Circulaire 2017/C/43 betreffende de verzekeringskosten die naar aanleiding van de verkoop van een reis aan de reiziger worden aangerekend - FAQ
Circulaire 2017/C/43 betreffende de verzekeringskosten die naar aanleiding van de verkoop van een reis aan de reiziger worden aangerekend
Deze circulaire becommentarieert het btw-regime dat van toepassing is op de verzekeringskosten die naar aanleiding van de verkoop van een reis aan de reiziger worden aangerekend.
Reisbureauregeling; verzekeringen; vrijstelling
FOD Financiën, 03.07.2017
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Belasting over de toegevoegde waarde
BIJLAGE 2: FAQ
1. Wanneer is de bijzondere reisbureauregeling van toepassing?
2. Wanneer is de bijzondere reisbureauregeling NIET van toepassing?
3. Wanneer zijn de door het reisbureau verrichte handelingen belastbaar in België?
4. Is er soms een vrijstelling van toepassing?
5. Hoe wordt bij toepassing van de bijzondere reisbureauregeling de maatstaf van heffing bepaald?
6. Welke zijn de karakteristieken van de bijzondere reisbureauregeling inzake de aftrek van de btw?
7. Is de circulaire nr. 33 van 08.11.1978 nog van toepassing?
1. Wanneer is de bijzondere reisbureauregeling van toepassing?
De bijzondere reisbureauregeling is van toepassing op ondernemingen die in eigen naam een reis organiseren en verkopen aan een klant-reiziger en die voor de totstandbrenging van deze reis gebruik maken van goederen en diensten die hen worden verstrekt door derden (hotelhouders, vervoerders, …).
Een reis is (artikel 1, § 7, 1°, van het Btw-Wetboek):
- een geheel van diensten die bestaan uit: vervoer, logies, spijs en drank om ter plaatse te worden verbruikt, diensten inzake ontspanning en dergelijke;
- verblijven tegen een vaste som welke inzonderheid logies omvatten;
- toeristische rondreizen (cruises);
- alsook het uitvoeren van één of meerdere prestaties die deel uitmaken van die gehelen of die in dezelfde lijn ervan liggen.
Het geheel van alle handelingen die het reisbureau aan de reiziger verstrekt, wordt beschouwd als één enkele dienst van het reisbureau aan de reiziger.
In beginsel bestaat een reis uit een geheel van samenhangende handelingen (waarbij het niet noodzakelijk is dat deze samenhangende handelingen onderling verschillen). De omstandigheid dat een reisbureau slechts één enkele dienst aanbiedt aan de reiziger volstaat echter niet om deze dienst uit te sluiten van het toepassingsgebied van de reisbureauregeling voor zover deze dienst gericht is op de totstandkoming van een reis.
Voorbeelden:
- een touroperator (organisator van een reis) verkoopt een 7-daagse reis omvattend: logies en half pension alsook het vervoer met een bus (eigendom van de touroperator) tussen België en Denemarken
- het feit dat een reisbureau alleen een vakantiewoning aanbiedt, maar niet in staat voor het vervoer van de reiziger, sluit het reisbureau niet uit van de reisbureauregeling (H.v.J., 12.11.1992, zaak C-163/91, Reisbureau Van Ginkel)
- een reisorganisator die een pakket verkoopt aan de reiziger dat bestaat uit logies en ontbijt, zonder vervoer (vb. autovakantie)
- een reisorganisator die logies in meerdere hotels opeenvolgend (vb. naar aanleiding van een toeristische rondreis) aanbiedt aan de reiziger, verkoopt een reis
- het vervoer van personen (een afzonderlijke prestatie) kan onder de bijzondere reisbureauregeling vallen wanneer het gericht is op de totstandkoming van een reis (bv. een busreis met bezoek aan een museum).
Bij de toepassing van deze bijzondere regeling wordt geen rekening gehouden met de hoedanigheid van de dienstverrichter maar wel met de aard en de toepassingsvoorwaarden van de verrichting. Het is dus niet nodig dat de dienstverrichter erkend is als reisbureau of een bijzondere vergunning heeft (H.v.J., 22.10.1998, gevoegde zaken C-308/96 en C-94/97).
Voorbeelden:
- een ziekenfonds dat geregeld reizen of verblijven organiseert, kan voor de toepassing van de btw als een reisbureau worden aangemerkt
- een belastingplichtige die taalreizen en buitenlandse studieverblijven organiseert kan aangemerkt worden als een reisbureau (H.v.J., 13.10.2005, zaak C-200/04, Internationale Sprach- und Studiereisen).
2. Wanneer is de bijzondere reisbureauregeling NIET van toepassing?
De bijzondere reisbureauregeling is niet van toepassing op de losse verkoop van concerttickets of theaterkaartjes zonder dat een eigenlijke reisdienst wordt verricht (H.v.J., 09.12.2010, zaak C-31/10, Minerva Kulturreisen).
Een onderneming die in eigen naam reizen organiseert en verkoopt aan reizigers en die zelf met eigen middelen de uitvoering ervan verzekert, treedt niet op als reisbureau (artikel 1, § 7, 2°, tweede lid, 1°, van het Btw-wetboek).
Worden één of meer handelingen met behulp van eigen middelen georganiseerd, dan is op die handelingen de bijzondere reisbureauregeling evenmin van toepassing. Deze handelingen zijn dan onderworpen aan hun eigen btw-regeling. Zo wordt het vervoer verricht met de eigen minibussen van het reisbureau onderworpen aan de belasting tegen het tarief van 6%.
Zij die in de hoedanigheid van een tussenpersoon tussenkomen bij de verkoop van reizen (reisagenten …), treden evenmin op als reisbureaus (artikel 1, § 7, 2°, tweede lid, 2°, van het Btw-Wetboek). Immers, enkel de organisator van de reis die optreedt overeenkomstig artikel 1, § 7, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek is voor de toepassing van de btw een reisbureau. Indien deze organisator zijn reizen verkoopt via een distributiestructuur worden alle opeenvolgende doorverkopers aangemerkt als tussenpersonen in reizen. De dienst van deze tussenpersoon beperkt zich tot het samenbrengen van de reiziger en de reisorganisator/ touroperator. Op hen is de btw-regeling van de makelaars of de lasthebbers van toepassing.
Voorbeeld:
Een zelfstandig reisbureau dat in naam en voor rekening van een reisorganisator (touroperator) een reis verkoopt aan een reiziger, kan de bijzondere reisbureauregeling niet toepassen voor die handeling.
3. Wanneer zijn de door het reisbureau verrichte handelingen belastbaar in België?
In het kader van de bijzondere reisbureauregeling verstrekt het reisbureau aan de reiziger in principe één enkele samengestelde dienstverrichting (art. 18, § 2, tweede lid, van het Btw-wetboek).
Vindt deze dienst in België plaats, dan wordt die belast tegen het tarief van 21%.
Dat zal het geval zijn wanneer het reisbureau de zetel van zijn economische activiteit of van zijn vaste inrichting van waaruit de dienst wordt verricht, in België heeft gevestigd (artikel 21ter van het Btw-Wetboek).
4. Is er soms een vrijstelling van toepassing?
Reizen naar bestemmingen buiten de Gemeenschap zijn vrijgesteld van btw. Deze vrijstelling geldt niet alleen voor degenen die in de hoedanigheid van een tussenpersoon tussenkomen in de verkoop van reizen maar, sinds 01.05.2014, ook voor reisbureaus die onderworpen zijn aan de bijzondere reisbureauregeling (artikel 41, § 2bis, van het Btw-Wetboek).
Ook de commissies die reisbureaus ontvangen bij de boeking van vliegtickets zijn vrijgesteld van btw (beslissing nr. E.T. 108.099/2 van 08.04.2005).
5. Hoe wordt bij toepassing van de bijzondere reisbureauregeling de maatstaf van heffing bepaald?
De maatstaf van heffing wordt bepaald door de winstmarge die het reisbureau verwezenlijkt.
Deze winstmarge is normaal gelijk aan het verschil tussen het totale bedrag te betalen door de reiziger, de btw niet inbegrepen, en de werkelijke kosten, btw inbegrepen, die het reisbureau draagt voor de goederen en diensten die hem worden geleverd met het oog op zijn prestatie, in de mate waarin deze goederen en diensten rechtstreeks de reiziger ten goede komen (artikel 29, § 2, van het Btw-wetboek).
In de Belgische regelgeving wordt deze winstmarge vastgesteld op een forfaitair percentage van het totaal bedrag dat het reisbureau aanrekent aan de reiziger (artikel 35, tweede alinea, van het Btw-Wetboek en artikel 1, van het koninklijk besluit nr. 35).
6. Welke zijn de karakteristieken van de bijzondere reisbureauregeling inzake de aftrek van de btw?
Reisbureaus kunnen de btw niet in aftrek brengen op de goederen en diensten die andere belastingplichtigen hen leveren ten behoeve van de totstandbrenging van de reis en die rechtstreeks de reizigers ten goede komen (artikel 45, § 4, van het Btw-Wetboek).
Alleen de btw op de algemene bedrijfskosten van het reisbureau is dus in principe wel aftrekbaar volgens de normale regels.
7. Is de circulaire nr. 33 van 08.11.1978 nog van toepassing?
Op 01.01.2000 werd de bijzondere reisbureauregeling grondig gewijzigd volgens de regels die hierboven zijn uiteengezet. De toepassing van die "nieuwe" wetgeving wordt tot op heden evenwel niet geëist.
Reisbureaus kunnen er aldus nog steeds voor kiezen om het “oude” belastingstelsel zoals uiteengezet in de circulaire nr. 33 van 08.11.1978 toe te passen.
De keuze tussen het nieuwe of oude belastingstelsel geldt voor alle door het reisbureau verrichte handelingen.
Een commentaar op de bijzondere reisbureauregeling is echter in voorbereiding. Zodra deze gepubliceerd wordt vervalt voornoemde circulaire nr. 33.
