Circulaire nr. Ci.R9.F/475.126 dd. 28.05.1998

CIRC 28.05.98/1

Circulaire nr. Ci.R9.F/475.126 dd. 28.05.1998


Bull. nr. 784, pag. 1540

DUBBELBELASTINGVERDRAG
Bezoldiging van werknemer.
Frankrijk.
Heffingsbevoegdheid
Fiscaal stelsel dat gelet op de bepalingen van de Belgisch-Franse
overeenkomst tot voorkoming van dubbele belasting van 10.3.1964 van
toepassing is op bezoldigingen van loontrekkenden die dienst doen op
bepaalde voertuigen in internationaal verkeer.


Aan al de ambtenaren van de niveaus 1, 2+ en 2.

1. Het lijkt nuttig de bepalingen van de Belgisch-Franse Overeenkomst tot voorkoming van dubbele belasting van 10.3.1964 die van toepassing zijn op bezoldigingen van werknemers in loondienst - inwoners van België of van Frankrijk - die dienst doen op vervoermiddelen die toebehoren aan Belgische of Franse ondernemingen.



2. Art. 11, § 2, b, van deze overeenkomst beoogt :
  • in haar 1ste alinea : "de bezoldigingen met betrekking tot de activiteit uitgeoefend aan boord van een schip of van een luchtvaartuig in internationaal verkeer, of aan boord van een schip dienend tot het vervoer in binnenwateren op het grondgebied van beide verdragsluitende Staten" (deze bezoldigingen zijn slechts belastbaar in de verdragsluitende Staat waar de zetel van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen, met dien verstande dat, indien deze Staat geen belasting op bedoelde bezoldigingen heft, deze belastbaar zijn in de verdragsluitende Staat waarvan de genieters verblijfhouders zijn);
  • in haar 2de alinea : "de bezoldigingen van personen die dienst doen op andere vervoermiddelen, welke het vervoer op het grondgebied van beide verdragsluitende Staten onderhouden" (volgens deze alinea zijn de bezoldigingen van deze personen slechts belastbaar in de Staat - België of Frankrijk - waar de vaste inrichting is gelegen waarvan deze personen afhangen of, indien dergelijke inrichting niet aanwezig is, in de verdragsluitende Staat waarvan deze personen verblijfhouders zijn).


3. Deze circulaire heeft tot doel de bepalingen van voornoemde 2de alinea, die soms specifieke moeilijkheden met zich meebrengen, te verduidelijken.

4. De "andere vervoermiddelen" waarover het hier gaat zijn voornamelijk wegvoertuigen (vrachtwagens, autocars, bussen, ...) en spoorvoertuigen (treinen).

5. De toestand van personen die dienst doen op zulke "andere vervoermiddelen" stelt in de praktijk geen problemen wanneer de betrokkenen niet buiten het Belgisch en Frans grondgebied rijden.

Bijvoorbeeld, een inwoner van Frankrijk, die een tankwagen toebehorende aan een Belgische raffinaderij (zijn werkgever) en bestemd voor de bevoorrading van de in Frankrijk gelegen klanten - tankstations - bestuurt, zal uitsluitend in België belastbaar zijn op de bezoldigingen die hem worden betaald door voornoemde raffinaderij. In dit voorbeeld wordt de belastingheffing in België verantwoord door de aanwezigheid in België van de vaste inrichting waarvan de betrokken werknemer afhangt.

6. De situatie wordt daarentegen duidelijk complexer wanneer het gaat om personen die niet enkel in België en Frankrijk rijden, maar eveneens in één of meerdere andere landen. In dat geval namelijk zijn de bepalingen van art. 11, § 2, b, 2de alinea, van de Overeenkomst slechts van toepassing op de bezoldigingen die de activiteit in België en Frankrijk vergoeden. Het deel van de bezoldigingen dat betrekking heeft op de activiteit buiten België en Frankrijk is onderworpen aan andere bepalingen (art. 11, § 1, art. 11, § 2, a, of art. 18 al naar gelang het geval).

De volgende voorbeelden zullen de verschillende bepalingen die van toepassing kunnen zijn helpen begrijpen.

1ste geval

Inwoner van België, bestuurder van een autocar die toebehoort aan een Belgische firma. Deze autocar dient om Belgische toeristen in Frankrijk, in Spanje en in Zwitserland rond te rijden.

Oplossing

Het geheel van de bezoldigingen is belastbaar in België :

  • op basis van art. 11, § 2, b, 2de alinea, voor wat betreft het gedeelte van de bezoldigingen die slaan op de activiteit in België en Frankrijk;
  • op basis van art. 18 voor wat betreft de bezoldigingen die betrekking hebben op de activiteit uitgevoerd in Spanje en Zwitserland (1) (2).


2de geval

Zelfde situatie als in het 1ste geval, behalve dat de bestuurder een inwoner van Frankrijk is.

Oplossing

  • bezoldigingen met betrekking tot de activiteit in België en Frankrijk : belastbaar in België (in de BNI), op basis van art. 11, § 2, b, 2de alinea;
  • bezoldigingen met betrekking tot de activiteit uitgeoefend in Spanje en Zwitserland : belastbaar in Frankrijk (woonplaatsstaat van de bestuurder), op basis van art. 18.


3de geval

Zelfde situatie als in het 1ste geval, behalve dat de bestuurder een inwoner van Nederland is.

Oplossing

De Belgisch-Franse Overeenkomst is niet van toepassing daar de bestuurder geen inwoner is van één van beide verdragsluitende Staten. Het geval moet worden geregeld in functie van de overeenkomst tussen België en Nederland (zie ook circ. 6.8.1992, Ci.R9.NL/392.562).

7. Uitsplitsing van de bezoldigingen


Uit deze voorbeelden vloeit voort dat het noodzakelijk kan zijn een splitsing van de bezoldigingen volgens het land van activiteit door te voeren. Deze splitsing dient te gebeuren aan de hand van zo concreet mogelijke elementen waarover de belastingplichtige zelf of zijn werkgever beschikt.

8. Grensarbeidersregeling


De grensarbeidersregeling voorzien door art. 11, § 2, c, is niet van toepassing op bezoldigingen die vallen onder art. 11, § 2, b, 2de alinea.

9. De aandacht wordt er evenwel op gevestigd dat deze laatste bepalingen slechts de personen beogen die dienst doen op "andere vervoermiddelen" die rijden op het grondgebied van de twee verdragsluitende Staten.

10. Wanneer het vervoermiddelen betreft die rijden op het grondgebied van één enkele verdragsluitende Staat is art. 11, § 2, b, 2de alinea niet van toepassing en dientengevolge kan de grensarbeidersregeling onder de daartoe voorziene voorwaarden van toepassing zijn (zie Com.Ov., nr 15/51).

Voorbeeld : een persoon die woont in de Franse grensstreek wordt als chauffeur tewerkgesteld door een Belgische firma die autobuslijnen exploiteert; in de veronderstelling dat de betrokkene enkel in de Belgische grensstreek rijdt zullen zijn bezoldigingen in principe onder de grensarbeidersregeling vallen (wat betekent dat ze belastbaar zullen zijn in de woonplaatsstaat, zijnde Frankrijk).

Voor de Directeur-generaal :
De Auditeur-generaal van financiën,


J. MASSON.


---------------- (1) Art. 18 (het "restartikel" van de Belgisch-Franse overeenkomst) is namelijk van toepassing op bezoldigingen waarvan de heffings- bevoegdheid niet wordt geregeld door art. 10 (overheidsfuncties) of 11. (2) Spanje of Zwitserland zou in voorkomend geval heffingsbevoegd kunnen zijn over de bezoldigingen die betrekking hebben op de activiteit die op haar grondgebied is uitgeoefend in geval van overschrijding van de periode van activiteit of verblijf (183 dagen) op haar grondgebied (zie art. 15 van de overeenkomsten afgesloten met de beide Staten. Indien zulks het geval zou zijn zal België dat gedeelte van de bezoldigingen uiteindelijk moeten vrijstellen krachtens de overeenkomst in kwestie (Spanje of Zwitserland).