Aanschrijving nr. 16 dd. 31.10.1980

AANSCHRIJVING 80/016

Aanschrijving nr. 16 dd. 31.10.1980


Verplichting en aansprakelijkheid openbare ambtenaren

Onderwerp van de aanschrijving.

1. In de wet van 8 augustus 1980 (Z. Revue nr. 46, blz. 313.) betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980 (Belgisch Staatsblad van 15 augustus 1980) komen er meerdere bepalingen voor inzake belasting over de toegevoegde waarde.

Deze aanschrijving behandelt de artikelen 61, § 6, en 93ter tot 93undecies van het BTW-Wetboek, waarvan de toepassing steeds verband houdt met het verlijden van authentieke akten houdende vervreemding of hypotheekstelling van voor hypotheek vatbare goederen.

2. In het eerste hoofdstuk wordt gehandeld over de verplichtingen van iedere BTW-belastingplichtige, eigenaar of vruchtgebruiker, die een dergelijk goed vervreemdt of hypothekeert (z. art. 61, § 6, van het BTW-Wetboek) en over de verplichtingen en de aansprakelijkheid van de notaris die wordt verzocht de akte van vervreemding of hypotheekstelling van dat goed op te maken (z. art. 93ter van het BTW-Wetboek).

3. Hoofdstuk II handelt over de maatregelen die ten overstaan van een belastingplichtige kunnen worden getroffen.

wanneer door het vervreemden of hypothekeren van een voor hypotheek vatbaar goed de inning van een door hem verschuldigde belasting en toebehoren in gevaar wordt gebracht. Die maatregelen tot vrijwaring van de belangen van de Schatkist zijn bepaald in de artikelen 93quater tot 93nonies van het BTW-Wetboek.

4. Hoofdstuk III handelt over de mogelijkheid voor de banken en bepaalde ondernemingen om de verplichting tot informatie na te leven die op grond van wat is bepaald in artikel 93ter, § 1, tweede en derde lid, van het BTW-Wetboek, op de instrumenterende notaris rust en over de bevoegdheid om de kennisgeving bedoeld in artikel 93quater van het BTW-Wetboek te ontvangen.

5. Tenslotte handelt hoofdstuk IV over de bescherming van de belangen van de Staat wanneer een in het buitenland verleden akte betrekking heeft op het vervreemden of hypothekeren van een voor hypotheek vatbaar goed (z. art. 93undecies van het BTW-Wetboek).

6. De teksten van de wettelijke bepalingen, het in uitvoering ervan genomen koninklijk besluit en de ministeriële besluiten werden reeds gepubliceerd (Z. Revue nr. 46, blz. 313 en deze Revue, blz. 21, 35, 40 en 42.).

EERSTE HOOFDSTUK. -- AKTEN VAN VERVREEMDING OF HYPOTHEEKSTELLING VAN EEN VOOR HYPOTHEEK VATBAAR GOED. VERPLICHTINGEN VAN DE BELASTINGPLICHTIGE, EIGENAAR OF VRUCHTGEBRUIKER. VERPLICHTINGEN EN AANSPRAKELIJKHEID VAN DE NOTARIS.

Wettelijke bepalingen.

7. Artikel 61, § 6, van het BTW-Wetboek bepaalt de verplichtingen waartoe een belastingplichtige, eigenaar of vruchtgebruiker van een voor hypotheek vatbaar goed, is gehouden wanneer een notaris wordt belast met het opmaken van een akte van vervreemding of hypotheekstelling van dat goed.

8. De toepassing van dat artikel is geregeld door het ministerieel besluit nr. 13 van 17 oktober 1980, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 30 oktober 1980 (Z. deze Revue, blz. 35.).

9. Artikel 93ter van het BTW-Wetboek bepaalt de verplichtingen en de aansprakelijkheid van de notaris die wordt verzocht een akte van vervreemding of hypotheekstelling van een voor hypotheek vatbaar goed op te maken waarvan de eigenaar of vruchtgebruiker een belastingplichtige inzake BTW is (verg. nr. 11).

10. In uitvoering van dat artikel werden het koninklijk besluit van 17 oktober 1980 en het ministerieel besluit nr. 15 van 17 oktober 1980 genomen en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 30 oktober 1980 (Z. deze Revue, blz. 21 en 42.).

11. Artikel 93nonies van het BTW-Wetboek bepaalt dat de verplichtingen en de aansprakelijkheid van de notaris eveneens gelden voor al wie bevoegd is om authenticiteit te verlenen aan de akten bedoeld onder nr. 9.

Draagwijdte van de wettelijke bepalingen.

12. Om de belangen van de Schatkist te vrijwaren en ten einde de BTW-ontvanger in staat te stellen de nodige maatregelen te treffen dient deze laatste tijdig te worden ingelicht van bepaalde overeenkomsten die de belastingplichtige wenst te sluiten.

Die overeenkomsten zijn vervreemdingen of hypotheekstellingen van voor hypotheek vatbare goederen waarvan een notaris wordt verzocht de akte op te maken.

De verplichting tot informatie rust, op verzoek van de notaris, op de belastingplichtige, eigenaar of vruchtgebruiker, die een voor hypotheek vatbaar goed vervreemdt of hypothekeert en, ten overstaan van de bevoegde BTW-ontvanger, op de notaris en de andere personen die authenticiteit verlenen aan de akte van vervreemding of hypotheekstelling van een dergelijk goed.

EERSTE AFDELING. -- AKTEN HOUDENDE VERVREEMDING OF HYPOTHEEKSTELLING VAN EEN VOOR HYPOTHEEK VATBAAR GOED.

Voor hypotheek vatbare goederen.

13. De voor hypotheek vatbare goederen zijn de goederen vermeld in-de artikelen 45 en 452 van de hypotheekwet van 16 december 1851 en de schepen en vaartuigen vatbaar voor scheepshypotheek zoals dat wordt geregeld door de artikelen I tot 45 en 271, 272 en 272bis van boek 11 van het Wetboek van Koophandel.

Vervreemding of hypotheekstelling.

14. Onder vervreemding van een voor hypotheek vatbaar goed wordt verstaan elke overeenkomst waarbij ingevolge een contract onder bezwarende of kosteloze titel de eigendom of het vruchtgebruik van dat goed of een gedeelte ervan wordt overgedragen.

15. De overeenkomst waarbij een voor hypotheek vatbaar goed wordt vervreemd ingevolge een contract onder bezwarende titel tot aanwijzing van eigendom of vruchtgebruik van dat goed valt niet onder toepassing van de nieuwe wettelijke bepalingen.

Dat zijn de akten houdende verdeling van voor hypotheek vatbare goederen en meer bepaald alle overeenkomsten waardoor één of meerdere medeëigenaars hun onverdeelde rechten in eigendom of vruchtgebruik in een voor hypotheek vatbaar goed onder bezwarende titel afstaan aan één of meerdere andere medeëigenaars.

16. De hypotheekstellingen zijn overeenkomsten waarbij ter voldoening van een verbintenis de eigenaar of vruchtgebruiker van een voor hypotheek vatbaar goed een hypotheek verleent op dat goed.

Authentieke akten.

17. Worden alleen bedoeld de authentieke akten, d.w.z. de akten verleden voor een notaris of voor één van de andere personen bedoeld in artikel 93nonies van het BTW-Wetboek (z. nr. 28) en de voor een notaris erkende onderhandse akte.

AFDELING 2. -- VERPLICHTINGEN VAN DE BTW-BELASTINGPLICHTIGE DIE EEN VOOR HYPOTHEEK VATBAAR GOED VERVREEMDT OF HYPOTHEKEERT.

Personen gehouden tot het bekendmaken van hun hoedanigheid van BTW-belastingplichtige.

18. Op verzoek van de notaris, die belast is met het opmaken van de akte houdende vervreemding of hypotheekstelling van een voor hypotheek vatbaar goed, is de eigenaar of vruchtgebruiker van dat goed gehouden zijn hoedanigheid van belastingplichtige inzake BTW aan de notaris kenbaar te maken.

19. De hier bedoelde eigenaars of vruchtgebruikers zijn :

1° de natuurlijke personen en de rechtspersonen aan wie voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde een registratienummer, in voorkomend geval voorafgegaan door een kenletter, is toegekend. Hierbij dient geen onderscheid te worden gemaakt tussen belastingplichtigen, die hier te lande of in het buitenland zijn gedomicilieerd of gevestigd of tussen belastingplichtigen, die al dan niet zijn gehouden tot het indienen van periodieke aangiften of van die verplichting zijn ontslagen;

2° de natuurlijke personen en de rechtspersonen die binnen de vijf jaar voor de datum van de hierboven vermelde akte een gebouw met betaling van de belasting over de toegevoegde waarde vervreemd hebben overeenkomstig het bepaalde in artikel 8, § 2 of 3, van het BTW-Wetboek.

Bijzondere gevallen.

20. De eigenaar of vruchtgebruiker, die een voor hypotheek vatbaar goed vervreemdt of hypothekeert en deel uitmaakt van een feitelijke vereniging, waaraan als zodanig wegens haar werkzaamheid voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde de hoedanigheid van belastingplichtige zoals bedoeld in nr. 19 is toe te kennen, is gehouden die hoedanigheid aan de notaris mede te delen.

21. De eigenaar of vruchtgebruiker die een voor hypotheek vatbaar goed vervreemdt of hypothekeert en deel uitmaakt van een tijdelijke vereniging, die voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde als belastingplichtige is geregistreerd, is gehouden aan de notaris benevens zijn eigen hoedanigheid van belastingplichtige ook die van de tijdelijke vereniging mede te delen.

22. Alhoewel de eigenaar of vruchtgebruiker, die op het ogenblik van de vervreemding van een voor hypotheek vatbaar goed reeds bij vonnis in staat van faillissement werd verklaard, in beginsel is gehouden de notaris zijn hoedanigheid van BTW-belastingplichtige kenbaar te maken aanvaardt de administratie nochtans dat die belastingplichtige de verplichtingen bedoeld in artikel 61, § 6, van het BTW-Wetboek niet moet naleven.

Wijze van bekendmaking van de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige.

23. Voor het mededelen aan de notaris van zijn hoedanigheid van BTW-belastingplichtige maakt de eigenaar of vruchtgebruiker van het voor hypotheek vatbaar goed gebruik van een formulier waarvan het model voorkomt, als bijlage, bij het ministerieel besluit nr. 13 van 17 oktober 1980 (Z. deze Revue, blz. 35.).

24. De notaris belast met het opmaken van de akte overhandigt twee exemplaren van dat formulier ter invulling aan de eigenaar of vruchtgebruiker, die bevestigend heeft geantwoord op zijn vraag of hij inderdaad voor de BTW een belastingplichtige is zoals bedoeld in de nrs. 19 tot 21.

25. Na invulling, dagtekening en ondertekening geeft de belastingplichtige de twee exemplaren terug aan de notaris, die ze verder aanvult en bij ter post aangetekende brief verzendt aan de bevoegde ambtenaar van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen (z. nr. 42).

Sancties.

26. De eigenaar of vruchtgebruiker van een voor hypotheek vatbaar goed, die de notaris of de andere personen bedoeld in nr. 28 weigert inlichtingen m.b.t. zijn hoedanigheid van BTW-belastingplichtige te verschaffen, wordt gestraft met een geldboete van 1.000 F tot 10.000 F (z. art. 61, § 6, laatste lid, van het BTW-Wetboek).

Van die weigering wordt melding gemaakt in de akte (z. art. 93ter, § 2, van het BTW-Wetboek).

27. Het verschaffen door diezelfde eigenaar of vruchtgebruiker van onjuiste inlichtingen betreffende zijn hoedanigheid van BTW-belastingplichtige wordt eveneens gestraft met een geldboete van 1.000 F tot 10.000 F (z. art. 61, § 6, laatste lid, van het BTW-Wetboek), onverminderd de strafrechtelijke sancties bepaald in artikel 73 van het BTW-Wetboek.

AFDELING 3. -- VERPLICHTINGEN EN AANSPRAKELIJKHEID VAN DE NOTARIS EN DE ANDERE PERSONEN BELAST MET HET OPMAKEN VAN DE AKTE VAN VERVREEMDING OF HYPOTHEEKSTELLlNG.

De notaris en de andere personen.

28. De verplichtingen en de aansprakelijkheid, bedoeld in artikel 93ter van het BTW-Wetboek, gelden voor de notaris en de personen die bevoegd zijn om authenticiteit te verlenen en als zodanig optreden in de akten houdende vervreemding of hypotheekstelling van een voor hypotheek vatbaar goed door een BTW-belastingplichtige.

Het betreft :

1° de instrumenterende notaris;

2° de provinciegouverneurs en de burgemeesters wanneer zij optreden ter uitvoering van de wet van 27 mei 1870 betreffende de gerechtelijke onteigening voor openbaar nut;

3° de ambtenaren van de comités tot aankoop van onroerende goederen, alsmede de andere ambtenaren van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen, wanneer zij optreden bij de aankoop van een onroerend goed voor rekening van de Staat, voor rekening van de staatsinstellingen en van de instellingen waarin de Staat een overwegend belang heeft (z. kon. besl. van 3 november 1960).

In de verdere uiteenzetting worden bij het gebruik van het woord "notaris" telkens de notaris en de personen vermeld in nr. 28, 2° en 3°, bedoeld.

EERSTE ONDERAFDELING. -- VERPLICHTINGEN VAN DE NOTARIS.

Te stellen vraag.

29. De notaris is gehouden de vervreemder of de vestiger van de hypotheek de vraag te stellen of hij voor de toepassing van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde als een belastingplichtige, zoals bedoeld in de nrs. 19 tot 21, is aan te merken (z. art. 93ter, § 1, eerste lid, van het BTW-Wetboek).

Voorlezing.

30. De notaris is gehouden aan de partijen betrokken bij de overeenkomst lezing te geven van de artikelen 61, § 6, en 73, § 1, van het BTW-Wetboek (z. art. 93ter, § 2, van het BTW -Wetboek) .

Meldingen in de akte.

31. In de akte van vervreemding of hypotheekstelling wordt melding gemaakt van de voorlezing waarvan sprake in nr. 30 en van het antwoord van de verschijnende partijen (z. idem).

32. Wat het te vermelden antwoord betreft is het duidelijk dat alleen van het antwoord van de eigenaar of vruchtgebruiker, die een voor hypotheek vatbaar goed vervreemdt of hypothekeert, in de akte melding wordt gemaakt.

33. Overigens wordt alleen aan de verschijnende partij, die zich als BTW-belastingplichtige aanmeldt, het formulier, waarvan een model voorkomt in het ministerieel besluit nr . 13 van 17 oktober 1980 (Z. deze Revue, blz. 35.), ter invulling bezorgd.

Bericht.

34. Het koninklijk besluit van 17 oktober 1980 bepaalt dat de ontvanger van het BTW-ontvangkantoor, waaronder de eigenaar of vruchtgebruiker van het voor hypotheek vatbaar goed ressorteert, in kennis moet worden gesteld van de beoogde vervreemding of hypotheekvestiging. Voor het verstrekken van die informatie wordt het bericht gebruikt dat is opgemaakt conform het model dat, als bijlage, bij het ministerieel besluit nr. 15 van 17 oktober 1980 is gevoegd (Z. deze Revue, blz. 42.).

35. Aan de notaris die authenticiteit verleent aan de op te maken akte wordt een voorraad van die formulieren toegezonden op eenvoudig verzoek gericht aan de BTW-ontvanger.

Door de notaris te informeren BTW-ontvangkantoor (*).

36. De natuurlijke personen ressorteren onder het BTW-ontvangkantoor in het ambtsgebied waarin zij hun woonplaats hebben.

Wanneer nochtans een natuurlijk persoon zijn werkzaamheid buiten zijn woonplaats uitoefent dan ressorteert hij onder het ontvangkantoor in het ambtsgebied waarin hij zijn administratieve zetel heeft en, in voorkomend geval, zijn voornaamste administratieve zetel.

37. De rechtspersonen ressorteren onder het ontvangkantoor in het ambtsgebied waarin zij hun maatschappelijke zetel hebben met dien verstande evenwel dat, zo naast deze zetel ook nog een administratieve zetel bestaat, die als zodanig is erkend en van waaruit de rechtspersoon daadwerkelijk wordt geleid en bestuurd, het die laatste zetel is die in aanmerking wordt genomen voor het bepalen van het bevoegd ontvangkantoor. Zo er verschillende administratieve zetels zijn komt de voornaamste zetel in aanmerking.

38. Voor de natuurlijke of rechtspersonen die in het buitenland zijn gedomicilieerd of gevestigd maar die hier te lande een vaste inrichting hebben en aan wie een BTW-registratienummer, in voorkomend geval voorafgegaan door een kenletter, is toegekend, wordt voor het bepalen van het BTW-ontvangkantoor waaronder zij ressorteren de vaste inrichting en eventueel de vaste hoofdinrichting of de als belangrijkste opgegeven hoofdinrichting in aanmerking genomen.

39. De natuurlijke personen en de rechtspersonen, die in het buitenland zijn gedomicilieerd of gevestigd en hier te lande geen vaste inrichting hebben, ressorteren onder het Centraal BTW-Kantoor voor Buitenlandse Belastingplichtigen, Van Orleystraat 15 te 1000 Brussel.

40. Wat de personen betreft, die deel uitmaken van een feitelijke vereniging (z. nr. 20) wordt het bericht gezonden aan het. BTW-ontvangkantoor in het ambtsgebied waarin de vereniging haar administratieve zetel heeft.

41. Voor de personen die deel uitmaken van een tijdelijke vereniging (z. nr. 21) wordt het bericht gezonden aan het BTW-ontvangkantoor waaronder zij ingevolge wat is bepaald in de nrs. 36 tot 38 als belastingplichtige ressorteren.

Wijze van kennisgeving.

42. Het bericht wordt in twee exemplaren opgemaakt en bij een ter post aangetekende brief verzonden aan de ontvanger van het bevoegde BTW-ontvangkantoor (z. art. 93ter, § 1, laatste lid, van het BTW-Wetboek).

Verval van het bericht.

43. Indien binnen drie maanden te rekenen van de verzending van het bericht de authentieke akte van vervreemding of hypotheekstelling van een voor hypotheek vatbaar goed niet wordt verleden, wordt dat bericht, ingevolge artikel 93ter, § 1, laatste lid, van het BTW-Wetboek, als niet bestaande beschouwd. Dit betekent dat, wanneer de betrokken partijen de overeenkomst toch wensen te sluiten na het verstrijken van die termijn er een nieuw bericht moet worden verzonden aan de ontvanger van het bevoegde ontvangkantoor.

NOOT
(*) De tabel van de BTW-ontvangkantoren met aanduiding van hun ambtsgebied, adres en telefoonnummer is, als bijlage, bijgevoegd.

ONDERAFDELING 2.--AANSPRAKELIJKHEID VAN DE NOTARIS.

Gevallen.

44. Wanneer de notaris nalaat de vraag te stellen bedoeld in artikel 93ter, § 1, eerste lid, van het BTW-Wetboek (z. nr. 29) of het bericht te verzenden waarvan sprake in hetzelfde artikel, tweede lid, is hij persoonlijk aansprakelijk voor de betaling van de BTW en toebehoren verschuldigd door de betrokken eigenaar of vruchtgebruiker van dat goed (z. art. 93ter, § 3, van het BTW-Wetboek).

Aard van de aansprakelijkheid.

45. De aansprakelijkheid is een persoonlijke vervolgbaarheid op grond van veroorzaakte schade, d.w.z. de notaris is persoonlijk tot betaling gehouden wanneer wordt aangetoond dat door zijn nalatigheid en het onvermogen van de schuldenaar de aan de Staat verschuldigde bedragen niet worden voldaan.

Omvang van de aansprakelijkheid.

46. De omvang van de aansprakelijkheid is het bedrag dat door de vervreemder of hypotheekgever van het voor hypotheek vatbaar goed als BTW en toebehoren aan de Staat verschuldigd is en dat aan de notaris werd medegedeeld door middel van de kennisgeving bedoeld in artikel 93quater van het BTW-Wetboek.

47. Daar overeenkomstig met wat is bepaald in artikel 86 van het BTW-Wetboek alleen voor de voldoening van de belasting, de interesten en de kosten de Schatkist een wettelijke hypotheek heeft, komen de verschuldigde geldboeten niet in aanmerking voor het bepalen van de omvang der aansprakelijkheid.

48. In ieder geval mag, zoals bepaald in artikel 93septies van het BTW-Wetboek, de omvang van die aansprakelijkheid, naargelang van het geval, de waarde van het vervreemde goed of het bedrag van de hypothecaire inschrijving, na aftrek van de bedragen waarvoor in handen van de notaris beslag onder derden werd gelegd, niet overtreffen.

ONDERAFDELING 3.--SANCTIE.

49. De notaris, die in de akte van vervreemding of hypotheekstelling m.b.t. een voor hypotheek vatbaar goed geen melding maakt van de voorlezing van de artikelen 61, § 6, en 73, § 1, van het BTW-Wetboek en van het antwoord van de verschijnende partijen, verbeurt een geldboete van 200 F.

HOOFDSTUK II. -- MIDDELEN OM DE BELANGEN VAN DE SCHATKIST VEILIG TE STELLEN.

Wettelijke bepalingen.

50. Voor zover aan de belastingplichtige, conform wat is bepaald in artikel 85, § 1, van het BTW-Wetboek, bij aangetekende brief kennis werd gegeven van een geviseerd en uitvoerbaar verklaard dwangbevel en daarenboven aan de notaris de kennisgeving bedoeld in artikel 93quater van hetzelfde Wetboek tijdig werd gezonden, is er beslag onder derden in handen van de notaris op de bedragen en waarden die hij ingevolge de akte van vervreemding of hypotheekstelling voor rekening van die belastingplichtige onder zich houdt.

51. Wanneer ingevolge het beslag onder derden in handen van de notaris al de hypothecaire en verzetdoende schuldeisers niet kunnen worden betaald, wordt ingevolge artikel 93quinquies, tweede lid, van het BTW-Wetboek, de instrumenterende notaris een verplichting tot kennisgeving aan de BTW-ontvanger opgelegd. Daarna kan die ambtenaar op grond van wat is bepaald in artikel 93quinquies, derde lid, van het BTW-Wetboek op het vervreemde of gehypothekeerde goed een wettelijke hypotheek doen inschrijven met voorrang ten overstaan van de verkrijger of hypotheekhouder van dat goed.

52. Artikel 93quinquies, tweede lid, van het BTW-Wetboek bepaalt de aansprakelijkheid van de notaris wanneer hij nalaat aan de BTW-ontvanger het bericht te zenden waarvan sprake in hetzelfde artikel.

53. Het bericht bedoeld in artikel 93quinquies, tweede lid, van het BTW-Wetboek is op te maken conform het model dat voorkomt, als bijlage, bij het ministerieel besluit nr. 15 van 17 oktober 1980 (Z. deze Revue, blz. 42.), gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 30 oktober 1980.

EERSTE AFDELING. -- BESLAG ONDER DERDEN IN HANDEN VAN DE NOTARIS.

Beginsel.

54. Wanneer de akte bedoeld in artikel 93ter van het BTW-Wetboek is verleden, geldt, in afwijking van wat is bepaald in artikel 85bis, § 1, van hetzelfde wetboek, de in artikel 93quater van hetzelfde wetboek bedoelde kennisgeving als een beslag onder derden in handen van de notaris op de bedragen en waarden die hij krachtens die akte voor rekening of ten bate van de belastingplichtige onder zich houdt. Daarenboven moet, conform wat is bepaald in artikel 85, § 1, van het BTW-Wetboek met betrekking tot de belastingschuld, de betrokken belastingplichtige vooraf bij ter post aangetekende brief in kennis zijn gesteld van een geviseerd en uitvoerbaar verklaard dwangbevel.

55. De voorwaarden tot het beslag onder derden in handen van de notaris zijn :

1° de kennisgeving aan de notaris door het hoofd van het BTW-ontvangkantoor (z. nrs. 56 tot 63);

2° het verlijden van de akte houdende vervreemding of hypotheekstelling en het bestaan van bedragen en waarden in handen van de notaris (z. nrs. 64 en 65);

3° de kennisgeving aan de belastingplichtige bij aangetekende brief van een geviseerd en uitvoerbaar verklaard dwangbevel (z. nrs. 66 tot 68).

Dit beslag geeft geen aanleiding tot het opmaken en het verzenden van een bericht van beslag als bedoeld in artikel 1390 van het Gerechtelijk Wetboek.

De kennisgeving.

56. Alleen wanneer het belang van de Schatkist dit vereist gaat de BTW-ontvanger over tot het betekenen van de kennisgeving bedoeld in artikel 93quater van het BTW-Wetboek.

Dit betekent dat de kennisgeving niet wordt opgemaakt wanneer de beoogde akte van vervreemding of hypotheekstelling niet de minste hinderpaal vormt voor de invordering van de verschuldigde belasting of in het patrimonium van de betrokken belastingplichtige er andere goederen tot waarborg van betaling in voldoende mate aanwezig zijn. De bevoegde ontvanger maakt evenwel de kennisgeving op wanneer door de voorgenomen vervreemding of hypotheekstelling van het voor hypotheek vatbaar goed de invordering van de verschuldigde BTW en toebehoren in gevaar wordt gebracht.

Inhoud van de kennisgeving.

57. De kennisgeving omvat alleen de BTW, interesten en kosten verschuldigd op het tijdstip van het verzenden ervan en waarvoor een wettelijke hypotheek kan worden ingeschreven op de goederen die door de voorgenomen akte worden vervreemd of gehypothekeerd.

58. De kennisgeving vermeldt de titel krachtens dewelke de BTW en toebehoren zijn verschuldigd en het beslag onder derden wordt gelegd (z. nr. 67), de naam of benaming en het adres van de belastingplichtige, het artikel 93quater van het BTW-Wetboek krachtens hetwelk de kennisgeving wordt opgemaakt en de keuze van woonplaats van de beslaglegger.

59. Ten aanzien van de notaris en de verkrijger of voordeelhouder van de hypotheekstelling van het voor hypotheek vatbaar goed zijn de bedragen van de verschuldigde BTW, interesten en kosten vermeld in de kennisgeving als een definitieve belastingtoestand aan te merken.

60. Alleen wanneer na het verzenden van de kennisgeving (z. nr. 57) en voor het verlijden van de akte van vervreemding of hypotheekstelling het bedrag van de betekende belastingschuld wordt verminderd, wordt de instrumenterende notaris door de BTW-ontvanger bij aangetekende brief van het verminderde bedrag in kennis gesteld.

Wijze van kennisgeving. Termijn.

61. De ontvanger van het BTW-ontvangkantoor waaronder de belastingplichtige ressorteert stelt de instrumenterende notaris bij een ter post aangetekende brief in kennis van de als BTW, interesten en kosten verschuldigde bedragen.

62. Die kennisgeving moet gebeuren uiterlijk de twaalfde werkdag volgend op de dag van de verzending van het in artikel 93ter van het BTW-Wetboek bedoelde bericht (z. nr. 34).

63. Als dag van verzending wordt aangemerkt de datum van nederlegging ter post van het evengenoemde bericht en als werkdagen worden beschouwd de andere dagen dan de zon- en wettelijke feestdagen.

Het verlijden van de akte houdende vervreemding of hypotheekstelling. Het bestaan van bedragen en waarden in handen van de notaris.

64. De in artikel 93quater van het BTW-Wetboek bedoelde kennisgeving geldt als beslag onder derden voor zover de akte houdende vervreemding of hypotheekstelling van het voor hypotheek vatbaar goed wordt verleden binnen drie maanden te rekenen van de verzending van het bericht bedoeld in artikel 93ter van het BTW-Wetboek en voor zover de instrumenterende notaris naar aanleiding van het opmaken van die akten bedragen en waarden voor rekening of ten bate van de vervreemder of hypotheekgever onder zich houdt.

65. Die bedragen en waarden zijn, naargelang van het geval, de verkoopprijs en eventuele toebehoren of het ontleende geld of een deel ervan welke de notaris voor rekening of ten bate van de vervreemder of hypotheekgever onder zich houdt.

Kennisgeving aan de belastingplichtige van een dwangbevel.

66. Door de ontvanger van het BTW-ontvangkantoor waaronder de betrokken belastingplichtige ressorteert (z. nrs. 36 tot 41) wordt voor de invordering van de BTW, interesten en toebehoren vermeld in de kennisgeving bedoeld in artikel 93quater van het BTW-Wetboek een dwangbevel uitgevaardigd.

67. Dat dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de gewestelijke directeur van de sector BTW van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen of door de door deze laatste aangewezen ambtenaar.

68. Binnen de termijn bedoeld in nr. 62 wordt van dat dwangbevel aan de betrokken belastingplichtige kennis gegeven bij een ter post aangetekende brief. De afgifte van het stuk ter post geldt als kennisgeving vanaf de daaropvolgende dag (z. art. 85, § 1, laatste lid, van het BTW-Wetboek).

Gevolgen van het beslag onder derden in handen van de notaris.

69. Indien er ter betaling van de belastingschuld waarvan kennis werd gegeven bij aangetekende brief (z. nr. 61) en van de sommen verschuldigd aan ingeschreven en beslagleggende schuldeisers voldoende geld in handen van de notaris is, wordt het deel ervan bestemd voor de kwijting van de belastingschuld overgemaakt op de postrekening van het bevoegd ontvangkantoor alwaar de betaling wordt toegerekend op de BTW, interesten en kosten waarvoor er beslag werd gelegd.

70. Is er onvoldoende geld in handen van de instrumenterende notaris dan handelt hij conform wat is bepaald in de nrs. 83 tot 86.

71. Daarenboven bepaalt artikel 93quinquies, laatste lid, van het BTW-Wetboek dat alle niet ingeschreven schuldvorderingen, waarvoor na de eerste werkdag volgend op de dag van het verlijden van de akte beslag wordt gelegd of verzet aangetekend, zonder uitwerking zijn t.o.v. de schuldvordering inzake BTW en toebehoren waarvoor de in artikel 93quater van hetzelfde wetboek bedoelde kennisgeving werd gedaan.

72. Dit betekent dat :

1° de instrumenterende notaris dergelijke schuldvorderingen niet in aanmerking neemt voor het bepalen of de sommen en waarden waarop in zijn handen beslag werd gelegd al dan niet voldoende zijn voor het betalen van de vorderingen van ingeschreven en verzetdoende schuldeisers, inbegrepen de vordering van de BTW-ontvanger;

2° bij de verdeling van de sommen en waarden, waarop door de BTW-ontvanger beslag werd gelegd in handen van de notaris, de vordering inzake BTW, interesten en kosten volledig voorrang heeft op dergelijke schuldvorderingen.

AFDELING 2. -- INSCHRIJVING VAN DE WETTELIJKE HYPOTHEEK MET BIJZONDERE RANG.

Beginsel

73. Wanneer naar aanleiding van het beslag onder derden in handen van de notaris (z. nr. 54) de sommen en waarden, waarop beslag werd gelegd, minder bedragen dan het totaal van de sommen verschuldigd aan de hypothecaire en verzetdoende schuldeisers, inbegrepen de BTW-ontvanger, is de instrumenterende notaris gehouden de ontvanger van het BTW-ontvangkantoor, waaronder de belastingplichtige ressorteert, bij ter post aangetekende brief, in kennis te stellen van die toestand uiterlijk de eerste werkdag die volgt op het verlijden van de akte van vervreemding of hypotheekstelling (z. art. 93quinquies, tweede lid, van het BTW-Wetboek);

74. De wettelijke hypotheek, die tot zekerheid van de voldoening van de BTW, interesten en kosten wordt ingeschreven binnen acht werkdagen te rekenen vanaf de afgifte ter post van het evengenoemde bericht, heeft voorrang ten overstaan van hem die krachtens de verleden authentieke akte verkrijger of hypotheekhouder van het voor hypotheek vatbaar goed wordt (z. art. 93quinquies, derde lid, van het BTW-Wetboek).

75. Voor die bijzondere rangneming van de wettelijke hypotheek dienen volgende voorwaarden vervuld te zijn :

1° het naleven van de procedure tot beslag onder derden in handen van de notaris (z. nrs. 55 en 76 tot 78);

2° het ontoereikend zijn tot betaling van de hypothecaire en verzetdoende schuldeisers van de sommen en waarden waarop in handen van de notaris beslag wordt gelegd (z. nrs. 79 tot 82);

3° het bericht aan de BTW-ontvanger door de notaris (z. nrs. 83 tot 88);

4° de tijdige inschrijving van de wettelijke hypotheek (z. nrs. 89 tot 92).

Procedure van beslag onder derden in handen van de notaris.

76. Alle voorwaarden tot beslag onder derden op sommen en waarden in handen van de notaris dienen te worden nageleefd (z. nrs. 54 tot 65).

77. Artikel 93sexies van het BTW-Wetboek bepaalt uitdrukkelijk dat de wettelijke hypotheek genomen tot zekerheid van sommen die als BTW verschuldigd zijn en waarvoor de kennisgeving bedoeld in artikel 93quater van hetzelfde wetboek niet werd gedaan, de verkrijger of de hypotheekhouder van het voor hypotheek vatbaar goed niet kan worden tegengeworpen. Van die hypothecaire inschrijving kunnen zij de opheffing vorderen.

78. Dit betekent dat bij ontstentenis van de kennisgeving tot beslag onder derden in handen van de notaris (z. nr. 56) niet alleen de bijzondere rangneming van de wettelijke hypotheek ingeschreven na het verlijden van de authentieke akte van vervreemding of hypotheekstelling van een voor hypotheek vatbaar goed niet kan worden toegekend, maar ook dat degene die ingevolge die akte dat goed heeft verkregen of hypotheekhouder is geworden, de doorhaling van die ingeschreven wettelijke hypotheek kan orderen.

De sommen en waarden waarop door derden beslag werd gedaan in handen van de notaris zijn ontoereikend.

79. De notaris vergewist zich van het feit of hij met de sommen en waarden, die hij ingevolge de akte van vervreemding of hypotheekstelling van het voor hypotheek vatbaar goed voor rekening of ten bate van de vervreemder of hypotheekgever onder zich houdt, alle ingeschreven schuldeisers of schuldeisers die beslag hebben gelegd, inbegrepen de BTW-ontvanger, kan voldoen.

80. Zo ja, kan hij zonder meer de schuldeisers voldoen en wordt aan de ontvanger van het bevoegde BTW-ontvangkantoor de kennisgeving bedoeld in artikel 93quinquies van het BTW-Wetboek niet gezonden (z. nr. 83).

81. Zo niet, geeft de notaris kennis van die toestand aan de ontvanger van het bevoegde BTW-ontvangkantoor op de wijze bepaald in artikel 93quinquies, tweede lid, van het BTW-Wetboek (z. nrs. 83 tot 86).

82. Voor het opmaken van die toestand met het oog op de voldoening van de ingeschreven of beslagleggende schuldeisers (z. nr. 76) houdt de notaris rekening met wat volgt :

1° het bestaan van wettige redenen van voorrang voor bepaalde schuldeisers of bepaalde schuldvorderingen is van geen belang. Alleen het totaal bedrag van wat aan de ingeschreven of verzetdoende schuldeisers is verschuldigd wordt vergeleken met het bedrag van de sommen en waarden waarover de instrumenterende notaris ingevolge de akte ten bate of voor rekening van de vervreemder of hypotheeksteller beschikt;

2° alleen de op de datum van de akte ingeschreven schuldvorderingen op het vervreemde of gehypothekeerde goed en de niet ingeschreven schuldvorderingen, waarvoor uiterlijk de eerste werkdag die volgt op het verlijden van de akte beslag is gelegd of verzet is aangetekend, worden in aanmerking genomen (vgl. art. 93quinquies, laatste lid, van het BTW-Wetboek).

Het bericht.

83. De ontvanger van het BTW-ontvangkantoor, waaronder de eigenaar of vruchtgebruiker van het voor hypotheek vatbaar goed ressorteert, wordt door het koninklijk besluit van 17 oktober 1980 aangewezen als de ambtenaar die door de notaris moet worden ingelicht (z. nr. 81) dat de sommen en waarden, waarop in zijn handen beslag werd gelegd, ontoereikend zijn voor de betaling van de ingeschreven en verzetdoende schuldeisers. Zoals bepaald in artikel 93octies van het BTW-Wetboek maakt de notaris daarvoor gebruik van een bericht waarvan het model, als bijlage, is gevoegd bij het ministerieel besluit nr. 15 van 17 oktober 1980 (Z. deze Revue, blz. 47.).

84. Aan de notaris wordt een voorraad van die formulieren toegezonden op eenvoudig verzoek gericht aan de BTW-ontvanger.

Door de notaris te informeren BTW-ontvangkantoor.

85. Het bericht wordt gezonden aan de ontvanger van het BTW-ontvangkantoor die beslag onder derden in handen van de notaris heeft gelegd.

Wijze van kennisgeving. Termijn.

86. Het bericht wordt uiterlijk de eerste werkdag die volgt op het verlijden van de akte bij een ter post aangetekende brief verzonden (z. art. 93quinquies, tweede lid, van het BTW-Wetboek). Als werkdag wordt aangemerkt een andere dag dan een zon- of wettelijke feestdag.

Ontstentenis van kennisgeving. Aansprakelijkheid van de notaris.

87. De instrumenterende notaris, die de verplichting tot kennisgeving bedoeld in artikel 93quinquies, tweede lid, van het BTW-Wetboek niet in acht neemt, is persoonlijk aansprakelijk voor het deel van de schuldvordering dat naar aanleiding van het instellen van de procedure van beslag onder derden in handen van de notaris niet werd voldaan.

88. Wat de aard en de omvang van die aansprakelijkheid betreft wordt er verwezen naar wat is bepaald in de nrs. 45 tot 48 met dien verstande dat de omvang van de aansprakelijkheid is beperkt tot het verschil tussen de verschuldigde BTW, interesten en toebehoren vermeld in de kennisgeving bedoeld in nr. 57 en het bedrag dat werd betaald door middel van de sommen en waarden waarop beslag onder derden in handen van de notaris werd gelegd.

Inschrijving van de wettelijke hypotheek.

89. Op verzoek van de BTW-ontvanger aan wie het bericht bedoeld in nr. 83 werd gezonden, kan, zo het belang van de Schatkist dat vereist, een wettelijke hypotheek met bijzondere rang worden ingeschreven op het voor hypotheek vatbaar goed dat ingevolge de akte wordt vervreemd of gehypothekeerd.

De inschrijving van de wettelijke hypotheek wordt gevorderd tegen de belastingplichtige die het goed vervreemdt of hypothekeert.

90. De inschrijving heeft plaats conform wat is bepaald in artikel 88, § 2, van het BTW-Wetboek en op voorlegging van een afschrift van het dwangbevel (z. nrs. 66 en 67), dat eensluidend werd verklaard door de ambtenaar aangewezen door de Minister van Financiën en dat melding maakt van de kennisgeving of betekening ervan (z. nr. 68).

Termijn voor het inschrijven van de wettelijke hypotheek.

91. De bijzondere rang van de wettelijke hypotheek waardoor de overschrijving of de inschrijving van de akte van vervreemding of hypotheekstelling van het voor hypotheek vatbaar goed de Staat niet kan worden tegengeworpen, bestaat slechts op voorwaarde dat de effectieve inschrijving ervan geschiedt bij de bevoegde hypotheekbewaarder binnen acht werkdagen nadat de kennisgeving bedoeld in artikel 93quinquies, tweede lid, van het BTW-Wetboek ter post is neergelegd (z. nr. 83).

92. Artikel 93sexies van het BTW-Wetboek bepaalt dat de inschrijving van de wettelijke hypotheek genomen na de termijn vermeld in nr. 91 niet kan worden tegengeworpen aan degene die ingevolge de authentieke akte het goed heeft verkregen of hypotheekhouder is geworden. Van een dergelijke hypothecaire inschrijving kan de verkrijger of hypotheekhouder de opheffing vorderen.

HOOFDSTUK III.--INFORMATIE VERSTREKT DOOR DE BANKEN.

Wettelijke bepaling.

93. Op voorwaarde dat de belastingplichtige, eigenaar of vruchtgebruiker van een voor hypotheek vatbaar goed, het ermede eens is, maakt artikel 93decies van het BTW-Wetboek het de banken en bepaalde ondernemingen mogelijk het bericht bedoeld in artikel 93ter van hetzelfde wetboek te verzenden en de kennisgeving bedoeld in artikel 93quater van hetzelfde wetboek te ontvangen.

94. Diezelfde banken en ondernemingen zijn gehouden aan de instrumenterende notaris een attest af te geven tot staving van het verzenden van het bericht bedoeld in artikel 93ter van het BTW-Wetboek en het gevolg daaraan gegeven door de ontvanger van het bevoegde BTW-ontvangkantoor.

95. De aansprakelijkheid, waartoe de notaris is gehouden ingevolge het niet verzenden van het bovengenoemde bericht, gaat in dergelijk geval over op de bank of de onderneming die namens de belastingplichtige optreedt.

Banken en ondernemingen.

96. De banken bedoeld in artikel 93decies van het BTW-Wetboek zijn de banken onderworpen aan wat is bepaald in het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935 en de ondernemingen zijn de instellingen beheerst door wat is bepaald in het koninklijk besluit nr. 225 van 7 januari 1936.

97. Aan die banken of ondernemingen wordt door de belastingplichtige, zoals bedoeld in de nrs. l9 tot 21, een schriftelijke volmacht gegeven om, in de plaats van de notaris belast met het opmaken van de akte van vervreemding of hypotheekstelling, het bericht bedoeld in artikel 93ter van het BTW-Wetboek te verzenden en de kennisgeving waarvan sprake in artikel 93quater van hetzelfde wetboek te ontvangen.

Attest.

98. Door de bank of onderneming wordt aan de instrumenterende notaris een attest uitgereikt waarin inzonderheid volgende gegevens zijn vermeld :

1° de naam of de benaming en het adres van de eigenaar of vruchtgebruiker van het voor hypotheek vatbaar goed;

2° zijn BTW-registratienummer, in voorkomend geval voorafgegaan door een kenletter;

3° het BTW-registratienummer van de feitelijke of tijdelijke vereniging waarvan de betrokken eigenaar of vruchtgebruiker deel uitmaakt;

4° het bevoegde BTW-ontvangkantoor waarvan de ontvanger in kennis werd gesteld van de beoogde vervreemding of hypotheekstelling;

5° de datum van verzending bij aangetekende brief van het bericht bedoeld in artikel 93ter van het BTW-Wetboek;

6° alle gegevens van de kennisgeving bedoeld in artikel 93quater van het BTW-Wetboek, of de mededeling dat een dergelijke kennisgeving niet werd ontvangen;

7° de dag van verzending bij tel post aangetekende brief van de kennisgeving waarvan sprake onder 6°.

99. Na de afgifte van het attest aan de instrumenterende notaris blijft wat is bepaald m.b.t. het beslag onder derden in handen van de notaris (z. nrs. 64 tot 70) en de procedure van de wettelijke hypotheek met bijzondere rang (z. nrs. 73 tot 92) evenwel van toepassing.

HOOFDSTUK IV.--IN HET BUITENLAND VERLEDEN AKTEN HOUDENDE VERVREEMDING OF HYPOTHEEKSTELLING VAN EEN VOOR HYPOTHEEK VATBAAR GOED .

Wettelijke bepaling.

100. Artikel 93undecies van het BTW-Wetboek bepaalt dat de in het buitenland verleden akte van vervreemding of hypotheekstelling van een voor hypotheek vatbaar goed alleen tot overschrijving of inschrijving in België wordt aanvaard voor zover een attest wordt voorgelegd waaruit blijkt dat de vervreemder of hypotheekgever geen BTW is verschuldigd of de wettelijke hypotheek, waarin artikel 86 van hetzelfde wetboek voorziet, is ingeschreven.

In het buitenland verleden akten van vervreemding of hypotheekstelling van een voor hypotheek vatbaar goed.

101. Wat de in het buitenland verleden akten betreft worden alleen de authentieke akten bedoeld die titel vormen van een vervreemding of hypotheekstelling van in België gelegen onroerende goederen en van zee- of binnenschepen teboekgesteld bij de hypotheekbewaarder van de scheepshypotheken.

102. Betreffende de overeenkomsten van vervreemding of hypotheekstelling zelf, wordt er verwezen naar wat is bepaald in de nrs. 14 tot 16.

Eigenaar of vruchtgebruiker.

103. Voor de toepassing van wat is bepaald in artikel 93undecies van het BTW-Wetboek is het van geen belang of de eigenaar of vruchtgebruiker, die het voor hypotheek vatbaar goed vervreemdt of hypothekeert, voor de belasting over de toegevoegde waarde al dan niet de hoedanigheid van belastingplichtige heeft, zoals bedoeld in de nrs. 19 tot 21.

Attest uit te reiken door de ontvanger van het bevoegd BTW-ontvangkantoor.

104. Wanneer de eigenaar of vruchtgebruiker die het voor hypotheek vatbaar goed vervreemdt of hypothekeert voor de belasting over de toegevoegde waarde de hoedanigheid van belastingplichtige heeft zoals bedoeld in de nrs. 19 tot 21, dan wordt het attest aangevraagd bij en uitgereikt door de ontvanger van het BTW-ontvangkantoor waaronder de betrokken eigenaar of vruchtgebruiker ressorteert zoals bepaald in de nrs.36 tot 41.

105. Wanneer diezelfde eigenaar of vruchtgebruiker hier te lande is gevestigd en niet als belastingplichtige zoals bedoeld in de nrs. 19 tot 21 is aan te merken, dan wordt het attest aangevraagd bij en uitgereikt door de ontvanger van het BTW-ontvangkantoor in het ambtsgebied waarin die eigenaar of vruchtgebruiker, naargelang dat het gaat om een natuurlijk of een rechtspersoon, zijn domicilie heeft of zijn maatschappelijke zetel heeft gevestigd.

106. Is diezelfde eigenaar of vruchtgebruiker in het buitenland gevestigd of gedomicilieerd en niet als belastingplichtige inzake BTW aan te merken, dan wordt het attest aangevraagd bij en uitgereikt door de ontvanger van het Centraal BTW-kantoor voor Buitenlandse Belastingplichtigen, Van Orleystraat 15 te 1000 Brussel.

Inhoud van het attest.

107. Het attest houdt in, volgens het geval, dat de eigenaar of vruchtgebruiker die het voor hypotheek vatbaar goed vervreemdt of hypothekeert geen BTW verschuldigd is of dat tot zekerheid van de voldoening van de verschuldigde BTW, interesten en kosten de wettelijke hypotheek, waarin artikel 86 van het BTW-Wetboek voorziet, werd ingeschreven.

108. Aangezien wat is bepaald in artikel 93undecies van het BTW-Wetboek een maatregel ter bescherming van de belangen van de Schatkist is en voor zover de in het buitenland verleden akte van vervreemding of hypotheekstelling niet de minste hinderpaal vormt voor de invordering van de verschuldigde belasting, mag de ontvanger van het bevoegde ontvangkantoor zonder dat tot inschrijving van de wettelijke hypotheek wordt overgegaan, een attest uitreiken dat voor de betrokken hypotheekbewaarder de toelating tot overschrijving of inschrijving inhoudt.

HOOFDSTUK V.--INWERKINGTREDING.

109. Het bepaalde in de artikelen 61, § 3, en 93ter tot 93undecies van het BTW-Wetboek treedt in werking op 1 november 1980 (z. wet van 8 augustus 1980, betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980, art. 89, § 1, 4°).

110. Om praktische redenen aanvaardt de administratie dat de regeling van de artikelen 61, § 6, en 93ter tot 93decies niet hoeft toegepast te worden voor de in deze artikelen bedoelde akten verleden in de loop van de maand november 1980.