Circulaire nr. Ci.RH.243/570.276 (AOIF 30/2005) dd. 27.07.2005
CIRC 27.07.05/1
Circulaire nr. Ci.RH.243/570.276 (AOIF 30/2005) dd. 27.07.2005
BEROEPSKOSTEN
Werkgeversbijdrage voor een pensioenfonds
Werkgeversbijdrage voor een groepsverzekering
GROEPSVERZEKERING
Werkgeversbijdrage voor een groepsverzekering
PENSIOENFONDS
Werkgeversbijdrage voor een pensioenfonds
Belastingstelsel van de bijdragen voor aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood en van sommige pensioenen en renten of als zodanig geldende kapitalen :
Aan alle ambtenaren van de niveaus A, B en C.
INLEIDING
1. Deze circulaire geeft, voor het jaar 2004, de bedragen die van toepassing zijn inzake de beperking van de toekenningen bij leven die kunnen verzekerd worden door middel van bijdragen welke overeenkomstig art. 59, WIB 92 als beroepskosten aftrekbaar zijn.
GRENS VAN DE BRUTOBEZOLDIGINGEN - WETTELIJK RUSTPENSIOEN
A. Werknemers
2. De in nr. 59/40 en 59/Bijlage/1, Com.IB 92, beoogde grens van de brutobezoldigingen die in aanmerking komen voor de vaststelling van het wettelijk rustpensioen, bedraagt voor het jaar 2004 41.564,11 EUR.
B. Bedrijfsleiders die aan het sociaal statuut van de zelfstandigen onderworpen zijn
3. Het wettelijk rustpensioen van de bedrijfsleiders die aan het sociaal statuut van de zelfstandigen onderworpen zijn mag, vanaf het jaar 2003, worden geraamd op 25 % van hun bruto-inkomen, zonder dat het resultaat lager of hoger mag zijn dan respectievelijk het jaarlijks vast te stellen minimum- of maximumpensioen (zie het nr. 3, circulaire nr. Ci.RH.243/563.402 van 3.8.2004).
4. Voor het jaar 2004 bedraagt het wettelijk minimumpensioen 7.557,08 EUR; het maximumpensioen is vastgesteld op 12.929,77 EUR.
INDEXERING VAN DE LOPENDE RENTEN
5. Met betrekking tot de in nr. 59/Bijlage/2, Com.IB 92, uiteengezette berekening van het maximumbedrag van de indexering, gelden voor het jaar 2004 de volgende bedragen (zie ook de nrs. 59/67 en 68, Com.IB 92) :
1° beperking van het aanvangsbedrag van de lopende jaarrente : 61.861,78 EUR voor renten die in 2004 ingegaan zijn;
2° indexeringscoëfficiënten met betrekking tot de voor het jaar 2004 verschuldigde renten :
3° toe te voegen bedrag (m.b.t. vóór 1992 ingegane renten) : 3.050,70 EUR, voor renten betaald in 2004.
NAMENS DE MINISTER:
Voor de Administrateur-generaal
van de Belastingen en de Invordering :
De Auditeur-generaal van Financiën,
G. DELSOIR
Circulaire nr. Ci.RH.243/570.276 (AOIF 30/2005) dd. 27.07.2005
BEROEPSKOSTEN
Werkgeversbijdrage voor een pensioenfonds
Werkgeversbijdrage voor een groepsverzekering
GROEPSVERZEKERING
Werkgeversbijdrage voor een groepsverzekering
PENSIOENFONDS
Werkgeversbijdrage voor een pensioenfonds
Belastingstelsel van de bijdragen voor aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood en van sommige pensioenen en renten of als zodanig geldende kapitalen :
- vaststelling van het wettelijk rustpensioen waarmee rekening gehouden moet worden voor de berekening van de beperking van de totale maximumtoekenning bij leven die gevestigd kan worden d.m.v. bijdragen die aftrekbaar zijn als beroepskosten;
- indexering van de lopende renten.
Aan alle ambtenaren van de niveaus A, B en C.
INLEIDING
1. Deze circulaire geeft, voor het jaar 2004, de bedragen die van toepassing zijn inzake de beperking van de toekenningen bij leven die kunnen verzekerd worden door middel van bijdragen welke overeenkomstig art. 59, WIB 92 als beroepskosten aftrekbaar zijn.
GRENS VAN DE BRUTOBEZOLDIGINGEN - WETTELIJK RUSTPENSIOEN
A. Werknemers
2. De in nr. 59/40 en 59/Bijlage/1, Com.IB 92, beoogde grens van de brutobezoldigingen die in aanmerking komen voor de vaststelling van het wettelijk rustpensioen, bedraagt voor het jaar 2004 41.564,11 EUR.
B. Bedrijfsleiders die aan het sociaal statuut van de zelfstandigen onderworpen zijn
3. Het wettelijk rustpensioen van de bedrijfsleiders die aan het sociaal statuut van de zelfstandigen onderworpen zijn mag, vanaf het jaar 2003, worden geraamd op 25 % van hun bruto-inkomen, zonder dat het resultaat lager of hoger mag zijn dan respectievelijk het jaarlijks vast te stellen minimum- of maximumpensioen (zie het nr. 3, circulaire nr. Ci.RH.243/563.402 van 3.8.2004).
4. Voor het jaar 2004 bedraagt het wettelijk minimumpensioen 7.557,08 EUR; het maximumpensioen is vastgesteld op 12.929,77 EUR.
INDEXERING VAN DE LOPENDE RENTEN
5. Met betrekking tot de in nr. 59/Bijlage/2, Com.IB 92, uiteengezette berekening van het maximumbedrag van de indexering, gelden voor het jaar 2004 de volgende bedragen (zie ook de nrs. 59/67 en 68, Com.IB 92) :
1° beperking van het aanvangsbedrag van de lopende jaarrente : 61.861,78 EUR voor renten die in 2004 ingegaan zijn;
2° indexeringscoëfficiënten met betrekking tot de voor het jaar 2004 verschuldigde renten :
| Renten ingegaan in | Indexeringscoëfficiënt |
1985 of vroeger | 0,4568 |
NAMENS DE MINISTER:
Voor de Administrateur-generaal
van de Belastingen en de Invordering :
De Auditeur-generaal van Financiën,
G. DELSOIR
Bron: FisconetPlus
