Circulaire nr. Ci.RH.852/453.325 van 18.02.1998

Bull. nr. 781, pag. 679
FISCALE, FINANCIELE EN DIVERSE BEPALINGEN 1992
Groepsverzekering.
Kapitalen en afkoopwaarden.
Levensverzekering.
Pensioen.
Pensioenfonds.
Pensioensparen.
Rente.
Spaarrekening.
Invoeging van art. 364bis in het WIB 92 dat bepaalt dat kapitalen, afkoopwaarden en spaartegoeden die worden betaald of toegekend aan een belastingplichtige die zijn woonplaats of de zetel van zijn fortuin vooraf naar het buitenland heeft overgebracht, worden geacht betaald of toegekend te zijn daags voor deze overbrengst.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2+, 2 en 3.
INHOUDSTAFEL Nr. I. WETTEKSTEN ................................................. 1 II. ALGEMEEN ................................................... 3 III. BEDOELDE INKOMSTEN ......................................... 6 IV. BETALING OF TOEKENNING NA HET VERTREK NAAR HET BUITENLAND .. 10 V. BIJZONDERE STELSELS VAN AANSLAG ............................ 13 VI. TOEPASSINGSMODALITEITEN .................................... 15 VII. INVLOED VAN DE INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN ............... 18 VIII. INWERKINGTREDING ........................................... 19
I. WETTEKSTEN
Art. 91, W 28.12.1992
1. In art. 174 van hetzelfde Wetboek (WIB 92) worden de volgende wijzigingen aangebracht:
"...
het tweede lid wordt opgeheven."
Art. 93, W 28.12.1992
2. In hetzelfde Wetboek (WIB 92) wordt een als volgt luidend artikel 364bis ingevoegd:
"Artikel 364bis. Wanneer in artikel 34 vermelde kapitalen, afkoopwaarden en spaartegoeden worden betaald of toegekend aan een belastingplichtige die zijn woonplaats of de zetel van zijn fortuin vooraf naar het buitenland heeft overgebracht, wordt de betaling of toekenning geacht daags voor de overbrengst te hebben plaatsgehad.
Voor de toepassing van het eerste lid, wordt elke overdracht als vermeld in artikel 34, § 2, 3°, met een toekenning gelijkgesteld."
II. ALGEMEEN
3. Art. 93, W 28.12.1992 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen (V 2212 - Bull. 725) heeft in het WIB 92 een art. 364bis ingevoegd dat in het 1ste lid bepaalt dat kapitalen, afkoopwaarden en spaartegoeden als bedoeld in art. 34, WIB 92, die worden betaald of toegekend aan een belastingplichtige die zijn woonplaats of de zetel van zijn fortuin vooraf naar het buitenland heeft overgebracht, worden geacht te zijn betaald of toegekend daags voor deze overbrengst.
Deze maatregel heeft tot doel de misbruiken tegen te gaan, die voor bepaalde verkrijgers van kapitalen, afkoopwaarden en spaartegoeden (groepsverzekering, pensioenfonds, pensioensparen) erin bestonden zich te onttrekken aan de belasting door uit te wijken naar het buitenland (inzonderheid Frankrijk) alvorens hun kapitaal op te trekken.
4. De enige wettelijke bepaling die voorheen bestond om die ontwijking tegen te gaan (namelijk, art. 174, 2de lid, WIB 92, opgeheven door art. 91, 3°, W 28.12.1992) was onvolledig, was niet op haar plaats en was bovendien ontoereikend. Inderdaad, die bepaling voerde een fictie in overeenkomstig welke de toekenning plaatsvond op de laatste dag van het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid in België, wat geen enkel recht op belastingheffing met zich meebracht wanneer de belastingplichtige het land reeds vroeger had verlaten.
5. De nieuwe maatregel strekt ertoe verschillende leemten op te vullen:
  • zij slaat ook op andere sommen dan die uit het pensioensparen voortkomen en dit ongeacht of zij al dan niet afzonderlijk belastbaar zijn;
  • zij is ondergebracht in Afdeling II "Aanslagjaar en belastbaar tijdperk" van Hoofdstuk VI, Titel VII, WIB 92, waar zij beter past;
  • zij legt de fictie van betaling op de laatste dag vóór het vertrek naar het buitenland en niet meer op de laatste dag van de uitoefening van de beroepswerkzaamheid in België.
Het doel van de wetgever bestaat er kortom in misbruiken te vermijden zonder evenwel tegen het verdragsrecht in te gaan.
III. BEDOELDE INKOMSTEN
6. De bepalingen van het nieuwe art. 364bis, WIB 92, hebben inzonderheid betrekking op de hierna opgesomde kapitalen, afkoopwaarden en spaartegoeden:
  • de kapitalen en afkoopwaarden van individuele levensverzekeringscontracten;
  • de inkomsten uit pensioensparen (spaartegoeden van spaarrekeningen en kapitalen en afkoopwaarden van spaarverzekeringen), met inbegrip van de overdrachten die als dergelijke inkomsten worden aangemerkt (zie nr 7);
  • de kapitalen en afkoopwaarden die worden uitgekeerd uit hoofde van aanvullende pensioenen overeenkomstig art. 52bis van het KB nr 72 van 10.11.1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen;
  • de uitkeringen in kapitaal die de aard hebben van een vergoeding tot geheel of gedeeltelijk herstel van een bestendige derving van beroepsinkomsten (winst, bezoldigingen of baten);
  • de kapitalen en afkoopwaarden van groepsverzekeringscontracten of van reglementen van pensioenfondsen;
  • de andere kapitalen geldend als renten of pensioenen; het betreft hoofdzakelijk de zogenaamde "gratis" kapitalen (in voorkomend geval gefinancierd door een bedrijfsleidersverzekeringscontract) die een onderneming stort aan een werknemer, een bestuurder of een werkend vennoot [*] die met pensioen of met brugpensioen gaat, of aan een rechtverkrijgende van een overleden werknemer, bestuurder of werkend vennoot [*];
  • de gekapitaliseerde afkoopwaarde van een gedeelte van het wettelijk rust- of overlevingspensioen.
[*] Met ingang van aj. 1998 zijn de categorieën van bestuurder en werkend vennoot te vervangen door de categorie van de bedrijfsleiders (art. 4 t/m 7, 9 t/m 12, 22, 23, 30, 42, 44 tot 46, 48 en 49, 1ste lid, KB 20.12.1996, gepubliceerd in het BS van 31.12.1996 - vierde editie - V 2484 - Bull. 769, blz. 272).
De bespreking van het gewijzigde art. 32, WIB 92 (nieuwe categorie bedrijfsleiders), zal het voorwerp uitmaken van een afzonderlijke circulaire.
7. Overeenkomstig art. 364bis, 2de lid, WIB 92, wordt elke overdracht die als een inkomen uit pensioensparen wordt aangemerkt, hier eveneens met een toekenning gelijkgesteld.
Het betreft:
  • gedeeltelijke overdrachten van tegoeden van spaarrekeningen of van technische reserves van spaarverzekeringen;
  • volledige overdrachten van tegoeden van een individuele of collectieve spaarrekening naar een spaarverzekering;
  • volledige overdrachten van technische reserves betreffende een spaarverzekering naar een individuele of collectieve spaarrekening.
8. De in nr 6 beoogde inkomsten komen alleen in aanmerking wanneer ze worden uitgekeerd onder de vorm van een kapitaal, dus met uitsluiting van de betalingen onder de vorm van renten of periodieke pensioenen.
9. Het spreekt voor zich dat bovenvermelde inkomsten slecht in aanmerking komen voor zover zij niet voldoen aan de vrijstellingsvoorwaarden vermeld in art. 39, 508 en 508bis, WIB 92.
Zijn dus inzonderheid niet bedoeld de kapitalen, afkoopwaarden en spaartegoeden die voortkomen van individuele levensverzekeringscontracten of uit het pensioensparen wanneer:
  • de premies of de stortingen de belastingplichtige geen fiscaal voordeel hebben opgeleverd door middel van een fiscale aftrek of een belastingvermindering;
  • deze inkomsten aan de indirecte taks op het lange termijnsparen werden onderworpen.
IV. BETALING OF TOEKENNING NA HET VERTREK NAAR HET BUITENLAND
10. De nieuwe maatregel is alleen van toepassing wanneer de daadwerkelijke betaling of toekenning plaatsvindt op een ogenblik dat de verkrijger zijn woonplaats of de zetel van zijn fortuin naar het buitenland heeft overgebracht, d.w.z. op een ogenblik dat hij niet-inwoner is geworden.
11.
Die nieuwe bepaling kan derhalve niet worden toegepast:
  • wanneer de verkrijger van de voormelde kapitalen, afkoopwaarden en spaartegoeden nooit de hoedanigheid van inwoner van België heeft gehad;
  • wanneer de bedoelde uitkeringen rechtstreeks of onrechtstreeks voortkomen van contracten, rekeningen of pensioenen die zijn gesloten, geopend, toegezegd of geheel gevormd na het vertrek van de verkrijger ervan naar het buitenland, mits betrokkene ook nadien - tot op het tijdstip van de betaling of toekenning - op geen enkel tijdstip inwoner van België is geweest.
Die laatste uitzondering geldt bijgevolg niet voor de zogenaamde "gratis" pensioenkapitalen en kapitalen gefinancierd door een bedrijfsleidersverzekering die worden betaald of toegekend na het vertrek van de verkrijger naar het buitenland, maar die betrekking hebben op een voorheen als rijksinwoner uitgeoefende beroepswerkzaamheid.
12. Het bewijs dat de verkrijger van de inkomsten nooit of in de bedoelde periode geen inwoner van België is geweest, kan inzonderheid worden geleverd door een of meerdere attesten waarin de belastingadministratie van het land of van de landen waar hij verbleef, verklaart dat hij gedurende een bepaalde periode inwoner van dat land is geweest, of door andere bewijskrachtige bescheiden (zoals aanslagbiljetten van het land waar hij verbleef).
Wat nr 11, tweede gedachtenstreep, betreft is uiteraard vereist dat de verkrijger van de inkomsten ook aantoont op welke datum het contract, de rekening of het pensioen is gesloten, geopend, toegezegd of gevormd.
V. BIJZONDERE STELSELS VAN AANSLAG
13. Om uit te maken of de voorwaarden zijn vervuld om te genieten van de bijzondere stelsels van aanslag (afzonderlijke aanslag of aanslag onder de vorm van een fictieve omzettingsrente), moet de datum van de daadwerkelijke vereffening in aanmerking worden genomen en niet de datum waarop de inkomsten worden geacht te zijn betaald of toegekend.
De datum van vertrek naar het buitenland is terzake dus zonder belang.
Voorbeeld
14. Een man geboren op 15.12.1932 heeft in november 1992 (op een leeftijd van 59 jaar) zijn fiscale woonplaats naar het buitenland overgebracht. Naar aanleiding van zijn pensionering ontvangt hij in 1993, dus op de leeftijd van 60 jaar, een "gratis" kapitaal geldend als renten of pensioenen.
Daar de terzake gestelde voorwaarden bij de daadwerkelijke vereffening zijn vervuld, kan het betrokken kapitaal afzonderlijk worden belast tegen een aanslagvoet van 16,5 % (art. 171, 4°, g, WIB 92).
VI. TOEPASSINGSMODALITEITEN
15. De betrokkenen zijn aan de belasting onderworpen voor het belastbare tijdperk tijdens hetwelk het tot belastingheffing aanleiding gevend feit zich voordoet, dat wil zeggen, voor het jaar van de daadwerkelijke betaling of toekenning van de kapitalen, de afkoopwaarden of de spaartegoeden. De BV is overigens voor hetzelfde tijdperk opeisbaar. Het is dus de datum van daadwerkelijke betaling of toekenning die het belastbare tijdperk en het aanslagjaar bepaalt.
16. Het is diezelfde datum die men in aanmerking moet nemen om te beoordelen aan welke belasting deze inkomsten zijn onderworpen. Dat betekent dat de aanslag in de praktijk altijd in de BNI/nat.pers. zal worden ingekohierd, in voorkomend geval samen met de andere in de BNI/nat. pers. regulariseerbare inkomsten van Belgische oorsprong en dat de betrokkenen, naargelang van het geval, als niet-inwoners met of zonder tehuis in België zullen worden aangemerkt.
17. De door de wetgever ingestelde fictie heeft overigens niet tot gevolg dat het aanslagstelsel van de betrokken inkomsten wordt beïnvloed (bijvoorbeeld wordt verzwaard).
VII. INVLOED VAN DE INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN
18. In principe kan de verkrijger voor wat de betrokken inkomsten betreft, geen aanspraak maken op de vrijstelling van de Belgische belasting op basis van een door België gesloten verdrag ter voorkoming van dubbele belasting, aangezien die inkomsten overeenkomstig art. 364bis, WIB 92, op fiscaal vlak worden geacht hem te zijn betaald of toegekend op een ogenblik dat hij nog geen inwoner was van een andere Staat.
Niettemin mag men niet uit het oog verliezen dat de vreemde Staten voor de toepassing van hun eigen fiscale wetgeving op de betrokken inkomsten, waarschijnlijk niet de datum van betaling of toekenning zoals bepaald in art. 364bis, WIB 92, in aanmerking zullen nemen, maar wel de datum van de daadwerkelijke betaling of de daadwerkelijke toekenning.
De verschillen op dit vlak zullen in bepaalde gevallen aanleiding geven tot dubbele belasting.
Om dergelijke toestand, die in strijd zou zijn met de geest en het doel van de door België gesloten verdragen, te vermijden dient van de belastingheffing op de in de nrs 6 tot 9 hiervoor bedoelde inkomsten te worden afgezien, wanneer de volgende vier voorwaarden tezamen zijn vervuld:
  • de verkrijger van de inkomsten heeft zijn woonplaats in een Staat die met België een verdrag heeft gesloten overeenkomstig hetwelke het recht om de hier bedoelde inkomsten te belasten in principe aan de woonwerkplaatsstaat van de verkrijger toekomt;
  • de verkrijger bezit werkelijk de hoedanigheid van inwoner van de betrokken Staat in de zin van de overeenkomst, op de datum van daadwerkelijke betaling of daadwerkelijke toekenning van de inkomsten;
  • de verkrijger is - of wordt - in de betrokken Staat daadwerkelijk op de bedoelde inkomsten belast;
  • de buitenlandse belasting op die inkomsten is een (inkomsten)belasting die uitdrukkelijk beoogd is in het met de woonplaatsstaat gesloten verdrag.
Het bewijs dat de laatste drie voorwaarden zijn vervuld, kan in principe slechts worden geleverd door middel van een attest ad hoc uitgaande van de belastingadministratie van het betrokken land of desnoods door andere bewijskrachtige bescheiden (bijvoorbeeld een aanslagbiljet waaruit zowel duidelijk de aard van de buitenlandse belasting als de categorie en het bedrag van de belaste inkomsten blijkt).
Wanneer de vrijstelling van de inkomsten op het vlak van de BV wordt gevraagd, kan de schuldenaar van de inkomsten slechts van de storting van de BV afzien voor zover hij er zeker van is dat de bovenvermelde voorwaarden zijn vervuld. Het is dus van belang dat de verkrijger hem de bewijskrachtige bescheiden als vermeld in het vorige lid overhandigt, vóór het verstrijken van de gestelde termijn voor de storting van de BV. Die bescheiden moeten aan de opgave 325 worden toegevoegd.
VIII. INWERKINGTREDING
19. De art. 91, 3° en 93, W 28.12.1992, zijn van toepassing met ingang van 1.1.1993 en betreffen, bijgevolg, de kapitalen, de afkoopwaarden en de spaartegoeden die vanaf die datum zijn vereffend.
NAMENS DE MINISTER:
Voor de directeur-generaal:
De Auditeur-generaal van financiën,
J.E. VANDENBOSCH.