Circulaire 2018/C/37 betreffende de invoering van een nieuwe vrijstelling van de taks op de beursverrichtingen
Deze circulaire bespreekt art. 126^1, 8°, W.DRT, dat een vrijstelling voorziet van de TOB met betrekking tot verrichtingen die worden uitgevoerd door een financiële tussenpersoon voor rekening van een emittent in het kader van een liquiditeitscontract.
Diverse rechten en taksen; taks op de beursverrichtingen; vrijstelling; liquiditeitscontract
FOD Financiën, 15.03.2018
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Vennootschapsbelasting
Inhoudstafel
I. Inleiding
II. Wettekst
III. Toepassingsvoorwaarden
1. De emittent is genoteerd op een Belgische gereglementeerde markt
2. De verrichting is goedgekeurd door een voorafgaand besluit van de algemene vergadering
3. De verrichting wordt uitgevoerd door een tussenpersoon voor rekening van de emittent
4. De verrichting wordt uitgevoerd in het kader van een overeenkomst afgesloten tot het verschaffen van liquiditeit
I. Inleiding
1. Deze circulaire bespreekt de bepalingen van art. 126^1, 8°, W.DRT, zoals dat door art. 15, W 22.10.2017 (1) wordt hersteld en dat een nieuwe categorie van vrijstelling invoert van de taks op de beursverrichtingen (TOB) voor liquiditeitscontracten.
(1) Wet van 22.10.2017 houdende diverse fiscale bepalingen I (BS 10.11.2017, blz. 98213 e.v. – W 22.10.2017).
Het liquiditeitscontract, dat een toename van de liquiditeit en bijgevolg een afname van de volatiliteit beoogt, draagt bij aan de doeltreffendheid van de financiële markten en dat zowel in het belang van de emittenten als van de investeerders (2).
(2) Zie Parl. St., Kamer, zitting 2016-2017, DOC 54 2639/001, blz. 18, eerste lid.
2. Die vrijstelling vormt een aanvulling op de vrijstelling die voorzien is in art. 126^1, 2°, W.DRT, die de verrichtingen beoogt die door een tussenpersoon, zoals bedoeld in art. 2, 9° en 10°, W 02.08.2002 (3), voor eigen rekening worden uitgevoerd. Ze heeft betrekking op de aandelen van een emittent waarmee de tussenpersoon een liquiditeitscontract heeft afgesloten om er voor te zorgen dat er voldoende liquiditeit op de markt is met betrekking tot het betreffende aandeel en dat binnen de voorwaarden van de tussen de emittent en de tussenpersoon gesloten overeenkomst (4).
(3) Wet van 02.08.2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten (W 02.08.2002).
(4) Zie Parl. St., Kamer, zitting 2016-2017, DOC 54 2639/001, blz. 18, derde lid en DOC 54 2639/003, blz. 5.
Het gebruik van liquiditeitscontracten is een courante praktijk, zowel in België als in het buitenland. Sinds de uitbreiding op 01.01.2017 van de toepassing van de TOB naar de orders die rechtstreeks of onrechtstreeks aan een in het buitenland gevestigde tussenpersoon worden gegeven (art. 120, W.DRT), is die vorm van liquiditeitsverschaffing evenwel nagenoeg stilgevallen met alle nadelige gevolgen van dien voor de liquiditeit van de aandelen (5).
(5) Zie Parl. St., Kamer, zitting 2016-2017, DOC 54 2639/001, blz. 18, laatste lid.
Het doel van de wijziging van art. 126^1, W.DRT, is dan ook om eveneens een vrijstelling te voorzien voor die tweede vorm van liquiditeitsvoorziening (6).
(6) Zie Parl. St., Kamer, zitting 2016-2017, DOC 54 2639/001, blz. 19, eerste lid.
II. Wettekst
3. Art. 126^1, 8°, W.DRT, bepaalt:
"Zijn van de taks vrijgesteld:
…
"8° de verrichtingen die, met het oog op het bevorderen van de liquiditeit van zijn aandelen, voortvloeien uit een door de algemene vergadering van een emittent genomen voorafgaand besluit zoals voorzien in artikel 620, § 1, 1°, van het Wetboek van de vennootschappen, en die voor rekening van de emittent die beursgenoteerd is op een gereglementeerde markt zoals bedoeld in artikel 2, 5° van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, worden uitgevoerd door een tussenpersoon als bedoeld in artikel 2, 9° en 10°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, waarmee de emittent een overeenkomst tot het verschaffen van liquiditeit heeft afgesloten;".
III. Toepassingsvoorwaarden
4. De nieuwe vrijstelling van de TOB beoogt de verrichtingen die aan de volgende vier voorwaarden voldoen.
1. De emittent is genoteerd op een Belgische gereglementeerde markt
5. De emittent van de aandelen moet genoteerd zijn op een Belgische gereglementeerde markt zoals bedoeld in art. 2, 5°, W 02.08.2002.
Het begrip 'Belgische gereglementeerde markt' wordt gedefinieerd aan de hand van art. 3, 8°, W 21.11.2017 (7) dat bepaalt dat een Belgische gereglementeerde markt een markt is waarvan België de lidstaat van herkomst is (8).
(7) Art. 2, 5°, W 02.08.2002, werd vervangen door art. 101, d), wet van 21.11.2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten en houdende omzetting van Richtlijn 2014/65/EU, dat van toepassing is vanaf 03.01.2018 (zie art. 259, eerste lid, W 21.11.2017).
(8) Het begrip 'lidstaat van herkomst' wordt gedefinieerd in art. 3, 41°, W 21.11.2017.
Een 'gereglementeerde markt' (9) is een 'door een marktexploitant geëxploiteerd en/of beheerd multilateraal systeem dat meerdere koop- en verkoopintenties van derden met betrekking tot financiële instrumenten - binnen dit systeem en volgens de niet-discretionaire regels van dit systeem - samenbrengt of het samenbrengen daarvan vergemakkelijkt op zodanige wijze dat er een overeenkomst uit voortvloeit met betrekking tot financiële instrumenten die volgens de regels en de systemen van de markt tot de handel zijn toegelaten, en waaraan vergunning is verleend en die regelmatig werkt, overeenkomstig titel III van Richtlijn 2014/65/EU' (10).
(9) Zie art. 3, 7°, W 21.11.2017.
(10) Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (herschikking).
6. Aan Euronext Brussels en de markt voor afgeleide producten van Euronext Brussels nv wordt van rechtswege een vergunning verleend als gereglementeerde markt met België als lidstaat van herkomst (11).
(11) Zie art. 253, W 21.11.2017.
2. De verrichting is goedgekeurd door een voorafgaand besluit van de algemene vergadering
7. De verrichting wordt ten name van de emittent gelijkgesteld met een inkoop van eigen aandelen. Bijgevolg is voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst een machtiging van de algemene vergadering (AV) van de emittent vereist, verleend overeenkomstig art. 620, § 1, 1°, W. Venn. Die overeenkomst moet de voorwaarden respecteren die door de AV worden opgelegd (12).
(12) Zie Parl. St., Kamer, zitting 2016-2017, DOC 54 2639/001, blz. 18, vierde lid.
8. Art. 620, § 1, 1°, W. Venn., bepaalt:
"De verkrijging door een naamloze vennootschap van haar eigen aandelen of winstbewijzen of van certificaten die daarop betrekking hebben, door aankoop of ruil, rechtstreeks of door een persoon die handelt in eigen naam maar voor rekening van de vennootschap, alsmede de inschrijving op zodanige certificaten na de uitgifte van de daarmee overeenstemmende aandelen of winstbewijzen, moet voldoen aan de volgende voorwaarden:
1° de verkrijging is onderworpen aan een voorafgaand besluit van de algemene vergadering, genomen met inachtneming van de in artikel 559 bepaalde voorschriften inzake quorum en meerderheid;"
Art. 559, vierde tot zesde lid, W. Venn., bepaalt op zijn beurt:
"De algemene vergadering kan alleen dan op geldige wijze over een wijziging van het doel van de vennootschap beraadslagen en besluiten, wanneer de aanwezigen niet alleen de helft van het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen, maar ook de helft van het totale aantal winstbewijzen, indien er zulke effecten zijn.
Is deze voorwaarde niet vervuld, dan is een nieuwe bijeenroeping nodig. Opdat de tweede vergadering op geldige wijze kan beraadslagen en besluiten, is het voldoende dat enig deel van het kapitaal er vertegenwoordigd is.
Een wijziging is alleen dan aangenomen, wanneer zij ten minste vier vijfde van de stemmen heeft verkregen.".
3. De verrichting wordt uitgevoerd door een tussenpersoon voor rekening van de emittent
9. Het moet gaan om een tussenpersoon zoals bedoeld in art. 2, 9° of 10°, W 02.08.2002, namelijk een 'financiële tussenpersoon' of een 'gekwalificeerde tussenpersoon'.
10. Een 'financiële tussenpersoon' is overeenkomstig art. 2, 9°, W 02.08.2002, "elke persoon van wie het gewone bedrijf bestaat in het beroepsmatig verrichten van beleggingsdiensten".
Overeenkomstig art. 2, 10°, W 02.08.2002, is een 'gekwalificeerde tussenpersoon':
"elke financiële tussenpersoon die tot één van de volgende categorieën behoort:
a) de kredietinstellingen naar Belgisch recht die zijn ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 14 van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen;
b) de kredietinstellingen waarvan de Staat van herkomst een andere Lidstaat van de Europese Economische Ruimte is en die in België beleggingsdiensten mogen verstrekken overeenkomstig artikel 312 of 313 van dezelfde wet;
c) de kredietinstellingen waarvan de Staat van herkomst een derde Staat is en die in België beleggingsdiensten mogen verstrekken overeenkomstig artikel 333 van dezelfde wet;
d) de beleggingsondernemingen naar Belgisch recht die over een vergunning als beursvennootschap of vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies beschikken;
e) de beleggingsondernemingen waarvan de Staat van herkomst een andere Lidstaat van de Europese Economische Ruimte is en die in België beleggingsdiensten mogen verstrekken krachtens artikel 110 van dezelfde wet, met inbegrip van natuurlijke personen van wie de Staat van herkomst het verstrekken van beleggingsdiensten in de hoedanigheid van natuurlijke persoon toelaat;
f) de beleggingsondernemingen waarvan de Staat van herkomst een derde Staat is en die in België beleggingsdiensten mogen verstrekken krachtens artikel 111 van dezelfde wet;
g) [ … ]
h) de Europese Centrale Bank, de NBB (13) en de andere centrale banken van de Lidstaten van de Europese Economische Ruimte, onverminderd de toepassing van artikel 108 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Unie;
i) de andere financiële tussenpersonen aangeduid door de Koning op advies van de FSMA, in voorkomend geval voor de toepassing van de bepalingen die Hij aanwijst;".
(13) Het betreft de Nationale Bank van België (zie art. 2, 20°, W 02.08.2002).
4. De verrichting wordt uitgevoerd in het kader van een overeenkomst afgesloten tot het verschaffen van liquiditeit
11. De verrichting moet gebeuren in het kader van een liquiditeitscontract dat voorafgaandelijk wordt afgesloten tussen de emittent en de tussenpersoon.
Een liquiditeitscontract is een overeenkomst op basis waarvan een financiële tussenpersoon zich tegenover een emittent ertoe verbindt om in welbepaalde omstandigheden tussen te komen op de markt als koper en/of verkoper van de effecten van de emittent.
Dat type van contract beoogt de liquiditeit te verhogen en de volatiliteit van de effecten te verminderen (14).
(14) Zie Parl. St., Kamer, zitting 2016-2017, DOC 54 2639/001, blz. 18, eerste lid.
12. De vraag of een verrichting uitgevoerd wordt met de bedoeling liquiditeit te verschaffen op de markt kan worden nagegaan door (15):
- enerzijds het bestaan van de beslissing van de AV van de emittent om de liquiditeit van het aandeel te verzekeren onder de voorwaarden die door de AV ter zake werden opgelegd en
- anderzijds de overeenkomst die werd afgesloten tussen de emittent en de tussenpersoon tot het verschaffen van liquiditeit.
Aan die twee voorwaarden moet voorafgaandelijk aan de verrichting voldaan zijn.
(15) Zie Parl. St., Kamer, zitting 2016-2017, DOC 54 2639/001, blz. 19, tweede lid.
13. De verrichtingen die worden uitgevoerd buiten het kader van zo'n overeenkomst komen niet in aanmerking voor de vrijstelling.
IV. Inwerkingtreding
14. Art. 126^1, 8°, W.DRT, treedt in werking op de tiende dag die volgt op de publicatie van de W 22.10.2017 in het Belgisch Staatsblad, namelijk op 20.11.2017.
NAMENS DE MINISTER:
Voor de Administrateur generaal van de fiscaliteit:
De Adviseur-generaal,
Danny DELVAUX
Interne ref.: 713.506
