Circulaire nr. 15/2010 d.d. 20.10.2010

(Circulaire AFZ nr. 11/2010)

Vlaams Gewest
Registratierechten: Schenkingen van ondernemingen: veralgemening E.E.R- toepassingsgebied
Successierechten; aanpassing overdracht ondernemingen en aanpassing teruggaveregeling voor bossen
Wetboek diverse rechten en taksen: correctie bedrag strafrechtelijke boete

Federale Overheidsdienst FINANCIEN

Administratie van Fiscale Zaken

4e dienst - 2e directie

Patrimoniumdocumentatie

Kadaster, Registratie en Domeinen

Dienst VI

2 bijlagen

In het Belgisch Staatsblad van 28.07.2010 werd het decreet van 9 juli 2010 van het Vlaams Gewest "houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2010" bekendgemaakt.

Bij dat decreet worden wijzigingen aangebracht aan het Vlaams Wetboek der registratierechten (meer bepaald aan de artikelen 140bis en 140ter Vl.W.Reg.), aan het Vlaams Wetboek der successierechten (meer bepaald aan de artikelen 60bis en 135 Vl.W.Succ.) en aan het Wetboek diverse rechten en taksen (meer bepaald aan artikel 200 W.DRT).

De voor de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie relevante wijzigingen bij het decreet, in casu die welke de registratie- en successiewetboeken wijzigen, zijn in werking getreden op 28.07.2010.

In deze circulaire wordt een eerste commentaar verstrekt bij die wijzigingen. Vermits de wijziging aan het W.DRT een wijziging van een strafrechtelijke boete betreft, wordt de desbetreffende commentaar beperkt gehouden. De tekst van het decreet gaat in bijlage 1. Bijlage 2 bevat de geconsolideerde (1) tekst van de gewijzigde artikelen in de drie Wetboeken, zoals deze artikelen – voor wat het Vlaams Gewest betreft – na deze wijziging (zie ook punt 4 van de commentaar – inwerkingtreding) luiden.

----------

(1) Vroeger zou hier de terminologie "gecoördineerde tekst" gebruikt zijn. Ingevolge een artikel in de Juristenkrant van 23.06.2010 (Taaltip Gecoördineerde consolidatie Karl Hendrickx – Taaladviseur Rekenhof – docent Rechtstaalbeheersing Universiteit Antwerpen) zal in deze context voortaan gesproken worden van geconsolideerde teksten. Een geconsolideerde wettekst is dus het resultaat van de verwerking van alle wijzigingen die aan een artikel zijn aangebracht, zodat de geconsolideerde tekst niet meer de oorspronkelijke of een tussentijdse maar de laatste stand van het artikel weergeeft.

Commentaar

1. Wijzigingen aan het Vl.W.Reg. (artikelen 10 en 11 van het decreet)

De wijzigingen aan de artikelen 140bis en 140ter Vl.W.Reg. hebben tot doel in de regelgeving voor de schenkingen van ondernemingen de overblijvende verwijzingen naar de Europese Unie te vervangen door verwijzingen naar de Europese Economische Ruimte.

2. Wijzigingen aan het Vl.W.Succ. (artikelen 12 tot en met 14 van het decreet)

2.1. Wijzigingen aan artikel 60bis (artikelen 12 en 13 van het decreet)

Het betreft de formele actualisering van één van de voorwaarden - met name de boekhoudverplichting - tot het bekomen van de vrijstelling van successierechten in het kader van de vrijstellingsregeling voor familiale ondernemingen. Deze aanpassing is de decretale bevestiging van een administratieve praktijk (van de Vlaamse administratie, bevoegd voor het controleren van het vervuld zijn van de toepassingsvoorwaarden van artikel 60bis).

2.2. Wijziging aan artikel 135, 10° (artikel 14 van het decreet)

Bij de onder de vorm van een teruggave ingestelde vrijstellingsregeling voor bossen, was tot nog toe vereist dat het bosbeheerplan werd opgemaakt en goedgekeurd ten laatste twee jaar na het overlijden. Omdat die termijn als onvoldoende lang is bevonden, wordt hij op vier jaar gebracht.

3. Wijziging aan het W.DRT (artikel 70 van het decreet)

De wijziging van artikel 200 W.DRT betreft de aanpassing van het bedrag van de strafrechtelijke boete wegens het aanplakken van bovenmaatse plakbrieven. Die aanpassing drong zich op omdat de federale wetgever de omzetting van de uitersten van het boetebedrag van Belgische frank naar Euro heeft gedaan, zonder daarvoor bevoegd te zijn. Omdat het een strafbepaling betreft die betrekking heeft op een tot de Gewestelijke bevoegdheid behorende materie, zijn de Gewesten en niet de federale overheid bevoegd om het bedrag van de boete te bepalen (en dus ook aan te passen aan de nieuwe munteenheid). Het Vlaams Gewest doet dat hier voor wat zijn grondgebied betreft.

Die wijziging heeft dus geen betrekking op een bepaling met een fiscaalrechtelijke aard; vandaar dat op die wijziging niet wordt teruggekomen bij de bespreking hierna van de inwerkingtreding van de voor de administratie van de patrimoniumdocumentatie relevante artikelen in het decreet.

4. Inwerkingtreding wijzigingen aan W. Reg. VL en Vl.W.Succ.

Artikel 75 van het decreet bepaalt de inwerkingtreding ervan op 01.01.2010, met uitzondering van de artikelen 10 tot en met 14, die in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

Wat inzonderheid de inwerkingtreding van de wijziging van artikel 135, 10° Vl.W.Succ. betreft, blijkt de bedoeling van de decreetgever uit de volgende passage in de memorie van toelichting bij het ontwerp van decreet:

"In de praktijk blijkt de periode van twee jaar voor een goedgekeurd bosbeheerplan alsnog in bepaalde gevallen te kort te zijn zodat wordt voorgesteld de termijn te verhogen naar vier jaar (artikel 55quater, §2, 1°, Vl. W. Succ.). Vermits het hier gaat om een bepaling die een nieuwe teruggave mogelijk maakt, geldt die mogelijkheid ook in het kader van de vereffening van de successierechten verschuldigd ingevolge overlijdens die zich vóór 01.01.2010 (lees: 28.07.2010) hebben voorgedaan, op voorwaarde dat de mogelijkheid van teruggave op diezelfde datum nog niet is verjaard en dat de termijn van vier jaar na het overlijden gesteld in de nieuwe bepaling nog niet is verstreken. Vermits laatstgenoemde termijn korter is dan de verjaringstermijn van de teruggave, is de termijn van vier jaar hier doorslaggevend.

Voorbeeld: overlijden 1 oktober 2006

publicatie programmadecreet: 28 juli 2010

  • Bijvoeglijke aangifte toepassing art. 135, 10°, W. Succ. Vl.: 1 september 2010

    Teruggave is mogelijk

  • Bijvoeglijke aangifte toepassing art. 135, 10°, .W. Succ. Vl.: 1 december 2010

    Teruggave is niet meer mogelijk".

Bijlage 1

Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 28.07.2010.

VLAAMSE OVERHEID

9 juli 2010 - Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2010.

Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt: decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2010.

Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.

...

Hoofdstuk III. Registratierechten

Art. 10. In artikel 140bis, §1, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998, vervangen bij het decreet van 27 juni 2003 en gewijzigd bij het decreet van 19 december 2003, worden de woorden "Europese Unie" vervangen door de woorden "Europese Economische Ruimte".

Art. 11. In artikel 140ter van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998 en vervangen bij het decreet van 27 juni 2003, worden de woorden "Europese Unie" telkens vervangen door de woorden "Europese Economische Ruimte".

...

Hoofdstuk IV. Successierechten

Afdeling I. Vrijstelling familiale ondernemingen en vennootschappen

Art. 12. In artikel 60bis, §8, eerste lid, van het Vlaamse Wetboek der Successierechten, ingevoegd bij het decreet van 20 december 1996 en vervangen door het decreet van 22 december 1999, wordt de zinsnede "een jaarrekening opmaakt overeenkomstig het koninklijk besluit van 8 oktober 1976 met betrekking tot de jaarrekening van ondernemingen" vervangen door de zinsnede "een jaarrekening opmaakt en in voorkomend geval publiceert overeenkomstig de vigerende boekhoudwetgeving in België op het ogenblik van het overlijden".

Art. 13. In artikel 60bis, §8, tweede lid, van het Vlaamse Wetboek der Successierechten, ingevoegd bij het decreet van 20 december 1996 en vervangen door het decreet van 22 december 1999, wordt de zinsnede "een jaarrekening opmaken overeenkomstig de geldende wetgeving van de plaats waar de maatschappelijke zetel gevestigd is" vervangen door de zinsnede "een jaarrekening opmaken en in voorkomend geval publiceren overeenkomstig de vigerende boekhoudwetgeving van de lidstaat waar de maatschappelijke zetel gevestigd is op het ogenblik van het overlijden".

Afdeling II. Vrijstelling bossen

Art. 14. In artikel 135, 10°, van het Vlaamse Wetboek der Successierechten wordt het cijfer "2" vervangen door het cijfer "4".

...

Hoofdstuk XIX. Wetboek diverse rechten en taksen

Art. 69.Het koninklijk besluit van 20 juli 2000 houdende uitvoering van de wet van 26 juni 2000 betreffende de invoering van de euro in de wetgeving die betrekking heeft op aangelegenheden zoals bedoeld in artikel 78 van de Grondwet en die ressorteert onder het Ministerie van Financiën wordt ingetrokken voor wat betreft het artikel 200, tweede lid, van het Wetboek diverse rechten en taksen.

Art. 70. In artikel 200, tweede lid, van het Wetboek diverse rechten en taksen worden de bedragen "1,25 EUR" en "50 EUR" respectievelijk vervangen door de bedragen "50 EUR" en "2000 EUR".

Hoofdstuk XXIII. – Slotbepalingen

Art. 75. Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2010, met uitzondering van:

- ...

- de artikelen 10 tot en met 14, die in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad;

- ...

- de artikelen 69 en 70, die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2002;

- ...

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 9 juli 2010.

Volgen de handtekeningen van de Ministers van de Vlaamse Regering

Bijlage 2

Geconsolideerde teksten van de gewijzigde artikelen

1) van het Vlaams Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.

Art. 140bis

§ 1. De bij artikel 131 vastgestelde rechten worden verminderd tot 2 % voor:

1° de schenking van de eigendom of het vruchtgebruik van een universaliteit van goederen of van een bedrijfstak, of van een onverdeeld deel van minstens de helft van die rechten, waarmee een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, een vrij beroep of een ambt of post wordt uitgeoefend.

Deze vermindering is niet van toepassing op de overdrachten van onroerende goederen die gedeeltelijk of geheel tot bewoning worden aangewend of zijn bestemd;

2° de schenking van de eigendom of het vruchtgebruik van aandelen van een vennootschap waarvan de zetel van haar werkelijke leiding is gevestigd in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die de uitoefening van een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, een vrij beroep, of een ambt of post tot doel heeft.

De aandelen dienen minstens 10 % van de stemrechten in de algemene vergadering of van de totaliteit van de aandelen van de vennootschap te vertegenwoordigen.

Onder aandelen worden tevens begrepen:

a) maatschappelijke rechten in dergelijke vennootschappen;

b) de certificaten van aandelen, uitgereikt door rechtspersonen met zetel in een van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte, ter vertegenwoordiging van aandelen van de betreffende vennootschap, op voorwaarde dat de rechtspersoon de verplichting heeft om de dividenden en andere vermogensvoordelen onmiddellijk en ten laatste binnen de maand door te storten aan de certificaathouder.

3° de schenking van de eigendom of het vruchtgebruik van vorderingen op de vennootschap, waarvan aandelen geschonken worden bij schenking die voldoet aan de in 2° vermelde voorwaarden.

Onder vorderingen worden tevens begrepen de certificaten van vorderingen uitgereikt door rechtspersonen met zetel in een van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte, ter vertegenwoordiging van vorderingen op een dergelijke vennootschap, op voorwaarde dat de rechtspersoon de verplichting heeft om de interesten en andere vermogensvoordelen onmiddellijk en ten laatste binnen de maand door te storten aan de certificaathouder.

§ 2. In de akte of in een verklaring onder aan de akte, dienen de partijen te bevestigen dat de voorwaarden van dit artikel vervuld zijn. In geval de schenking ook andere goederen omvat dan die waarvan sprake in § 1 van dit artikel, dienen de partijen daarbij nader aan te geven welke van de geschonken goederen deel uitmaken van de universaliteit, van de bedrijfstak, of van het aandelenpakket. In geval van een schenking als bedoeld in § 1, 2°, van dit artikel moet bovendien de notaris, in of onder aan de akte, naargelang het geval, bevestigen dat de geschonken aandelen hetzij minstens 10 % van de stemrechten in de algemene vergadering van de vennootschap vertegenwoordigen, hetzij minstens 10 % van de totaliteit van de aandelen van de vennootschap vertegenwoordigen. Die bevestiging door de notaris kan vervangen worden door een attest van een bedrijfsrevisor of accountant, dat aan de akte wordt gehecht.

Artikel 140ter

Het bij artikel 140bis, § 1, 1°, vastgestelde recht wordt alleen behouden :

a) indien de activiteit van de geschonken universaliteit van goederen of van de bedrijfstak zonder onderbreking wordt voortgezet gedurende vijf jaar te rekenen van de datum van de akte van schenking;

b) en indien en in de mate dat de onroerende goederen die met toepassing van het verlaagde recht werden overgedragen, niet gedeeltelijk of geheel tot bewoning aangewend of bestemd worden gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar te rekenen van de datum van de schenking.

Het bij artikel 140bis, § 1, 2°, vastgestelde recht wordt alleen behouden indien :

a) de activiteit van de vennootschap zonder onderbreking wordt voortgezet gedurende vijf jaar te rekenen van de datum van de schenking;

b) en de zetel van werkelijke leiding van de vennootschap niet wordt overgebracht naar een staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte gedurende vijf jaar te rekenen van de datum van de schenking.

Het bij artikel 140bis, § 1, 3°, vastgestelde recht wordt alleen behouden:

a) indien en in de mate dat de vordering gedurende vijf jaar te rekenen van de datum van de schenking niet terugbetaald is;

b) en indien de activiteit van de vennootschap zonder onderbreking wordt voortgezet gedurende vijf jaar te rekenen van de datum van de schenking;

c) en indien de zetel van werkelijke leiding van de vennootschap niet wordt overgebracht naar een staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte gedurende vijf jaar te rekenen van de datum van de schenking.

2) van het Vlaams Wetboek der successierechten

Art. 60bis

§ 1. In afwijking van artikelen 48 en 48/2 wordt van het successierecht vrijgesteld, de nettowaarde van:

a) de activa die door de erflater of zijn echtgenoot beroepsmatig zijn geïnvesteerd in een familiale onderneming; en

b) de aandelen in een familiale vennootschap of vorderingen op een dergelijke vennootschap, op voorwaarde dat de onderneming of de aandelen van de vennootschap in de drie jaar voorafgaand aan het overlijden ononderbroken en voor ten minste 50 procent toebehoorden aan de overledene en/of zijn echtgenoot, en dat deze spontaan in de aangifte van nalatenschap worden vermeld.

Voor het ononderbroken bezit en de berekening van de 50 procent in de drie jaar voorafgaand aan het overlijden wordt tevens rekening gehouden met de activa of de aandelen:

- die in het bezit zijn of waren van ascendenten of descendenten en hun echtgenoten, of van zijverwanten van de overledene tot en met de tweede graad en hun echtgenoten;

- die in het bezit zijn van kinderen van vooroverleden broers en zusters van de overledene.

Indien bij de berekening van de 50 procent rekening wordt gehouden met de activa of de aandelen van de in de vorige lid vermelde familieleden wordt het ononderbroken bezit en de grens van 50 procent beoordeeld voor alle bedoelde familieleden tezamen.

Fusie, splitsing, inbreng van aandelen, of andere verrichtingen in de drie jaar vóór het overlijden, waarbij de betrokkene rechtstreeks of onrechtstreeks aandeelhouder werd of blijft, belet de vrijstelling niet, op voorwaarde dat de betrokkene vóór en na de verrichting aan de voorwaarden voldoet.

Voor aandelen in vennootschappen met een sociaal oogmerk (VSO) geldt de 50 procent eigendomsvoorwaarde niet.

§ 2. Onder familiale onderneming wordt verstaan: een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwbedrijf of een vrij beroep, dat door de erflater en/of zijn echtgenoot, al dan niet samen met anderen, persoonlijk wordt geëxploiteerd of uitgeoefend.

§ 3. Onder familiale vennootschap wordt verstaan : de vennootschap met zetel van werkelijke leiding in een van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte, die:

- ofwel zelf beantwoordt aan de voorwaarden van §§ 1, 5 en 8;

- ofwel, die aandelen en desgevallend vorderingen houdt van dochtervennootschappen die aan deze voorwaarden beantwoorden.

In dit laatste geval wordt de participatievoorwaarde op geconsolideerde basis berekend; de tewerkstellingsvoorwaarde, bedoeld in § 5, wordt echter per vennootschap berekend.

§ 4. Onder aandelen wordt tevens begrepen:

- maatschappelijke rechten in vennootschappen;

- de certificaten van aandelen, uitgereikt door rechtspersonen met zetel in een van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte, ter vertegenwoordiging van aandelen van familiale vennootschappen die aan de gestelde voorwaarden voldoen en waarvan de rechtspersoon de verplichting heeft om de dividenden en andere vermogensvoordelen onmiddellijk en ten laatste binnen de maand door te storten aan de certificaathouder.

Onder vorderingen wordt tevens begrepen : de certificaten van vorderingen, uitgereikt door rechtspersonen met zetel in een van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte, ter vertegenwoordiging van vorderingen op familiale vennootschappen die aan de gestelde voorwaarden voldoen en waarvan de rechtspersoon de verplichting heeft om de intresten en andere vermogensvoordelen onmiddellijk en ten laatste binnen de maand door te storten aan de certificaathouder.

§ 5. De vrijstelling wordt slechts toegestaan op voorwaarde dat de onderneming of de vennootschap in de twaalf kwartalen voorafgaand aan het overlijden, minstens 500.000 euro aan loonlasten heeft uitbetaald aan werknemers die in de Europese Economische Ruimte tewerkgesteld zijn.

In afwijking van het eerste lid, wordt, indien de onderneming of de vennootschap in de drie jaren voorafgaand aan het overlijden minder dan 500.000 euro aan loonlasten heeft uitbetaald aan werknemers die in de Europese Economische Ruimte tewerkgesteld zijn, de vrijstelling slechts proportioneel toegepast.

De uitbetaalde loonlasten worden beoordeeld op basis van de aangiften vereist voor de sociale wetgeving, of bij ontstentenis aan dergelijke aangiften, voor de fiscale wetgeving. Onder loonlasten wordt verstaan : het gewone basis- of minimumloon of -salaris en alle overige voordelen in geld of in natura die de werknemer uit hoofde van zijn dienstbetrekking direct of indirect van de werkgever ontvangt, alsmede alle sociale zekerheidsbijdragen die op dit loon drukken.

De vrijstelling wordt slechts behouden indien de onderneming of de vennootschap in de twintig kwartalen na het overlijden een bedrag minstens gelijk aan 5/3e van de loonlasten, betaald in de twaalf kwartalen vóór het overlijden, heeft uitbetaald. Indien en in de mate dat deze loonlasten, betaald na het overlijden, lager zouden zijn, is de belasting tegen het normale tarief evenredig verschuldigd.

Komen niet in aanmerking loonlasten in verband met werknemers die in hoofdzaak huishoudelijke handarbeid verrichten in verband met de huishouding van de werkgever of van zijn gezin of van een bestuurder, zaakvoerder, vereffenaar of van een persoon met een gelijkaardige functie van de vennootschap.

Komen evenmin in aanmerking loonlasten betaald ten voordele van de erflater zelf, diens echtgenoot, en zijn verwanten in rechte lijn, in de mate waarin deze loonlasten 300.000 euro overtreffen voor wat betreft de periode vóór het overlijden, en 500.000 euro voor wat betreft de periode na het overlijden.

De in het eerste, tweede en zesde lid vermelde bedragen worden vermenigvuldigd met een coëfficiënt, die wordt verkregen door het gemiddelde van de gezondheidsindexcijfers van hetzij de drie kalenderjaren voorafgaand aan dat waarin het overlijden plaatsheeft, hetzij de vijf kalenderjaren te beginnen met het jaar waarin het overlijden plaatsheeft, te delen door het gezondheidsindexcijfer van de maand december 2007. Met het gezondheidsindexcijfer wordt bedoeld, het indexcijfer zoals bepaald in artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen.

§ 5/1. Voor de overlijdens vanaf 1 november 2007 wordt het in § 5, eerste, tweede en zesde lid vermelde minimum aan loonlasten, die de onderneming of de vennootschap uitbetaalt aan werknemers die in de Europese Economische Ruimte tewerkgesteld zijn, met 100 procent verminderd op voorwaarde dat er minimaal twee kwartalen van de twaalf kwartalen voorafgaand aan het overlijden vallen in de periode van het vierde kwartaal van 2008 tot en met het derde kwartaal van 2011.

Voor de overlijdens vanaf 1 november 2007 wordt, voor het behoud van de vrijstelling, het in § 5, vierde en zesde lid, vermelde minimum aan loonlasten, die de onderneming of de vennootschap uitbetaalt aan werknemers die in de Europese Economische Ruimte tewerkgesteld zijn, met 100 procent verminderd op voorwaarde dat er minimaal drie kwartalen van de twintig kwartalen na het overlijden vallen in de periode van het derde kwartaal van 2008 tot en met het derde kwartaal van 2011.

§ 5/2. Voor de overlijdens vóór 1 november 2007 wordt, voor het behoud van de vrijstelling, het in § 5, vierde lid, zoals van toepassing voor de wijziging door artikel 20 van het decreet van 21 december 2007 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2008, vermelde aantal in de Europese Economische Ruimte tewerkgestelde personeelsleden, uitgedrukt in voltijdse eenheden, met 100 procent verminderd op voorwaarde dat de periode van vijf jaar na het overlijden eindigt in of na het laatste kwartaal van het jaar 2008.

In afwijking van § 5, vijfde lid, zoals van toepassing voor de wijziging door artikel 20 van het decreet van 21 december 2007 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2008, blijft de vrijstelling voorlopig volledig behouden, tijdens genoemde periode van vijf jaar, indien het voortschrijdende gemiddelde aantal in de Europese Economische Ruimte tewerkgestelde personeelsleden, uitgedrukt in voltijdse eenheden, berekend op het einde van elk van de eerste vier jaar na het overlijden, tenminste gelijk is aan 0 procent van het aantal personeelsleden, uitgedrukt in voltijdse eenheden, op het ogenblik van het overlijden op voorwaarde dat de periode van vijf jaar na het overlijden eindigt in of na het laatste kwartaal van het jaar 2008.

§ 6. De activa die bijkomend belegd werden in de onderneming in de laatste drie jaar voor het overlijden, komen voor de vrijstelling niet in aanmerking, tenzij de bijkomende belegging van deze activa beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften.

Kapitaalverhogingen of bijkomende leningen, die in de laatste drie jaar voor het overlijden werden volgestort of toegestaan, komen voor de vrijstelling niet in aanmerking, tenzij deze beantwoorden aan rechtmatige financiële of economische behoeften.

§ 7. Indien het belegd vermogen of het kapitaal en de vorderingen bedoeld in § 1 dalen door uitkeringen of terugbetalingen in de vijf jaar na het overlijden wordt het normaal tarief evenredig verschuldigd.

§ 8. De onderneming of de vennootschap komt slechts voor de vrijstelling in aanmerking voor zover de onderneming of de vennootschap een jaarrekening opmaakt en in voorkomend geval publiceert overeenkomstig de vigerende boekhoudwetgeving in België op het ogenblik van het overlijden welke tevens aangewend werd ter verantwoording van de aangifte in de inkomstenbelasting, gedurende een periode van drie jaar voor en vijf jaar na het overlijden.

Ondernemingen of vennootschappen waarvan de maatschappelijke zetel gelegen is buiten het Vlaamse Gewest moeten een jaarrekening opmaken en in voorkomend geval publiceren overeenkomstig de vigerende boekhoudwetgeving van de lidstaat waar de maatschappelijke zetel gevestigd is op het ogenblik van het overlijden.

§ 9. Onder nettowaarde wordt verstaan de waarde van de activa of aandelen verminderd met de schulden, behalve die welke specifiek werden aangegaan om andere goederen te verwerven of te behouden.

Ingeval een vennootschap overeenkomstig § 3 als een familiale vennootschap wordt beschouwd op grond van het feit dat zij aandelen en desgevallend vorderingen houdt van een of meer dochtervennootschappen die aan de voorwaarden van §§ 1, 5 en 8 beantwoorden, wordt de nettowaarde van de aandelen van en de vorderingen op de vennootschap beperkt tot de som van de waarden van de aandelen van en desgevallend vorderingen op de dochtervennootschappen die aan de voornoemde voorwaarden beantwoorden.

In de mate dat de waarden van de aandelen van en desgevallend vorderingen op deze dochtervennootschappen slechts gedeeltelijk in aanmerking kunnen worden genomen volgens § 5, tweede lid, van dit artikel, wordt de nettowaarde overeenkomstig beperkt.

§ 10. Op straffe van verval is artikel 60bis slechts toepasselijk voorzover de volgende voorwaarden zijn vervuld:

1° in de aangifte wordt uitdrukkelijk om de toepassing van artikel 60bis verzocht;

2° het door het Vlaamse Gewest uitgereikte attest waaruit blijkt dat aan de door dit artikel gestelde voorwaarden, op het vlak van tewerkstelling en kapitaal, is voldaan, is bij de aangifte gevoegd.
Indien dit attest niet wordt ingediend voordat de rechten opeisbaar zijn, moeten deze, tegen het normale tarief berekend, binnen de wettelijke termijn betaald worden, behoudens teruggave, overeenkomstig het bepaalde in artikel 135, 8°;

3° in de aangifte wordt in een afzonderlijke rubriek vermeld voor welke activa of aandelen de toepassing van artikel 60bis wordt gevraagd.

§ 11. De erfgenamen die wensen het voordeel te genieten van artikel 60bis richten bij aangetekend schrijven een verzoek tot het bekomen van het in § 10 bedoelde attest aan de Vlaamse regering. Dit verzoek is vergezeld van alle bewijskrachtige gegevens waaruit blijkt dat voldaan is aan die gestelde voorwaarden. De Vlaamse regering bepaalt de nadere voorwaarden en modaliteiten waaronder een attest, bedoeld in § 10, aangevraagd en verstrekt wordt.

Indien bijkomende rechten verschuldigd worden, tengevolge van het niet langer vervullen van de voorwaarden vermeld in dit artikel, dienen de erfgenamen, legatarissen of begiftigden dit te melden bij wijze van aanvullende aangifte, binnen de vijf maanden nadat de verschuldigdheid definitief is komen vast te staan.

Zij die de vrijstelling als bedoeld in dit artikel genoten hebben moeten, na verloop van een termijn van vijf jaar na het overlijden, aantonen dat de voorwaarden gesteld voor het behoud van het voordeel, vervuld zijn.

De Vlaamse regering bepaalt de nadere voorwaarden en modaliteiten met betrekking tot deze meldingsplicht.

Bij niet-naleving van de meldingsplicht zoals bedoeld hiervoor worden de rechten geacht verschuldigd te zijn berekend tegen het gewoon tarief, zonder toepassing van dit artikel.

§ 12. Het Vlaamse Gewest levert aan de bevoegde ontvanger, in de periode van vijf jaar na het overlijden, een nieuw attest af, elke keer dat de voorwaarden waaronder de vrijstelling werd bekomen wijzigingen ondergaan waardoor de vrijstelling geheel of gedeeltelijk vervalt.

§ 13. Tegen de beslissing waarbij de aflevering van een attest, als bedoeld in de §§ 10 of 12 van dit artikel, geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, kunnen de aanvragers van het attest bezwaar aantekenen bij de door de Vlaamse Regering gemachtigde ambtenaren van de Vlaamse Belastingdienst. Dat gemotiveerd bezwaar moet worden ingediend bij ter post aangetekende brief uiterlijk één maand na de kennisgeving bij ter post aangetekende brief van de administratieve beslissing waarbij de attestaanvraag geheel of gedeeltelijk werd afgewezen.

De bevoegde ambtenaren van de Vlaamse Belastingdienst bevestigen bij ter post aangetekende brief en uiterlijk vijf werkdagen na de datum ervan, de ontvangst van het bezwaarschrift aan de indieners en sturen tezelfdertijd, eveneens bij ter post aangetekende brief, een kopie van het bezwaarschrift aan de ontvanger van het kantoor waar de aangifte van nalatenschap moet worden of werd ingediend.

Uiterlijk drie maanden na de in het vorige lid bedoelde datum van de betekening van de ontvangst van het bezwaarschrift, zenden de bevoegde ambtenaren van de Vlaamse Belastingdienst bij aangetekende brief hun gemotiveerde beslissing over het bezwaarschrift aan de verzoekers en tezelfdertijd aan de ontvanger van het kantoor waar de aangifte van nalatenschap moet worden of werd ingediend. Bij gebreke van kennisgeving van de gemotiveerde beslissing binnen de gestelde termijn wordt het bezwaarschrift geacht te zijn ingewilligd

Artikel 135

...

10° wanneer aan de voorwaarden voor de toepassing van de in artikel 55quater bepaalde vrijstelling wordt voldaan binnen een termijn van 4 jaar na het overlijden.

3) van het Wetboek Diverse Rechten en Taksen

Artikel 200

Ten einde de schoonheid der gebouwen, monumenten, zichten en landschappen te vrijwaren, wordt de regering gemachtigd de aanplakking van alle hoe ook genaamde plakbrieven die een zekere grootte te buiten gaan, op bepaalde plaatsen te verbieden.

De overtredingen van de koninklijke besluiten, ter uitvoering van dit artikel genomen, worden gestraft met een boete van 50 EUR tot 2000 EUR. Het bepaalde in het eerste boek van het Strafwetboek is van toepassing op die overtredingen.

Door het strafvonnis wordt de vernietiging van de onwettelijk aangebrachte plakbrief, op kosten van de veroordeelde, voorgeschreven.

Interne ref.: AFZ: Dossier nr. 456 / Kad., reg. en domeinen: E.E./L. 200