Circulaire nr. Ci.R.9.F/509.317 dd. 20.08.1998

CIRC 20.08.98/1

Circulaire nr. Ci.R.9.F/509.317 dd. 20.08.1998


Bull. nr. 786, pag. 2148

DUBBELBELASTINGVERDRAG
Frankrijk.
Grensarbeider.
Heffingsbevoegdheid.

GRENSARBEIDER
Belgische grensarbeider in Frankrijk.


De huidige richtlijnen in verband met de grensarbeiders tewerkgesteld in Frankrijk blijven van toepassing.

Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2+ en 2.

1. Er wordt aan herinnerd dat de thans van kracht zijnde overeenkomst tot voorkoming van dubbele belasting die op 10.3.1964 tussen België en Frankrijk werd gesloten, de volgende bepalingen bevat betreffende de grensarbeiders: Art. 11, § 2, c): "de grensarbeiders die deze hoedanigheid aantonen door het overleggen van de grenskaart welke door de tussen de verdragsluitende Staten gesloten bijzondere overeenkomsten werd ingesteld, zijn slechts belastbaar op hun salarissen, lonen en andere bezoldigingen die zij als dusdanig ontvangen in de verdragsluitende Staat waarvan zij verblijfhouders zijn".

2. Gelet op het feit dat, ingevolge een EEG-verordening van 1968, een einde werd gemaakt aan de aflevering van de betreffende grenskaart was het noodzakelijk, met het oog op het behoud van de grensarbeidersregeling, nieuwe toepassingsregels te definiëren. Daartoe kwamen de Belgische en Franse fiscale autoriteiten, in 1971 zetelend in een gemengde commissie en handelend in het kader van art. 24 van de overeenkomst, overeen dat voortaan als grensarbeiders dienden te worden beschouwd, de loontrekkers die, ongeacht hun nationaliteit, hun activiteit uitoefenen in de grensstreek van één van beide Staten en hun woonplaats hebben in de grensstreek van de andere Staat, waar zij in beginsel dagelijks naar terugkeren.

Er werden specifieke formulieren voorzien met als doel het de betrokkenen mogelijk te maken dadelijk vrijstelling te bekomen in de Staat waar zij hun werkzaamheden verrichten. Aldus moeten de in Frankrijk tewerkgestelde Belgische grensarbeiders een verklaring nr 5206 voorleggen (Com.Ov. 15/51 en 15/52).

3. De Administratie is steeds van mening geweest dat de grensarbeidersregeling van rechtswege van toepassing is op elke werknemer die voldoet aan de terzake gestelde voorwaarden met betrekking tot de woonplaats, de plaats van tewerkstelling en de geregelde terugkeer naar de woonplaats (Com.Ov. 15/31).

4. Dit standpunt werd in eerste instantie ten volle bevestigd door het Gerecht (arrest van het Hof van Beroep te Bergen van 29.10.1993).

5. Uit de meest recente rechtspraak (met name het arrest van het Hof van Cassatie van 27.10.1994, aangehaald in de circ. 16.9.1996, Ci.R.9.F/472.898 (Bull. nr 765) en bevestigd door het arrest van het Hof van Beroep te Luik van 14.1.1998 handelend als hof van verwijzing) blijkt daarentegen dat een inwoner van de Belgische grensstreek werkzaam in de Franse grensstreek slechts als grensarbeider belastbaar in België kan worden beschouwd in zoverre dat de betrokkene zijn hoedanigheid van grensarbeider rechtvaardigt door de voorlegging van een verklaring nr 5206.

Met andere woorden, de betreffende grensarbeiders zouden uiteindelijk, elk jaar opnieuw, in functie van hun eigenbelang het land mogen kiezen waar hun bezoldigingen zullen worden belast: hetzij België (door het voorleggen van de verklaring nr 5206), hetzij Frankrijk (door de voornoemde verklaring niet voor te leggen).

6. Na alle aanwezige elementen nauwkeurig te hebben overwogen, is de Administratie tot het besluit gekomen dat de toepassing van het in de Com.Ov. uiteengezette regime dient te worden gehandhaafd. Aldus moeten de bezoldigingen, verkregen door de rijksinwoners die voldoen aan voormelde voorwaarden (inzake woonplaats en plaats van tewerkstelling) om te worden beschouwd als grensarbeiders, worden onderworpen aan de PB, zelfs indien de verklaring nr 5206 niet werd voorgelegd.

7. De aandacht wordt er op gevestigd dat de Franse administratie onlangs heeft laten weten dat zij eveneens van oordeel is dat de hoedanigheid van grensarbeider niet voortvloeit uit de voorlegging van het grensarbeidersformulier maar enkel uit de materiële criteria inzake woonplaats en plaats van tewerkstelling.

8. Er weze bovendien opgemerkt dat, in tegenstelling tot de onjuiste informatie vervat in bepaalde recente persartikelen, de hiervoor besproken rechtspraak hoe dan ook geen enkel effect heeft op de toepassing van de grensarbeidersregelingen voorzien in de overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belasting ondertekend met Duitsland en Nederland. De bepalingen van deze overeenkomsten - inzake de grensarbeiders - zijn inderdaad verschillend van deze vervat in de met Frankrijk gesloten overeenkomst.

Voor de Directeur-generaal:
De Auditeur-generaal van financiën,


J. MASSON.