Servië - Circulaire Ci.R.9 Joeg/357.227 d.d. 07.09.1984
Bulletin nr. 633/11.84, p. 2682-2691
Dubbelbelastingverdragen. - Joegoslavië.
Onderrichtingen voor de toepassing van de Belgisch-Joegoslavische overeenkomst en van het Protocol van 21 november 1980 tot het vermijden van dubbele belasting van het inkomen en van het vermogen.
Circ. 7.9.1984. nr Ci.R9 Joeg./357.227.
I. BELANGRIJKE DATA.
1. Ondertekening van de overeenkomst : 21 november 1980.
Goedkeuring: W. 21 april 1983.
Publicatie: B.S. 20 mei 1983 (V. 1674 -B.619).
Uitwisseling van de akten van bekrachtiging: 26 april 1983.
Inwerkingtreding : 26 mei 1983.
Toepassing in België :
- op bij de bron verschuldigde belastingen op inkomsten die zijn toegekend of betaalbaar gesteld op of na 1 januari 1984:
- op andere dan bij de bron verschuldigde belastingen, geheven naar inkomsten van elk boekjaar dat eindigt op of na 31 december 1984 (aanslagjaren 1985 en volgende).
II. ALGEMENE KENMERKEN.
2. De Belgisch-Joegoslavische overeenkomst beoogt het vermijden van dubbele belasting inzake bestaande en toekomstige belastingen naar het inkomen en naar het vermogen die ten behoeve van de overeenkomstsluitende Staten of van de hun ondergeschikte machten worden geheven. Zij is ook van toepassing op de « bijdragen », met uitzondering van de bijdragen voor sociale zekerheid, die in Joegoslavië ten behoeve van de Republieken, de Provincies en andere lagere overheden worden geheven.
De overeenkomst stelt bovendien, volgens de gebruikelijke regels en met de gewone voorzorgsmaatregelen (art. 25), de uitwisseling van inlichtingen in die nodig zijn niet alleen om correcte uitvoering te geven aan de bepalingen van de overeenkomst maar ook aan die van de nationale wetten met betrekking tot de belastingen die in artikel 2 zijn bedoeld. Zij voorziet anderzijds niet in een administratieve bijstand voor de invordering van de belastingen.
3. Aan de Belgisch-Joegoslavische overeenkomst werd een Protocol toegevoegd dat de draagwijdte van artikel 10, 3. preciseert (zie nr. 7, a), hierna) en dat in de mogelijkheid voorziet om de overeenkomst later in een welbepaald geval te wijzigen (zie nr. 19, b), hierna).
Aangezien de overeenkomst voor het overige in ruime mate de voorheen door België gesloten overeenkomsten volgt worden hierna alleen de belangrijke bepalingen en de voornaamste bijzonderheden besproken.
III. HET VOORKOMEN VAN DUBBELE BELASTING.
A. Ondernemingswinst.
1° Toewijzing van het recht van belastingheffing (art. 7).
4. Winst van een onderneming van een overeenkomstsluitende Staat, niet zijnde een landbouw- of bosbedrijf bedoeld in art. 6 of niet zijnde een zee- of luchtvaartonderneming bedoeld in art. 8, mag in de andere overeenkomstsluitende Staat slechts worden belast in zoverre als zij aan een in die andere Staat gelegen vaste inrichting kunnen worden toegerekend.
De regels met betrekking tot de fiscale behandeling van de winst van een vaste inrichting zijn ook van toepassing op winsten die een inwoner van België in Joegoslavië verkrijgt uit een deelneming in een gemeenschappelijke onderneming die hij met een Joegoslavische onderneming heeft opgezet (art. 7, § 7).
5. Voor Joegoslavië omschrijft art. 3, § 1, f) de uitdrukking «onderneming» waarbij alle vormen van werkzaamheden worden opgesomd die in de bijzondere sociaal-economische structuur van dat land als een onderneming moeten worden aangemerkt.
2° Regeling voor Belgische inrichtingen van Joegoslavische ondernemingen en verenigingen.
6. Bij afwezigheid van de gebruikelijke bepalingen inzake non-discriminatie in de Belgisch-Joegoslavische overeenkomst, mag België van de winsten van Belgische vaste inrichtingen van Joegoslavische ondernemingen en verenigingen de B.N.V./Ven. tegen het intern-rechtelijk tarief (d.i. op dit ogenblik : 50 pct.) heffen.
Evenzo is de regeling van het Belgische interne recht van toepassing met betrekking tot de heffing van de R. V. op dividenden die door die vaste inrichtingen worden verkregen, zomede met betrekking tot de niet-verrekening ervan met de B.N.V./Ven.
B. Belastingheffing van roerende inkomsten in de bronstaat.
1° Algemeen
7. De artikelen 10, 11 en 12 bepalen als volgt en onder de gewone voorwaarden de belastingregeling die in de bronstaat van toepassing is op roerende inkomsten die door inwoners van de andere Staat worden verkregen.
a) Dividenden (daaronder begrepen inkomsten van in Belgische personenvennootschappen belegde kapitalen : cfr. Protocol, nr. 1).
De Belgische R. V. (of de Joegoslavische belasting, naar het geval) wordt beperkt tot :
- 10 pct. van het brutobedrag van de dividenden, indien de genieter ervan een vennootschap is die onmiddellijk ten minste 25 pct. bezit van het kapitaal van de vennootschap die de dividenden betaalt ;
- 15 pct. van het brutobedrag van de dividenden, in alle andere gevallen.
b) Interest
De Belgische R. V. of de Joegoslavische belasting, naar het geval, wordt beperkt tot 15 pct. van het normale brutobedrag van de interest.
c) Royalty's
De Belgische belasting of de Joegoslavische belasting, naar het geval, wordt beperkt tot 1O pct. van het normale brutobedrag van de royalty's.
2° Roerende inkomsten uit bronnen in België verkregen door inwoners van Joegoslavië.
8. De vermindering van de Belgische belasting wordt op voorlegging van een van de hierna vermelde drietalige formulieren verleend :
- model 276 Div., voor dividenden ;
- model 276 Int., voor interest ;
- model 276 R., voor royalty's.
Voor de procedure en voor de wijze van berekening van de beperkingen van de Belgische belasting wordt, mutatis mutandis, verwezen naar de circ. Ci. R9 Div./325.546 van 5 augustus 1982.
3° Roerende inkomsten uit bronnen in Joegoslavië verkregen door inwoners van België.
9. Ondanks de bilaterale redactie van art. 10 ov. blijft de toepassing ervan in feite tot België beperkt, aangezien de rechtsfiguur van een vennootschap die dividenden uitdeelt in Joegoslavië niet bekend is.
Ter herinnering weze vermeld dat inkomsten die een inwoner van België verkrijgt uit zijn deelneming in een gemeenschappelijke onderneming in Joegoslavië in dat land als ondernemingswinst in de zin van art. 7 ov. wordt behandeld. Die inkomsten kunnen daarnaast niet nog eens als dividenden aldaar aan de belasting worden onderworpen.
10. In afwachting van de mededeling door de Joegoslavische autoriteiten van de wijze waarop de beperking van de Joegoslavische belasting of interest en royalty's ingevolge de overeenkomst kan worden bekomen, wordt aan de inwoners van België die dergelijke inkomsten verkrijgen, aangeraden een aanvraag tot het bekomen van de voordelen van de overeenkomst in te dienen op het ogenblik van de betaling van de inkomsten bij de schuldenaar van deze inkomsten of anders zo spoedig mogelijk na de betaling van die inkomsten hij de Joegoslavische belastingadministratie « SI V - II Savez ni Sekretariat za Finansije, Bulevar Avnoy - s 104. YU -11.070 BEOGRAD ».
In beide gevallen dienen bij de aanvraag alle bewijsstukken tot staving van het recht op de voordelen te worden gevoegd en met name, een woonplaatsattest dat door de bevoegde Belgische belastingdienst waarvan de genieter van de inkomsten afhangt, op een formulier 276 Conv. wordt afgeleverd (cfr. circ. Ci. R9 Div./299. 143 van 15 juni 1978).
C. Inkomsten uit zelfstandige beroepen (art. 14).
11. Inkomsten uit vrije beroepen of uit andere zelfstandige werkzaamheden van soortgelijke aard die een inwoner van een Staat in de andere Staat uitoefent, mogen in die andere Staat slechts wonen belast indien de genieter aldaar gedurende een of meer tijdvakken die in het desbetreffende kalenderjaar een totaal van 183 dagen te boven gaan verblijft.
Het criterium van verblijf gedurende tenminste 183 dagen komt derhalve in de Belgisch-Joegoslavische overeenkomst in de plaats van het meer gebruikelijke criterium van de vaste basis.
D. Inkomsten uit niet-zelfstandige beroepen die in de particuliere sector of in de overheidssector worden uitgeoefend (art. 15).
12. Omdat het principe van het zelfbeheer in Joegoslavië eigenlijk geen ruimte laat voor een klaar onderscheid tussen de particuliere sector en de overheidssector, zijn alle bepalingen betreffende de beloningen van werknemers die hun werkzaamheden in een van beide sectoren uitoefenen in één artikel samengebracht.
Niettemin zijn de gewone regels van toepassing :
- belastingheffing van de beloningen uit de particuliere sector in de Staat waar de werkzaamheden worden verricht, behalve in geval van toepassing van de 183 dagen regel (art. 15, 1 en 2) ;
- belastingheffing van de beloningen uit de overheidssector, zij het onder bepaalde omstandigheden, in de Staat van de schuldenaar van de inkomsten (art. 15, 3 en 4) ;
- belastingheffing, in de Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen, van beloningen van personen die aan boord van een schip of luchtvaart in internationaal verkeer zijn tewerkgesteld (art. 15. 6).
Een bijzondere bepaling stelt uitsluitend in Joegoslavië belastbaar de beloningen van werknemers van de Gemeenschappelijke Economische Vertegenwoordiging van Joegoslavië en van de Toeristische Federatie van Joegoslavië (art. 15, § 5).
E. Artiesten en sportbeoefenaars (art. 17).
1° Algemene regel
13. Inkomsten ter vergoeding van zelfstandige en niet zelfstandige werkzaamheden die in een Staat worden uitgeoefend door artiesten of sportbeoefenaars die inwoner zijn van de andere Staat, zijn in de eerstbedoelde Staat belastbaar, zelfs indien de inkomsten aan een andere persoon dan de artiest of de sportbeoefenaar zelf worden toegekend (art. 17, §§ 1 en 2).
Aldus mag België de inkomsten belasten die worden toegekend uit hoofde van artistieke of sportieve prestatie die door een inwoner van Joegoslavië in België worden verricht, zelfs indien die inkomsten bijvoorbeeld zouden worden betaald aan een vennootschap die inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat of van een derde Staat (in dit laatste geval, onder voorbehoud van de toepassing van de overeenkomst die België eventueel met die derde Staat zou hebben gesloten).
2° Bijzondere regel
14. De regeling omschreven in nr. 13, 2de lid, is niet van toepassing op inkomsten die door artiesten of sportbeoefenaars die inwoner zijn van Joegoslavië in België uitgeoefende werkzaamheden worden verkregen in het kader van een programma van uitwisseling op het gebied van kultuur of sport dat door beide Staten is goedgekeurd. In dergelijk geval zijn deze inkomsten van Belgische belasting vrijgesteld (art. 17, § 3).
F. Particuliere en overheidspensioenen van loon- en wedde- trekkers (art.18).
15. Zoals voor beloningen, zijn de bepalingen inzake de pensioenen uit de particuliere sector en de overheidspensioenen, in één enkel artikel van de overeenkomst samengebracht.
Pensioenen van loon- en weddetrekkers uit de particuliere sector, zowel wettelijke als extra-wettelijke, mogen slechts in de Staat waarvan de genieter inwoner is worden belast (art. 18, § 1). Anderdeels zijn pensioenen uit de overheidssector onder de gewone voorwaarden belastbaar in de Staat van de schuldenaar (art. 18, §§ 2 en 3).
Er worde evenwel opgemerkt dat, in de praktijk, alle pensioenen uit bronnen in Joegoslavië slechts in België zullen mogen worden belast, hetzij op grond van art. 18, § 1, hetzij op grond van art. 18, § 3.
G. Leraren (art. 19)
Hoogleraren en leraren die inwoner zijn van een overeenkomstsluitende Staat en die gedurende ten hoogste 2 jaar in de andere Staat hun hogere studies voortzetten, onderzoek verrichten of aan een universiteit of een andere erkende onderwijsinrichting onderwijs geven, mogen op hun beloningen slechts in de eerstvermelde Staat worden belast, mits deze niet zijn verkregen uit het verrichten van onderzoek in het particulier belang van een of meer bepaalde personen.
H. Studenten, leerlingen en stagiairs (art. 20)
17. Onder de in art. 20, § 1, bepaalde voorwaarden zijn studenten, leerlingen en stagiairs in de Staat waar zij verblijven, vrijgesteld van belasting ter zake van :
- alle bedragen die zij uit bronnen buiten die Staat ontvangen, ten behoeve van hun onderhoud, studie of opleiding, en
- inkomsten die zij verkrijgen ter zake van zelfstandige of niet-zelfstandige werkzaamheden uitgeoefend in de Staat waar zij verblijven, op voorwaarde dat die inkomsten niet hoger zijn dan het bedrag dat nodig is voor hun onderhoud, studie of opleiding.
1. Belastingheffing naar het vermogen (art.22).
18. De bepalingen van het O.E.S.O.-modelverdrag in ver band met de belastingheffing van vermogensbestanddelen werden in de Belgisch-Joegoslavische overeenkomst opgenomen om zo nodig de Joegoslavische belasting op het vermogen (die thans t.a.v. niet-inwoners evenwel niet van toepassing is) evenals elke soortgelijke belasting die later in een van de Staten zou worden ingevoerd, binnen de werkingssfeer van de overeenkomst te brengen.
J. Regeling die in België van toepassing is op inkomsten die door inwoners van België uit bronnen in Joegoslavië worden verkregen (art. 23, § 1).
19. Dubbele belasting van inkomsten die ingevolge de overeenkomst in Joegoslavië mogen worden belast, wordt in België als volgt verholpen :
a) Inkomsten die niet zijn toe te rekenen aan een in Joegoslavië gelegen vaste inrichting :
- alhoewel de overeenkomst deze regeling niet uitdrukkelijk bevestigt worden dividenden die Belgische vennootschappen uit vaste deelnemingen verkrijgen op grond van het interne recht vrijgesteld van de vennootschapsbelasting ten belope van het nettobedrag (95 of 90 pct.. van het werkelijk geïnde bedrag na Joegoslavische belasting, verhoogd met de fictieve roerende voorheffing van 5 pct.) ;
- andere dividenden, interest en royalty's geven aanleiding tot verrekening van het forfaitair gedeelte van de buitenlandse belasting van 15 pct., wanneer zij in Joegoslavië werkelijk werden belast.
b) Andere inkomsten ;
België stelt deze inkomsten vrij doch mag ermede rekening houden om het tarief te bepalen dat op de andere belastbare inkomsten van de genieter van toepassing is.
De Belgisch-Joegoslavische overeenkomst bevat niet de gebruikelijke bepaling ter voorkoming van dubbele ontheffing wegens de compensatie van verliezen die een Belgische onderneming in een vaste inrichting in Joegoslavië mocht hebben geleden.
Het ontbreken van een dergelijke bepaling in de overeenkomst zal in de praktijk evenwel geen dubbele ontheffing tot gevolg hebben daar op dit ogenblik in Joegoslavië geen compensatie van door een vaste inrichting geleden verliezen wordt toegelaten.
Indien de Joegoslavische wetgeving op dit stuk mocht worden gewijzigd, zullen de bevoegde autoriteiten van beide overeenkomstsluitende Staten onderling overleg plegen om de overeenkomst aan te passen ten einde een dubbele aftrek van die verliezen te voorkomen ( Protocol, punt 2).
