Circulaire nr. Ci.RH.241/603.725 (AOIF Nr. 56/2010) d.d 06.08.2010

Circulaire nr. Ci.RH.241/603.725 (AOIF Nr. 56/2010) dd 06.08.2010

Vennootschapsbelasting

Personenbelasting

Sportclub

Reiskosten

Voordeel van alle aard

Voordeel anders dan in geld behaald

Belastbaar voordeel

Eigen kosten van de werkgever

Reclamekosten

Sponsoring

Belastingstelsel dat moet worden toegepast met betrekking tot de reizen naar het buitenland die in uitvoering van een sponsoringovereenkomst worden aangeboden aan de sponsors of hun gasten.

Aan alle ambtenaren van de niveaus A, B en C.

1. Onderhavige circulaire bespreekt het belastingstelsel dat moet worden toegepast met betrekking tot de reizen naar het buitenland die in uitvoering van een sponsoringovereenkomst worden aangeboden aan de sponsors of hun gasten.

2. De administratie heeft vastgesteld dat wat de sportieve sector betreft er sponsoringovereenkomsten worden gesloten waarbij aan de sponsor de mogelijkheid wordt geboden om iemand af te vaardigen die als eregast de delegatie van de sportclub, de overkoepelende federatie of bond (hierna wordt eenvoudigheidshalve enkel nog over "de sportclub" ge sproken) gratis mag vergezellen bij de verplaatsingen naar het buitenland ter gelegenheid van een sportieve manifestatie. In dat geval neemt de sportclub de kosten van het vervoer, verblijf ter plaatse en de restauratiekosten volledig ten laste. De sponsor duidt de gasten aan die hij wil afvaardigen.

Op fiscaal vlak heeft deze situatie de volgende gevolgen.

I. IN HOOFDE VAN DE GAST

3. De hiervoor bedoelde reizen moeten bij de gast als een belastbaar voordeel worden aangemerkt wanneer uit de feiten duidelijk blijkt dat hij de betreffende uitnodiging heeft verkregen uit hoofde van de beroepsactiviteit die hij uitoefent. Dat is inzonderheid het geval wanneer de sponsor zijn gasten kiest op basis van (niet-limitatieve opsomming):

- een rechtstreekse of onrechtstreekse beroepsmatige band tussen beiden (bijvoorbeeld een werknemer, een bestuurder/bedrijfsleider van de sponsor, enz..);

- een rechtstreekse of onrechtstreekse economische band tussen beiden (bijvoorbeeld zakenrelaties zoals:

* de leveranciers van de sponsor, daarin onder meer begrepen de leveranciers van goederen, grondstoffen, maar ook de leveranciers van diensten zoals de "huisadvo caat", de externe boekhouder, de externe fiscalist, de externe preventieadviseur, enz. …;

* de klanten van de sponsor. Hier worden bedoeld de klanten die uit hoofde van hun beroepsactiviteit goederen, producten, diensten afnemen van de sponsor).

Wanneer aan de hiervoor vermelde voorwaarde is voldaan worden de beoogde reizen ten name van de gast in principe aangemerkt als een belastbaar voordeel van alle aard in de zin van artikel 25, 2°, 27 tweede lid, 2°, 31, tweede lid, 2° of 32, tweede lid, 2° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92), naargelang de van toepassing zijnde fiscale kwalificatie van de betreffende beroepsinkomsten (winst, baten, bezoldigingen van werknemers of bezoldigingen van bedrijfsleiders).

Als algemene regel kan dus het volgende worden gesteld: om als voordeel belastbaar te zijn is het dus nodig, maar volstaat het, dat de reis aan een persoon wordt aangeboden omwille van de beroepsactiviteit die hij uitoefent.

4. Het is evenwel mogelijk dat een sponsor bijvoorbeeld aan één van zijn werknemers de opdracht geeft om een zakenrelatie te vergezellen op een hiervoor bedoelde buitenlandse verplaatsing. Wanneer in zulk geval uit de feitelijke omstandigheden blijkt dat de werknemer de reis louter en alleen verricht in opdracht van zijn werkgever en hij dat dus doet in het kader van de normale uitoefening van zijn beroepswerkzaamheid, dan is het mogelijk dat de reis eerder moet worden beschouwd als een dienstreis (kost die eigen is aan de werkgever) dan als een plezierreis (belastbaar als voordeel van alle aard bij de verkrijger). Reizen die voor de betrokkene duidelijk een beroepsmatig karakter hebben worden in hetgeen voorafgaat dus niet bedoeld. Zij geven geen aanleiding tot het belasten van een voordeel bij de betrokkene. De vraag of een reis een dienstreis dan wel een plezierreis uitmaakt moet steeds aan de hand van feitelijke elementen worden beantwoord.

5. Verder moeten de in deze circulaire bedoelde reizen niet als een belastbaar voordeel bij de gast worden aangemerkt wanneer uit de feiten duidelijk blijkt dat hij de betreffende uitnodiging niet heeft verkregen uit hoofde van de beroepsactiviteit die hij uitoefent. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de sponsor een wedstrijd voor de consument organiseert met als prijs de deelname aan een buitenlandse verplaatsing met de sportclub of wanneer een dergelijke reis wordt aangeboden aan een particulier persoon die rechtstreeks noch onrechtstreeks een beroepsrelatie heeft met de sponsor. In deze gevallen wordt het voordeel niet verkregen uit hoofde of naar aanleiding van het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid van de verkrijger en is bijgevolg niet voldaan aan de basisvoorwaarde om een belastbaar voordeel van alle aard vast te stellen.

6. Of er al dan niet sprake kan zijn van een belastbaar voordeel van alle aard zal, zoals uit het voorgaande blijkt, afhangen van de volgende factoren:

- de hoedanigheid van de verkrijger van het voordeel;

- zijn relatie met de sponsor;

- de feitelijke omstandigheden van de deelname aan de reis.

7. De principes die in de nrs. 3 tot 6 zijn opgenomen worden toegelicht aan de hand van het hiernavolgende voorbeeld.

Voorbeeld

Gegeven 1

Een autoconstructeur die sponsor is van een sportclub nodigt in het kader van de sponsoringovereenkomst een dealer uit om deel te nemen aan een buitenlandse verplaat sing van de club.

Fiscaal gevolg

De dealer mag aan die verplaatsing deelnemen ingevolge zijn beroepsmatige relatie met de sponsor. Bijgevolg is er reden om hier een belastbaar voordeel van alle aard te bepalen. Het toegangsticket voor de buitenlandse wedstrijd zelf is echter geen belastbaar voordeel van alle aard (zie nr. 14 hierna).

Gegeven 2

Diezelfde autoconstructeur nodigt een particuliere klant van één van zijn dealers uit voor de hiervoor bedoelde buitenlandse verplaatsing. Tussen de autoconstructeur/dealer en de particuliere klant is er geen enkele professionele relatie en de particuliere klant heeft de uitnodiging niet verkregen omwille van de beroepsactiviteit die hij uitoefent.

Fiscaal gevolg

In dit geval is er geen aanleiding om een voordeel van alle aard te bepalen.

II. IN HOOFDE VAN DE SPONSOR

8. De in uitvoering van de sponsoringovereenkomst door de sportclub betaalde reiskosten voor de genodigden van de sponsor maken in feite een tegenprestatie uit voor de door de sponsor betaalde bijdrage. M.a.w. de kost tot dekking van voormelde reiskosten maakt impliciet reeds deel uit van de door de sponsor betaalde bijdragen.

9. Voor het gedeelte van de sponsorbijdrage dat overeenstemt met het voordeel van alle aard voor de genieter zijn voor de sponsor alleszins de bepalingen van artikel 57, WIB 92 (verplichting tot opmaak van individuele fiches) en artikel 219, WIB 92 (afzonderlijke aanslag bij gebrek aan verantwoording door individuele fiches indien de sponsor een rechtspersoon betreft) van toepassing. Dit gedeelte van de sponsorbijdrage kan immers moeilijk aanzien worden als een publiciteitskost maar vormt daarentegen een in artikel 57, WIB 92, beoogde kost.

10. De sponsor is in het hier bedoelde geval de enige die, op basis van de hiervoor vermelde factoren, kan uitmaken of er al dan niet van een voordeel van alle aard sprake is, zodat het ook vanuit dat oogpunt niet meer dan logisch is dat hij diegene zal zijn die, in voorkomend geval, de juiste individuele fiches dient op te maken en dus niet de betreffende sportclub.

11. Ten einde de sponsors in staat te stellen aan hun ficheverplichtingen te voldoen, volstaat het dat de sportclub de aan haar door de sponsors bezorgde lijst van genodigden aan elk van de sponsors terugstuurt met vermelding per deelnemer van de totale kost die door de sportclub inzake de organisatie van de beoogde reizen werd gedragen.

12. Tenslotte wordt er nog op gewezen dat inzake voordelen van alle aard de vennootschap die het voordeel heeft verleend (in werkelijkheid de sponsor) niet kan kiezen om deze voordelen te laten belasten hetzij bij haarzelf, hetzij bij de eigenlijke verkrijger van het voordeel (in casu de genodigden). Ter zake kan o.m. worden verwezen naar de parlementaire vraag nr. 948 van 8.3.1994 gesteld door Volksvertegenwoordiger Ghesquiere (Bull. Vr. en Antw., Kamer, 1993-1994, nr. 102, blz. 10.463).

III. TOEGANGSTICKETS SPORTIEVE MANIFESTATIES

III.1. Belastingstelsel bij de onderneming die de toegangstickets toekent

13. De door een onderneming gedane uitgaven met betrekking tot de toegang tot sportwedstrijden worden als publiciteitskosten aangemerkt in de mate dat die onderneming kan aantonen dat het gebruik van de locatie waar de sportwedstrijd plaatsvindt, gericht is op het voeren van een of andere vorm van publiciteit van de onderneming. Ter zake wordt verwezen naar de parlementaire vraag nr. 1064 van 11.1.2006 gesteld door Volksvertegenwoordiger Devlies (Bull. Vr. en Antw., Kamer, 2005-2006, nr. 113, blz. 21557-21560).

III.2. Belastingstelsel bij de verkrijger van de toegangstickets

14. Wanneer uit de sponsoringovereenkomst blijkt dat een sportclub als tegenprestatie voor het sponsorbedrag toegangstickets voor een wedstrijd ter beschikking stelt aan haar sponsors en de sponsors die tickets op hun beurt aanbieden aan hun genodigden wordt aanvaard dat er doorgaans geen sprake is van een te belasten voordeel van alle aard.

*

* *

15. De bepalingen van deze circulaire zijn mutatis mutandis van toepassing wanneer wordt vastgesteld dat gelijkaardige verrichtingen zich voordoen in andere sectoren dan de sportsector.

De Administrateur-generaal van de fiscaliteit d.d.,

C. SIX