Circulaire nr. Ci.RH.241/603.290 (AAFISC Nr. 13/2011) dd. 17.03.2011

Algemene administratie van de FISCALITEIT Centrale diensten

Directie I/5A

Circulaire nr. Ci.RH.241/603.290 (AAFISC Nr. 13/2011) dd. 17.03.2011

Personenbelasting

Hypothecaire lening

Makelaar

Commissieloon

Kwalificatie van inkomsten

Fiscale kwalificatie die moet worden verbonden aan de afstand van een deel van het commissieloon van een makelaar aan een natuurlijk persoon naar aanleiding van het sluiten van een hypothecaire lening voor het verwerven of het verbouwen van een onroerend goed.

Aan alle ambtenaren.

De centrale diensten van de Algemene administratie van de fiscaliteit (AAFisc) werden gevraagd zich uit te spreken over de fiscale kwalificatie die moet worden verbonden aan het voordeel dat voortvloeit uit de afstand van een deel van het commissieloon van een makelaar aan een natuurlijk persoon wanneer deze laatste bij die makelaar een hypothecaire lening sluit voor het verwerven of het verbouwen van een onroerend goed.

De volgende gevallen kunnen zich voordoen:

1. Een natuurlijke persoon heeft een hypothecaire lening gesloten voor het verwerven of het verbouwen van een onroerend goed dat uitsluitend voor privé-doeleinden wordt gebruikt.

In dat geval vormt de afstand van (een deel van) het commissieloon door de makelaar ten gunste van de voornoemde natuurlijke persoon geen belastbaar inkomen in de inkomstenbelastingen. Het bedrag van het afgestane commissieloon moet in dat geval niet worden opgenomen in de aangifte in de inkomstenbelasting van de begunstigde, zelfs al is dat bedrag vermeld op een door de makelaar opgestelde fiche 281.50.

2. Een hypothecaire lening wordt gesloten voor het verwerven of het verbouwen van een onroerend goed dat door een werknemer of een bedrijfsleider geheel of gedeeltelijk in het kader van de uitoefening van een beroepswerkzaamheid wordt gebruikt.

De beroepskosten met betrekking tot het beroepsmatig gebruik van het onroerend goed worden verminderd met het bedrag van het afgestane commissieloon, en dit volgens de verhouding waarin dat onroerend goed beroepsmatig wordt gebruikt.

3. De begunstigde is een belastingplichtige die het onroerend goed geheel of gedeeltelijk gebruikt voor de uitoefening van een zelfstandige beroepswerkzaamheid. Het af- gestane commissieloon moet, ten belope van het gedeelte dat overeenstemt met het beroepsmatig gebruikte gedeelte van het betreffende onroerend goed, naar gelang van het ge- val worden aangemerkt als een beroepsinkomen bedoeld in artikel 23, § 1, 1°, WIB 92 (winsten) of in artikel 23, § 1, 2°, WIB 92 (baten).

Volledigheidshalve wordt nog opgemerkt dat een gelijkaardige regeling mutatis mutandis van toepassing is:

- voor vergelijkbare verrichtingen, zoals bijvoorbeeld de afstand van een deel van het commissieloon van een makelaar aan een natuurlijk persoon wanneer deze laatste bij die makelaar een autolening of een brandverzekering afsluit;

- wanneer een makelaar afstand doet van een deel van zijn commissieloon ten gunste van een natuurlijke persoon voor het aanbrengen door deze laatste van een andere natuurlijke persoon die bij de makelaar een hypothecaire lening of verzekering sluit, behalve uiteraard wanneer uit de feitelijke omstandigheden blijkt dat de beoogde afstand van commissieloon bij de verkrijger moet worden gekwalificeerd als een beroepsinkomen als bedoeld in artikel 23, WIB 92 of als een in artikel 90, 1°, WIB 92, bedoeld divers inkom- sten.

Voor de Administrateur-generaal van de fiscaliteit d.d.:

De Directeur,

S. QUINTENS