Circulaire nr. Ci.R.9 U.S.A./255.902 dd. 29.12.1970
Circulaire nr. Ci.R.9 U.S.A./255.902 dd. 29.12.1970
Bull. nr. 482, pag. 276
DUBBELBELASTINGVERDRAGEN
Verenigde Staten van Amerika
Onderrichtingen van onmiddellijk belang ten gevolge van de buitenwerkingtreding vanaf 1.1.1971 van het Protocol van 21.5.1965 (V. 1154).
Het tijdelijk Protocol van 21.5.1965 (V.1154), dat de Belgisch-Amerikaanse overeenkomst van 28.10.1948 en 9.9.1952 (V. 881) heeft gewijzigd en aangevuld om deze aan te passen aan het Belgisch belastingstelsel gesproten uit de W. 20.11.1962 (V. 1013) en dat bij wisseling van brieven van 11.12.1967 (V. 1214) werd verlengd, zal normaal voor de laatste maal van toepassing zijn op de inkomsten van het aanslagjaar 1971 of, in het geval van bij de bron verschuldigde belastingen, op inkomsten toegekend in 1970.
Op 9.7.1970 werd een nieuwe overeenkomst met de Verenigde Staten ondertekend ; deze nieuwe overeenkomst is evenwel nog niet goedgekeurd en zijn zal slechts een maand na de uitwisseling van de bekrachtigingsoorkonden in werking treden. Zij zal van toepassing zijn op de inkomsten van de aanslagjaren 1972 en volgende of, in het geval van bij de bron verschuldigde belastingen, op de met ingang van 1.1.1971 betaalde inkomsten.
De overeenkomst van 1948/1952 zal ophouden uitwerking te hebben vanaf het ogenblik dat de nieuwe overeenkomst van toepassing zal zijn maar in afwachting van de inwerkingtreding van de nieuwe overeenkomst blijft de overeenkomst van 1948/ 1952 in haar oorspronkelijke vorm van toepassing, d.w.z. zoals vóór de wijziging door het protocol van 21.5.1965 (dat ophoudt uitwerking te hebben met ingang van 1.1.1971).
Het past dus, met ingang van 1 januari aanstaande de oorspronkelijke overeenkomst van 1948/1952 toe te passen. Zulks houdt voor de onmiddellijke toekomst de volgende wijzigingen in ten opzichte van de vroegere onderrichtingen (circ. 926 en addenda), wijzigingen waarop in het bijzonder de aandacht van de hh. ontvangers wordt gevestigd.
1. Dividenden van Belgische oorsprong verkregen door verblijfhouders van de Verenigde Staten.
De overeenkomst van 1948/1952 belet België niet de R.V. te innen volgens het gemeen recht, d.w.z, tegen het tarief van 20 t.h. op het brutobedrag van de dividenden verminderd met de definitief belaste inkomsten.
Bij wijziging van de huidige regeling past het, in afwachting van de inwerkingtreding van de nieuwe overeenkomst, de R.V. op dividenden welke door een Belgische vennootschap met ingang van 1.1.1971 aan verblijfhouders van de Verenigde Staten worden toegekend, niet meer te beperken tot 15 t.h. van het brutobedrag van de inkomsten.
De aanvragen 276 Div. (U.S.A.) betreffende zulke inkomsten die bij de ontv. zouden worden ingediend door Belgische vennootschappen tot staving van hun aangifte en van de storting van een verminderde R.V. (circ. 925bis, nr 17) zullen bijgevolg aan de Belgische vennootschappen waarvan zij uitgaan worden teruggezonden, samen met een brief naar het model in bijlage. Deze brief nodigt de betrokken vennootschappen uit, eensdeels een aanvullende storting van R.V. te verrichten en, anderdeels, de aanvragen 276 Div. (U.S.A.) te sturen aan de Hfd.cr. te Sint-Joost-ten-Node 1.
De aanvragen die aldus te Sint-Joost-ten-Node 1 zullen toekomen, alsmede overigens die welke deze dienst rechtstreeks zou ontvangen, zullen in afwachting van de inwerkingtreding van de nieuwe overeenkomst in beraad worden gehouden.
2. Dividenden van Amerikaanse oorsprong verkregen door Belgische vennootschappen.
Het protocol van 21.5.1965 verleende de Belgische vennootschappen de mogelijkheid onder zekere voorwaarden vrijstelling te vragen van de R.V. van 10 t.h. verschuldigd bij de inning van Amerikaanse dividenden ; de aldus belastingvrij ontvangen dividenden moesten de R.V. tegen het normaal tarief ondergaan wanneer zij door de Belgische vennootschappen aan hun eigen aandeelhouders werden uitgekeerd (circ. 926, nrs 21 tot 23).
De nieuwe Belgisch-Amerikaanse overeenkomst voorziet in een gelijkaardige regeling. De aanvragen 276 Div. Conv. (cf. ge addendum aan circ. 920, nr 14, die de Frans-Belgische overeenkomst van 10.3.1964, V. 1120, toelicht) die bij de Hfd.crs. zouden ingediend zijn om de inkohiering van de R.V. op Amerikaanse dividenden, welke vanaf 1.1.1971 zonder de bemiddeling van een Belgische tussenpersoon werden geïnd, te voorkomen, zullen bijgevolg in afwachting van de inwerkingtreding van de nieuwe overeenkomst in beraad worden gehouden.
Wanneer de Amerikaanse dividenden daarentegen door bemiddeling van een Belgisch tussenpersoon worden geïnd, zal deze laatste de R.V. van 10 t.h. moeten inhouden. In dat geval zullen de Hfd.crs. de ingekomen aanvragen 276 Div. Conv., zonder daarop de gebruikelijke verklaring te hebben aangebracht, aan de Belgische vennootschappen waarvan zij uitgaan terugzenden ; deze vennootschappen zullen terzelfder tijd worden uitgenodigd hun aanvragen te voegen bij de bezwaarschriften die zij zullen moeten indienen om later teruggaaf van de R.V. te bekomen.
Bijlage.
…………, …………… 197 .
(Rechtsvorm, firmanaam of benaming en maatschappelijke zetel).
Mijne Heren,
Het Protocol van 21 mei 1965 (Belgische Staatsblad van 6 september 1966) dat de Belgisch-Amerikaanse overeenkomst tot voorkoming van dubbele belasting van 28 oktober 1948 en 9 september 1952 (Belgisch Staatsblad van 17 september 1953) tijdelijk heeft gewijzigd en aangevuld en dat bij wisseling van brieven van 11 december 1967 (Belgisch Staatsblad van 8 februari 1968) werd verlengd, zal normaal voor de laatste maal van toepassing zijn op de inkomsten van het aanslagjaar 1971 of, in het geval van bij de bron verschuldigde belastingen, op vóór 1 januari 1971 toegekende inkomsten.
Met ingang van die datum en in afwachting van de inwerkingtreding van de nieuwe overeenkomst die op 9 juli 1970 tussen België en de Verenigde Staten is ondertekend en die de overeenkomst van 28 oktober 1948 en 9 september 1952 zal vervangen, blijft laatstbedoelde overeenkomst dus van toepassing in haar oorspronkelijke vorm, d.w.z. zoals vóór de wijziging door het Protocol van 21 mei 1965.
Maar deze overeenkomst belet België niet de roerende voor- heffing te innen volgens het gemeen- recht (d.w.z. tegen het tarief van 20 t.h. op het brutobedrag van de dividenden verminderd met de definitief belaste inkomsten). Hieruit volgt dat de dividenden die met ingang van 1 januari 1971 door Belgische vennootschappen worden toegekend aan verblijfhouders van de Verenigde Staten de roerende voorheffing volgens het gemeen recht moeten ondergaan.
Dientengevolge heb ik de eer U de aanvraag 276 Div. (U.S.A). die U mij tot staving van uw aangifte 273 A hebt doen toekomen, terug te sturen en U uit te nodigen een aanvullend bedrag van F …….. als roerende voorheffing te storten.
Ik vestig evenwel uw aandacht op het feit dat, na haar inwerkingtreding, de nieuwe Belgisch-Amerikaanse overeenkomst van 9 juli 1970 het opnieuw mogelijk zal maken vanaf 1 januari 1971 de regeling die voorheen van kracht was toe te passen (beperking van het werkelijke tarief van de roerende voorheffing tot 15 t.h. van het brutodividend).
Ik raad U dus aan, hetzij onmiddellijk, hetzij op het ogenblik dat de nieuwe overeenkomst zal in werking treden, de aanvraag 276 Div. (U.S.A.) te sturen aan de H. Hoofdcontroleur der belastingen van Sint-Joost-ten-Node 1, Paleizenstraat 48, 1030 Brussel, ten einde op het gepaste ogenblik de teruggaaf van de eventueel teveel gestorte roerende voorheffing te bekomen.
Hoogachtend,
De Ontvanger der belastingen,
--------------------------------------------
