Aanschrijving nr. 18 dd. 26.10.1979

AANSCHRIJVING 79/018

Aanschrijving nr. 18 dd. 26.10.1979


Betalings- en ontvangstverrichtingen
Keuze voor belastbaarheid.


INHOUD Nr. Doel van de aanschrijving 1 Betalings- en ontvangstverrichtingen 2-3 Vorm van de keuze 4 Gevolgen van de keuze 5 Plaats van de hier bedoelde diensten 6 Aftrek van de voorbelasting 7-8 Overgangsregeling 9 Doel van de aanschrijving.

1. Artikel 44, § 3, 2°bis (oud) in het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde ingevoegd door de wet van 27 december 1977 (z. aanschr. 3/1978), stelt sinds 1 januari 1978 van de belasting vrij, de betalings- en ontvangstverrichtingen, met uitzondering van de invordering van schuldvorderingen. Volgens diezelfde bepaling kan de dienstverrichter evenwel, onder de voorwaarden gesteld door of vanwege de Minister van Financiën, kiezen voor het belasten ervan.

Deze aanschrijving heeft ten doel de wijze waarop deze keuze moet worden gedaan en de gevolgen ervan te bepalen.

Betalings- en ontvangstverrichtingen.

2. Uit de memorie van toelichting bij het wetsontwerp dat geleid heeft tot de bovengenoemde wet van 27 december 1977 (Parl. besch., K.v. Volks., zitting 1977-1978, nr. 145/1, blz. 15), blijkt dat de hier bedoelde betalings- en ontvangstverrichtingen die zijn welke vóór 1 januari 1978 binnen de werkingssfeer van de BTW vielen, evenwel zonder vrijgesteld te zijn. Het gaat niet alleen om die waarbij iemand zich voor rekening van een ander belast met het doen van een betaling, maar ook om die waarbij iemand een geldsom voor rekening van een ander int; die inning kan inzonderheid betrekking hebben op handelspapieren, op coupons en terugbetaalbare effecten, op ontvangstbewijzen of op facturen (z. Verslag omtrent het ontwerp van wet tot invoering van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, uitgebracht namens de Verenigde Commissies voor de Economische Zaken en de Financiën, Parl. besch., Senaat, zitting 1968-1969, nr. 455, blz. 112).

3. Wanneer het niet gaat om het innen zonder meer, bv. wanneer dwang moet worden uitgeoefend om betaling te bekomen, gaat het om de invordering van een schuldvordering. Deze dienst wordt door het reeds genoemde artikel 44, § 3, 2°bis, (oud) en 44, § 3, 8° (nieuw) van de vrijstelling uitgesloten, onverminderd, uiteraard, de toepassing van een andere vrijstellingsbepaling (zoals die van art. 44, § 1, 1°, ten aanzien van diensten van gerechtsdeurwaarders).

Hoewel het keuzerecht met betrekking tot de diensten van makelaars en lasthebbers bij betalings- en ontvangstverrichten niet uitdrukkelijk uit bovengenoemde bepaling blijkt, aanvaardt de Administratie dat betreffende keuzerecht eveneens bestaat in hoofde van de makelaars en lasthebbers bij bedoelde verrichtingen.

De andere betalings- en ontvangstverrichtingen worden door datzelfde artikel 44, § 3, 2°, (oud) in beginsel vrijgesteld, onder voorbehoud van de keuze voor belastbaarheid.

Vorm van de keuze.

4. De keuze voor belastbaarheid van de betalings- en ontvangstverrichtingen moet worden gedaan in een geschreven verklaring, in twee exemplaren, die naam, adres en BTW-registratienummer van de belastingplichtige vermeldt en door hem wordt gedagtekend en ondertekend. De keuze heeft uitwerking vanaf de eerste dag van het aangiftetijdvak (een maand of een kwartaal) waarop de BTW-aangifte betrekking heeft waarbij deze verklaring wordt gevoegd. Een exemplaar van deze verklaring wordt door het BTW-controlekantoor naar de belastingplichtige teruggezonden, nadat de datum van ontvangst en de stempel van dat kantoor erop zijn aangebracht. Dat dubbel moet door de belastingplichtige worden bewaard.

Gevolgen van de keuze.

5. De keuze voor belastbaarheid is onherroepelijk en ze geldt ten aanzien van alle betalings- en ontvangstverrichtingen die door de belastingplichtige worden gedaan.

Plaats van de hier bedoelde diensten.

6. In de regel wordt als plaats van de hier bedoelde diensten, bestaande in betalings- en ontvangstverrichtingen, aangemerkt, de plaats waar de dienstverrichter de zetel van zijn economische activiteit of een vaste inrichting heeft gevestigd van waaruit hij de dienst verricht (Wetboek, art. 21, § 2).

Aangezien het hier normaal gaat om verrichtingen van banken en andere financiële instellingen in het raam van hun specifieke werkzaamheid, zijn die verrichtingen bedoeld in artikel 21, § 3, 7°, e, van het BTW- Wetboek. De plaats van de dienst is dan ook de plaats waar de ontvanger van de dienst de zetel van zijn economische activiteit of een vaste inrichting heeft gevestigd waarvoor de dienst is verricht, of bij gebreke, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats, wanneer de dienst wordt verleend aan een ontvanger die buiten de Gemeenschap is gevestigd of aan een belastingplichtige die in die Gemeenschap doch buiten het land van de dienstverrichter is gevestigd en handelt voor doeleinden van zijn economische activiteit.

Aftrek van voorbelasting.

7. Wanneer de belastingplichtige de keuze voor belastbaarheid heeft gedaan overeenkomstig deze aanschrijving, kan hij de BTW geheven van de goederen en diensten die hij gebruikt voor de hier bedoelde betalings- en ontvangstverrichtingen volgens de gewone regelen in aftrek brengen, zelfs wanneer de plaats van de dienst die is waar de afnemer is gevestigd (z. nr. 6 en Wetboek, art. 45, § 1, 1° tot 3°).

8. Heeft hij die keuze niet gedaan, dan is die voorbelasting slechts aftrekbaar wanneer het bepaalde in artikel 45, § 1, 4°, van het Wetboek, toepassing vindt.

Overgangsregeling.

9. Ten aanzien van de belastingplichtigen die reeds op 1 januari 1978 de hoedanigheid van belastingplichtige bezaten of die hoedanigheid sindsdien hebben verkregen, en die de door hen ontvangen vergoedingen voor betalings- en ontvangstverrichtingen als belastbare vergoedingen hebben aangemerkt, blijft die regeling toepasselijk tot 31 december 1979. Nadien blijft ze slechts gelden op voorwaarde dat de belastingplichtige bij een vóór het einde van 1979 in te dienen periodieke aangifte een verklaring zal hebben gevoegd als bedoeld in nr. 4. In die verklaring moet hij dan uitdrukkelijk vermelden dat hij reeds vóór de indiening van de verklaring de betalings- en ontvangstverrichtingen als belastbare diensten heeft aangemerkt.

Namens de Minister :
De Directeur-generaal,


A. LACROIX