Aanschrijving nr. 20 dd. 24.09.1975

AANSCHRIJVING 75/020

Aanschrijving nr. 20 dd. 24.09.1975


Financieringsmaatschappijen
Ontbinding van een verkoop
Teruggaaf van BTW.


INHOUD Nrs. Onderwerp van de aanschrijving 1-2 Afdeling 1. Ontbinding in het voordeel van de gesubrogeerde derde. 3-15 a. Algemene begrippen 3-6 b. Teruggaaf 7-9 c. Heffing op de overdracht in het voordeel van de financieringsmaatschappij 10-11 d. Belastingplicht van de financieringsmaatschappijen 12-15 Afdeling 2. Verlies van de schuldvordering van de prijs 16-23 a. Algemene begrippen 16 b. Tijdstip waarop het recht op teruggaaf ontstaat 17-18 c. Terug te geven bedrag 19-21 d. Voorbeeld 22 e. Formaliteiten 23 Onderwerp van de aanschrijving.

1. Deze aanschrijving preciseert de regels die inzake BTW van toepassing zijn wanneer een verkoop ontbonden wordt ten voordele van degene die de aankoopprijs van een goed heeft betaald in de plaats van de koper en die daardoor gesubrogeerd werd in de rechten van de verkoper.

2. Zij preciseert ook de regeling die van toepassing is in geval van geheel of gedeeltelijk verlies van de schuldvordering van de prijs door de gesubrogeerde derde.

Afdeling 1. Ontbinding in het voordeel van de gesubrogeerde derde.

Algemene begrippen.

3. Bij verkoop op krediet waarbij aan de koper termijnen worden toegestaan voor de betaling van de prijs, kan de verkoper de ontbinding van de verkoop vorderen krachtens artikel 1184 van het Burgerlijk Wetboek wanneer de koper in gebreke blijft de overeengekomen stortingen te doen. De verkoper kan ook bedingen dat de verkoop van rechtswege ontbonden zal zijn indien de koper de voorziene stortingen niet verricht. Zowel in de ene als in de andere veronderstelling keert het op krediet verkochte goed in geval van ontbinding terug naar de verkoper en kan deze, overeenkomstig artikel 77, § 1, 5°, van het BTW-Wetboek teruggaaf vragen van de belasting geheven ter zake van de ontbonden verkoop.

4. In werkelijkheid gebeurt het vaak dat een financieringsmaatschappij in de plaats van de koper onmiddellijk de prijs betaalt aan de verkoper. Deze instelling is dan in de regel gesubrogeerd in alle rechten van de verkoper, daarin begrepen het recht op ontbinding van de verkoop indien de koper de overeengekomen stortingen niet verricht. Bijgevolg is het meestal de financieringsmaatschappij, gesubrogeerd in de rechten van de verkoper, die de ontbinding van de verkoop in haar voordeel vordert.

5. Wanneer de verkoop op die wijze ontbonden is in het voordeel van de gesubrogeerde derde, keert het goed dat het voorwerp heeft uitgemaakt van de verkoop, terug naar de verkoper ingevolge de ontbinding, en het wordt vervolgens door de verkoper overgedragen aan de gesubrogeerde derde ingevolge de subrogatie. Dat geldt zowel wanneer de verkoop in der minne ontbonden wordt als wanneer een beroep wordt gedaan op de hoven en rechtbanken om tussen te komen in de ontbinding.

6. De ontbinding in het voordeel van de gesubrogeerde derde roept drie vragen op :

1° wie, verkoper of gesubrogeerde derde, kan krachtens artikel 77, § 1, 5°, van het BTW-Wetboek, teruggaaf vragen van de belasting geheven ter zake van de ontbonden verkoop (z. nrs. 7 tot 9);

2° hoe geschiedt de heffing van de belasting die opeisbaar is ter zake van de overdracht van het goed door de verkoper aan de gesubrogeerde derde (z. nrs. 10 en 11);

3° is de financieringsmaatschappij die geregeld goederen verkoopt waarvan ze eigenaar geworden is ten gevolge van een ontbinding, een belastingplichtige.

Teruggaaf.

7. Wanneer een verkoop ontbonden is in het voordeel van de derde die gesubrogeerd werd in de rechten van de verkoper, kan de van die verkoop geheven belasting teruggegeven worden overeenkomstig artikel 77, § 1, 5°, van het Wetboek, alsof de verkoop ontbonden was op aanvraag van de verkoper.

Er dient bovendien geen enkel onderscheid te worden gemaakt naargelang de verkoop in der minne of door een in kracht van gewijsde gegane gerechtelijke beslissing ontbonden is.

In dit opzicht dient te worden aangestipt dat vaak een beroep op de hoven en rechtbanken wordt gedaan om de ontbinding van een verkoop vast te stellen wanneer de koper in gebreke blijft met zijn afbetalingen, zelfs indien de ontbinding van rechtswege bedongen werd.

8. Het laat geen twijfel dat bij ontbinding van een verkoop de teruggaaf van de belasting normaal gezien aan de verkoper verleend zou moeten worden overeenkomstig artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 4. Het is inderdaad de verkoper die, in de regel, de belasting heeft betaald aan de Staat.

Wanneer de verkoopprijs echter werd betaald door een financieringsmaatschappij die gesubrogeerd werd in de rechten van de verkoper, wordt de financieringsmaatschappij, krachtens de aan de Administratie verleende bevoegdheid (art. 1, laatste lid, van het kon. besl. nr. 4), gemachtigd om in de plaats van de verkoper het recht op teruggaaf uit te oefenen.

9. Opdat de financieringsmaatschappij haar recht op teruggaaf zou kunnen uitoefenen moet zij de onderscheiden verplichtingen nakomen welke normaal zouden zijn opgelegd aan de verkoper, indien deze de terugbetaling van de belasting had gevraagd. Aangezien de financieringsmaatschappij een belastingplichtige is (z. nr. 12), moet ze een creditnota uitreiken aan de koper en die nota inschrijven in het daartoe bestemde register.

Heffing op de overdracht in het voordeel van de financieringsmaatschappij.

10. De terugkeer van het goed van de koper naar de verkoper ten gevolge van de ontbinding van de verkoop, geschiedt krachtens de wet en ontsnapt bijgevolg aan de belasting.

De overdracht van het goed daarentegen welke plaats heeft tussen de verkoper en de financieringsmaatschappij, overeenkomstig de bij de verkoop bedongen subrogatie, is een contractuele overdracht onder bezwarende titel en is bijgevolg een levering van een goed in de zin van artikel 10 van het Wetboek. Die overdracht is derhalve onderworpen aan de belasting indien de verkoper een belastingplichtige is.

11. In principe zou de verkoper aan de financieringsmaatschappij een factuur moeten uitreiken waarin de overdracht van het goed in het voordeel van deze maatschappij wordt vastgesteld.

Die factuur wordt evenwel vervangen door een intern stuk dat door de financieringsmaatschappij moet worden opgemaakt om de aan haar gedane overdracht vast te stellen. Dat stuk moet worden opgemaakt ten laatste de vijfde werkdag na de maand waarin die overdracht heeft plaatsgehad en het moet de gegevens bevatten die normaal zouden moeten voorkomen op de factuur van de verkoper. Het stuk moet verwijzen naar de creditnota (z. nr. 9) en het moet worden opgenomen in het boek voor inkomende facturen.

Bovendien moet dat stuk de BTW vermelden, berekend over het totaal der sommen die door de financieringsmaatschappij werden betaald aan de verkoper, ter ontlasting van de koper (gefinancierd bedrag, exclusief de interesten en de financieringskosten, maar inclusief de in het gefinancierde bedrag begrepen BTW).

De aldus berekende BTW moet worden opgenomen onder de verschuldigde BTW van de periodieke BTW-aangifte die de financieringsmaatschappij als belastingplichtige moet indienen (z. nr. 12).

Belastingplicht van de financieringsmaatschappijen.

12. De financieringsmaatschappijen verkopen uiteraard geregeld goederen waarvan ze eigenaar geworden zijn in de omstandigheden beschreven onder nr. 5, en zijn zodoende belastingplichtige ten aanzien van die werkzaamheid. Zij moeten dan ook de verplichtingen nakomen die normaal zijn opgelegd aan belastingplichtigen en ze kunnen ook de rechten uitoefenen die verbonden zijn aan de hoedanigheid van belastingplichtige.

13. Aangezien financieringsmaatschappijen natuurlijk ook handelingen verrichten die geen aanspraak op aftrek geven zijn ze onvermijdelijk gemengde belastingplichtigen in de zin van artikel 46 van het Wetboek. Wegens de zeer bijzondere omstandigheden waarin die maatschappijen hun werkzaamheid als belastingplichtige uitoefenen, zijn ze wat de aftrek betreft onderworpen aan de regel van het werkelijk gebruik, overeenkomstig artikel 46, § 2, van het Wetboek, hetzij omdat ze de toepassing van die regel hebben gevraagd, hetzij omdat de bevoegde controleur hen kennis heeft gegeven van de beslissing dat ze de aftrek moeten doen volgens die regel.

14. Wanneer die maatschappijen goederen waarvan ze eigenaar geworden zijn in de omstandigheden beschreven onder nr. 5, verkopen, zijn die verkopen onderworpen aan de BTW en zij moeten ten aanzien van die verkopen de verplichtingen nakomen die opgelegd zijn aan belastingplichtigen.

15. Zoals elke gemengde belastingplichtige onderworpen aan de regel van het werkelijk gebruik, hebben ze recht op volledige aftrek van de belasting geheven van bepaalde aan hen geleverde goederen of verstrekte diensten. Aldus hebben ze, onder voorbehoud van de bepalingen die de aftrek beperken (z. onder meer art. 45, §§ 2 en 3, van het W.BTW, recht op volledige aftrek van de belasting welke ze hebben voldaan bij de ontbinding van de verkoop waarvan ze de prijs hadden gefinancierd (z. nrs. 10 en 11) en van de belasting met betrekking tot de goederen en diensten die uitsluitend gebruikt werden voor de doorverkoop van de ten gevolge van ontbindingen verkregen goederen.

De beperking van het recht op aftrek van de belasting waarin artikel 45, § 2, van het Wetboek voorziet ten aanzien van BTW geheven van de levering van een autovoertuig, is niet van toepassing op de belasting welke voldaan wordt voor de verkrijging van een voertuig dat teruggenomen wordt ten gevolge van een ontbinding, op voorwaarde dat de financieringsmaatschappij het voertuig niet gebruikt voor eigen behoeften.

Afdeling 2. Verlies van de schuldvordering van de prijs.

Algemene begrippen.

16. Wanneer de financieringsmaatschappij die gesubrogeerd werd in de rechten van de verkoper, bij niet-betaling door de koper er zich mee vergenoegt het geheel of gedeeltelijk verlies van de schuldvordering van de prijs vast te stellen in plaats van de ontbinding van de verkoop in te roepen, kan zij geen teruggaaf van de op de verkoop geheven BTW krijgen op grond van artikel 77, § 1, 5°, van het Wetboek.

Maar zij kan wel, tot het passende beloop, teruggaaf vragen krachtens artikel 77, § 1, 7°, van het Wetboek mits de toepassingsvoorwaarden van dat artikel vervuld zijn. Krachtens die bepaling is het geheel of gedeeltelijk verlies van de schuldvordering van de prijs inderdaad een oorzaak van teruggaaf van de belasting, en de financieringsmaatschappij die de prijs heeft betaald en die daardoor gesubrogeerd is in de rechten van de verkoper, wordt krachtens de aan de Administratie verleende bevoegdheid (art. 1, laatste lid, van het kon.besl. nr. 4) gemachtigd, om in de plaats van de verkoper, het recht op teruggaaf uit te oefenen.

Tijdstip waarop het recht op teruggaaf ontstaat.

17. De teruggaaf waarin artikel 77, § 1, 7°, van het Wetboek voorziet kan worden gevraagd zodra het geheel of gedeeltelijk verlies van de schuldvordering van de prijs vaststaat.

18. De vraag wanneer het verlies vaststaat hangt af van de feitelijke omstandigheden eigen aan ieder geval.

In de praktijk zal de Administratie niet betwisten dat het verlies vaststaat wanneer het bedrag van het verlies aangetekend werd op de rekening "Verlies Winst", voor zover die aantekening gebeurt op een tijdstip waarop de financieringsmaatschappij, door middel van alle mogelijke feiten of rechtsmiddelen, kan bewijzen dat haar schuldvordering als verloren kan worden beschouwd. In ieder geval is de inschrijving van de gehele of gedeeltelijke schuldvordering op een rekening "Provisie voor dubieuze debiteuren" op zich zelf niet voldoende om de echtheid van het verlies te bewijzen.

Wat meer bepaald de verliezen van schuldvorderingen betreft als gevolg van een faillissement of een gerechtelijk akkoord, mag het verlies, in principe, maar als vaststaand worden beschouwd op het ogenblik van de sluiting van de vereffening. Het is in de regel immers slechts op dat tijdstip dat het bedrag van het door de financieringsmaatschappij geleden verlies met zekerheid kan worden vastgesteld. Indien de financieringsmaatschappij echter in het bezit is van een attest van de curator of van de vereffenaar dat het bedrag vermeldt van de schuldvorderingen opgenomen in de aanvraag om teruggaaf en waarvan met zekerheid kan worden aangenomen dat ze tijdens de vereffening niet zullen kunnen worden gerecupereerd, mag het verlies, tot beloop van dat bedrag, als vaststaand beschouwd worden vanaf het ogenblik van de uitreiking van dit attest.

Terug te geven bedrag.

19. In tegenstelling tot hetgeen geldt bij ontbinding van een verkoop, kan de belasting hier slechts worden teruggegeven in de mate van het verlies van de schuldvordering van de prijs. De teruggaaf is dus in de regel gedeeltelijk tenzij de prijs volledig verloren zou zijn gegaan.

20. Om vast te stellen in welke mate de schuldvordering van de prijs verloren is begint men met van het bedrag van de schuldvordering van de financieringsmaatschappij, het bedrag van de erin begrepen interesten en financieringskosten af te trekken.

Vervolgens dient men dit saldo te verminderen met het bedrag van de erin begrepen belasting.


21. In de praktijk kan men op de volgende manier handelen :


a) men maakt het totaal van de periodieke stortingen welke de koper niet heeft gedaan;

b) om de lasten eruit te halen vermenigvuldigt men dat totaal met de breuk 100/100 + L, waarin L het totale lastenpercentage voorstelt zoals het in het financieringscontract is bepaald;

c) men vermenigvuldigt deze uitkomst met de breuk B/P+B, waarin B het bedrag van de op de verkoop van het goed geheven belasting voorstelt en P, de voor de verkoop vastgestelde prijs (exclusief BTW en zonder lastenpercentage).

Het resultaat van deze vermenigvuldiging vertegenwoordigt het bedrag ten belope waarvan de op de verkoop geheven BTW kan worden teruggegeven.

Voorbeeld. 22. Verkoop van een nieuw autovoertuig, waarvan de catalogusprijs 100.000 F bedraagt, voor de prijs van : 90.000 BTW 25 pct. (20,5 pct. vanaf 1 januari 1993) op 100.000 : 25.000 -------- 115.000 Voorschot, betaald bij de aankoop : 30.000 -------- Te financieren saldo : 85.000 Lastenpercentage (0,80 pct. per maand gedurende 20 maanden is in totaal 16 pct. (0,80 pct. x 20) van 85.000 F) : 13.600 -------- Totale schuldvordering van de financieringsmaatschappij : 98.600 ======== Te betalen in 20 maandelijkse stortingen van : 4.930 De koper betaalt slechts 5 maandelijkse stortingen. Er werd dus niet betaald : 4.930 x 15 = 73.950 F (z. nr. 21, litt. a).

Men verwijdert de financieringskosten :

73.950 x 100/116 = 63.750 F (z. nr. 21, litt. b).

Ten slotte bekomt men het terug te geven bedrag :

63.750 x 25.000/115.000 = 13.858 (z. nr. 21, litt. c).

Formaliteiten.

23. De financieringsmaatschappij die gesubrogeerd is in het recht op teruggaaf van de verkoper krachtens de aan de Administratie verleende bevoegdheid (art. 1, laatste lid, van het kon. besl. nr. 4), moet zich schikken naar de voorschriften van genoemd koninklijk besluit.

In dat verband dient te worden opgemerkt dat geen creditnota hoeft te worden uitgereikt aan de koper wanneer de teruggaaf gevraagd wordt op grond van artikel 77, § 1, 7°, van het Wetboek wegens het geheel of gedeeltelijk verlies van de schuldvordering van de prijs, hetgeen hier het geval is. De creditnota wordt vervangen door een intern stuk dat bestemd is om het recht op teruggaaf te rechtvaardigen.

Namens de Minister :
De Directeur-generaal,


A. BARBE