Circulaire nr. Ci.RH.241/466.658 dd. 25.08.1995

CIRC 25.08.95/2

Circulaire nr. Ci.RH.241/466.658 dd. 25.08.1995


Bull. nr. 753, pag. 2609

TERUGGAVE DOOR HET RIZIV
Pensioenbijdrage.


Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2 en 3.

1. Onderhavige circulaire heeft tot doel de circ. 5.5.1981 en 6.4.1983, nr. Ci.RH.244/320.694 (Bull. 597, blz. 1396 en Bull. 618, blz. 1452), m.b.t. het belastingstelsel van de teruggaven door het RIZIV van de ten onrechte ingehouden bijdragen op de pensioenen en andere bijkomende voordelen, te herinneren en te actualiseren.

De tekst van die circ. is opgenomen in de bijlagen 1 en 2.

2. Het door het RIZIV teruggegeven bedrag is voor de verkrijger een aanvullend pensioen van dezelfde aard als dat waarop de bijdrage ten onrechte werd ingehouden.

Het gaat evenwel om een inkomen van het belastbare tijdperk waarin de teruggave is verricht.

3. Om het belastingstelsel van dit inkomen te bepalen moet men dus :



a)de aard vaststellen van het aanvullend pensioen waarop de inhouding is verricht;
b)op dit inkomen het passende belastingstelsel toepassen, rekening houdend met de wettelijke bepalingen die voor het belastbare tijdperk van de teruggave gelden.
4. Het door het RIZIV teruggegeven bedrag kan in alle gevallen als een kapitaal worden aangemerkt, zelfs wanneer het voortkomt van inhoudingen die op pensioenen of periodieke renten zijn verricht.

5. Wanneer het kapitaal waarop de bijdrage is ingehouden daarentegen op verschillende wijzen werd belast (bv. een gedeelte tegen het tarief van 16,5 % en een gedeelte tegen het tarief van 10 %), dient men voor het belasten van de teruggave van de bijdrage dezelfde evenredige omdeling toe te passen.

6. Er wordt nog aan herinnerd dat het bedrag van de teruggeven bijdragen uitzonderlijk niet aan de BV moet worden onderworpen.

Er wordt eveneens aan herinnerd dat het RIZIV gemachtigd is om dit bedrag steeds op de fiche 281.11 tegenover kenletter A (rubriek 2, a, van de pensioenfiche 281.11) te vermelden daar het voor die instelling niet mogelijk is zich uit te spreken over het toepasselijke belastingstelsel.

7. De aandacht wordt in het bijzonder gevestigd op het feit dat, niettegenstaande het bedrag van de teruggave steeds tegenover kenletter A van de fiche 281.11 wordt ingeschreven, zulks het toepasselijke belastingstelsel niet beïnvloedt.

Bijgevolg kan de belastingplichtige, ofwel in zijn aangifte, ofwel d.m.v. een bezwaarschrift, de toepassing van het bijzonder belastingstelsel ad hoc eisen.

8. Ter informatie wordt nog medegedeeld dat met ingang van 1.10.1983 het tarief van de inhouding van 1,80 % tot 2,55 % (art. 1, 2°, en 8, 1ste lid, KB nr. 214 van 30.9.1983 - BS 4.10.1983) en sedert 1.10.1992 tot 3,55 % (art. 15, W 26.6.1992 houdende sociale en diverse bepalingen - BS 30.6.1992 en art. 1, KB 18.9.1992 tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van dit artikel - BS 29.9.1992) werd verhoogd.

VOORBEELD

9. In 1994 heeft het RIZIV 50.000 F aan een belastingplichtige gestort als teruggave van de ingehouden bijdrage op een in 1991 betaald kapitaal van een groepsverzekering.

Op dat ogenblik waren de voorwaarden voor een afzonderlijke belasting tegen het tarief van 16,5 % niet vervuld, zodat dit kapitaal als een pensioen volgens het stelsel van de globalisatie werd belast.

Het bedrag van de teruggave moet fiscaal als een in 1994 betaald kapitaal van een groepsverzekering worden aangemerkt.

Bijgevolg zal dit inkomen, indien de vereiste voorwaarden in 1994 zijn vervuld, afzonderlijk tegen het tarief van 16,5 % kunnen worden belast.

NAMENS DE MINISTER :
Voor de Directeur-generaal :
De Auditeur-generaal,


V. KINDT.


BIJLAGE 1

Kapitaal. - Kapitalen, vergoedingen en afkoopwaarden die bij taxatie worden omgezet in lijfrente.

Weerslag van art. 161, W 8.8.1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980 op het bijzonder stelsel van aanslag van toepassing op sommige kapitalen, enz., bedoeld in art. 92, WIB.

Circ. 5.5.1981, nr. Ci.RH.244/320.694 (Uittreksel Bull. 597, blz. 1396).

Gelet op de beschikkingen van artikel 161 van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980 die ten voordele van het RIZIV een afhouding van 1,80 % invoeren op pensioenen en andere bijkomende voordelen betaald of toegekend met ingang van 1 oktober 1980 (2,18 % voor de periode van 1 oktober 1980 tot 31 december 1981), wordt het bruto belastbaar bedrag van een kapitaal geldend als rente werkelijk bekomen door van zijn brutobedrag af te trekken :



a)de afhouding van 1,80 % berekend op dat bedrag;
b)de afhouding van 0,38 % berekend op de fictieve lijfrente die voortspruit uit de omzetting van het bruto kapitaal volgens de coëfficiënten vastgesteld bij artikel 57 van het Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, en vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller het aantal maanden is begrepen tussen de datum van betaling en 31 december 1981 en de noemer 12 is.
Wanneer op dat kapitaal het bijzonder aanslagstelsel als bedoeld in artikel 92 van voormeld Wetboek kan worden toegepast maakt zijn belastbaar bedrag zoals hierboven bepaald de berekeningsbasis uit van de lijfrente die aan de bedrijfsvoorheffing moet worden onderworpen en als dusdanig vermeld op de fiche 281.11 welke moet worden opgesteld voor het jaar van betaling van het beoogde kapitaal.

Uit de berekeningswijze van het belastbaar bedrag van de fictieve omzettingsrente volgt dat de werkelijke aftrek van de bijkomende 0,38 % eenvormig zal worden gespreid over de verschillende aanslagjaren tijdens welke die rente bijdragen tot de vorming van het belastbaar inkomen van de genieter.

Anderzijds, zullen de sommen die overeenstemmen met de besproken afhoudingen van 1,80 en 0,38 %, in de mate dat zij zullen teruggegeven zijn geweest, aanvullende pensioenen vertegenwoordigen die belastbaar zijn voor het jaar van de teruggave; die zullen eveneens het genot mogen krijgen van het in artikel 92 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen voorziene belastingstelsel, wanneer die afhoudingen zijn geschied op een kapitaal waarop dat stelsel van toepassing is.

De maatregelen tot uitvoering van deze regels zullen eerstdaags in gemeen overleg met het RIZIV worden genomen (Zie circ. van 6.4.1983 toegevoegd als bijlage 2).

BIJLAGE 2

Bijdrage. - Bijdrage ZIV ingehouden op pensioenen of aanvullende voordelen.

Kapitaal. - Kapitalen, vergoedingen en afkoopwaarden die bij taxatie worden omgezet in lijfrente.

Kapitaal. - Vergoedingen in kapitaal geldend als renten of pensioenen.

Pensioenfiches - Fiches 281.11.

Terugbetaling. - Bijdrage ZIV ingehouden op pensioenen of aanvullende voordelen.

Aanvullende richtlijnen betreffende :

  • het opstellen door het RIZIV van de pensioenfiches 281.11 m.b.t. de niet verschuldigde sociale bijdragen die aan gepensioneerden zijn teruggegeven;
  • het belastingstelsel van de teruggegeven bijdragen die werden ingehouden op kapitalen geldend als renten of pensioenen.


Circ. 6.4.1983, nr. Ci.RH.244/320.694 (Uittreksel Bull. 618, blz. 1452).

De circulaire van 5 mei 1981, zelfde nummer, voorziet dat in de mate dat zij niet verschuldigd zijn en door het RIZIV worden teruggeven, de bijdragen ten laste van de gepensioneerden en bestemd voor de sector geneeskundige verzorging van de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering aanvullende pensioenen vertegenwoordigen die belastbaar zijn voor het jaar van de teruggave en dat deze bijdragen bovendien het in artikel 92 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen bepaalde belastingstelsel genieten wanneer zij werden afgehouden op een als rente of pensioen geldend kapitaal waarop dat stelsel van toepassing is.

Voor het RIZIV is het niet mogelijk het onderscheid te maken tussen de teruggegeven bijdragen naargelang zij werden ingehouden op pensioenen, periodieke renten of op een kapitaal geldend als rente of pensioen. Deze bijdragen die uitzonderlijk niet aan de bedrijfsvoorheffing moeten worden onderworpen, dienen in alle gevallen te worden vermeld tegenover de rubriek "Pensioenen, lijfrenten en andere ermede gelijkgestelde toelagen" van vak 2, litt. a, van de individuele fiches 281.11, waarvan de dubbels in het bezit van de genieters moeten worden gesteld.

Het bedoelde bijzondere belastingstelsel zal nochtans worden toegepast op de teruggegeven bijdragen, die al dan niet uitsluitend betrekking hebben op een als renten of pensioen geldend kapitaal waarvoor het genot van dat stelsel werd verleend, wanneer de betrokken belastingplichtige de toepassing ervan eist bij het invullen van zijn belastingaangifte of door het indienen van een bezwaarschrift bij de bevoegde gewestelijke directeur der directe belastingen, met dien verstande dat deze bijdragen, in voorkomend geval, zullen worden geacht, volledig betrekking te hebben op dit kapitaal.