Circulaire nr. 13/2007 (AFZ 10/2007) d.d. 10.07.2007

Taks tot vergoeding der successierechten

De wet van 3 december 2006 "tot aanvulling van artikel 149 van het Wetboek der successierechten, wat betreft de vrijstelling van de taks tot vergoeding van successierechten voor verenigingen zonder winstoogmerk die natuurterreinen openstellen voor algemeen gebruik", werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 14 december 2006, 2de ed. De bij deze wet in genoemd artikel 149 ingevoegde nieuwe rubriek 5° wordt hierna in punt I van deze circulaire van commentaar voorzien.

De wet van 27 december 2006 "houdende diverse bepalingen (I)" bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 28 december 2006, 3de ed., schrijft in datzelfde artikel 149 een tweede rubriek 5° (die dus eigenlijk rubriek 6° had moeten zijn) waarbij van de vzw-taks worden vrijgesteld "de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening die onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting". Deze wijziging wordt becommentarieert onder punt II.

De andere wijzigingen die bij de wet van 27 december 2006 werden doorgevoerd aan het W. Reg., aan het W. Succ., alsook aan het WZGT (dat sedertdien omgevormd werd tot W.D.R.T.), maken het onderwerp uit van andere circulaires.

De uittreksels uit voornoemde wetten, die de in deze circulaire besproken wijzigingen betreffen, gaan in bijlage 1. De gecoördineerde tekst van de gewijzigde bepalingen gaat in bijlage 2.

I. Art. 149,5° W. Succ.
I.1. Wettekst
Artikel 2 van de wet van 3 december 2006 tot aanvulling van artikel 149 van het Wetboek der successierechten wat betreft de vrijstelling van de taks tot vergoeding van successierechten, voegt een als volgt luidende rubriek 5° in artikel 149 W. Succ. in:

« 5° de verenigingen zonder winstoogmerk, private stichtingen of internationale verenigingen zonder winstoogmerk voor patrimoniaal beheer die door de bevoegde overheid zijn erkend als terreinbeherende natuurverenigingen en die tot uitsluitend doel hebben natuurpatrimonium aan te kopen en te beheren in functie van het behoud van het natuurlijk erfgoed van België, en voor zover dit patrimonium als natuurgebied wordt beheerd en, desgevallend begeleid, toegankelijk is voor het publiek. ».

Gelet op het ontbreken van een andersluidende bepaling is deze wijziging in werking getreden de tiende dag na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad (wet van 31 mei 1961, art. 4), m.a.w. dus op 24 december 2006. Daaruit volgt dat alle verenigingen die op 1 januari 2007 de voorwaarden voor de vrijstelling vervulden, niet meer onderworpen zijn aan de taks.

I.2. Begrip " uitsluitend doel"
In de voorbereidende werken wordt met zoveel woorden gezegd dat " het wel degelijk moet gaan om verenigingen die tot uitsluitend doel hebben « natuurpatrimonium aan te kopen en te beheren in functie van het behoud van het natuurlijk erfgoed ». Zij moeten « door de bevoegde overheid (zijnde de gewesten) zijn erkend als terreinbeherende verenigingen » ". (Senaat doc 3-1606/2 - 2005-2006, blz. 9).

Wat betreft "de mogelijk te strikte aflijning van het maatschappelijk doel van de betrokken organisaties" werd opgemerkt dat "de statuten desnoods kunnen worden aangepast of de VZW kan worden opgedeeld in verschillende VZW's. Dat hoeft niet onoverkomenlijk te zijn.". (Senaat doc 3-1606/2 - 2005-2006, blz. 7).

I. 3. Voorwaarden
Teneinde te verzekeren dat de betreffende terreinen in het algemeen belang worden aangewend moet, om de vrijstelling te kunnen genieten, aan verschillende voorwaarden voldaan zijn:

  • het natuurpatrimonium moet zijn aangekocht en moet worden beheerd in functie van het behoud van het natuurlijk erfgoed;
  • het natuurpatrimonium moet aangewend worden voor allerlei vormen van zachte recreatie (1);
  • de gronden die het natuurpatrimonium vormen moeten beheerd worden als natuurreservaat volgens een beheerplan dat door de bevoegde overheid werd goedgekeurd (2);
  • de betrokken vereniging moet natuurbehoud als doelstelling in haar statuten vermelden. Wanneer de van toepassing zijnde wetgeving in een erkenningsprocedure voor terreinbeherende verenigingen voorziet, moeten ze door de bevoegde overheid erkend zijn.
[(1) Deze voorwaarde, die aangehaald wordt in de voorbereidende werken van de wet (Senaat, doc 3-1606/1 -2005-2006, blz. 4), staat niet in de wettekst. Ze kadert wel in de van toepassing zijnde wetgeving zoals bepaald door de verschillende gewesten inzake de erkenningsprocedure voor terreinbeherende verenigingen.
(2) In Vlaanderen moeten die terreinen volgens een door de minister goedgekeurd beheerplan worden beheerd als natuurreservaat waarbij natuur de hoofdfunctie vormt. Dit beheerplan moet voldoen aan bijlage III van het besluit van de Vlaamse regering tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning van natuurreservaten en van terreinbeherende verenigingen en houdende toekenning van subsidies van 27 juni 2003 en moet onder andere een streefbeeld voor het beheer bevatten evenals een beschrijving van de beheersmaatregelen met bijzondere aandacht voor de Habitat- en Vogelrichtlijngebieden. Het behoud van kwetsbare natuurwaarden is dermate specifiek dat een economische opbrengst niet mogelijk is. De aanvraag tot erkenning als natuurreservaat dient bovendien een openstellingsplan te bevatten.
In het Waalse Gewest is de erkenning afhankelijk van het aanwezig zijn van een beheerplan (cf. Arrêté de l'Exécutif régional wallon concernant l'agrément des réserves naturelles et le subventionnement des achats de terrains à ériger en réserves naturelles agréées par les associations privées tel que modifié par l'arrêté de l'Exécutif régional wallon du 8 juillet 1991 et de l'arrêté du gouvernement wallon du 30 mai 1996.). In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest bepaalt de regering de bewakings-, beschermings- en beheervoorwaarden waaraan de natuurreservaten moeten voldoen om erkend te worden. Ordonnantie betreffende het behoud en de bescherming van de natuur, 27 april 1995.]


II. Art. 149, 6° (5°) W. Succ.
De wet houdende diverse bepalingen (I) van 27 december 2006, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 28 december 2006, 3de editie, heeft in hetzelfde artikel 149 een tweede rubriek 5° (die dus rubriek 6° had moeten zijn) ingevoegd waarbij van de taks tot vergoeding van de successiebelasting worden vrijgesteld instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (*) die onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting.

[(*) De wet van 27 oktober 2006 (B.S. 10/11/2006) betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen definieert een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening als "een instelling, ongeacht de rechtsvorm, die opgerichtt is met als doel arbeidsgerelateerde pensioenuitkeringen te verstrekken.]

De aandacht wordt in dit verband gevestigd op de reeds door de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie genomen beslissing, die wordt hernomen in bijlage 3.

Gelet op artikel 346 van de voornoemde wet van 27 december 2006 is deze vrijstelling van toepassing met ingang van 1 januari 2007.

NAMENS DE MINISTER :
de adjunct-Administrateur-generaal
Paul NECKEBROECK

BIJLAGE 1
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 14 december 2006 (Ed. 2)
Wet van 3 december 2006 tot aanvulling van artikel 149 van het Wetboek der successierechten, wat betreft de vrijstelling van de taks tot vergoeding van successierechten voor verenigingen zonder winstoogmerk die natuurterreinen openstellen voor algemeen gebruik:
Artikel 149 van het Wetboek der successierechten, laatst gewijzigd bij de wet van 5 december 2001, wordt aangevuld met een 5°, luidende :

« 5° de verenigingen zonder winstoogmerk, private stichtingen of internationale verenigingen zonder winstoogmerk voor patrimoniaal beheer die door de bevoegde overheid zijn erkend als terreinbeherende natuurverenigingen en die tot uitsluitend doel hebben natuurpatrimonium aan te kopen en te beheren in functie van het behoud van het natuurlijk erfgoed van België, en voor zover dit patrimonium als natuurgebied wordt beheerd en, desgevallend begeleid, toegankelijk is voor het publiek. ».
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 28 december 2006 (Ed. 3)
Wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen
(…)

HOOFDSTUK VII.- Wijzigingen aan het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten
(…)

Afdeling 3.- Successierechten
Art. 341. Artikel 149 van het Wetboek der successierechten, gewijzigd bij de wetten van 13 augustus 1947, 24 april 1958 en 5 december 2001, wordt aangevuld met een 5°, luidende :

« 5° de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening die onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting. »

(…)

Afdeling 7.- Inwerkingtreding
Art. 346. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2007. Voor de toepassing van de fiscale bepalingen worden de instellingen voor collectieve beleggingen waarop de overgangsbepalingen van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles van toepassing zijn, geacht vanaf 1 januari 2007 onder het toepassingsgebied te vallen van de bepaling die overeenkomstig hun statuut gebruikt wordt in het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.

BIJLAGE 2
GECOORDINEERDE TEKSTEN
Wetboek der successierechten
Artikel 149
Zijn van de taks vrijgesteld:

1° de gemachtigde compensatiekassen voor kindertoeslagen en de gemachtigde onderlinge kassen voor kindertoeslagen;

2° de inrichtingen en verenigingen zonder winstoogmerken die rechtspersoonlijkheid vóór 11 juli 1921 hebben verkregen, andere dan deze waarover het gaat in het 2° van vorig artikel;

3° de erkende pensioenkassen voor zelfstandigen;

4° de inrichtende machten van het gemeenschapsonderwijs of het gesubsidieerd onderwijs, voor wat betreft de onroerende goederen die uitsluitend bestemd zijn voor onderwijs en de verenigingen zonder winstoogmerk voor patrimoniaal beheer die tot uitsluitend doel hebben onroerende goederen ter beschikking te stellen voor onderwijs dat door de voornoemde inrichtende machten wordt verstrekt;

5° de verenigingen zonder winstoogmerk, private stichtingen of internationale verenigingen zonder winstoogmerk voor patrimoniaal beheer die door de bevoegde overheid zijn erkend als terreinbeherende natuurverenigingen en die tot uitsluitend doel hebben natuurpatrimonium aan te kopen en te beheren in functie van het behoud van het natuurlijk erfgoed van België, en voor zover dit patrimonium als natuurgebied wordt beheerd en, desgevallend begeleid, toegankelijk is voor het publiek;

(6°) (5°) de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening die onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting.

BIJLAGE 3
Sector registratie / Dienst I/3 (Geschillen inzake registratie- en successierechten) / Instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening. Omvorming tot Organisme voor de Financiering van Pensioenen. Taks tot vergoeding van de successierechten. Art. 149,5° W.Succ.
Belangrijk bericht:
Bij Wet van 27 oktober 2006 (B.S. 10 november 2006) betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen (WIBP) en Wet van 27 december 2006 (B.S. 28 december 2006) houdende diverse bepalingen werd een nieuw kader vastgelegd voor de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen.

Krachtens de nieuwe wet WIBP moet een instelling voor bedrijfs-pensioenvoorziening (thans meestal onder de vorm van een vzw en bijgevolg onderworpen aan de jaarlijkse taks tot vergoeding der successierechten) de vorm aannemen van een Organisme voor de Financiering van Pensioenen (OFP).

Ingevolge het verzoek van de Belgische Vereniging van Pensioeninstellingen heeft de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit (AOIF) ingestemd met een overgangsregeling die erin bestaat dat wanneer een bestaande instelling voor bedrijfspensioenvoorziening uiterlijk op 31 juli 2007 wordt omgezet in een OFP, geacht zal worden, met ingang van 1 januari 2007, aan de vennootschapsbelasting (Ven.B) onderworpen te zijn overeenkomstig artikel 185bis, §1, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92).

Aangezien de omvorming vóór 31 juli 2007 tot gevolg heeft dat de vennootschapsbelasting is verschuldigd met terugwerkende kracht tot 1 januari 2007, geldt de bij Wet van 27 december 2006 ingevoerde vrijstelling zoals voorzien in artikel 149,5° van het Wetboek der Successierechten en moet voor dit jaar geen aangifte inzake de jaarlijkse taks tot vergoeding der successierechten meer worden ingediend. Deze vrijstelling wordt behouden mits door de instelling - die haar voornemen om zich vòòr 31 juli 2007 om te vormen tot OFP aan het bevoegd registratiekantoor per brief vòòr 31 maart 2007 bekend maakt - nadien afdoende wordt aangetoond dat de vennootschapsbelasting effectief met ingang van 1 januari 2007 werd geheven.

De bovenstaande regeling geldt niet voor de instellingen van bedrijfspensioenvoorzieningen die nà 31 juli 2007 (en in het algemeen tijdens de overgangsperiode lopend tot 1 januari 2012 ; omvorming is tot die datum mogelijk) zullen worden omgezet in OFP's. Terzake van de vrijstelling voorzien in artikel 149,5° W.Succ. dient telkens de toestand op 1 januari in acht te worden genomen (zie artikel 147 W.Succ.)

De Auditeur-generaal,
J. De Neve