Circulaire nr. Ci.RH.243/376.395 dd. 23.02.1990

CIRC 23.02.90/1

Circulaire nr. Ci.RH.243/376.395 dd. 23.02.1990


Bull. nr. 693, pag. 918

BEROEPSKOSTEN
Werkgeversbijdragen voor aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood

GROEPSVERZEKERING
Werkgeversbijdragen

PENSIOENFONDS
Werkgeversbijdragen


ADD. aan circulaire 4.2.1987, zelfde nummer.

1. De in nr. 35, circ. 4.2.1987, zelfde nummer, bedoelde loongrens van de brutobezoldigingen, bedraagt voor het jaar 1989 1.169.542 F (Voor het jaar 1988 wordt verwezen naar het addendum van 10.2.1989, zelfde nummer).

2. Wat de lopende renten betreft, wordt de voor het jaar 1989 aanvaardbare maximumindexering (zie nrs. 52 tot 54 van dezelfde circulaire) aan de hand van de volgende tabel berekend :

------------------------------------------------------------------------- | Indexeerbaar maximum | Indexeringscoëfficiënt Renten aangevangen in : | van de rente | voor het jaar 1989 : ------------------------------------------------------------------------- 1985 of vroeger | 1.662.797 F | 0,0824 1986 | 1.729.973 F | 0,0404 1987 | 1.729.973 F | 0,0404 1988 | 1.729.973 F | 0,0404 1989 | 1.764.552 F | 0,02 ------------------------------------------------------------------------- Voorbeeld. Jaarlijkse rente aangevangen in 1986 : 2.500.000 F.
Aanvaarde indexering 1989 : 1.729.973 x 0,0404 = 69.891 F.
Aanvaardbare maximumbedrag van de geïndexeerde rente op 31.12.1989 :
2.500.000 F + 69.891 F = 2.569.891 F.