Aanschrijving nr. 16 dd. 09.03.1998

AANSCHRIJVING 98/016

Aanschrijving nr. 16 dd. 09.03.1998


Teruggaaf
Recht op teruggaaf
Interest
Nalatigheidsinterest
Interestvoet
Vordering tot teruggaaf
Belastingplichtige
In het buitenland gevestigd
Centraal BTW-kantoor buitenlandse belastingplichtigen
Termijn recht op teruggaaf
Richtlijn 79/1072/EEG
8ste richtlijn


Inleiding

1. Het Belgisch Staatsblad van 10 februari 1998 heeft de wet van 7 januari 1998 tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde gepubliceerd (z. bijlage) (1). Deze tekst vervangt degene verschenen in het Belgisch Staatsblad van 5 februari 1998.

(1) Z. BTW-Rev. 133/1.

Artikel 2 van voormelde wet stelt nieuwe maatregelen in onder punt 2 van artikel 91, § 3, eerste lid, van het BTW-Wetboek, met het oog op de aanpassing van voormeld Wetboek aan de Achtste Richtlijn nr. 79/1072/EEG van 6 december 1979 (2).

(2) PB EG, nr. L 331/11 van 27 december 1979; BTW-Revue 44/199.

Draagwijdte van de nieuwe wettelijke bepaling.

2. Artikel 91, § 3, van het BTW-Wetboek is dermate gewijzigd dat voor de vanaf 1 oktober 1997 ingediende aanvragen om teruggaaf ambtshalve interest zal verschuldigd zijn door de Belgische Staat indien de teruggaaf bedoeld in voornoemde Achtste Richtlijn niet uitgevoerd is binnen de termijn voorzien in artikel 7, § 4, van deze richtlijn.

Voormeld artikel 7, § 4, voorziet dat het tijdstip van aanvang van de termijn van zes maanden waarbinnen de beslissing moet worden genomen en de teruggaaf moet worden uitgevoerd, de datum is waarop de aanvraag om teruggaaf, vergezeld van alle documenten die volgens de richtlijn voor het onderzoek van de aanvraag nodig zijn, bij de bevoegde dienst wordt ingediend.

3. Na ontvangst van een aanvraag om teruggaaf die regelmatig is wat de vorm betreft en die alle door de richtlijn vereiste documenten omvat, kunnen evenwel bijkomende inlichtingen noodzakelijk zijn om, zoals artikel 6 van de richtlijn in bijzondere gevallen toelaat, de gegrondheid ervan te beoordelen. De tekst van de nieuwe wettelijke bepaling voorziet dat in die gevallen de loop van voormelde termijn geschorst wordt vanaf de datum van de verzending van het verzoek om inlichtingen aan de belastingplichtige, en dit tot op de datum waarop de belastingplichtige voldaan heeft aan zijn verplichting om die inlichtingen te verschaffen.

4. Artikel 91, § 3, eerste lid, 2, van voormeld Wetboek betreft aanvragen om teruggaaf ingediend vanaf 1 oktober 1997 die betrekking hebben op de aankopen van goederen of het ontvangen van diensten of op invoeren, waarvoor de belasting ten vroegste vanaf 1 januari 1997 opeisbaar is geworden.

Eventuele nalatigheidsinteresten beginnen bijgevolg pas te lopen vanaf 1 april 1998.

Onderwerp van de aanschrijving

5. Deze aanschrijving heeft tot doel de nieuwe maatregelen inzake ambtshalve interesten toe te lichten, de toepassing ervan te beschrijven, evenals de voorwaarden en de te volgen procedure voor de uitbetaling van deze interest vast te leggen.

6. De aandacht wordt overigens gevestigd op het feit dat de aanschrijvingen nr. 6 van 10 maart 1981 (3) en nr. 4 van 24 februari 1988 (4) met betrekking tot teruggaaf van Belgische BTW aan buitenlandse belastingplichtigen van toepassing blijven wat betreft de voorwaarden en de modaliteiten die de buitenlandse belastingplichtigen moeten naleven om teruggaaf van Belgische BTW te bekomen.

(3) Z. BTW-Rev. 49/426.