Circulaire nr. 16/2002 d.d. 07.10.2002

Registratierechten Vlaams Gewest.
Wijzigingen aan de stelsels van het abattement en van de meeneembaarheid.
Wijziging van artikel 212 W.Reg.
AFZ 21/2002 - Dos. E.E./L. 107
In het Staatsblad van 19 september 2002 werd het decreet van het Vlaams Parlement van 5 juli 2002 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2002 bekendgemaakt.
De artikelen 61 en 62 en de artikelen 64 tot 67 van dat decreet voeren een aantal wijzigingen door aan de stelsels van het abattement en van de meeneembaarheid, zoals deze in het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten werden ingevoegd bij het decreet van 1 februari 2002. Artikel 63 van het decreet werkt in artikel 212 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten een ongewenst effect van de invoering van het abattement op de in dat artikel bedoelde teruggave weg.
Wat de inwerkingtreding van deze wijzigingen betreft wordt hier reeds de aandacht gevestigd op het feit dat verschillende wijzigingen binnen eenzelfde artikel van het Wetboek, niet noodzakelijk op hetzelfde tijdstip ingaan. Hiervoor wordt verwezen naar punt 4 van de commentaar.
Bij deze circulaire worden deze wijzigingen toegelicht. In bijlage 1 gaat een uittreksel uit het decreet van 5 juli 2002. Bijlage 2 bevat de gecoördineerde teksten van de gewijzigde artikelen van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten. In bijlage 3 wordt opgave gedaan van de wijzigingen die ingevolge onderhavig decreet moeten aangebracht worden in de basiscirculaires betreffende het abattement en de meeneembaarheid (circulaires 3-4/2002 en 3-5/2002 van 17 januari 2002)
Commentaar.
1. Wijzigingen aan het stelsel van het abattement.
1.1. Bevestiging van het administratief standpunt dat het bezit van de volle eigendom van een bouwgrond een uitsluitingsgrond voor het recht op het abattement vormt - artikel 61 van het decreet; wijziging van artikel 46bis, derde lid, 1°, W.Reg.
In de circulaire nr. 3-4 van 17 januari 2002 werd gesteld dat in het kader van het abattement het bezit van een bouwgrond onder de uitsluitingsregel valt. Dit werd afgeleid uit de ratio legis van de invoering van het abattement: een fiscale stimulans voor de "instappers", d.w.z. personen die een eerste woning of bouwgrond voor een woning verwerven. Om hieromtrent elke mogelijke betwisting weg te nemen heeft de Vlaamse decreetgever beslist uitdrukkelijk in de tekst van artikel 46bis W.Reg. te bepalen dat het reeds bezitten van een bouwgrond voor een woning, evenzeer als het reeds bezitten van een woning, een beletsel vormt voor de toekenning van het abattement.
Uit de voorbereidende werken blijkt dat met de omschrijving "een perceel grond, stedenbouwkundig bestemd tot woningbouw" bedoeld wordt "een grond bestemd om er een woning op te richten", m.a.w. een bouwgrond waarop krachtens de stedenbouwkundige voorschriften van de Vlaamse overheid het oprichten van een woning in principe toegestaan is.
1.2. Om voor het abattement in aanmerking te komen moet de overeenkomst van aankoop van de woning of van de bouwgrond voor een woning niet langer meer "eenvoudig" zijn - artikel 64 van het decreet ; wijziging van artikel 46bis, eerste lid W.Reg.
Om recht te hebben op het abattement wordt niet meer vereist dat de aankoop "eenvoudig" is. Dit betekent dus dat voortaan de aankoop onder een voorwaarde - opschortende of ontbindende - mag zijn aangegaan.
De reden waarom de vereiste van het "eenvoudig" karakter wordt verlaten is dat die voorwaarde, hoewel gerechtvaardigd als uitgangspunt, in de praktijk al te streng blijkt te zijn. Die voorwaarde verhinderde bijvoorbeeld dat bij aankopen bij de sociale huisvestingsmaatschappijen het abattement kon worden genoten, omdat die huisvestingsmaatschappijen enkel verkoopovereenkomsten sluiten waarin standaard een ontbindend beding is vervat (onder de vorm van een recht van wederinkoop in geval de koper de hem opgelegde verbintenissen niet tijdig nakomt).
De vereiste dat het moet gaan om een "zuivere" aankoop blijft echter onverkort behouden.
1.3. Wijziging aan de bepaling inzake de termijn waarbinnen de aankoper of aankopers hun hoofdverblijfplaats moeten vestigen op de plaats van het aangekochte goed - artikel 66 van het decreet ; wijziging van artikel 46bis, derde lid, 2°, c) W.Reg.
Aangezien de aankoop voortaan (onder meer) aan een opschortende voorwaarde kan onderworpen zijn, heeft de Vlaamse decreetgever het aanvangspunt van de termijn waarbinnen de hoofdverblijfplaats op de plaats van het aangekochte goed moet worden gevestigd, aangepast. De koppeling van die termijn aan de datum van de authentieke akte wordt verlaten. Bij de bespreking van de inwerkingtreding van de nieuwe bepalingen verder in deze circulaire (z. blz. 8 en volg.), zal er de aandacht op gevestigd worden dat dit invloed heeft op de einddatum voor de vestiging van de hoofdverblijfplaats op de plaats van het verkochte goed.
Het vertrekpunt van die termijn wordt in principe bepaald door de datum van registratie van het document dat tot de heffing van het evenredig recht op de aankoop aanleiding geeft. Op dat principe wordt uitzondering gemaakt wanneer het document dat tot de heffing van het evenredig recht aanleiding geeft laattijdig ter registratie werd aangeboden. In dat geval wordt het vertrekpunt van de termijn bepaald door de uiterste datum van de termijn voor tijdige aanbieding ter registratie van dat document. De ratio legis van die uitzondering is te vermijden dat een laattijdige aanbieding ter registratie de koper of de kopers enig voordeel zou opleveren wat het onderhavige vertrekpunt betreft.
Indien het een onvoorwaardelijke aankoop of een aankoop onder ontbindende voorwaarde betreft, is het vertrekpunt van de termijn dus de datum waarop de authentieke akte betreffende de aankoop is geregistreerd, tenzij de aanbieding ter registratie laattijdig is geschied, in welk geval de uiterste datum voor tijdige aanbieding van de authentieke akte ter registratie als vertrekpunt voor de termijn moet worden genomen.
Vb. Een authentieke akte betreffende de aankoop van een woning met een beding van wederinkoop (= ontbindende voorwaarde) bevat alle nodige vermeldingen om het abattement te kunnen genieten. Ze is verleden op 3 januari 2003 en
1ste geval: geregistreerd op 20 januari 2003 (tijdige aanbieding ter registratie) ;
2de geval: geregistreerd op 24 januari 2003 (niet-tijdige aanbieding ter registratie).
In beide gevallen moet de koper ten laatste op 20 januari 2005 zijn hoofdverblijfplaats op de plaats van het gekochte goed hebben gevestigd, wil hij het voordeel van het abattement behouden.
Indien het een aankoop onder opschortende voorwaarde betreft moet gekeken worden naar de datum van de registratie van de verklaring bedoeld in artikel 31, 1ste lid, 2° W.Reg., althans wanneer dat document binnen de door het Wetboek voorziene termijnen ter registratie is aangeboden. Is dat niet het geval, dan vormt de uiterste datum waarop dit had moeten gebeurd zijn (cf. art. 33 W.Reg.), het vertrekpunt van de termijn voor de vestiging van de hoofdverblijfplaats op de plaats van het aangekochte goed.
Vb. Een aankoop van een woning onder een opschortende voorwaarde wordt vastgesteld bij een authentieke akte verleden op 1 oktober 2002. De akte bevat alle nodige vermeldingen om het abattement te genieten. Ze wordt geregistreerd op 11 oktober 2002 (tegen het algemeen vast recht). De voorwaarde wordt vervuld op 1 augustus 2003. De verklaring van de vervulling van de voorwaarde wordt:
1ste geval: geregistreerd op 1 september 2003;
2de geval: geregistreerd op 31 december 2003.
In het eerste geval moet de koper ten laatste op 1 september 2005 zijn hoofdverblijfplaats op de plaats van het gekochte goed hebben gevestigd, wil hij het voordeel van het abattement behouden.
In het tweede geval moet de koper ten laatste op 1 december 2005 zijn hoofdverblijfplaats op de plaats van het gekochte goed hebben gevestigd, wil hij het voordeel van het abattement behouden.
Hoewel in vorenstaande voorbeelden enkel over woningen wordt gesproken, geldt het onderscheid in vertrekpunt van onderhavige termijn (datum van de registratie of uiterste datum voor tijdige aanbieding ter registratie) uiteraard ook in geval het om de aankoop van een bouwgrond gaat.
2. Wijzigingen aan het stelsel van de meeneembaarheid.
2.1. Technische rechtzetting - artikel 62 van het decreet ; wijziging van artikel 61^4, laatste lid, W.Reg.
In de circulaire nr. 3-5 van 17 januari 2002 werd aangegeven dat het oorspronkelijk de bedoeling was om bij een verrichting-verrekening als vereiste te stellen dat alle vormvoorwaarden inzake meeneembaarheid moesten vervuld zijn in de authentieke akte van de nieuwe aankoop. Bij amendement werd later in artikel 61 4, tweede lid, de mogelijkheid ingeschreven om aan bedoelde voorwaarden te voldoen in een afzonderlijk verzoekschrift. Daarbij werd echter vergeten het laatste lid van artikel 61 4 dienovereenkomstig aan te passen . Die technische rechtzetting gebeurt bij artikel 62 van het decreet. Ze werd reeds geanticipeerd in de circulaire nr. 3-5, zodat hetgeen daarin gezegd wordt op blz. 46 onder randnummer 37 onverkort van toepassing blijft.
2.2. De aan- en verkopen binnen een verrichting kunnen voortaan voorwaardelijk zijn - artikel 64 van het decreet ; wijziging van de artikelen 61^3 en 212bis W.Reg.
Ook in het kader van de meeneembaarheid (onder de beide modaliteiten ervan) wordt de vereiste weggelaten dat de aankoop- en verkoopelementen in de verrichtingen (A2 en V1) een "eenvoudig" karakter moeten hebben. Voor de ratio legis van deze wijziging wordt verwezen naar hetgeen gezegd wordt onder punt 1.2.
De decreetgever heeft daarentegen niets gewijzigd aangaande de vereiste dat A2 en V1 "zuiver" moeten zijn. Dit geldt zowel voor de verrichting-verrekening als voor de verrichting-teruggave
Merk op dat er inzake de termijn voor de nieuwe aankoop bedoeld in artikel 61^3, eerste lid, W.Reg. (A2) (verrichting-verrekening) en inzake de termijn voor de verkoop van de "oude" woning-hoofdverblijfplaats bedoeld in artikel 212bis (V1) (verrichting-teruggave), evenmin iets werd gewijzigd. Het feit dat de overeenkomst met betrekking tot het voorgaand element in de verrichting (V1 bij verrichting-verrekening en A2 bij verrichting-teruggave) onder een opschortende voorwaarde werd gesloten, heeft dus geen invloed op die termijnen.
Vb. verrichting verrekening (A1 - V1 - A2)
V1 wordt vastgesteld bij authentieke akte van 1 juli 2002. De verkoopovereenkomst V1 is aangegaan onder een opschortende voorwaarde die vervuld wordt op 31 mei 2003. A2 moet vaste datum hebben gekregen binnen twee jaar te rekenen van 1 juli 2002.
Vb. verrichting teruggave (A1-A2-V1)
A2 wordt vastgesteld bij authentieke akte van 1 juli 2002. De aankoopovereenkomst A2 is aangegaan onder een opschortende voorwaarde die vervuld wordt op 1 januari 2005. V1 moet vaste datum hebben gekregen binnen twee jaar te rekenen van 1 juli 2002.
2.3. Wijziging aan de bepalingen inzake de termijn waarbinnen de aankoper of aankopers hun hoofdverblijfplaats moeten vestigen op de plaats van het aangekochte goed - artikel 65 en 67 van het decreet ; wijziging van de artikelen 61^4, eerste lid, 3°, b) en 212bis, zesde lid, 3°, b), W.Reg.
Het feit dat de nieuwe aankoop A2 (zowel in een verrichting-verrekening als in een verrichting-teruggave) voortaan onder een opschortende voorwaarde kan geschieden (zie punt 2.2.), heeft de decreetgever ertoe geleid het vertrekpunt van de termijnen voor overbrenging van de hoofdverblijfplaats naar het nieuw aangekochte goed aan te passen. Net zoals bij het abattement wordt ook hier de datum van de authentieke akte van aankoop van de nieuwe woning-hoofdverblijfplaats verlaten als uitgangspunt voor de termijn voor overbrenging van de hoofdverblijfplaats naar de nieuw aangekochte woning. Bijgevolg geldt ook hier dus dat dit veelal een invloed zal hebben op de einddatum van de betreffende termijn (zie punt 4 - inwerkingtreding).
Het vertrekpunt van de termijn voor overbrenging van de hoofdverblijfplaats naar A2 wordt voortaan in principe bepaald door de datum van de registratie van het document dat tot de heffing van het evenredig recht op A2 aanleiding geeft. Uitzondering op die regel wordt gemaakt wanneer dat document laattijdig ter registratie wordt aangeboden; in dat geval wordt het vertrekpunt van onderhavige termijn bepaald door de uiterste datum voor tijdige aanbieding ter registratie van bedoeld document. Dit geldt zowel voor de tweejarige termijn indien A2 een woning is als voor de driejarige termijn indien A2 een bouwgrond is.
Indien het gaat om een onvoorwaardelijke aankoop of om een aankoop onder een ontbindende voorwaarde wordt het vertrekpunt van de termijn dus in principe bepaald door de datum van de registratie van het compromis of van de authentieke akte. Indien de betreffende akte laattijdig ter registratie wordt aangeboden, moet de datum waarop die registratie uiterlijk had moeten geschieden, als vertrekpunt worden genomen.
Indien het gaat om een aankoop onder een opschortende voorwaarde, moet gekeken worden naar de datum van de registratie van de verklaring bedoeld in artikel 31, 1ste lid, 2° W.Reg., althans wanneer dat document binnen de door het Wetboek voorziene termijnen ter registratie is aangeboden. Is dat niet het geval, dan vormt de uiterste datum waarop dit had moeten gebeurd zijn (cf. art. 33 W.Reg.), het vertrekpunt van de termijn voor de vestiging van de hoofdverblijfplaats op de plaats van het aangekochte goed.
3. Wijziging aan het stelsel van teruggave bepaald in artikel 212 W.Reg. (wederverkopen binnen de twee jaar).
3.1. Neutralisering van de invloed van het abattement op het bij toepassing van artikel 212 W.Reg. teruggeefbaar bedrag - artikel 63 van het decreet - wijziging van artikel 212, derde lid, W.Reg.
De problematiek kan best verduidelijkt worden aan de hand van een voorbeeld.
A heeft op 1 maart 2002 bij authentieke akte een woning gekocht.
De heffingsgrondslag bedraagt: € 200.000 (verkoopwaarde = overeengekomen waarde). A geniet niet van het voordeel van het abattement. De heffing bedraagt dus: € 200.000 x 10% = € 20.000.
A verkoopt bij authentieke akte van 1 februari 2004 deze woning aan B. De overeengekomen waarde is gelijk aan de verkoopwaarde die onveranderd is gebleven (€ 200.000). Het tarief blijft 10%.
* 1ste geval: B geniet niet van het voordeel van het abattement bij deze aankoop.
A heeft dan bij toepassing van artikel 212 recht op teruggave van:
3/5 van € 20.000 = € 12.000
* 2de geval: B geniet van het voordeel van het abattement bij deze aankoop.
Vóór de inwerkingtreding van de wijziging ervan bij onderhavig decreet, luidde het derde lid van artikel 212 W.Reg.: "Niet teruggegeven wordt het recht dat betrekking heeft op het gedeelte van de prijs en de lasten van de verkrijging, dat hoger is dan het bedrag dat tot grondslag heeft gediend voor de heffing van de belasting op de akte van wederverkoop.".
Onder de gelding van dat lid kon er dus maar in casu worden teruggegeven:
3/5 x [ ( € 200.000 - € 12.500) x 10%] = € 11.250
= heffingsgrondslag na aftrek van het abattement
* Verschil: in het tweede geval krijgt A dus € 750 minder terug.
Naargelang B al of niet het abattement geniet, is er aldus een verschil in het bedrag waarvan A teruggave kan vragen. Billijkheidshalve zou het feit of B al of niet van het abattement geniet, een neutraal gegeven moeten zijn ten opzichte van de grootte van het bedrag van de teruggave waarop A krachtens de wederverkoop binnen de twee jaar recht heeft.
Om dit ongewenst effect van het abattement op het bedrag van de overeenkomstig artikel 212 W.Reg. teruggeefbare rechten te neutraliseren, heeft de Vlaamse decreetgever de tekst van het derde lid van dat artikel aangepast: "Niet teruggegeven wordt het recht dat betrekking heeft op het gedeelte van de prijs en de lasten van de verkrijging, dat hoger is dan de overeenkomstig de artikelen 45 en 46 bepaalde heffingsgrondslag van de akte van wederverkoop.". Met andere woorden: er moet niet meer gekeken worden naar de heffingsgrondslag na aftrek van het abattement, maar naar de heffingsgrondslag zonder aftrek van het abattement voor de toepassing van de begrenzing vervat in het derde lid van artikel 212 W.Reg. In het hiervoor gegeven voorbeeld brengt dat mee dat ook in het tweede geval een bedrag van € 12.000 aan rechten voor teruggave in aanmerking komt:
3/5 x (€ 200.000 x 10%) = € 12.000
= heffingsgrondslag zonder aftrek van abattement
4. Inwerkingtreding
Overzicht
Gewijzigd artikel
W.Reg.
Artikel van het decreet
Punt van de
commentaar
Inwerkingtreding
46bis, eerste lid
64
1.2.
1 juli 2002
46bis, derde lid, 1° 61 1.1. 1 januari 2002
46bis, derde lid, 2°, c
66
1.3.
1 juli 2002
61^3, eerste lid
64
2.2.
1 juli 2002
61^4, eerste lid, 3°, b
65
2.3.
1 juli 2002
61^4, laatste lid 62 2.1. 1 januari 2002
212
63
3.1.
1 juli 2002
212bis, eerste lid
64
2.2.
1 juli 2002
212bis, zesde lid, 3°, b
67
2.3.
1 juli 2002
De wijzigingen aan de artikelen 46bis en aan artikel 61^4 treden dus niet alle op dezelfde datum in werking.
Door de inwerkingtreding van de wijzigingen aan artikel 46bis, derde lid, 1° en aan artikel 61^4, laatste lid W.Reg. te bepalen op 1 januari 2002, heeft de Vlaamse Decreetgever het interpretatief karakter van deze wijzigingen onderstreept. Voor de praktische toepassing hebben deze wijzigingen geen gevolgen, omdat de betreffende bepalingen door de administratie reeds werden geïnterpreteerd in de zin van de wijzigingen eraan aangebracht door onderhavig decreet.
De wijzigingen waarvan de inwerkingtreding is bepaald op 1 juli 2002 zijn wijzigingen sensu stricto, en brengen dus wel degelijk veranderingen mee in de stelsels van het abattement, van de meeneembaarheid en van teruggave wegens wederverkoop binnen de twee jaar.
Opdat een voorwaardelijke (of "niet-eenvoudige") overeenkomst de toepassing van het abattement of van de meeneembaarheid niet zou uitsluiten, moet ze dus dateren van na 30 juni 2002. Bij het abattement gaat het steeds om een aankoopovereenkomst, bij de meeneembaarheid gaat het om de nieuwe aankoopovereenkomst (A2) in geval van verrekening en de verkoopovereenkomst (V1) in geval van teruggave in de verrichting.
Wat de aan te gane verbintenissen inzake vestiging van de hoofdverblijfplaats betreft moet gekeken worden naar de datum van de overeenkomst die het recht op abattement of op meeneembaarheid doet ontstaan . Dateert deze van vóór 1 juli 2002, dan is het de verbintenis- oude versie, vanaf 1 juli 2002 is het de verbintenis-nieuwe versie. Merk op dat dit veelal een verschil geeft in de einddatum van de termijn voor overbrenging van de hoofdverblijfplaats.
Vb. in het kader van het abattement
* 1ste geval: de overeenkomst tot aankoop van de woning (compromis) dateert van 30 juni 2002. De authentieke akte wordt verleden op 10 juli 2002 en wordt ter registratie aangeboden op 26 juli 2002. De termijn voor vestiging van de hoofdverblijfplaats in de woning verstrijkt op 10 juli 2004.
* 2de geval: de overeenkomst tot aankoop van de woning (compromis) dateert van 1 juli 2002. De authentieke akte wordt verleden op 10 juli 2002 en wordt ter registratie aangeboden op 26 juli 2002 (1 dag te laat). De termijn voor overbrenging van de hoofdverblijfplaats verstrijkt op 25 juli 2004.
Tenslotte treedt ook de wijziging aan artikel 212, derde lid, W.Reg in werking op 1 juli 2002. Of de teruggave geschiedt met toepassing van het oude of het nieuwe derde lid van artikel 212, wordt bepaald door het tijdstip waarop het recht op teruggave is ontstaan. Het nieuwe derde lid van artikel 212 zal dus maar van toepassing zijn als de authentieke akte van wederverkoop dateert van na 30 juni 2002.
NAMENS DE MINISTER:
De adjunct-administrateur-generaal van de belastingen,
Jean-Marc DELPORTE
----------
BIJLAGE 1
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 19 september 2002
5 juli 2002. - Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2002.
Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt:
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2002.
HOOFDSTUK XV. - Registratierechten
Art. 61. In het wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten wordt in het artikel 46bis, ingevoegd door het decreet van 1 februari 2002, in de derde alinea de voorwaarde vermeld onder punt 1° gewijzigd als volgt :
"1° Geen van de verkrijgers mag op de datum van de overeenkomst tot koop voor de geheelheid eigenaar zijn van een ander onroerend goed, dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd ; indien de aankoop geschiedt door meerdere personen mogen zij bovendien op vermelde datum gezamenlijk niet voor de geheelheid eigenaar zijn van een ander onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd. Een perceel grond, stedenbouwkundig bestemd tot woningbouw wordt beschouwd als een onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd ;".
Art. 62. In artikel 61^4 van hetzelfde wetboek, ingevoegd door het decreet van 1 februari 2002, worden, in het laatste lid de woorden " (de) authentieke akte" vervangen door de woorden "het tot de heffing van het evenredig recht aanleiding gevend document".
Art. 63. In hetzelfde wetboek worden in het artikel 212, derde lid de woorden: "het bedrag dat tot grondslag heeft gediend voor de heffing van de belasting op de akte van wederverkoop" vervangen door de woorden "de overeenkomstig de artikelen 45 en 46 bepaalde heffingsgrondslag van de akte van wederverkoop".
Art. 64. In de artikelen 46bis, 61^3, en 212bis van hetzelfde wetboek, ingevoegd door het decreet van 1 februari 2002, vervallen telkens de woorden "en eenvoudige".
Art. 65. In artikel 61^4 van hetzelfde wetboek, ingevoegd door het decreet van 1 februari 2002 wordt het eerste lid, 3°, b) vervangen als volgt :
"b) dat hij zijn hoofdverblijfplaats op de plaats van het nieuw aangekochte goed zal vestigen:
- indien het een woning betreft, binnen twee jaar na:
- ofwel de datum van de registratie van het document dat tot de heffing van het evenredig recht op de aankoop aanleiding geeft, wanneer dat document binnen de ervoor bepaalde termijn ter registratie wordt aangeboden ;
- ofwel de uiterste datum voor tijdige aanbieding ter registratie, wanneer het document dat tot de heffing van het evenredig recht op de aankoop aanleiding geeft wordt aangeboden na het verstrijken van de daarvoor bepaalde termijn ;
- indien het een bouwgrond betreft, binnen drie jaar na dezelfde datum.".
Art. 66. In artikel 46bis van hetzelfde wetboek, ingevoegd door het decreet van 1 februari 2002 wordt het derde lid, 2, c) vervangen als volgt:
"c) zich verbinden hun hoofdverblijfplaats te vestigen op de plaats van het aangekochte goed :
- indien het een woning betreft, binnen twee jaar na :
- ofwel de datum van de registratie van het document dat tot de heffing van het evenredig recht op de aankoop aanleiding geeft, wanneer dat document binnen de ervoor bepaalde termijn ter registratie wordt aangeboden ;
- ofwel de uiterste datum voor tijdige aanbieding ter registratie, wanneer het document dat tot de heffing van het evenredig recht op de aankoop aanleiding geeft wordt aangeboden na het verstrijken van de daarvoor bepaalde termijn ;
- indien het een bouwgrond betreft, binnen drie jaar na dezelfde datum.".
Art. 67. In artikel 212bis van hetzelfde wetboek, ingevoegd door het decreet van 1 februari 2002, wordt het zesde lid, 3°, b) vervangen als volgt :
"b) dat hij zijn hoofdverblijfplaats op de plaats van het nieuw aangekochte goed heeft gevestigd of zal vestigen :
- indien het een woning betreft, binnen twee jaar na :
- ofwel de datum van de registratie van het document dat tot de heffing van het evenredig recht op de aankoop aanleiding geeft, wanneer dat document binnen de ervoor bepaalde termijn ter registratie wordt aangeboden ;
- ofwel de uiterste datum voor tijdige aanbieding ter registratie, wanneer het document dat tot de heffing van het evenredig recht op de aankoop aanleiding geeft wordt aangeboden na het verstrijken van de daarvoor bepaalde termijn ;
- indien het een bouwgrond betreft, binnen drie jaar na dezelfde datum.".
HOOFDSTUK XVII. - Slotbepalingen
Art. 69. Dit decreet treedt in werking op 1 juli 2002, met uitzondering van:
1° … ;
2° … ;
3° de artikelen 19, 23, 25, 61 en 62 en de bepalingen van artikel 22 met betrekking tot kunststofafval, voedselafval en gebruikte oplosmiddelen hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2002 ;
4° - 8° …
Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 5 juli 2002.
De minister-president van de Vlaamse regering,
P. DEWAEL
De Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie,
S. STEVAERT
De Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid,
Gelijke Kansen en Ontwikkelings samenwerking,
Mevr. M. VOGELS
De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming,
Mevr. M. VANDERPOORTEN
De Vlaamse minister van Werkgelegenheid en Toerisme,
R. LANDUYT
De Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw,
Mevr. V. DUA
De Vlaamse minister van Financiën en Begroting,
Innovatie, Media en Ruimtelijke Ordening,
D. VAN MECHELEN
De Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden,
Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken,
P. VAN GREMBERGEN
De Vlaamse minister van Economie,
Buitenlands Beleid, Buitenlandse Handel en Huisvesting,
J. GABRIELS
De Vlaamse minister van Sport en Brusselse Aangelegenheden,
G. VANHENGEL
BIJLAGE 2
Gecoördineerde teksten
Artikel 46bis. De heffingsgrondslag ten aanzien van de verkopingen, zoals bepaald in de artikelen 45 en 46, wordt verminderd met 12.500 euro in geval van zuivere […] aankoop van de geheelheid volle eigendom van een tot bewoning aangewend of bestemd onroerend goed door een of meer natuurlijke personen om er hun hoofdverblijfplaats te vestigen.
Het voordeel van de vermindering van de heffingsgrondslag overeenkomstig dit artikel kan niet gecombineerd worden met het voordeel van de verrekening bedoeld in § 4bis van deze afdeling of met het voordeel van de teruggave bedoeld in artikel 212bis.
Aan de vermindering van de heffingsgrondslag zijn de volgende voorwaarden verbonden.
1° Geen van de verkrijgers mag op de datum van de overeenkomst tot koop voor de geheelheid eigenaar zijn van een ander onroerend goed, dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd ; indien de aankoop geschiedt door meerdere personen mogen zij bovendien op vermelde datum gezamenlijk niet voor de geheelheid eigenaar zijn van een ander onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd. Een perceel grond, stedenbouwkundig bestemd tot woningbouw wordt beschouwd als een onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd ;
2° In de authentieke koopakte of in een verklaring onderaan op die akte gesteld moeten de verkrijgers:
a) uitdrukkelijk vermelden, op straffe van definitief verlies van het eraan verbonden voordeel, dat zij de toepassing van dit artikel vragen;
b) verklaren dat zij voldoen aan de voorwaarde vermeld in 1° van dit lid;
c) zich verbinden hun hoofdverblijfplaats te vestigen op de plaats van het aangekochte goed :
- indien het een woning betreft, binnen twee jaar na :
- ofwel de datum van de registratie van het document dat tot de heffing van het evenredig recht op de aankoop aanleiding geeft, wanneer dat document binnen de ervoor bepaalde termijn ter registratie wordt aangeboden ;
- ofwel de uiterste datum voor tijdige aanbieding ter registratie, wanneer het document dat tot de heffing van het evenredig recht op de aankoop aanleiding geeft wordt aangeboden na het verstrijken van de daarvoor bepaalde termijn ;
- indien het een bouwgrond betreft, binnen drie jaar na dezelfde datum.
In geval de verklaring bedoeld in 2°, b), van het derde lid onjuist wordt bevonden, zijn de verkrijgers ondeelbaar gehouden tot betaling van de aanvullende rechten over het bedrag waarmee de heffingsgrondslag werd verminderd, en van een boete gelijk aan die aanvullende rechten.
Dezelfde aanvullende rechten en boete zijn ondeelbaar verschuldigd door de verkrijgers indien geen van hen de in 2° c) van het derde lid bedoelde verbintenis naleeft. Komen sommige verkrijgers die verbintenis niet na dan worden de aanvullende rechten en de boete, waartoe zij ondeelbaar gehouden zijn, bepaald naar verhouding van hun wettelijk aandeel in de aankoop. Evenwel is de boete niet verschuldigd indien de niet-naleving van de bedoelde verbintenis het gevolg is van overmacht.
Artikel 61^3. In geval van zuivere […] aankoop van een tot bewoning aangewend of bestemd onroerend goed door een natuurlijke persoon om er zijn hoofdverblijfplaats te vestigen, wordt zijn wettelijk aandeel in de rechten die overeenkomstig de artikelen 44, 53, 2°, of 57 verschuldigd waren op de aankoop van de woning die hem voorheen tot hoofdverblijfplaats heeft gediend of van de bouwgrond waarop die woning is opgericht, verrekend met zijn wettelijk aandeel in de rechten verschuldigd op de nieuwe aankoop, mits de nieuwe aankoop vaste datum heeft gekregen binnen twee jaar te rekenen van de datum van de authentieke akte van de zuivere […] wederverkoop van de woning die hem voorheen tot hoofdverblijfplaats heeft gediend.
Van de verrekening overeenkomstig de bepalingen van dit artikel zijn uitgesloten de rechten betaald voor de verkrijging van een onroerend goed dat niet in het Vlaamse Gewest is gelegen.
De verrekening overeenkomstig de bepalingen van dit artikel levert in geen geval grond voor een teruggave op.
In geval een verrichting als bedoeld in het eerste lid is voorafgegaan door een of meer zulke verrichtingen en/of door een of meer verrichtingen als bedoeld in het eerste lid van artikel 212bis, worden, in voorkomend geval, de bij die voorgaande verrichtingen ingevolge de toepassing van het derde of het vijfde lid van dit artikel nog niet verrekende rechten en/of de ingevolge de toepassing van het derde of het vijfde lid van artikel 212bis nog niet teruggegeven rechten, gevoegd bij het wettelijk aandeel van de natuurlijke persoon in de overeenkomstig de artikelen 44, 53, 2°, of 57 verschuldigde rechten op de voorlaatste aankoop, om het verrekenbaar bedrag bij de laatste aankoop te bepalen.
Het te verrekenen bedrag, bekomen met toepassing van het eerste of het vierde lid kan nooit meer bedragen dan 12.500 euro. Dit maximum te verrekenen bedrag wordt bepaald in verhouding tot de fractie die de natuurlijke persoon bekomt in het nieuw aangekochte goed.
Artikel 61^4. Aan de in artikel 61^3 bepaalde verrekening zijn de volgende voorwaarden verbonden:
1° de toepassing van artikel 61^3 wordt uitdrukkelijk gevraagd in de authentieke akte van de nieuwe aankoop;
2° de authentieke akte van de nieuwe aankoop bevat een afschrift van het registratierelaas dat is aangebracht op de authentieke akte van aankoop van de verkochte woning of van de bouwgrond waarop die woning is opgericht, en vermeldt het wettelijk aandeel van de natuurlijke persoon in de rechten geheven op die vorige aankoop.
Indien de verrekening wordt gevraagd met toepassing van het vierde lid van artikel 61^3 dan moet die akte bovendien de afschriften bevatten van de relazen aangebracht op de akten betreffende de in aanmerking te nemen voorafgaande verrichtingen en bij ieder relaas het wettelijk aandeel van de natuurlijke persoon in de verrekende of teruggegeven rechten vermelden.
3° in de authentieke akte van de nieuwe aankoop of in een ondertekende en waar en oprecht verklaarde vermelding onderaan op de akte, vermeldt de natuurlijke persoon uitdrukkelijk :
a) dat de verkochte woning hem tot hoofdverblijfplaats diende ten tijde van de verkoop;
b) dat hij zijn hoofdverblijfplaats op de plaats van het nieuw aangekochte goed zal vestigen :

- indien het een woning betreft, binnen twee jaar na :

- ofwel de datum van de registratie van het document dat tot de heffing van het evenredig recht op de aankoop aanleiding geeft, wanneer dat document binnen de ervoor bepaalde termijn ter registratie wordt aangeboden ;
- ofwel de uiterste datum voor tijdige aanbieding ter registratie, wanneer het document dat tot de heffing van het evenredig recht op de aankoop aanleiding geeft wordt aangeboden na het verstrijken van de daarvoor bepaalde termijn;
- indien het een bouwgrond betreft, binnen drie jaar na dezelfde datum.
Aan de voorwaarden van het eerste lid wordt ook geacht voldaan te zijn als het verzoek en de vermeldingen het voorwerp uitmaken van een door de natuurlijke persoon ondertekend verzoek, dat het ter registratie aangeboden en tot de heffing van het evenredig registratierecht aanleiding gevend document, vergezelt.
Indien een van de voorwaarden bepaald in het eerste lid niet is vervuld, wordt het tot de heffing van het evenredig recht aanleiding gevend document van de nieuwe aankoop geregistreerd zonder toepassing van artikel 61^3.
Artikel 212. In geval van wederverkoop van een onroerend goed, door de verkoper of zijn rechtsvoorgangers verkregen bij een akte waarop het bij artikel 44 vastgestelde recht is voldaan, wordt drie vijfde van dat recht aan de wederverkoper teruggegeven indien de wederverkoop bij authentieke akte vastgesteld is binnen twee jaar na de datum van de authentieke akte van verkrijging.
Wanneer de verkrijging of de wederverkoop heeft plaatsgehad onder een opschortende voorwaarde, wordt de termijn van wederverkoop berekend op basis van de datum waarop deze voorwaarde is vervuld.
Niet teruggegeven wordt het recht dat betrekking heeft op het gedeelte van de prijs en de lasten van de verkrijging, dat hoger is dan de overeenkomstig de artikelen 45 en 46 bepaalde heffingsgrondslag van de akte van wederverkoop .
In geval van gedeeltelijke wederverkoop wordt in het verzoek tot teruggave het deel van de aanschaffingsprijs dat betrekking heeft op het wederverkochte gedeelte nader aangegeven onder controle van het bestuur.
Een door de wederverkoper en de instrumenterende notaris ondertekend verzoek tot teruggave, onderaan op de akte gesteld voor de registratie, heeft dezelfde gevolgen als het met redenen omkleed verzoek ingevolge artikel 217 2. Dit verzoek moet een afschrift van het registratierelaas van de authentieke akte van verkrijging bevatten, alsook de naam van de begunstigde van de teruggave en, in voorkomend geval, het rekeningnummer waarop het bedrag van de terug te geven rechten moeten worden gestort.
Artikel 212bis. In geval van zuivere […] verkoop door een natuurlijke persoon van een als zijn hoofdverblijfplaats aangewende woning, na de zuivere […] aankoop van een onroerend goed dat hij als nieuwe hoofdverblijfplaats aanwendt of bestemt, wordt zijn wettelijk aandeel in de rechten die overeenkomstig de artikelen 44, 53, 2°, of 57 verschuldigd waren op de aankoop van de verkochte woning of van de bouwgrond waarop die woning is opgericht, teruggegeven mits de verkoop vaste datum heeft gekregen binnen twee jaar, of drie jaar in geval van aankoop van een bouwgrond, te rekenen van de datum van de authentieke akte van de nieuwe aankoop.
Van de teruggave overeenkomstig de bepalingen van dit artikel zijn uitgesloten de rechten betaald voor de verkrijging van een onroerend goed dat niet in het Vlaamse Gewest is gelegen.
De teruggave overeenkomstig de bepalingen van dit artikel kan in geen geval meer bedragen dan het bedrag van het wettelijk aandeel van de natuurlijke persoon in de rechten geheven op de nieuwe aankoop.
In geval een verrichting als bedoeld in het eerste lid is voorafgegaan door een of meer zulke verrichtingen en/of door een of meer verrichtingen als bedoeld in het eerste lid van artikel 61^3, worden, in voorkomend geval, de bij die voorgaande verrichtingen ingevolge de toepassing van het derde of het vijfde lid van dit artikel nog niet teruggegeven rechten en/of de ingevolge de toepassing van het derde of het vijfde lid van artikel 61^3 nog niet verrekende rechten, gevoegd bij het wettelijk aandeel van de natuurlijke persoon in de overeenkomstig de artikelen 44, 53, 2°, of 57 verschuldigde rechten op de voorlaatste aankoop, om het teruggeefbaar bedrag bij de wederverkoop ervan te bepalen.
Het terug te geven bedrag, bekomen met toepassing van het eerste of het vierde lid kan nooit meer bedragen dan 12.500 euro. Dit maximum terug te geven bedrag wordt bepaald in verhouding tot de fractie die de natuurlijke persoon bekomt in het nieuw aangekochte goed.
Aan de teruggave zijn de volgende voorwaarden verbonden:
1° het verzoek tot teruggave, ondertekend door de natuurlijke persoon en de instrumenterende notaris, wordt gedaan onderaan de authentieke akte van de verkoop;
2° de authentieke akte van de verkoop bevat
a) een afschrift van het registratierelaas dat is aangebracht op de authentieke akte van aankoop van de verkochte woning of van de bouwgrond waarop die woning is opgericht en vermeldt het wettelijk aandeel van de natuurlijke persoon in de rechten geheven op die aankoop;
b) een afschrift van het registratierelaas dat is aangebracht op de authentieke akte van aankoop van de nieuwe hoofdverblijfplaats en vermeldt het wettelijk aandeel van de natuurlijke persoon in de rechten geheven op die aankoop.
Indien de teruggave wordt gevraagd met toepassing van het vierde lid van dit artikel dan moet die akte bovendien de afschriften bevatten van de relazen aangebracht op de akten betreffende de in aanmerking te nemen voorafgaande verrichtingen en bij ieder relaas het wettelijk aandeel van de natuurlijke persoon in de verrekende of teruggegeven rechten vermelden;
3° in de authentieke akte van wederverkoop of in een ondertekende en waar en oprecht verklaarde vermelding onderaan de akte, verklaart de natuurlijke persoon uitdrukkelijk:
a) dat de wederverkochte woning hem tot hoofdverblijfplaats diende ten tijde van de nieuwe aankoop;
b) dat hij zijn hoofdverblijfplaats op de plaats van het nieuw aangekochte goed heeft gevestigd of zal vestigen :
- indien het een woning betreft, binnen twee jaar na :
- ofwel de datum van de registratie van het document dat tot de heffing van het evenredig recht op de aankoop aanleiding geeft, wanneer dat document binnen de ervoor bepaalde termijn ter registratie wordt aangeboden ;
- ofwel de uiterste datum voor tijdige aanbieding ter registratie, wanneer het document dat tot de heffing van het evenredig recht op de aankoop aanleiding geeft wordt aangeboden na het verstrijken van de daarvoor bepaalde termijn ;
- indien het een bouwgrond betreft, binnen drie jaar na dezelfde datum.
Aan de voorwaarden van het zesde lid wordt ook geacht voldaan te zijn als het verzoek en de vermeldingen het voorwerp uitmaken van een door de natuurlijke persoon ondertekend verzoek tot teruggave dat het ter registratie aangeboden en tot de heffing van het evenredig registratierecht aanleiding gevend document vergezelt.
In geval van onjuistheid of niet-nakoming van de vermeldingen voorgeschreven bij het zesde lid, is de natuurlijke persoon gehouden tot betaling van de onrechtmatig teruggegeven rechten en van een boete gelijk aan die rechten. De boete is evenwel niet verschuldigd indien de niet-nakoming van de verplichting opgelegd door het zesde lid, 3°, b, het gevolg is van overmacht.
Het verzoek tot teruggave heeft dezelfde gevolgen als het met redenen omkleed verzoek ingevolge artikel 217^2. Het verzoek vermeldt in voorkomend geval het rekeningnummer waarop het bedrag van de terug te geven rechten kan worden gestort.
BIJLAGE 3
1. wijzigingen aan te brengen in het commentaargedeelte van de basiscirculaire over het abattement - circulaire nr. 3-4 van 17 januari 2002.
1.1. Blz. 3, eerste alinea, vervangen als volgt:
In het nieuwe artikel 46bis komen een aantal begrippen voor die ook terug te vinden zijn in de nieuwe artikelen waarin de "meeneembaarheid" wordt geregeld (nieuwe artikelen 61^3 e.v. en 212bis). Het betreft inzonderheid de begrippen "hoofdverblijfplaats" en "zuivere aankoop". Ze hebben in al die artikelen dezelfde inhoud, vermits de Vlaamse Regering het abattement ziet als een aanvulling op het concept van de meeneembaarheid (cf. Memorie van toelichting bij artikel 6).
1.2. Blz. 4, punt 3.2 vervangen als volgt:
3.2. Zuivere aankoop
Het begrip "zuivere aankoop" is nieuw in het kader van het Wetboek der registratierechten.
Met het adjectief "zuivere" heeft de Vlaamse decreetgever, zowel in de regeling van het abattement als in die van de meeneembaarheid, willen aangeven dat de aankoop moet gedaan zijn bij een contract van koop in de enge zin. Voldoen dus niet aan die vereiste de verkrijgingen van onroerende goederen die juridisch te kwalificeren zijn als een ruil, een afstand van onverdeelde rechten bedoeld in artikel 113, of nog als contracten waarop de artikelen 129 of 130 van toepassing zijn, hoewel dergelijke overdrachten ook aan het verkooprecht onderworpen zijn 2.
1.3. Blz. 6, punt 4.1.4 vervangen als volgt
4.1.4. Het moet gaan om een zuivere aankoop
Voor de inhoud van het adjectief "zuivere" zie de toelichting bij dat begrip hiervoor onder punt 3.2.
1.4. Blz. 6, de vierde alinea onder het item "1ste component" vervangen als volgt:
In het kader van het abattament valt niet alleen het bezit van een woning maar ook het bezit van "een perceel grond, stedenbouwkundig bestemd tot woningbouw" onder de uitsluitingsregel. Uit de voorbereidende werken van het decreet van 5 juli 2002 blijkt dat met de omschrijving "een perceel grond, stedenbouwkundig bestemd tot woningbouw" bedoeld wordt "een grond bestemd om er een woning op te richten", m.a.w. een bouwgrond waarop krachtens de stedenbouwkundige voorschriften van de Vlaamse overheid het oprichten van een woning in principe toegestaan is.
1.5. Blz. 8, de tweede alinea vervangen door de volgende alinea's:
"De Vlaamse decreetgever heeft een strikte termijn bepaald waarbinnen de aankoper of aankopers hun hoofdverblijfplaats moeten vestigen op de plaats van het aangekochte goed. De termijn bedraagt
- twee jaar indien het aangekochte onroerend goed een woning is;
- drie jaar indien het aangekochte onroerend goed een bouwgrond of een daarmee gelijk te stellen onroerend goed is.
Indien het een onvoorwaardelijke aankoop of een aankoop onder een ontbindende voorwaarde betreft, is het vertrekpunt van de termijn de datum waarop de authentieke akte betreffende de aankoop is geregistreerd, tenzij de aanbieding ter registratie laattijdig is geschied, in welk geval de uiterste datum voor tijdige aanbieding ter registratie als vertrekpunt voor de termijn moet worden genomen.
Indien het een aankoop onder een opschortende voorwaarde betreft, moet voor het bepalen van het vertrekpunt van de termijn gekeken worden naar de datum van de registratie van de verklaring bedoeld in artikel 31, 1ste lid, 2° W.Reg., althans wanneer dat document binnen de door het Wetboek voorziene termijnen ter registratie is aangeboden. Is dat niet het geval, dan vormt de uiterste datum waarop dit had moeten gebeurd zijn (cf. art. 33 W.Reg.), het vertrekpunt van de termijn voor de vestiging van de hoofdverblijfplaats op de plaats van het aangekochte goed
1.6. Blz. 8, voetnoot 7, eerste zin, vervangen als volgt:
"De dies a quo (hier de datum van de registratie van de authentieke akte of van de verklaring bedoeld in artikel 31, 1ste lid, 2° W.Reg., of, in geval van laattijdige aanbieding ter registratie, de uiterste datum waarop de akte of de verklaring had moeten geregistreerd zijn) wordt er niet in begrepen, de dies ad quem (de laatste dag van de termijn) wel."
2. wijzigingen aan te brengen in het commentaargedeelte van de basiscirculaire over de meeneembaarheid - Circulaire nr. 3-5 van 17 januari 2002.
2.1. Blz. 20, in de tekst van de opmerking:
de woorden "(en eenvoudige)" schrappen
2.2. Blz. 34 - 36, in de tekst van punt 1.3. de volgende wijzigingen aanbrengen:
2.2.1. De eerste zin van de eerste alinea vervangen als volgt:
"In geval A2 een reeds bestaande woning betreft, is die termijn twee jaar; betreft A2 een bouwgrond, dan is de termijn drie jaar. Indien het gaat om een onvoorwaardelijke aankoop of om een aankoop onder een ontbindende voorwaarde wordt het vertrekpunt van die termijn in principe bepaald door de datum van de registratie van het compromis of van de authentieke akte. Indien de betreffende akte laattijdig ter registratie wordt aangeboden, moet de datum waarop de registratie uiterlijk had moeten geschieden, als vertrekpunt worden genomen. Indien het gaat om een aankoop onder een opschortende voorwaarde moet voor het vertrekpunt van de termijn gekeken worden naar de datum van de registratie van de verklaring bedoeld in artikel 31, 1ste lid, 2°, W.Reg., althans wanneer dat document binnen de door het Wetboek voorziene termijn ter registratie is aangeboden. Is dat niet het geval, dan vormt de uiterste datum waarop dit had moeten gebeurd zijn (cf. art. 33 W.Reg.), het vertrekpunt van de termijn voor de vestiging van de hoofdverblijfplaats op de plaats van het aangekochte goed.
2.2.2. In de derde alinea op blz.35 (alinea vóór Opmerking) de volgende woorden doorhalen: "- periode die indien A2 vaste datum heeft gekregen door het verlijden van de authentieke akte (normale geval) 10 maximaal vier (A2 = woning) of vijf (A2 = bouwgrond) jaar kan bedragen - ".
2.2.3. Onderaan op blz. 35 voetnoot 10 doorhalen.
2.2.4. Alles doorhalen wat zich op blz. 36 vóór "b) grondvoorwaarden die de elementen in de verrichting of keten van verrichtingen betreffen" bevindt
2.3. Op blz. 37 de volgende wijzigingen aanbrengen:
2.3.1. De laatste zin van de Opmerking onder randnr. 11 vervangen als volgt:
"Indien A2 een bouwgrond of een tot woning om te bouwen onroerend goed betreft, zal uiteraard voor het behoud van het voordeel dienen voldaan te zijn aan de vereiste van vestiging van de hoofdverblijfplaats in de erop gebouwde woning binnen de in artikel 61^4, eerste lid, 3°, b), gestelde termijn.".
2.3.2. In de alinea onder randnr. 12:
- de woorden "(en eenvoudige)" doorhalen (2x)
- voetnootnummer 11 doorhalen.
2.3.3. Voetnoot 11 doorhalen.
2.4. Blz.38, punt 1.8 doorhalen.
2.5. Blz. 42 - 43
Alles wat staat onder de randnrs. 25 en 26 doorhalen.
2.6. Blz. 44, punt 1.8. doorhalen.
2.7. Blz. 46, volgende wijzigingen aanbrengen:
- voetnootnummer 14 doorhalen
- voetnoot 14 doorhalen.