Circulaire nr. Ci.RH.243/361.203 dd. 28.06.1985
CIRC 28.06.85/1
Circulaire nr. Ci.RH.243/361.203 dd. 28.06.1985
Bull. nr. 642, pag. 1860
BEDRIJFSUITGAVEN
Forfait
Bedrijfsuitgaven
Verplaatsingskosten van de woonplaats naar de plaats van tewerkstelling
I. ALGEMEEN
1. Art. 8, W. 28.12.1983 houdende fiscale en begrotingsbepalingen (V. 1704 - B. 625) heeft het in art. 51, § 3, WIB, bepaalde maximumbedrag van de forfaitaire bedrijfslasten verhoogd van 75.000 F tot 125.000 F. Deze verhoging geldt voor alle in art. 51, WIB, bedoelde belastingplichtigen.
Bovendien heeft art. 9 van voormelde wet in art. 51, WIB, een § 4 ingelast waarbij een aanvullend forfait voor bedrijfslasten wordt ingevoerd ten gunste van de loon- en weddetrekkers die lange verplaatsingen moeten doen om hun werkplaats te bereiken.
Het bedrag van het aanvullend forfait wordt, rekening houdend met de afstand van de beroepsverplaatsingen, bepaald bij koninklijk besluit, in casu art. 42, KB/WIB, ingevoegd door art. 1, KB 11.12.1984 (V. 1746 - B. 636).
De tekst van de wettelijke en reglementaire bepalingen waarover het gaat, is in bijlage opgenomen.
II. COMMENTAAR
A. Verhoging van het maximumbedrag van de forfaitaire bedrijfslasten
2. Met ingang van het aj. 1985 wordt het maximumbedrag van de forfaitaire bedrijfslasten waarvan sprake in art. 51, § 3, WIB, opgetrokken van 75.000 F (maximumbedrag van toepassing voor de ajren 1977 tot en met 1984) tot 125.000 F.
3. Die verhoging tot 125.000 F brengt de brutobezoldigingen waarbij het maximum van de forfaitaire bedrijfslasten wordt bereikt van 900.000 F op 1.900.000 F voor de bezoldigingen van loon- en weddetrekkers en voor de baten van vrije beroepen, enz., en van 1.500.000 F op 2.500.000 F voor de bezoldigingen van beheerders, enz., en van werkende vennoten.
B. Aanvullend forfait voor bedrijfslasten
4. Aan art. 51, WIB, wordt een § 4 toegevoegd, waarin wordt bepaald dat voor de in art. 20, 2°, a, WIB, bedoelde bezoldigingen van loon- en weddetrekkers, de forfaitaire bedrijfslasten worden verhoogd. Hierbij was het de opzet van de wetgever rekening te houden met de uitzonderlijke lasten die voortvloeien uit de afstand tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling. Deze bepaling is eveneens van toepassing vanaf het aj. 1985.
Het aanvullend forfait geldt niet wanneer de loon- en weddetrekkers hun werkelijke bedrijfslasten aantonen overeenkomstig art. 44, WIB.
5. Het nieuwe art. 42 KB/WIB, heeft het bedrag van het aanvullend forfait voor verre verplaatsingen, dat in absolute cijfers per belastbaar tijdperk is uitgedrukt, als volgt vastgesteld : Afstand tussen de woonplaats van Bedrag van het aanvullend forfait de belastingplichtige en de plaats (per belastbaar tijdperk) van tewerkstelling van 75 tot 100 km 1.000 F van 101 tot 125 km 2.000 F van 126 tot 150 km 4.000 F meer dan 150 km 6.000 F 6. Het is de afstand (enkele reis) tussen de woonplaats van de belastingplichtige en de plaats van zijn tewerkstelling die in aanmerking wordt genomen om het bedrag van het aanvullend forfait vast te stellen. Bij de beoordeling van die afstand moet rekening worden gehouden met de toestand zoals die zich op 1 januari van het aanslagjaar voordoet. 7. Hieruit volgt dat het bedrag van het aanvullend forfait nooit pro rata temporis moet worden verminderd. Er dient evenmin acht te worden geslagen op het feit dat er zich in de loop van het jaar wijzigingen hebben voorgedaan in de plaats van tewerkstelling of in de woonplaats.
8. Als plaats van tewerkstelling geldt de fabriek, het kantoor, het atelier, enz., waar de loon- of weddetrekker in werkelijkheid zijn beroep uitoefent.
9. Het feit dat de werkgever bijdraagt in de reiskosten van zijn werknemers van de woonplaats naar de plaats van tewerkstelling doet geen afbreuk aan het recht op het aanvullend forfait. Het is evenmin van belang of de betrokkene de verplaatsingen dagelijks of wekelijks doet.
Voorbeeld
10. Een bediende heeft in 1984 een belastbare brutobezoldiging van 1.026.000 F.
De afstand tussen zijn woonplaats en het kantoorgebouw waar hij werkt, bedraagt op 1.1.1985 132 km. Forfaitaire bedrijfslasten : - 20 pct. van de 1e schijf van 150.000 F : 30.000 F - 10 pct. van de schijf van 150.001 tot 300.000 F : 15.000 F - 5 pct. van de schijf van 300.001 F tot 1.026.000 F : 36.300 F -------- Gewoon forfait : 81.300 F Aanvullend forfait voor verre verplaatsingen : 4.000 F -------- Totale forfaitaire bedrijfslasten : 85.300 F ======== 11. De belastingplichtige die recht heeft op het aanvullend forfait voor verre verplaatsingen moet in zijn aangifte in de inkomstenbelastingen het bedrag ervan vermelden en een nota toevoegen waarop de plaats van tewerkstelling op 1 januari van het aanslagjaar is vermeld, evenals de afstand in km tussen die plaats en zijn woonplaats. 12. Ter gelegenheid van de verificatie van de aangifte dient de juistheid van de door de belastingplichtige verstrekte gegevens summier te worden onderzocht.
Bij ernstige twijfel omtrent die gegevens of bij klaarblijkelijke overdrijving moet de betrokkene worden uitgenodigd de nodige stukken (bv. attest van de werkgever, treinabonnement, enz.) voor te leggen tot staving van de opgegeven afstand tussen woonplaats en plaats van tewerkstelling.
Evenwel moeten ter zake nutteloze betwistingen zonder grote praktische draagwijdte worden vermeden.
BIJLAGE
1. WIB
C. Forfaitaire aftrek voor bedrijfslasten
Art. 51. - § 1. Met betrekking tot de in artikel 20, 2/* en 3/*, bedoelde bezoldigingen en baten, andere dan de vergoedingen verkregen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van bezoldigingen of baten, worden de bedrijfsuitgaven of -lasten, de sociale bijdragen uitgezonderd, bij gebreke van de in artikel 44 vermelde bewijzen, forfaitair bepaald op een percent van het brutobedrag van die inkomsten, vooraf verminderd met voormelde bijdragen.
§ 2. Die percenten zijn :
1° voor de bezoldigingen en baten als bedoeld in artikel 20, 2/*, a en 3/* :
2° voor de bezoldigingen als bedoeld in artikel 20, 2/*, b en c : 5 pct.
§ 3. In geen geval mag het forfait meer bedragen dan 125.000 F.
§ 4. Met betrekking tot de in artikel 20, 2/*, a, bedoelde bezoldigingen wordt het forfait, om rekening te houden met de uitzonderlijke lasten die voortvloeien uit de afstand tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling, verhoogd met een bedrag bepaald volgens een door de Koning vastgestelde schaal.
II. KB/WIB
Afdeling VIbis - Forfaitaire aftrek voor bedrijfslasten - uitzonderlijke lasten die voortvloeien uit de afstand tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling (Wetboek van de inkomstenbelastingen, artikel 51, § 4).
Art. 42. Het in artikel 51, § 4, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen bedoelde bedrag wordt vastgesteld op respectievelijk 1.000 F, 2.000 F, 4.000 F of 6.000 F, naar gelang de afstand tussen de woonplaats van de belastingplichtige en de plaats van zijn tewerkstelling op 1 januari van het aanslagjaar 75 tot 100 km, 101 tot 125 km, 126 km tot 150 km of meer dan 150 km bedraagt.
Circulaire nr. Ci.RH.243/361.203 dd. 28.06.1985
Bull. nr. 642, pag. 1860
BEDRIJFSUITGAVEN
Forfait
Bedrijfsuitgaven
Verplaatsingskosten van de woonplaats naar de plaats van tewerkstelling
I. ALGEMEEN
1. Art. 8, W. 28.12.1983 houdende fiscale en begrotingsbepalingen (V. 1704 - B. 625) heeft het in art. 51, § 3, WIB, bepaalde maximumbedrag van de forfaitaire bedrijfslasten verhoogd van 75.000 F tot 125.000 F. Deze verhoging geldt voor alle in art. 51, WIB, bedoelde belastingplichtigen.
Bovendien heeft art. 9 van voormelde wet in art. 51, WIB, een § 4 ingelast waarbij een aanvullend forfait voor bedrijfslasten wordt ingevoerd ten gunste van de loon- en weddetrekkers die lange verplaatsingen moeten doen om hun werkplaats te bereiken.
Het bedrag van het aanvullend forfait wordt, rekening houdend met de afstand van de beroepsverplaatsingen, bepaald bij koninklijk besluit, in casu art. 42, KB/WIB, ingevoegd door art. 1, KB 11.12.1984 (V. 1746 - B. 636).
De tekst van de wettelijke en reglementaire bepalingen waarover het gaat, is in bijlage opgenomen.
II. COMMENTAAR
A. Verhoging van het maximumbedrag van de forfaitaire bedrijfslasten
2. Met ingang van het aj. 1985 wordt het maximumbedrag van de forfaitaire bedrijfslasten waarvan sprake in art. 51, § 3, WIB, opgetrokken van 75.000 F (maximumbedrag van toepassing voor de ajren 1977 tot en met 1984) tot 125.000 F.
3. Die verhoging tot 125.000 F brengt de brutobezoldigingen waarbij het maximum van de forfaitaire bedrijfslasten wordt bereikt van 900.000 F op 1.900.000 F voor de bezoldigingen van loon- en weddetrekkers en voor de baten van vrije beroepen, enz., en van 1.500.000 F op 2.500.000 F voor de bezoldigingen van beheerders, enz., en van werkende vennoten.
B. Aanvullend forfait voor bedrijfslasten
4. Aan art. 51, WIB, wordt een § 4 toegevoegd, waarin wordt bepaald dat voor de in art. 20, 2°, a, WIB, bedoelde bezoldigingen van loon- en weddetrekkers, de forfaitaire bedrijfslasten worden verhoogd. Hierbij was het de opzet van de wetgever rekening te houden met de uitzonderlijke lasten die voortvloeien uit de afstand tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling. Deze bepaling is eveneens van toepassing vanaf het aj. 1985.
Het aanvullend forfait geldt niet wanneer de loon- en weddetrekkers hun werkelijke bedrijfslasten aantonen overeenkomstig art. 44, WIB.
5. Het nieuwe art. 42 KB/WIB, heeft het bedrag van het aanvullend forfait voor verre verplaatsingen, dat in absolute cijfers per belastbaar tijdperk is uitgedrukt, als volgt vastgesteld : Afstand tussen de woonplaats van Bedrag van het aanvullend forfait de belastingplichtige en de plaats (per belastbaar tijdperk) van tewerkstelling van 75 tot 100 km 1.000 F van 101 tot 125 km 2.000 F van 126 tot 150 km 4.000 F meer dan 150 km 6.000 F 6. Het is de afstand (enkele reis) tussen de woonplaats van de belastingplichtige en de plaats van zijn tewerkstelling die in aanmerking wordt genomen om het bedrag van het aanvullend forfait vast te stellen. Bij de beoordeling van die afstand moet rekening worden gehouden met de toestand zoals die zich op 1 januari van het aanslagjaar voordoet. 7. Hieruit volgt dat het bedrag van het aanvullend forfait nooit pro rata temporis moet worden verminderd. Er dient evenmin acht te worden geslagen op het feit dat er zich in de loop van het jaar wijzigingen hebben voorgedaan in de plaats van tewerkstelling of in de woonplaats.
8. Als plaats van tewerkstelling geldt de fabriek, het kantoor, het atelier, enz., waar de loon- of weddetrekker in werkelijkheid zijn beroep uitoefent.
9. Het feit dat de werkgever bijdraagt in de reiskosten van zijn werknemers van de woonplaats naar de plaats van tewerkstelling doet geen afbreuk aan het recht op het aanvullend forfait. Het is evenmin van belang of de betrokkene de verplaatsingen dagelijks of wekelijks doet.
Voorbeeld
10. Een bediende heeft in 1984 een belastbare brutobezoldiging van 1.026.000 F.
De afstand tussen zijn woonplaats en het kantoorgebouw waar hij werkt, bedraagt op 1.1.1985 132 km. Forfaitaire bedrijfslasten : - 20 pct. van de 1e schijf van 150.000 F : 30.000 F - 10 pct. van de schijf van 150.001 tot 300.000 F : 15.000 F - 5 pct. van de schijf van 300.001 F tot 1.026.000 F : 36.300 F -------- Gewoon forfait : 81.300 F Aanvullend forfait voor verre verplaatsingen : 4.000 F -------- Totale forfaitaire bedrijfslasten : 85.300 F ======== 11. De belastingplichtige die recht heeft op het aanvullend forfait voor verre verplaatsingen moet in zijn aangifte in de inkomstenbelastingen het bedrag ervan vermelden en een nota toevoegen waarop de plaats van tewerkstelling op 1 januari van het aanslagjaar is vermeld, evenals de afstand in km tussen die plaats en zijn woonplaats. 12. Ter gelegenheid van de verificatie van de aangifte dient de juistheid van de door de belastingplichtige verstrekte gegevens summier te worden onderzocht.
Bij ernstige twijfel omtrent die gegevens of bij klaarblijkelijke overdrijving moet de betrokkene worden uitgenodigd de nodige stukken (bv. attest van de werkgever, treinabonnement, enz.) voor te leggen tot staving van de opgegeven afstand tussen woonplaats en plaats van tewerkstelling.
Evenwel moeten ter zake nutteloze betwistingen zonder grote praktische draagwijdte worden vermeden.
BIJLAGE
1. WIB
C. Forfaitaire aftrek voor bedrijfslasten
Art. 51. - § 1. Met betrekking tot de in artikel 20, 2/* en 3/*, bedoelde bezoldigingen en baten, andere dan de vergoedingen verkregen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van bezoldigingen of baten, worden de bedrijfsuitgaven of -lasten, de sociale bijdragen uitgezonderd, bij gebreke van de in artikel 44 vermelde bewijzen, forfaitair bepaald op een percent van het brutobedrag van die inkomsten, vooraf verminderd met voormelde bijdragen.
§ 2. Die percenten zijn :
1° voor de bezoldigingen en baten als bedoeld in artikel 20, 2/*, a en 3/* :
| a) | 20 pct. van de eerste schijf van 150.000 F; |
| b) | 10 pct. van de schijf van 150.000 tot 300.000 F; |
| c) | 5 pct. van de schijf boven 300.000 F; |
§ 3. In geen geval mag het forfait meer bedragen dan 125.000 F.
§ 4. Met betrekking tot de in artikel 20, 2/*, a, bedoelde bezoldigingen wordt het forfait, om rekening te houden met de uitzonderlijke lasten die voortvloeien uit de afstand tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling, verhoogd met een bedrag bepaald volgens een door de Koning vastgestelde schaal.
II. KB/WIB
Afdeling VIbis - Forfaitaire aftrek voor bedrijfslasten - uitzonderlijke lasten die voortvloeien uit de afstand tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling (Wetboek van de inkomstenbelastingen, artikel 51, § 4).
Art. 42. Het in artikel 51, § 4, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen bedoelde bedrag wordt vastgesteld op respectievelijk 1.000 F, 2.000 F, 4.000 F of 6.000 F, naar gelang de afstand tussen de woonplaats van de belastingplichtige en de plaats van zijn tewerkstelling op 1 januari van het aanslagjaar 75 tot 100 km, 101 tot 125 km, 126 km tot 150 km of meer dan 150 km bedraagt.
Bron: FisconetPlus
