Aanschrijving nr. 11 d.d. 03.06.1999

Registratierechten
Zegelrechten
Burgerlijk Wetboek
Schenkingen van ondernemingen
Wet van 22 december 1998 houdende fiscale en andere bepalingen
Koninklijk besluit van 19 april 1999 tot vaststelling van de modaliteiten van de aandeelhouderschapsovereenkomst bedoeld in artikel 140ter, 3°, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten
AFZ/97-0276 - Dos. 47
In het Belgisch Staatsblad van 15 januari 1999 werd de wet van 22 december 1998 houdende fiscale en andere bepalingen bekendgemaakt.
In het Belgisch Staatsblad van 15 mei 1999 werd het koninklijk besluit van 19 april 1999 tot vaststelling van de modaliteiten van de aandeelhouderschapsovereenkomst bedoeld in artikel 140ter, 3°, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten bekendgemaakt.
Deze aanschrijving bevat een eerste beknopte commentaar bij de volgende bepalingen van deze wet:
  • artikelen 63, 64, 67, 68, 69, 70 en 71 die het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten hebben gewijzigd;
Algemeen gesteld hebben de bepalingen tot doel de schenkingen van ondernemingen onder bepaalde voorwaarden aan een eenvormig tarief van 3 % te onderwerpen. Daartoe werd de afdeling XII - Schenkingen van dat wetboek opgesplitst in twee onderafdelingen (artikelen 67 en 68 van de wet). De eerste onderafdeling met het opschrift "Algemene bepalingen" bevat de bestaande artikelen 131 tot 140. Het overeenkomstig deze bepalingen berekende recht wordt hierna het "gewoon schenkingsrecht" genoemd. Onderafdeling II met opschrift "bijzondere bepalingen voor schenkingen van ondernemingen" bevat de nieuwe artikelen 140bis tot 140octies (artikel 68 van de wet). Deze nieuwe bepalingen maken het onderwerp uit van de commentaar verstrekt in punt 1 tot 6, 10 en 12 (met verwijzing naar het KB.) van deze aanschrijving.
In directe samenhang met die gunstmaatregel (artikel 69 van de wet) of in het verlengde ervan (artikelen 63 en 64 van de wet) zijn enkele nieuwe vrijstellingen van registratierechten in het Wetboek ingeschreven (zie punt 4, B en 7 van deze aanschrijving).
Eveneens in rechtstreekse samenhang met de gunstmaatregel bepaalt het nieuwe artikel 182bis (artikel 71 van de wet) een specifieke controlebevoegdheid van de administratie (punt 9 van de aanschrijving).
Het nieuwe artikel 169bis (artikel 70 van de wet) heeft niet alleen betrekking op de schenkingen van ondernemingen maar ook op de inbreng in vennootschap van onroerende goederen. Het bevat het principe dat de aanwending of de bestemming van een onroerend goed voor de toepassing van de artikelen 115bis en 140bis moet nagegaan worden per kadastraal perceel en de gevallen waarin van dat principe kan worden afgeweken (punt 8 van de aanschrijving).
  • artikel 73 dat een nieuwe vrijstelling in artikel 59/1 van het Wetboek der zegelrechten heeft ingeschreven voor de akten en attesten die verplicht moeten worden gevoegd bij de akte van schenking van een onderneming met toepassing van het verlaagd tarief (punt 4, B van de aanschrijving);
  • artikelen 78 en 79 die wijzigingen hebben aangebracht aan het Burgerlijk Wetboek (punt 11 van de aanschrijving).
De tekst van de vermelde artikelen van de wet is opgenomen in bijlage 1 van deze aanschrijving. In bijlagen 2 en 3 gaat de gecoördineerde tekst van de gewijzigde bepalingen van de fiscale wetboeken. In bijlage 4 gaat de tekst van het K.B. van 19 april 1999.
Opmerking. In tegenstelling tot wat de regionale wetgevers voor de successierechten gedaan hebben, heeft de federale wetgever geen tewerkstellingsvoorwaarde bepaald voor de toepassing van het verlaagd recht op de schenkingen van ondernemingen.
1. Algemene draagwijdte van de nieuwe artikelen 140bis tot 140octies.
De nieuwe artikelen 140bis tot 140octies van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten verlagen het gewone schenkingsrecht tot 3 pct. voor schenkingen van ondernemingen. Indien de door de wet bepaalde voorwaarden vervuld zijn, is dit verlaagd recht toepasselijk, ongeacht de verwantschapsband tussen de schenker en de begunstigde.
Opmerkingen:
1. Het progressief tarief is in principe niet van toepassing op deze schenkingen. In geval van schenking van een universaliteit van goederen of een bedrijfstak (zie hierna onder 2.) zal het progressief tarief evenwel van toepassing zijn op de tot bewoning aangewende of bestemde onroerende goederen, zelfs indien deze onroerende goederen behoren tot de universaliteit of de bedrijfstak.
2. In geval van schenking van een onderneming samen met andere goederen zal het progressief tarief van toepassing zijn op de laatstvermelde goederen.
Ter bepaling van het tarief dat van toepassing is op de goederen die niet van het verlaagd recht genieten, wordt er overeenkomstig artikel 137 W.Reg. rekening gehouden met de som die als belastbare grondslag gediend heeft voor de heffing van het verlaagd recht.
Voorbeeld:
Akte houdende schenking door A aan zijn kind B van een onderneming en van andere goederen, die respectievelijk geschat worden op 3 miljoen frank en 2 miljoen frank. De voorwaarden om van het verlaagd recht van 3% voor schenkingen van ondernemingen te genieten, zijn vervuld.
De op deze akte verschuldigde rechten worden als volgt berekend:
  • op de onderneming:
  • op de andere goederen:
3.000.000 BEF aan 3%
1.000.000 BEF aan 7%
1.000.000 BEF aan 10%
TOTAAL:
.... 90.000 BEF
.... 70.000 BEF
....100.000 BEF
260.000 BEF

Bij opeenvolgende schenkingen binnen drie jaar tussen dezelfde partijen wordt het tarief bepaald overeenkomstig artikel 137 W.Reg., behalve voor het gedeelte dat aan het eenvormig tarief van 3% is onderworpen. De verklaring van art. 138/1 W. Reg. moet in de akte van schenking van een onderneming opgenomen worden, ook al wordt op deze akte uitsluitend het eenvormig tarief van 3% geheven.

2. Goederen die het voorwerp kunnen uitmaken van een schenking tegen het verlaagd recht.
Het verlaagd recht is enkel van toepassing op de kosteloze overdracht van de volle eigendom van ondernemingen. Onder onderneming wordt verstaan:
A.
Ofwel een universaliteit van goederen of een bedrijfstak, waarmee een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, een vrij beroep of een ambt of een post wordt uitgeoefend (art. 140bis, 1°), hierna "universaliteit of bedrijfstak" genoemd. Opmerking. Onroerende goederen die gedeeltelijk of geheel tot bewoning worden aangewend of bestemd zijn, zijn uitgesloten van het verlaagd tarief. Om uit te maken of een onroerend goed gedeeltelijk of geheel tot bewoning bestemd is of aangewend wordt, dient er rekening gehouden te worden met het nieuwe artikel 169bis W.Reg, dat hierna besproken wordt;
B.
Ofwel aandelen of deelbewijzen van een vennootschap waarvan de zetel van werkelijke leiding is gevestigd in een Lid-staat van de Europese Unie en die de uitoefening van een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, een vrij beroep, of een ambt of post tot doel heeft (art. 140bis, 2°), hierna "aandelen of deelbewijzen" genoemd. Deze aandelen of deelbewijzen komen maar in aanmerking op voorwaarde dat de geschonken participatie minstens 10 pct. van de stemrechten in de algemene vergadering vertegenwoordigt. Indien deze participatie minder dan 50 pct. van de stemrechten in de algemene vergadering bedraagt, moet de begiftigde een aandeelhouderschapsovereenkomst sluiten die betrekking heeft op ten minste 50 pct. van de stemrechten.
De begrippen "universaliteit van goederen" en "bedrijfstak" moeten in dezelfde zin geïnterpreteerd worden als in artikel 117 W.Reg., met dien verstande dat het hier geen universaliteit van goederen of bedrijfstak van een vennootschap betreft (K.B. 18 juli 1972, art. 1).
Onder vrije beroepen wordt er verstaan: geneesheren, advocaten, boekhouders, dierenartsen, ...
Onder degenen die een ambt of post vervullen, worden de notarissen, gerechtsdeurwaarders, ... verstaan (zie Com.IB).
De kosteloze overdracht moet steeds betrekking hebben op de volle eigendom van de geschonken ondernemingen. Overdrachten die hieraan niet voldoen, worden onderworpen aan het gewone schenkingsrecht.
"Aandelen en deelbewijzen van vennootschappen" moet beperkend geïnterpreteerd worden. Certificaten van aandelen worden dus niet beoogd.
3. Voorwaarden waaronder de schenkingen van ondernemingen kunnen genieten van het verlaagd recht.
3.1. Voorwaarden met betrekking tot de personen.
De schenker en de begiftigde moeten natuurlijke personen zijn.
3.2. Vormvoorwaarden.
1. De overeenkomst moet bij authentieke akte vastgesteld zijn. Handgiften, waarvan er achteraf in een notariële akte melding wordt gemaakt, voldoen niet aan deze voorwaarde;
2. De akte moet de door artikel 140ter voorgeschreven vermeldingen bevatten. Deze vermeldingen verschillen naargelang de aard van de geschonken goederen (zie hierna onder 4.) en moeten uiterlijk bij de aanbieding van de akte ter registratie gedaan zijn, zoniet wordt de akte geregistreerd tegen betaling van het gewone schenkingsrecht zonder enige mogelijkheid van teruggave.
4. Vermeldingen die de akten moeten bevatten en stukken die eraan moeten gehecht worden (artikel 140ter).
Naargelang de schenking een universaliteit van goederen of een bedrijfstak dan wel aandelen of deelbewijzen betreft, verschillen de vormvoorwaarden.
A. In geval van schenking van een universaliteit of bedrijfstak moet de akte, of een door de schenker en de begiftigde gewaarmerkte en ondertekende verklaring onderaan op de akte, vermelden dat de schenking betrekking heeft op een onderneming en indien de onderneming onroerende goederen bevat, of deze al dan niet tot bewoning aangewend of bestemd worden.
Bovendien moet de begiftigde in de akte, of in een door hem ondertekende verklaring onderaan op de akte, zich uitdrukkelijk verbinden de activiteit gedurende 5 jaar zonder onderbreking voort te zetten, daarvan jaarlijks het bewijs te leveren en de onroerende goederen niet tot bewoning aan te wenden (art. 140ter, 2°).
B. In geval van schenking van aandelen of deelbewijzen moet een door een notaris, een bedrijfsrevisor of een accountant ondertekend attest worden voorgelegd dat bevestigt dat de geschonken titels minstens 10 pct. van de stemmen in de algemene vergadering vertegenwoordigen en, indien het geheel van de geschonken titels minder dan 50 pct. van de stemrechten vertegenwoordigen, moet de begiftigde bovendien een aandeelhouderschapsovereenkomst voorleggen die betrekking heeft op ten minste 50 pct. van de stemrechten (art. 140ter, 3°) (zie hierna onder 12.). Deze documenten dienen aan de schenkingsakte te worden gehecht. Zij worden krachtens artikel 161, 11°, W.Reg. kosteloos geregistreerd en zijn krachtens artikel 59/1, 61°, W.Zeg. van het zegelrecht vrijgesteld. Bovendien moet de begiftigde in de akte, of in een door hem gewaarmerkte en ondertekende verklaring onderaan op de akte, zich uitdrukkelijk verbinden de aandelen of deelbewijzen gedurende 5 jaar ononderbroken te behouden en hiervan jaarlijks het bewijs leveren.
5. Verlies van het verlaagd recht.
5.1. Oorzaken.
De oorzaken verschillen naargelang de geschonken goederen:
A. Schenkingen van een universaliteit of bedrijfstak.
1. De begiftigde komt een van de overeenkomstig artikel 140ter, 2°, aangegane verbintenissen met betrekking tot het behoud van de activiteit, de bewijslevering hiervan of het bewoningsverbod, niet na.
2. De begiftigde draagt de goederen van de onderneming geheel of gedeeltelijk over binnen 5 jaar te rekenen van de datum van de authentieke akte van schenking.
Uitzondering. Het voordeel van het verlaagd recht gaat niet verloren wanneer de overdracht van de goederen van de onderneming is gerechtvaardigd door de uitoefening van de activiteit, van het vrij beroep, of van het ambt of van de post. Of de overdracht van deze goederen aldus gerechtvaardigd is, moet beoordeeld worden in het licht van de continuïteit van de onderneming.
B. Schenkingen van aandelen of deelbewijzen.
1. De begiftigde komt de overeenkomstig artikel 140ter, 3°, aangegane verbintenis jaarlijks het bewijs te leveren van het behoud van de aandelen of deelbewijzen, niet na.
2. De begiftigde draagt de aandelen of deelbewijzen geheel of gedeeltelijk over of brengt de zetel van werkelijke leiding van de vennootschap over naar een staat die geen lid is van de Europese Unie, binnen vijf jaar te rekenen van de datum van de akte van schenking.
De wet spreekt zich niet uit over de vraag of het recht, dat werd geheven bij de registratie van de akte van schenking, mag worden aangerekend op het recht dat krachtens artikel 140quinquies verschuldigd is. Gelet op het feit dat in de memorie van toelichting sprake is van het "aanvullend" recht en dit recht vermeerderd wordt met de interest vanaf de datum van de registratie van de schenking, wordt aanvaard dat het recht, geheven bij de registratie, mag worden aangerekend.
Het gewone schenkingsrecht wordt niet opeisbaar ingevolge de overdracht van de goederen of van de aandelen of deelbewijzen, indien deze plaatsheeft door erfopvolging of schenking en de rechthebbenden of de begiftigden de door de overledene of de schenker aangegane verbintenissen overnemen. Het wordt evenmin opeisbaar ingevolge de overdracht van aandelen of deelbewijzen, indien deze plaatsheeft door overdracht ten bezwarende titel aan een ander lid van de aandeelhouderschapsovereenkomst en de verkrijger de door de overdrager aangegane verbintenissen overneemt.
Het wordt evenmin opeisbaar indien de volle eigendom van de goederen waarop het verlaagd recht werd toegepast, ten kosteloze titel wordt wederovergedragen aan de oorspronkelijke schenker alvorens de termijn van vijf jaar is verstreken gedurende dewelke de activiteit moet worden voortgezet of de volle eigendom van de aandelen of deelbewijzen behouden moet blijven. De wederoverdracht zal afhankelijk van de omstandigheden onderworpen zijn aan het gewone schenkingsrecht of aan het verlaagd tarief.
Het wordt evenmin opeisbaar wanneer een onderneming, die door een ouder bij schenking aan zijn voorbehouden erfgenamen werd overgedragen, in dezelfde akte of, op dezelfde dag in een afzonderlijke akte van verdeling, aan één of meer van deze erfgenamen wordt toebedeeld.
5.2. Verklaring in te dienen bij verlies van het verlaagd recht.
Het aanvullend recht en de interesten, die bij het verlies van het verlaagd recht (art. 140quinquies) opeisbaar worden, worden vereffend op een verklaring die ter registratie moet worden aangeboden op het kantoor waar het verlaagde recht werd geheven. De verklaring moet, op straf van een boete gelijk aan het aanvullend recht, ter registratie worden aangeboden binnen de eerste vier maanden na het verstrijken van het jaar tijdens hetwelk één van de oorzaken van opeisbaarheid van het gewone schenkingsrecht zich heeft voorgedaan.
Krachtens artikel 140octies, 2° lid, moet de verklaring die ter registratie wordt aangeboden, de samenstelling en de waarde van de goederen aangeven waarvoor de begiftigde het gewone schenkingsrecht wenst te betalen (art. 140sexies). Het verschuldigde recht kan echter enkel betrekking hebben op de geschonken onderneming in zijn geheel. Het is dan ook niet mogelijk om de rechten te willen betalen voor bepaalde goederen die deel uitmaken van de geschonken onderneming.
De verklaring wordt door de begiftigde die de toepassing van het verlaagd recht heeft genoten, ondertekend. Zij wordt in dubbel gesteld, waarvan één exemplaar op het registratiekantoor blijft. Zij vermeldt de akte, het nieuwe feit waaruit de opeisbaarheid van het recht voortvloeit en al de voor de vereffening van het gewone recht vereiste gegevens, zoals de verwantschapsgraad tot de schenker, de eventuele oorzaken van vermindering, enz. ...
6. Vervroegde betaling van het gewone recht (artikel 140sexies).
Alvorens de termijn van vijf jaar gedurende dewelke de activiteit moet worden voortgezet of de volle eigendom van de aandelen of deelbewijzen behouden moet blijven, verstreken is, kan de begiftigde die van de toepassing van het verlaagd recht heeft genoten, aanbieden om het gewone schenkingsrecht, vermeerderd met de wettelijke interest tegen de rentevoet bepaald in burgerlijke zaken, te betalen. Dit recht kan in dit geval eveneens verminderd worden met het recht dat geheven werd bij de registratie van de akte van schenking.
7. Vrijstellingen van andere registratierechten dan het schenkingsrecht, naar aanleiding van een schenking van een onderneming.
Het recht op de overdrachten van huur van onroerende goederen, op de overdrachten van jacht- en vispachten, van erfpacht- of opstalrechten is luidens het nieuwe derde lid van artikel 83 W.Reg. niet verschuldigd in geval van schenking van ondernemingen in de zin van artikel 140bis.
Zo ook voorziet het nieuwe 2° lid van artikel 92/2 W.Reg. expliciet dat het recht op de overdracht van een hypotheek, met inbegrip van de voorrechten bedoeld in artikel 27 van de wet van 16 december 1851, van de verpanding van een handelszaak of van een landbouwvoorrecht niet verschuldigd is in geval van schenking van ondernemingen in de zin van artikel 140bis, alhoewel het 1° lid niet toepasselijk is in geval van kosteloze overdracht.
Deze "vrijstellingen" kunnen slechts van toepassing zijn in geval van schenking van een universaliteit of bedrijfstak. Een schenking van aandelen of deelbewijzen gaat immers niet gepaard met de overdracht van huren, hypotheken, enz.
8. Bestemming of aanwending van een onroerend goed.
Overeenkomstig het nieuwe artikel 169bis W.Reg. dient, zowel bij inbreng in vennootschap van onroerende goederen door natuurlijke personen (art. 115bis) als bij schenking van ondernemingen (art. 140bis) de aanwending of de bestemming van de onroerende goederen in principe per kadastraal perceel te worden nagegaan.
De beoordeling mag echter per gedeelte van een kadastraal perceel gebeuren, doch enkel wanneer dit gedeelte betrekking heeft op:
  • ofwel een afzonderlijke huisvesting;
  • ofwel een afdeling van de productie of van de werkzaamheden die, of een onderdeel daarvan dat, afzonderlijk kan werken;
  • ofwel een eenheid die van de andere goederen of delen die het perceel vormen kan worden afgezonderd.
In de memorie van toelichting bij dit nieuwe artikel werd verduidelijkt dat, indien de beoordeling van de aanwending of de bestemming per gedeelte van een kadastraal perceel gebeurt, de partijen (of in hun naam de instrumenterende notaris), vóór de registratie, onderaan de akte een aanvullende verklaring dienen op te nemen (art. 168 W.Reg.). Daarin vermelden zij de overeengekomen waarde en, in voorkomend geval, de verkoopwaarde van elk gedeelte van het goed dat een onderscheiden aanwending of bestemming heeft.
9. Maatregelen om de juiste heffing van de verschuldigde rechten mogelijk te maken.
De personen die de toepassing van het verlaagde tarief vragen, zijn verplicht op vordering van de ambtenaren van de administratie van de BTW, registratie en domeinen inzage te verlenen van alle boeken en bescheiden teneinde bedoelde ambtenaren toe te laten zich te vergewissen van de juiste heffing van de door de verzoekers of derden verschuldigde rechten (art. 182bis).
Elke weigering van inzageverlening wordt bij proces-verbaal vastgesteld en wordt gestraft met een geldboete van 50.000 frank.
10. Administratieve boeten.
Er is slechts een administratieve boete voorzien indien de verklaring die moet ingediend worden bij verlies van het verlaagd recht (art. 140octies) niet ter registratie wordt aangeboden binnen de eerste vier maanden na het verstrijken van het jaar tijdens hetwelk één van de oorzaken van opeisbaarheid van het gewone schenkingsrecht zich heeft voorgedaan. De boete is gelijk aan dit aanvullend recht.
11. Wijzigingen in het Burgerlijk Wetboek.
Op het principe dat ieder erfgenaam zijn deel van de roerende en de onroerende goederen der nalatenschap in natura kan vorderen, voorziet artikel 826, 1° lid, B.W. een nieuwe uitzondering met betrekking tot de goederen bepaald in artikel 140bis W.Reg.
Afwijkend van het algemeen principe bepaald in artikel 922 B.W. is de waarde die voor de schenkingen van ondernemingen in aanmerking moet worden genomen om de massa van artikel 922 te bepalen, deze bepaald ten dage van de schenking. M.a.w. zal er voor de toepassing van dit artikel geen rekening worden gehouden met waardevermeerderingen of -verminderingen die de geschonken onderneming heeft ondergaan vanaf de datum van de schenking tot de dag van het overlijden van de schenker.
12. Koninklijk besluit van 19 april 1999 tot vaststelling van de modaliteiten van de aandeelhouderschapsovereenkomst (art. 140ter, 3°).
De aandeelhouderschapsovereenkomst moet aan de volgende modaliteiten voldoen:
  • De minimum periode van de overeenkomst is vijf jaar;
  • De ondertekenaars van de overeenkomst moeten zich verbinden om gedurende vijf jaar te rekenen van de overeenkomst van schenking de zetel van werkelijke leiding van de vennootschap niet buiten de Europese Unie te vestigen;
  • De ondertekenaars moeten zich verbinden om gedurende dezelfde 5 jaar minstens 50% van de stemrechten in de algemene vergadering te vertegenwoordigen.
Het bewijs dat de voormelde verbintenissen worden nageleefd, moet niet jaarlijks geleverd worden. De Administratie kan echter steeds eisen dat het bewijs wordt geleverd.
13. Inwerkingtreding.
1. De wet van 22 december 1998 voorziet voor de onderhavige regelingen geen bijzondere regeling voor de inwerkingtreding. Derhalve zijn deze in werking getreden de tiende dag die volgt op de dag van bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, namelijk 25 januari 1999.
2. Het koninklijk besluit van 19 april 1999 is in werking getreden op de dag van zijn bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, namelijk 15 mei 1999.
Namens de Minister:
De Adjunct Administrateur-generaal van de belastingen,
J.-M.DELPORTE
----------
BIJLAGE 1
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 15 januari 1999.
22 DECEMBER 1998. - Wet houdende fiscale en andere bepalingen.
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, ONZE GROET.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt: ...
HOOFDSTUK III. - Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten
Art. 63. Artikel 83 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 13 augustus 1947 en de wet van 23 december 1958, wordt aangevuld met het volgende lid:
"Dit recht is evenwel niet verschuldigd in geval van toepassing van artikel 140bis.".
Art. 64. Artikel 92/2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het koninklijk besluit nr. 12 van 18 april 1967, wordt aangevuld met het volgende lid:
"Dit recht is evenwel niet verschuldigd in geval van toepassing van artikel 140bis.".
Art. 67. In titel I, hoofdstuk IV, afdeling XII van hetzelfde Wetboek wordt een onderafdeling I ingevoegd die de huidige artikelen 131 tot 140 bevat, luidend als volgt:
"Onderafdeling I.- Algemene bepalingen".
Art. 68. In titel I, hoofdstuk IV, afdeling XII van hetzelfde Wetboek wordt een onderafdeling II ingevoegd die de artikelen 140bis tot 140octies bevat, luidend als volgt:
"Onderafdeling II. - Bijzondere bepalingen voor schenkingen van ondernemingen
Art. 140bis. Het bij artikel 131 vastgestelde recht wordt verlaagd tot 3 pct. voor:
1° de bij authentieke akte vastgestelde overeenkomsten die de overdracht ten kosteloze titel vaststellen van de volle eigendom van een universaliteit van goederen of van een bedrijfstak, waarmee een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, een vrij beroep of een ambt of post wordt uitgeoefend.
Het bij artikel 131 vastgestelde recht blijft niettemin toepasselijk op de overdrachten van onroerende goederen die gedeeltelijk of geheel tot bewoning worden aangewend of zijn bestemd;
2° de bij authentieke akte vastgestelde overeenkomsten die de overdracht ten kosteloze titel vaststellen van de volle eigendom van aandelen of deelbewijzen van een vennootschap waarvan de zetel van haar werkelijke leiding is gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie en die de uitoefening van een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, een vrij beroep, of een ambt of post tot doel heeft.
Art. 140ter. Het bij artikel 140bis vastgestelde verlaagde recht is onderworpen aan de volgende voorwaarden:
1° de schenker en de begiftigde moeten natuurlijke personen zijn;
2° in geval van toepassing van artikel 140bis, 1°:
  • moet in de akte of in een door de schenker en de begiftigde gewaarmerkte en ondertekende verklaring onderaan op de akte uitdrukkelijk worden vermeld:
a)
dat de schenking betrekking heeft op de volle eigendom van een universaliteit van goederen of van een bedrijfstak, waarmee een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, een vrij beroep of een ambt of post wordt uitgeoefend;
b)
in geval de schenking onroerende goederen bevat, of deze al dan niet gedeeltelijk of geheel tot bewoning worden aangewend of zijn bestemd;
  • moet in de akte of in een door de begiftigde gewaarmerkte en ondertekende verklaring onderaan op de akte bovendien uitdrukkelijk worden vermeld :
a)
dat de begiftigde zich ertoe verbindt de activiteit zonder onderbreking voort te zetten gedurende vijf jaar te rekenen van de datum van de authentieke akte van schenking;
b)
dat de begiftigde zich ertoe verbindt aan de ontvanger der registratie van het kantoor waar de akte werd geregistreerd jaarlijks het bewijs te leveren van het behoud van de activiteit;
c)
dat de begiftigde zich ertoe verbindt de onroerende goederen die met toepassing van het verlaagde recht werden overgedragen, niet gedeeltelijk of geheel tot bewoning aan te wenden gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar te rekenen van de datum van de authentieke akte van schenking;
3° in geval van toepassing van artikel 140bis, 2°:
  • moet de begiftigde een door een notaris, een bedrijfsrevisor of een accountant ondertekend attest afleveren dat bevestigt dat de schenking betrekking heeft op een geheel van aandelen of deelbewijzen, dat minstens 10 pct. van de stemrechten in de algemene vergadering vertegenwoordigt;
  • in geval het geheel van de geschonken aandelen of deelbewijzen minder dan 50 pct. van de stemrechten in de algemene vergadering vertegenwoordigt, moet de begiftigde tevens een aandeelhouderschapsovereenkomst voorleggen, die betrekking heeft op ten minste 50 pct. van de stemrechten in de algemene vergadering en waarvan de modaliteiten door de Koning worden vastgesteld.
De hogervermelde documenten worden aan de authentieke akte gehecht;
  • moet in de akte of in een door de begiftigde gewaarmerkte en ondertekende verklaring onderaan op de akte bovendien uitdrukkelijk worden vermeld:
a)
dat de begiftigde zich ertoe verbindt de volle eigendom van de aandelen of deelbewijzen die het voorwerp van de schenking uitmaken gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar te rekenen van de datum van de authentieke akte van schenking te behouden;
b)
dat de begiftigde zich ertoe verbindt aan de ontvanger der registratie van het kantoor waar de akte werd geregistreerd jaarlijks het bewijs te leveren dat hij de volle eigendom van de geschonken aandelen of deelbewijzen heeft behouden.
Art. 140quater. Indien een van de onder de artikelen 140bis en 140ter gestelde voorwaarden uiterlijk bij de aanbieding van de akte ter registratie niet is vervuld, wordt de akte geregistreerd tegen betaling van het bij de artikelen 131 tot 140 vastgestelde recht. Geen enkele vordering tot teruggaaf is ontvankelijk.
Art. 140quinquies. Behalve in geval van overmacht, wordt het overeenkomstig de artikelen 131 tot 140 verschuldigde recht, vermeerderd met de wettelijke interest tegen de rentevoet bepaald in burgerlijke zaken te rekenen van de datum van registratie van de schenking, opeisbaar ten laste van de begiftigde, indien deze laatste:
a) de overeenkomstig artikel 140ter, 2° of 3° aangegane verbintenissen niet nakomt;
b) in geval van een door artikel 140bis, 1°, bedoelde schenking, de goederen, die dienen voor de uitoefening van een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, een vrij beroep, of een ambt of post, geheel of gedeeltelijk heeft overgedragen binnen de in artikel 140ter bepaalde termijn van vijf jaar; deze bepaling is echter niet van toepassing indien de overdracht gerechtvaardigd is door de uitoefening van de activiteit, van het vrij beroep of van het ambt of de post;
c) in geval van een door artikel 140bis, 2°, bedoelde schenking, binnen de in artikel 140ter bepaalde termijn van vijf jaar de aandelen of deelbewijzen geheel of gedeeltelijk heeft overgedragen of de zetel van werkelijke leiding van de vennootschap heeft overgebracht naar een staat die geen lid is van de Europese Unie.
Dit artikel is niet van toepassing op de overdrachten van goederen bepaald onder hogervermeld punt b), indien ze plaats hebben door erfopvolging of schenking en de rechthebbenden of de begiftigden de door de overledene of de schenker aangegane verbintenissen overnemen.
Dit artikel is evenmin van toepassing op de overdrachten van aandelen of deelbewijzen als bepaald onder hogervermeld punt c), indien ze plaats hebben door erfopvolging, door schenking of door overdracht ten bezwarende titel aan een ander lid van de aandeelhouderschapsovereenkomst, en dat de rechthebbenden, de begiftigden of de verwerver de door de overledene, de schenker of de overdrager aangegane verbintenissen overnemen.
Art. 140sexies. De begiftigde die de toepassing van het verlaagd recht heeft genoten kan aanbieden om het overeenkomstig de artikelen 131 tot 140 verschuldigde recht, vermeerderd met de wettelijke interest tegen de rentevoet bepaald in burgerlijke zaken, opeisbaar te rekenen van de datum van registratie van de schenking, te betalen alvorens de termijn van vijf jaar is verstreken gedurende dewelke de activiteit moet worden voortgezet of de volle eigendom van de aandelen of deelbewijzen behouden moet blijven.
Art. 140septies. Het overeenkomstig artikel 140quinquies opeisbare recht is evenwel niet opeisbaar indien de volle eigendom van de goederen waarop het verlaagd recht werd toegepast, het voorwerp uitmaakt van een overdracht ten kosteloze titel ten voordele van de oorspronkelijke schenker alvorens de termijn van vijf jaar is verstreken gedurende dewelke de activiteit moet worden voortgezet of de volle eigendom van de aandelen of deelbewijzen moet behouden blijven.
Art. 140octies. Indien artikel 140quinquies van toepassing is, worden het recht en de interesten vereffend op een verklaring die ter registratie moet worden aangeboden op het kantoor waar het verlaagde recht werd geheven, binnen de eerste vier maanden na het verstrijken van het jaar tijdens hetwelk één van de oorzaken van opeisbaarheid van het overeenkomstig de artikelen 131 tot 140 verschuldigde recht zich heeft voorgedaan en dit op straf van een boete gelijk aan dit recht.
Indien artikel 140sexies van toepassing is, moet de begiftigde die de toepassing van het verlaagde recht heeft genoten op het voormelde registratiekantoor een verklaring ter registratie aanbieden waarin de samenstelling en de waarde van de goederen waarvoor hij het overeenkomstig de artikelen 131 tot 140 verschuldigde recht wenst te betalen wordt aangegeven.
De bij dit artikel voorgeschreven verklaringen, welke door de begiftigde die de toepassing van het verlaagde recht heeft genoten, werden ondertekend, worden in dubbel gesteld, waarvan één exemplaar op het registratiekantoor blijft. Deze verklaringen vermelden de akte, het nieuwe feit waaruit de opeisbaarheid van het overeenkomstig de artikelen 131 tot 140 verschuldigde recht voortvloeit en al de voor de vereffening van het recht vereiste gegevens.".
Art. 69. In artikel 161 van hetzelfde Wetboek, wordt een 11° ingevoegd, luidend als volgt:
"11° de akten en attesten die verplicht bij de akten bedoeld in artikel 140bis moeten worden bijgevoegd.".
Art. 70. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 169bis ingevoegd, luidend als volgt:
"Art. 169bis. Voor de toepassing van de artikelen 115bis en 140bis, moet de aanwending of de bestemming van een onroerend goed worden nagegaan per kadastraal perceel of per gedeelte van kadastraal perceel wanneer dat gedeelte is ofwel een afzonderlijke huisvesting, ofwel een afdeling van de productie of van de werkzaamheden die, of een onderdeel daarvan dat, afzonderlijk kan werken, ofwel een eenheid die van de andere goederen of delen die het perceel vormen kan worden afgezonderd.".
Art. 71. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 182bis ingevoegd, luidend als volgt:
"Art. 182bis. De personen die de toepassing van artikel 140bis vragen, zijn er toe gehouden, zonder verplaatsing, van alle boeken en bescheiden betreffende hun activiteit bij iedere vordering van de ambtenaren van de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen inzage te verlenen teneinde bedoelde ambtenaren toe te laten zich te vergewissen van de juiste heffing van de door de verzoekers of derden verschuldigde rechten.
Elke weigering van inzageverlening wordt bij proces-verbaal vastgesteld en wordt gestraft met een geldboete van 50.000 frank.".
HOOFDSTUK IV. - Wetboek der zegelrechten
Art. 73. In artikel 59/1 van het Wetboek der zegelrechten, wordt een 61° ingevoegd, luidend als volgt:
"61° de akten en attesten die verplicht bij de akten bedoeld in artikel 140bis van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten moeten worden bijgevoegd.".
HOOFDSTUK V - Niet-fiscale bepalingen
Art. 78. Artikel 826, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 14 mei 1981 en 29 augustus 1988, wordt aangevuld als volgt:
", met uitzondering van de goederen bedoeld bij artikel 140bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.".
Art. 79. Artikel 922 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met de volgende bepaling:
"In afwijking van het vorige lid wordt de waarde ten tijde van de schenking in aanmerking genomen wanneer het goederen betreft die werden geschonken met toepassing van artikel 140bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.".
Art. 80. De inwerkingtreding van deze wet wordt vastgesteld als volgt:
Kondigen deze wet af, bevelen dat zijn met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 22 december 1998,
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Financiën,
J.-J. VISEUR
Met's Lands zegel gezegeld: De Minister van Justitie,
T. VAN PARYS
BIJLAGE 2
Gecoördineerde tekst van de gewijzigde bepalingen van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.
Art. 83
(gewijzigd bij artikelen 4 van de wet van 13 augustus 1947, 6 van de wet van 23 december 1958 en 63 van de wet van 22 december 1998)
Het recht wordt vastgesteld op 0,20 t.h. voor contracten van verhuring, onderverhuring en overdracht van huur van onroerende goederen. Evenwel wordt het voor jacht en vispacht op 1,50 t.h. vastgesteld.
Contracten tot vestiging van erfpacht of opstalecht en overdrachten daarvan worden, voor de toepassing van onderhavig wetboek, met huurcontracten en overdrachten gelijkgesteld.
Dit recht is evenwel niet verschuldigd in geval van toepassing van artikel 140bis.
Art. 92/2
(Koninklijk besluit nr. 12 van 18 april 1967, art. 17, gewijzigd bij artikel 64 van de wet van 22 december 1998)
De overdracht van een hypotheek, met inbegrip van de voorrechten bedoeld bij artikel 27 van de wet van 16 december 1851, van de verpanding van een handelszaak of van een landbouwvoorrecht, ingevolge de overdracht onder bezwarende titel van de schuldvordering, de contractuele indeplaatsstelling of elke andere verrichting onder bezwarende titel, wordt onderworpen aan een recht van 1 t.h. of van 0,50 t.h., al naar gelang de overdracht al dan niet een hypotheek op een onroerend goed betreft.
Dit recht is evenwel niet verschuldigd in geval van toepassing van artikel 140bis.
AFDELING XII. Schenkingen.
Onderafdeling I. - Algemene bepalingen (Opschrift ingevoegd bij artikel 67 van de wet van 22 december 1998)
...
Onderafdeling II. - Bijzondere bepalingen voor schenkingen van ondernemingen (Wet van 22 december 1998, art. 68)
Art. 140bis.
Het bij artikel 131 vastgestelde recht wordt verlaagd tot 3 pct. voor:
1° de bij authentieke akte vastgestelde overeenkomsten die de overdracht ten kosteloze titel vaststellen van de volle eigendom van een universaliteit van goederen of van een bedrijfstak, waarmee een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, een vrij beroep of een ambt of post wordt uitgeoefend.
Het bij artikel 131 vastgestelde recht blijft niettemin toepasselijk op de overdrachten van onroerende goederen die gedeeltelijk of geheel tot bewoning worden aangewend of zijn bestemd;
2° de bij authentieke akte vastgestelde overeenkomsten die de overdracht ten kosteloze titel vaststellen van de volle eigendom van aandelen of deelbewijzen van een vennootschap waarvan de zetel van haar werkelijke leiding is gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie en die de uitoefening van een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, een vrij beroep, of een ambt of post tot doel heeft.
Art. 140ter.
Het bij artikel 140bis vastgestelde verlaagde recht is onderworpen aan de volgende voorwaarden:
1° de schenker en de begiftigde moeten natuurlijke personen zijn;
2° in geval van toepassing van artikel 140bis, 1°:
  • moet in de akte of in een door de schenker en de begiftigde gewaarmerkte en ondertekende verklaring onderaan op de akte uitdrukkelijk worden vermeld:
a)
dat de schenking betrekking heeft op de volle eigendom van een universaliteit van goederen of van een bedrijfstak, waarmee een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, een vrij beroep of een ambt of post wordt uitgeoefend;
b)
in geval de schenking onroerende goederen bevat, of deze al dan niet gedeeltelijk of geheel tot bewoning worden aangewend of zijn bestemd;
  • moet in de akte of in een door de begiftigde gewaarmerkte en ondertekende verklaring onderaan op de akte bovendien uitdrukkelijk worden vermeld :
a)
dat de begiftigde zich ertoe verbindt de activiteit zonder onderbreking voort te zetten gedurende vijf jaar te rekenen van de datum van de authentieke akte van schenking;
b)
dat de begiftigde zich ertoe verbindt aan de ontvanger der registratie van het kantoor waar de akte werd geregistreerd jaarlijks het bewijs te leveren van het behoud van de activiteit;
c)
dat de begiftigde zich ertoe verbindt de onroerende goederen die met toepassing van het verlaagde recht werden overgedragen, niet gedeeltelijk of geheel tot bewoning aan te wenden gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar te rekenen van de datum van de authentieke akte van schenking;
3° in geval van toepassing van artikel 140bis, 2°:
  • moet de begiftigde een door een notaris, een bedrijfsrevisor of een accountant ondertekend attest afleveren dat bevestigt dat de schenking betrekking heeft op een geheel van aandelen of deelbewijzen, dat minstens 10 pct. van de stemrechten in de algemene vergadering vertegenwoordigt;
  • in geval het geheel van de geschonken aandelen of deelbewijzen minder dan 50 pct. van de stemrechten in de algemene vergadering vertegenwoordigt, moet de begiftigde tevens een aandeelhouderschapsovereenkomst voorleggen, die betrekking heeft op ten minste 50 pct. van de stemrechten in de algemene vergadering en waarvan de modaliteiten door de Koning worden vastgesteld.
De hogervermelde documenten worden aan de authentieke akte gehecht;
  • moet in de akte of in een door de begiftigde gewaarmerkte en ondertekende verklaring onderaan op de akte bovendien uitdrukkelijk worden vermeld:
a)
dat de begiftigde zich ertoe verbindt de volle eigendom van de aandelen of deelbewijzen die het voorwerp van de schenking uitmaken gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar te rekenen van de datum van de authentieke akte van schenking te behouden;
b)
dat de begiftigde zich ertoe verbindt aan de ontvanger der registratie van het kantoor waar de akte werd geregistreerd jaarlijks het bewijs te leveren dat hij de volle eigendom van de geschonken aandelen of deelbewijzen heeft behouden.
Art. 140quater.
Indien een van de onder de artikelen 140bis en 140ter gestelde voorwaarden uiterlijk bij de aanbieding van de akte ter registratie niet is vervuld, wordt de akte geregistreerd tegen betaling van het bij de artikelen 131 tot 140 vastgestelde recht. Geen enkele vordering tot teruggaaf is ontvankelijk.
Art. 140quinquies.
Behalve in geval van overmacht, wordt het overeenkomstig de artikelen 131 tot 140 verschuldigde recht, vermeerderd met de wettelijke interest tegen de rentevoet bepaald in burgerlijke zaken te rekenen van de datum van registratie van de schenking, opeisbaar ten laste van de begiftigde, indien deze laatste:
a) de overeenkomstig artikel 140ter, 2° of 3° aangegane verbintenissen niet nakomt;
b) in geval van een door artikel 140bis, 1°, bedoelde schenking, de goederen, die dienen voor de uitoefening van een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, een vrij beroep, of een ambt of post, geheel of gedeeltelijk heeft overgedragen binnen de in artikel 140ter bepaalde termijn van vijf jaar; deze bepaling is echter niet van toepassing indien de overdracht gerechtvaardigd is door de uitoefening van de activiteit, van het vrij beroep of van het ambt of de post;
c) in geval van een door artikel 140bis, 2°, bedoelde schenking, binnen de in artikel 140ter bepaalde termijn van vijf jaar de aandelen of deelbewijzen geheel of gedeeltelijk heeft overgedragen of de zetel van werkelijke leiding van de vennootschap heeft overgebracht naar een staat die geen lid is van de Europese Unie.
Dit artikel is niet van toepassing op de overdrachten van goederen bepaald onder hogervermeld punt b), indien ze plaats hebben door erfopvolging of schenking en de rechthebbenden of de begiftigden de door de overledene of de schenker aangegane verbintenissen overnemen.
Dit artikel is evenmin van toepassing op de overdrachten van aandelen of deelbewijzen als bepaald onder hogervermeld punt c), indien ze plaats hebben door erfopvolging, door schenking of door overdracht ten bezwarende titel aan een ander lid van de aandeelhouderschapsovereenkomst, en dat de rechthebbenden, de begiftigden of de verwerver de door de overledene, de schenker of de overdrager aangegane verbintenissen overnemen.
Art. 140sexies.
De begiftigde die de toepassing van het verlaagd recht heeft genoten kan aanbieden om het overeenkomstig de artikelen 131 tot 140 verschuldigde recht, vermeerderd met de wettelijke interest tegen de rentevoet bepaald in burgerlijke zaken, opeisbaar te rekenen van de datum van registratie van de schenking, te betalen alvorens de termijn van vijf jaar is verstreken gedurende dewelke de activiteit moet worden voortgezet of de volle eigendom van de aandelen of deelbewijzen behouden moet blijven.
Art. 140septies.
Het overeenkomstig artikel 140quinquies opeisbare recht is evenwel niet opeisbaar indien de volle eigendom van de goederen waarop het verlaagd recht werd toegepast, het voorwerp uitmaakt van een overdracht ten kosteloze titel ten voordele van de oorspronkelijke schenker alvorens de termijn van vijf jaar is verstreken gedurende dewelke de activiteit moet worden voortgezet of de volle eigendom van de aandelen of deelbewijzen moet behouden blijven.
Art. 140octies.
Indien artikel 140quinquies van toepassing is, worden het recht en de interesten vereffend op een verklaring die ter registratie moet worden aangeboden op het kantoor waar het verlaagde recht werd geheven, binnen de eerste vier maanden na het verstrijken van het jaar tijdens hetwelk één van de oorzaken van opeisbaarheid van het overeenkomstig de artikelen 131 tot 140 verschuldigde recht zich heeft voorgedaan en dit op straf van een boete gelijk aan dit recht.
Indien artikel 140sexies van toepassing is, moet de begiftigde die de toepassing van het verlaagde recht heeft genoten op het voormelde registratiekantoor een verklaring ter registratie aanbieden waarin de samenstelling en de waarde van de goederen waarvoor hij het overeenkomstig de artikelen 131 tot 140 verschuldigde recht wenst te betalen wordt aangegeven.
De bij dit artikel voorgeschreven verklaringen, welke door de begiftigde die de toepassing van het verlaagde recht heeft genoten, werden ondertekend, worden in dubbel gesteld, waarvan één exemplaar op het registratiekantoor blijft. Deze verklaringen vermelden de akte, het nieuwe feit waaruit de opeisbaarheid van het overeenkomstig de artikelen 131 tot 140 verschuldigde recht voortvloeit en al de voor de vereffening van het recht vereiste gegevens.
Art. 161
Worden kosteloos geregistreerd:
11° (wet van 22 december 1998, art. 69) de akten en attesten die verplicht bij de akten bedoeld in artikel 140bis moeten worden bijgevoegd.
Art. 169bis.
(Wet van 22 december 1998, artikel 70)
Voor de toepassing van de artikelen 115bis en 140bis, moet de aanwending of de bestemming van een onroerend goed worden nagegaan per kadastraal perceel of per gedeelte van kadastraal perceel wanneer dat gedeelte is ofwel een afzonderlijke huisvesting, ofwel een afdeling van de productie of van de werkzaamheden die, of een onderdeel daarvan dat, afzonderlijk kan werken, ofwel een eenheid die van de andere goederen of delen die het perceel vormen kan worden afgezonderd.
Art. 182bis.
(Wet van 22 december 1998, artikel 71)
De personen die de toepassing van artikel 140bis vragen, zijn er toe gehouden, zonder verplaatsing, van alle boeken en bescheiden betreffende hun activiteit bij iedere vordering van de ambtenaren van de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen inzage te verlenen teneinde bedoelde ambtenaren toe te laten zich te vergewissen van de juiste heffing van de door de verzoekers of derden verschuldigde rechten.
Elke weigering van inzageverlening wordt bij proces-verbaal vastgesteld en wordt gestraft met een geldboete van 50.000 frank.
BIJLAGE 3
Gecoördineerde tekst van de gewijzigde bepalingen van het Wetboek der zegelrechten.
Art 59/1
Worden van het zegelrecht vrijgesteld:
61° (wet van 22 december 1998, art. 73) de akten en attesten die verplicht bij de akten bedoeld in artikel 140bis van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten moeten worden bijgevoegd.
BIJLAGE 4
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 15 mei 1999.
19 APRIL 1999. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de modaliteiten van de aandeelhouderschapsovereenkomst bedoeld in artikel 140ter, 3°, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Hebben Wij besloten en besluiten Wij:
Artikel 1. De aandeelhouderschapsovereenkomst moet worden onderschreven voor een periode van minimaal vijf jaar te rekenen van de datum van de overeenkomst van schenking.
Art. 2. De ondertekenaars van de aandeelhouderschapsovereenkornst moeten zich verbinden om gedurende vijf jaar te rekenen van de overeenkomst van schenking de zetel van werkelijke leiding van de vennootschap niet over te brengen naar een staat die geen lid is van de Europese Unie.
Art. 3. Zij moeten zich verbinden om gedurende vijf jaar te rekenen van de overeenkomst van schenking minstens de helft van de stemrechten in de algemene vergadering te vertegenwoordigen.
Art. 4. Dit besluit treedt in werking op de dag dat het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 5. Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 19 april 1999.
ALBERT
Van Koningswege
De Minister van Financiën,
J.-J. VISEUR