Circulaire nr. Ci.RH.82/556.471 (AOIF 12/2003) van 30.04.2003

CIRC 30.04.03/1
Bull. nr. 838, pag. 1684-1689
AANGIFTE IN DE PB
Aangifteformulier
Invulling van de aangifte
Wijzigingen aan de aangifte in de PB van aj. 2003
Aan alle ambtenaren.
1. Het formaat en de samenstelling van de aangifte in de PB (nr. 276.1) blijven onveranderd.
2. Naast de aanpassing van een aantal dienstvakken en de indexering van de meeste in de aangifte en de toelichting vermelde bedragen overeenkomstig art. 178, § 2, of § 3, 2°, WIB 92 is de aangifte op de volgende plaatsen gewijzigd :
a) vak I : schrapping van de rubriek m.b.t. de keuze van de munteenheid ingevolge het verdwijnen van de keuzemogelijkheid vanaf aj. 2003 (cf. art. 9, W 30.10.1998 betreffende de euro - V 2613, Bull. 788) (*);
b) vak I, 1 : verduidelijking van de tekst m.b.t. het vermelden van het rekeningnummer waarop teruggaven mogen worden overgeschreven ;
c) vak II, A, 1, ongehuwd, weduwnaar of weduwe en uit de echt gescheiden : schrapping van de vakjes m.b.t. de "vermindering" voor ongehuwde ouder, enz. met één of meer kinderen ten laste, ingevolge de veralgemening van de maatregel tot alle belastingplichtigen die alleen worden belast en die één of meer kinderen ten laste hebben (cf. art. 133, § 1, 1°, WIB 92, zoals vervangen door art. 25, B, W 10.8.2001 houdende hervorming van de personenbelasting - V 2971, Bull. 821);
d) vak II, A, 1, gehuwd : verhoging van het maximumbedrag van de nettobestaansmiddelen van de echtgenoot in het jaar van huwelijk als gevolg van het optrekken van het in art. 133, § 1, 4°, WIB 92 vermelde bedrag van 1.500 EUR tot 1.800 EUR (bedragen vóór indexering) (cf. art. 2, 1°, b, W 21.6.2002 tot wijziging van artikel 25 van de wet van 10 augustus 2001 houdende hervorming van de personenbelasting en van de artikelen 136, 140, 141 en 178, § 3, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 - V 3063, Bull. 829);
e) vak II, A, 2, gehuwde ambtenaar, ander personeelslid of gepensioneerde van een internationale organisatie en echtgenoot van zulke ambtenaar, enz. : er wordt verduidelijkt dat de desbetreffende vakjes niet alleen door ambtenaren van internationale organisaties en hun echtgenoten moeten worden aangekruist, maar ook door andere personeelsleden en gepensioneerden van die organisaties die meer dan 7.900 EUR bij overeenkomst vrijgestelde beroepsinkomsten (zonder progressievoorbehoud) hebben verkregen, en hun echtgenoten.
f) vak IV, I en vak XII, 14 : inlassing van een nieuwe rubriek voor het vermelden van de bezoldigingen voor arbeidsprestaties die korter zijn dan 1/3 van de wettelijk voorziene arbeidsduur, die bij de berekening van het belastingkrediet voor lage inkomsten uit arbeid, niet als activiteitsinkomsten worden aangemerkt (cf. art. 289ter, § 1, tweede lid, 4°, WIB 92, zoals ingevoegd door art. 49, A, W 10.8.2001 houdende hervorming van de personenbelasting);
g) vak VI, C, 4, c : tekstaanpassing ingevolge de laatste verlenging met een jaar van de periode waarvan de nog niet afgetrokken verliezen mogen worden aangegeven die in vorige jaren zijn geleden naar aanleiding van de overdracht van in België gelegen gebouwde onroerende goederen of zakelijke rechten m.b.t. zulke goederen (cf. art. 103, § 3, WIB 92);
h) vak VII, A, 1, c en A, 2, e, 2° : invoeging van twee nieuwe rubrieken voor het vermelden van dividenden die bij gehele of gedeeltelijke verdeling van het maatschappelijk vermogen of bij verkrijging van eigen aandelen door vennootschappen zijn betaald of toegekend en die in principe afzonderlijk belastbaar zijn tegen 10 pct. (cf. art. 18, eerste lid, 2°ter, en art. 171, 2°, f, WIB 92, ingevoegd door respectievelijk art. 2 en art. 5, W 24.12.2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken (V 3103, Bull. 833);
i) vak VII, A, 2, a : tekstaanpassing ingevolge de uitsluiting van de dividenden van coöperatieve participatievennootschappen van de vrijstelling van de eerste schijf van 125 EUR (bedrag vóór indexering) (cf. art. 21, 6°, WIB 92, zoals vervangen door art. 24, W 22.5.2001 betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen - V 2937, Bull. 817);
j) vak IX : schrapping van de rubriek "Bijdragen voor het vrij pensioen van meewerkende echtgenoot van een zelfstandige" wegens, enerzijds, de onuitvoerbaarheid van de desbetreffende belastingvermindering voor aj. 2003 door het uitblijven van een koninklijk besluit tot uitvoering van het (met ingang van 1.1.2003 opgeheven) tweede lid van art. 52bis, § 1, KB nr. 72 van 10.11.1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, en, anderzijds, de opheffing - vanaf aj. 2004 - van de art. 145^1, 6°, en 145^16bis, WIB 92 door de art. 23 en 24, Programmawet (I) 24.12.2002 (V 3106, Bull. 834);
k) vak XIII, 13 en vak XIV, 12 : inlassing van een nieuwe rubriek voor het vermelden van de winst, respectievelijk de baten die voor de toepassing van de wetgeving betreffende het sociaal statuut van de zelfstandigen als inkomsten van een bijberoep worden beschouwd en die bij de berekening van het belastingkrediet voor lage inkomsten uit arbeid, niet als activiteitsinkomsten worden aangemerkt (cf. art. 289ter, § 1, tweede lid, 5°, WIB 92, zoals ingevoerd door art. 49, A, W 10.8.2001 houdende hervorming van de personenbelasting);
l) vak XV, 4 : tekstaanpassing om het in deze rubriek beoogde belastingkrediet (cf. art. 289bis, WIB 92) te onderscheiden van de twee nieuwe belastingkredieten die vanaf aj. 2003 zijn ingevoerd (cf. art. 134, § 3, en art. 289ter, WIB 92, ingevoegd door respectievelijk art. 26, A, en art. 49, A, W 10.8.2001 houdende hervorming van de personenbelasting);
3. In de toelichting zijn de passages die wezenlijke wijzigingen hebben ondergaan, in de rand met een stippellijn gemerkt; zij hebben hoofdzakelijk betrekking op de hierboven besproken aanpassingen.
De aandacht wordt tevens nog op de volgende punten gevestigd :
a) vak II, B, 1 : verhoging van het maximumbedrag van de nettobestaansmiddelen van kinderen ten laste van echtgenoten en van gehandicapte kinderen ten laste van een alleenstaande als gevolg van het optrekken van de in de art. 136 en 141, WIB 92 vermelde bedragen van 1.500 EUR en 3.000 EUR tot 1.800 EUR respectievelijk 3.300 EUR (bedragen vóór indexering) door art. 3 en art. 5, W 21.6.2002 tot wijziging van artikel 25 van de wet van 10 augustus 2001 houdende hervorming van de personenbelasting en van de artikelen 136, 140, 141 en 178, § 3, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992;
b) vak II, B, 2 en 3, en vak VIII, 2 : er wordt verduidelijkt dat onderhoudsuitkeringen die bestemd zijn voor de in vak II, B, 3 vermelde kinderen en die betrekking hebben op jaren voorafgaand aan het jaar 2002, maar die slechts in 2002 zijn betaald ter uitvoering van een gerechtelijke beslissing waarbij het bedrag ervan met terugwerkende kracht is vastgesteld of verhoogd, niet van de in art. 104, 2°, WIB 92 vermelde aftrek zijn uitgesloten mits de verdeling van het belastingvoordeel wegens de tenlasteneming van die kinderen nog voor geen enkel vorig aanslagjaar door de belastingplichtige is gevraagd;
c) vak III, A, Voorafgaande opmerkingen, Algemeen : verduidelijking m.b.t. de vanaf aj. 2003 aan te geven nieuwe kadastrale inkomens in euro (cf. art. 7, KB 10.10.1979 tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen op het stuk van onroerende fiscaliteit, zoals gewijzigd door art. 6, § 23, KB 20.7.2000 tot invoering van de euro in de koninklijke besluiten die ressorteren onder het Ministerie van Financiën en tot uitvoering van de wet van 30 oktober 1998 betreffende de euro - V 2852, Bull. 809);
d) vak IV, A, 2, a : wijziging van de percentages van de bedrijfsvoorheffing op het door de verlofkassen betaalde vakantiegeld (cf. nr. 26 van bijlage III van het KB/WIB 92, zoals achtereenvolgens vervangen door bijlage 1 en bijlage 2 van het KB 21.11.2001 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de bedrijfsvoorheffing (V 2985, Bull. 822), en door de bijlage van het KB 19.6.2002 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de bedrijfsvoorheffing (V 3060, Bull. 829);
e) vak IV, A, 9, b : tekstaanpassingen ingevolge de in de circ. 18.7.2002, Ci.RH.241/550.265 (Bull. 830) bepaalde toepassingsregels m.b.t. de in art. 38, eerste lid, 9°, WIB 92 vermelde vrijstelling van vergoedingen die door de werkgever zijn toegekend als terugbetaling of betaling van reiskosten van de woonplaats naar de plaats van tewerkstelling;
f) vak IV, A, 12 en vak XIV, 7, b : verhoging van 20 naar 23 pct. van het percentage van de forfaitaire beroepskosten op de schijf van 0 tot 3.750 EUR (bedrag vóór indexering) van de bezoldigingen van werknemers en van de baten (cf. art. 51, tweede lid, 1°, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 7, A, W 10.8.2001 houdende hervorming van de personenbelasting;
g) vak VI, A, 1, a : schrapping van de door de Belgische Staat in 1941 uitgegeven lotenlening ingevolge het vervallen van die lening in 2001;
h) vak VIII, 3 : aanpassing van het minimumbedrag van de in 2002 gedane giften als gevolg van de beslissing van de Minister van Financiën om - bij wijze van uitzondering - het voorgeschreven minimumbedrag van 30 EUR te verlagen tot 29,76 EUR voor belastingplichtigen die giften hebben gedaan via een doorlopende opdracht van 100 BEF of 2,48 EUR per maand en die nagelaten hebben dat maandelijks bedrag aan te passen, waardoor zij in 2002 slechts 29,76 EUR hebben gestort (cf. Bericht in BS 17.2.2003, Bull. 834);
i) vak XII, 5 : de revalorisatiecoëfficiënt die geldt voor de vaststelling van het gedeelte van de huurinkomsten dat als een bezoldiging van bedrijfsleider moet worden beschouwd (zie art. 32, tweede lid, 3°, WIB 92), is voor aj. 2003 gelijk aan 3,35 (cf. art. 1, KB/WIB 92, zoals gewijzigd door art. 1, KB 23.1.2003 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de revalorisatiecoëfficiënt voor kadastrale inkomens - V 3117, Bull. 835);
j) vak XIII, 11 en vak XIV, 10 : wijziging van de percentages inzake de investeringsaftrek (cf. Bericht in BS 9.3.2002, Bull. 825);
k) vak XIII, 12 en vak XIV, 11 : tekstaanpassing ingevolge de administratieve beslissing om bij de berekening van het meewerkinkomen enkel de beroepsinkomsten die werkelijk afzonderlijk belast worden, buiten beschouwing te laten en niet langer de beroepsinkomsten die overeenkomstig art. 171, WIB 92 in principe voor afzonderlijke belasting in aanmerking komen (cf. art. 89, WIB 92 en PV nr. 556 dd. 11.1.2001 van Volksv. Eerdekens, Bull. 830).
NAMENS DE MINISTER:
Voor de Directeur-generaal:
De Auditeur-generaal van financiën,
V. KINDT
(*) Tevens zijn in de aangifte en de tolichting alle bedragen in BEF geschrapt.