 EUR27 %19.500 EUR
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder samenwonenden verstaan:

1° de persoon, die op de dag van het openvallen van de nalatenschap overeenkomstig de bepalingen van boek III, titel Vbis, van het Burgerlijk Wetboek, met de erflater wettelijk samenwoont;

of

2° de persoon of personen die op de dag van het openvallen van de nalatenschap, ten minste één jaar ononderbroken met de erflater samenwonen en er een gemeenschappelijke huishouding mee voeren. Deze voorwaarden worden geacht ook vervuld te zijn indien het samenwonen en het voeren van een gemeenschappelijke huishouding met de erflater, aansluitend op de bedoelde periode van één jaar tot op de dag van het overlijden, ingevolge overmacht onmogelijk is geworden. Een uittreksel uit het bevolkingsregister houdt een weerlegbaar vermoeden in van ononderbroken samenwoning en van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding.

Tabel II bevat het tarief tussen andere personen dan in rechte lijn, tussen echtgenoten en samenwonenden. Dit tarief wordt, voor wat broers en zusters betreft, toegepast op het overeenstemmende gedeelte van het netto-aandeel van elk der rechtverkrijgenden zoals voorkomend in kolom A. Voor wat alle anderen betreft, wordt dit tarief toegepast op het overeenstemmende gedeelte van de som van de netto-aandelen, verkregen door de rechtverkrijgenden van deze groep.

Tabel II Tarief tussen andere personen dan in rechte lijn, echtgenoten en samenwonenden
ATarief, toepasselijk op het overeenstemmende gedeelte zoals voorkomend in kolom ATotale bedrag van de belasting over de voorgaande gedeelten
Van tottussen broers en zusterstussen anderentussen broers en zusterstussen anderen
0,01 EUR - 75.000 EUR30 %45 %
75.000 EUR - 125.000 EUR55 %55 %22.500 EUR33.750 EUR
boven de 125.000 EUR65 %65 %50.000 EUR61.250 EUR
Art. 48/2

[artikel 85 van de wet van 8 augustus 1980, gewijzigd bij artikel 39 van het decreet van 6 juli 2001]

Indien het erfdeel verkregen door de langstlevende echtgenoot of door een erfgenaam in de rechte lijn meer dan 250.000,00 EUR bedraagt en geheel of gedeeltelijk bestaat uit activa die door de erflater of zijn echtgenoot beroepsmatig zijn geïnvesteerd in een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwbedrijf dat door hen of door hen samen met een of meer van hun afstammelingen persoonlijk wordt geëxploiteerd, worden die activa, in de mate dat het erfdeel daardoor boven 250.000,00 EUR uitstijgt, ter zake van het successierecht belast met 22 % tussen 250.000,00 EUR en 500.000,00 EUR en met 25 % boven de 500.000,00 EUR.

Bovenstaande bepaling is slechts toepasselijk mits de exploitatie daadwerkelijk wordt voortgezet door de erfopvolgers van de erflater of door sommigen van hen.

De Koning regelt de toepassingsmodaliteiten van deze bepalingen.

Art 56

[decreet van 20 december 1996, artikel 18, vervangen bij artikel 3 van het decreet van 15 april 1997 en gewijzigd bij artikel 2 van het decreet van 17 juni 1997, artikel 3 van het decreet van 15 juli 1997, artikel 13 van het decreet van 7 juli 1998, artikel 3 van het decreet van 1 december 2000 en artikel 40 van het decreet van 6 juli 2001]

De som der rechten berekend volgens Tabel I van artikel 48 en artikel 60 bis in hoofde van een door de wet tot de erfenis geroepen erfgenaam in de rechte lijn, tussen echtgenoten of tussen samenwonenden wordt voor elk netto-erfdeel dat de 50.000 EUR niet overtreft verminderd met 500 EUR, vermenigvuldigd met de coëfficiënt bekomen door 1- [erfdeel/50.000].

Ten gunste van de kinderen die de leeftijd van 21 jaar niet hebben bereikt wordt er, ongeacht de omvang van het netto-erfdeel, een vermindering verleend van 75 EUR op de rechten berekend volgens Tabel I van artikel 48 en artikel 60bis, voor elk vol jaar dat nog moet verlopen tot zij de leeftijd van 21 jaar bereiken en ten gunste van de overlevende echtgenoot of samenwonende ten belope van de helft van de overeenkomstig deze alinea berekende verminderingen die de gemeenschappelijke kinderen samen genieten.

De som der rechten berekend volgens Tabel II van artikel 48 en artikel 60bis in hoofde van een verkrijging door een broer of zuster wordt voorzover het aldus belaste erfdeel groter is dan 20.000 EUR en de 75.000 EUR niet overtreft verminderd met 2.500 EUR vermenigvuldigd met 1 -[erfdeel/75.000]. Wanneer het aldus belaste erfdeel kleiner is dan of gelijk is aan 20.000 EUR, wordt deze som verminderd met 2.000 EUR vermenigvuldigd met [het erfdeel/20.000].

De som der rechten berekend volgens Tabel II van artikel 48 en artikel 60 bis in hoofde van verkrijgingen door alle andere erfgenamen dan erfgenamen in rechte lijn of echtgenoten, samenwonenden, broers of zusters wordt voorzover het totaal der aldus belaste erfdelen groter is dan 12.500 EUR en de 75.000 EUR niet overtreft, verminderd met 2.500 EUR vermenigvuldigd met 1 - [totaal van deze erfdelen/75.000]. Wanneer het totaal der aldus belaste erfdelen kleiner is dan of gelijk is aan 12.500 EUR wordt deze som verminderd met 2.000 EUR vermenigvuldigd met [totaal van deze erfdelen/12.500].

De volgens het vorige lid bekomen vermindering wordt omgeslagen over de betrokken erfgenamen in verhouding tot de door hen verkregen erfdelen.