Circulaire nr. Ci.RH.82/531.274 van 14.06.2000

CIRC 14.06.00/1
Bull. nr. 806, pag. 1384
AANGIFTE IN DE PB
Aangifteformulier
Invulling van de aangifte

EURO
Overschakeling op de euro
Wijzigingen aan de aangifte in de PB van het aj. 2000.
Aan alle ambtenaren.
1. Deel 1 van de aangifte in de PB bestaat voor het aj. 2000 uit 8 bladzijden i.p.v. uit 6. Deze uitbreiding is hoofdzakelijk toe te schrijven aan:
  • het feit dat de belastingplichtige, ingevolge art. 9, W 30.10.1998 betreffende de euro (V 2613, Bull. 788), vanaf het aj. 2000 ervoor kan opteren om zijn aangifte in euro (EUR) in te vullen i.p.v. in Belgische frank (BEF);
  • de door art. 4, W 4.5.1999 houdende fiscale en andere bepalingen (V 2699, Bull. 795) ingevoerde mogelijkheid voor niet samenwonende ouders die het hoederecht over hun gemeenschappelijke kinderen delen, om de toeslagen op de belastingvrije som wegens de tenlasteneming van die kinderen over hen beiden te verdelen.
Ingevolge de eerstgenoemde wettelijke bepaling is vooraan in de aangifte een nieuw vak ingelast (vak II), waarin onder rubriek 1 de gekozen munteenheid moet worden aangekruist (1). De gegevens "financiële rekening", "telefoonnummer" en "beroep" uit het vroegere vak I (personalia) zijn eveneens naar dit nieuwe vak I overgebracht.
[(1) Tevens zijn alle in de aangifte en in de toelichting voorkomende bedragen zowel in BEF als in EUR vermeld.]
De tweede bovenvermelde wettelijke bepaling heeft inzonderheid tot gevolg dat er in het (hernummerde) vak II (persoonlijke gegevens en gezinslasten) twee nieuwe rubrieken zijn toegevoegd (B, 2 en B, 3). Tevens is van de gelegenheid gebruik gemaakt om dit vak intern te herschikken en verder te verduidelijken.
Als gevolg van voormelde uitbreiding van deel 1 zijn bepaalde andere vakken (waaronder ook de dienstvakken) bovendien herschikt en/of hernummerd. Zo zijn inzonderheid de vroegere vakken XI (diverse inkomsten) en XVII (vorige verliezen en aftrekbare bestedingen) overgebracht van deel 2 naar deel 1 waar zij respectievelijk samengebracht worden met de vroegere vakken VI (ontvangen onderhoudsuitkeringen) en VII (aftrekbare bestedingen) in de nieuwe vakken VI en VIII.
De overdracht van bepaalde vakken van deel 2 naar deel 1 heeft eveneens tot gevolg dat deel 2 van de aangifte van 6 tot 4 bladzijden is teruggebracht, waardoor dit deel thans uitsluitend voor bedrijfsleiders en zelfstandigen bestemd is.
Naast de in de nrs. 1 en 2 aangehaalde wijzigingen en de aanpassing van een aantal bedragen overeenkomstig de in art. 178, § 2, of § 3, 2°, WIB 92 vastgestelde indexeringscoëfficiënten, is de aangifte nog op de volgende plaatsen gewijzigd:
a)
vak II, A, 1 en A, 2: schrapping van de vakjes die voorheen aangekruist moesten worden als de echtgenoot van een belastingplichtige die in de loop van het belastbaar tijdperk, hetzij weduwnaar of weduwe geworden was, hetzij overleden was, niet meer dan 75.000 BEF nettobestaansmiddelen (voor het aj. 1999) had, dit ingevolge de opheffing van de daaraan verbonden toeslagen op de belastingvrije som en de invoering van een nieuwe gunstmaatregel (cf. art. 5, W 4.5.1999 houdende fiscale en andere bepalingen);
b)
vak II, A, 1: vermelding van de naam en voornaam van de echtgenoot van wie de belastingplichtige feitelijk gescheiden is, met het oog op de inkohiering op naam van beide echtgenoten van de afzonderlijke aanslagen vanaf het jaar na dat waarin de feitelijke scheiding heeft plaatsgevonden (cf. art. 3, W 4.5.1999 houdende fiscale en andere bepalingen);
c)
vak IV, A, 5 en vak XII, 4: inlassing van een rubriek voor het vermelden van het belastbare voordeel van de in 1999 aan werknemers, respectievelijk aan bedrijfsleiders toegekende aandelenopties (cf. art. 41 tot 47, W 26.3.1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen - V 2676, Bull. 793);
d)
vak IV, K en vak XII, 16: uitsplitsing van de rubriek teneinde een onderscheid te maken tussen de vóór en de tijdens het jaar 1999 toegekende aandelenopties (cf. art. 47, §§ 1 en 2, W 26.3.1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen). Voor de aandelenopties toegekend in 1999 dient te worden opgegeven of de opties op 31.12.1999 nog in het bezit van de belastingplichtige waren, dit als controlemiddel voor de niet op de beurs genoteerde of verhandelde aandelenopties waarvan het forfaitair vastgestelde belastbaar voordeel overeenkomstig art. 43, § 6, van voormelde W 26.3.1999 wordt gehalveerd;
e)
vak VI, C, 4, c: tekstaanpassing met het oog op het vermelden van de in 1998 geleden en nog niet afgetrokken verliezen op in België gelegen gebouwde onroerende goederen of op zakelijke rechten met betrekking tot zulke goederen (cf. art. 103, § 3, WIB 92);
f)
vak VII, A, 2, b: inlassen van een rubriek voor de aangifte van het gedeelte van de interesten en dividenden van de in art. 21, 10°, WIB 92 (ingevoegd door art. 62, W 26.3.1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen) bedoelde vennootschappen met een sociaal oogmerk waarop geen roerende voorheffing is geheven en dat, per gezin, meer bedraagt dan de vrijgestelde schijf van 6.000 BEF (148,74 EUR);
g)
vak IX, E: inlassing van een rubriek voor het vermelden van de bijdragen voor het vrij pensioen van meewerkende echtgenoot van een zelfstandige die, vanaf 1 april 1999 betaald zijn en recht geven op de in art. 145^1, 6°, en 145^16bis, WIB 92 vermelde belastingvermindering (cf. art. 204 tot 206 en 208, W 25.1.1999 houdende sociale bepalingen - V 2656, Bull. 792);
h)
vak XIV, 3: inlassing van een rubriek voor de aangifte van het te belasten gedeelte van de voor het aj. 1999 verkregen vrijstelling voor bijkomend personeel die, ingevolge een vermindering van het gemiddelde personeelsbestand van het jaar 1999 t.o.v. het jaar 1998, geheel of gedeeltelijk moet worden teruggenomen (1) (cf. art. 29, § 4, Programmawet 10.2.1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap V 2559, Bull. 782);
i)
vak XV, 4: verdere uitsplitsing van de rubriek met het oog op het vermelden van de overdracht van het nog niet verrekende belastingkrediet betreffende de aj. 1997, 1998 en 1999 (zie inzonderheid art. 291, 2de lid, WIB 92);
j)
vak XVII: tekstaanpassing ingevolge de uitdoving, wat de vrijstelling van belastingvermeerdering wegens gebrek aan voorafbetalingen betreft, van de leeftijdsvoorwaarde van 35 jaar voor belastingplichtigen die zich vanaf 1997 voor het eerst als zelfstandige hebben gevestigd (cf. art. 2, W 6.7.1997 tot wijziging van artikel 164 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 - V 2528, Bull. 777).
[(1) In vak XIII dient de terugname van die vrijstelling onder de bestaande rubriek 2 te worden opgenomen].
Wat de toelichting betreft, zijn de passages die wezenlijke wijzigingen hebben ondergaan, in de rand met een stippellijn gemerkt; zij hebben hoofdzakelijk betrekking op de hiervoor besproken aanpassingen.
De aandacht wordt evenwel nog op de volgende punten gevestigd:
a)
vak II, B, 2 en B, 3 en vak VIII, 2: onderhoudsuitkeringen betaald voor kinderen waarvoor overeenkomstig art. 132bis, WIB 92 de verdeling van het belastingvoordeel wegens de tenlasteneming gevraagd wordt, zijn niet aftrekbaar (cf. art. 104, 1° en 2°, WIB 92, aangevuld door art. 2, W 4.5.1999 houdende fiscale en andere bepalingen);
b)
vak III, A, 5 en A, 6: de inkomsten uit pachtovereenkomsten van gronden die opgesteld zijn bij authentieke akte en die voorzien in een eerste gebruiksperiode van minimaal 18 jaar, zijn vanaf het aj. 2000 vrijgesteld van personenbelasting overeenkomstig art. 12, § 2, 2de lid, WIB 92 (cf. W 13.5.1999 tot stimulering van langetermijnpachten - V 2709, Bull. 796);
c)
vak IV, A, 2, a: wijziging van het grensbedrag voor de berekening van de bedrijfsvoorheffing op het door de verlofkassen betaalde vakantiegeld (cf. nr. 26 van de bijlage III van het KB/WIB 92, zoals zij werd vervangen door, achtereenvolgens, de bijlage van het KB 4.12.1998 tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de bedrijfsvoorheffing (V 2627, Bull. 790) en de bijlage van het KB 30.3.1999 tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de bedrijfsvoorheffing (V 2684, Bull. 7931));
d)
vak VI, C, 3 en C, 4: aanpassing van de teksten betreffende de niet belastbaarheid van meerwaarden op ongebouwde en gebouwde onroerende goederen van minderjarigen, onbekwaamverklaarden en personen aan wie een voorlopig bewindvoerder is toegevoegd, als gevolg van de wijziging van de art. 93, 3°, en 93bis, 2°, WIB 92 door de art. 7, respectievelijk 8, W 4.5.1999 houdende diverse fiscale bepalingen (V 2703, Bull. 796);
e)
vak VIII, 1 en deel 2, inlichtingen van algemene aard: overeenkomstig het bepaalde in fine van art. 80, WIB 92 (ingelast door art. 6, W 4.5.1999 houdende diverse fiscale bepalingen) kunnen beroepsverliezen van burgerlijke vennootschappen en verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid (feitelijke verenigingen) ook worden afgetrokken van de beroepsinkomsten van de vennoten of leden die geen winst of baten uit een beroepswerkzaamheid van dezelfde aard hebben, op voorwaarde dat die vennoten of leden bewijzen dat de beroepsverliezen in kwestie voortspruiten uit verrichtingen die beantwoorden aan rechtmatige financiële of economische behoeften;
f)
vak VIII, 4: het hoogst aftrekbare bedrag van de tot 80 % teruggebrachte uitgaven voor kinderoppas is met ingang van het aj. 2000 op 450 BEF (11, 16 EUR) per oppasdag en per kind gebracht (cf. art. 61, KB/WIB 92, zoals het werd gewijzigd door art. 1, KB 27.1.2000 tot wijziging van het KB/WIB 92, met betrekking tot het hoogst aftrekbare bedrag van de uitgaven voor kinderoppas - V 2795, Bull. 802);
g)
deel 1, in fine: toevoeging van een kader waarin de aandacht van de belastingplichtigen gevestigd wordt op bepaalde formaliteiten inzake de ondertekening en de terugzending van de aangifte;
h)
vak XII, 5: de revalorisatiecoëfficiënt die geldt voor de vaststelling van het gedeelte van de huurinkomsten dat als een bezoldiging van bedrijfsleider moet worden beschouwd (zie art. 32, 2de lid, 3°, WIB 92), is voor het aj. 2000 gelijk aan 3,15 (cf. art. 1, KB/WIB 92, gewijzigd door art. 1, KB 29.10.1999 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de revalorisatiecoëfficiënt voor kadastrale inkomens - V 2772, Bull. 800);
i)
vak XIII, 9: overeenkomstig art. 46, KB/WIB 92 (vervangen door art. 2, KB 9.6.1999 tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van belastingvrijstelling voor personeel dat in België voor wetenschappelijk onderzoek, technologisch potentieel, uitvoer of integrale kwaliteitszorg wordt tewerkgesteld - V 2722, Bull. 797) moeten de in dat artikel vermelde verantwoordingsstukken bij de aangifte worden gevoegd voor elk belastbaar tijdperk waarvoor de toekenning of het behoud van de vrijstelling wordt gevraagd;
j)
vak XIII, 10: vanaf het aj. 2000 kunnen ook ondernemingen die anders dan per kalenderjaar boekhouden voor de "vrijstelling voor ander bijkomend personeel" in aanmerking komen (cf. art. 29, § 2, Programmawet 10.2.1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap);
k)
vak XV, 4, a: bij de vaststelling van het verrekenbare belastingkrediet moeten vanaf het aj. 2000 alleen de schulden met een oorspronkelijke looptijd van meer dan 1 jaar die betrekking hebben op beroepswerkzaamheden die winst of baten opbrengen, in aanmerking worden genomen (cf. art. 289bis, § 1, 1 ste lid, WIB 92, vervangen door art. 28, W 4.5.1999 houdende diverse fiscale bepalingen).
NAMENS DE MINISTER:
Voor de Directeur-generaal:
De Directeur,
P. LEROY.