Circulaire nr. Ci.D.19/463.583 d.d. 11.08.1994
Bull. nr. 742, pag. 2615
WET VAN 5.7.1994 TOT WIJZIGING VAN HET WIB 92 WAT DE VESTIGING VAN DE PB
BETREFT
Beknopt overzicht.
WET VAN 6.7.1994 HOUDENDE FISCALE BEPALINGEN
Beknopt overzicht.
BETREFT
Beknopt overzicht.
WET VAN 6.7.1994 HOUDENDE FISCALE BEPALINGEN
Beknopt overzicht.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1 en 2.
In de bijlage gaat een samenvatting van de bepalingen van de wet van 5.7.1994 tot wijziging van het WIB 92, wat de vestiging van de PB betreft (BS 16.7.1994 - V 2322, Bull. 742) en van de voornaamste bepalingen van de wet van 6.7.1994 houdende fiscale bepalingen (BS 16.7.1994 - V 2323, Bull. 742).
Het hoofdbestuur zal de commentaar op de voormelde wetsbepalingen zo spoedig mogelijk opstellen en verspreiden.
Voor de Directeur-generaal :De Auditeur-generaal,
E. DE WOLF
BIJLAGE
INHOUDSTAFEL Nr. WET VAN 5.7.1994 TOT WIJZIGING VAN HET WIB 92, WAT DE VESTIGING VAN DE PB BETREFT - Vestiging van de belasting - Voorstel van aanslag .......... 1 WET VAN 6.7.1994 HOUDENDE FISCALE BEPALINGEN I. PERSONENBELASTING - Belastingwoonplaats van gehuwden ........................... 10 - Diplomaten, consuls, enz. .................................. 11 - Erfpacht- en opstalvergoedingen ............................ 14 - Adoptiepremies ............................................. 17 - Beroepskostenforfait ....................................... 19 - In art. 59, WIB 92 vermelde grens van 80 % - Uitkeringen ingevolge pensioensparen ................................... 21 - Forfait van 6 F/km inzake woon-werkverkeer ................. 23 - "Gratis" pensioenkapitalen - Afzonderlijke aanslag ......... 26 II. VENNOOTSCHAPSBELASTING Minderwaarden op aandelen .................................... 28 III. BELASTING OP NIET-INWONERS - Erfpacht- en opstalvergoedingen ............................ 30 IV. VOORHEFFINGEN - Begrip "gehandicapte personen" inzake OV ................... 32 - Effecten die voortkomen uit de splitsing van lineaire obligaties - RV ............................................ 33 - Verrekening van RV en FBB .................................. 35 V. VESTIGING VAN DE BELASTING - Gebruik van het fiscaal identificatienummer ................ 37 - Plichten van belastingplichtigen met geautomatiseerde boekhouding ................................................ 39 - Onderzoekingen door ambtenaren van andere fiscale administraties ............................................. 46 - Verlopen interestgedeelten van kapitalen gebruikt voor het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid - Belastbaar tijdperk 48 VI. BIJZONDERE BEPALINGEN - Verwijzingen naar het WIB 92 in invorderingsstukken ........ 51 WET VAN 5.7.1994 TOT WIJZIGING VAN HET WIB 92, WAT DE VESTIGING VAN DE PB BETREFT
Vestiging van de belasting - Voorstel van aanslag
1. Deze wet beoogt inzonderheid het invoeren van een voorstel van aanslag voor belastingplichtigen die van aangifteplicht in de PB zijn vrijgesteld. Voor een opsomming van die belastingplichtigen wordt verwezen naar art. 178, KB/WIB 92, zoals het is vervangen bij KB 9.5.1994 (V 2305 - Bull. 740).
In de gevallen die bij in Ministerraad overlegd KB zullen worden bepaald, zal de administratie evenwel geen voorstel van aanslag moeten toesturen.
2. De betrokken belastingplichtigen zullen dus, vooraleer hen een aanslagbiljet wordt toegezonden, een voorstel van aanslag ontvangen waarop de belastbare grondslag en de daarop verschuldigde belasting zijn vermeld, evenals alle inlichtingen en gegevens die in aanmerking zijn genomen.
3. De belastingplichtigen hebben de mogelijkheid om hun niet-akkoord met en eventuele onjuistheden of leemten in het voorstel van aanslag mee te delen binnen een termijn van één maand, termijn die eventueel kan worden verlengd.
4. Het voorstel van aanslag, eventueel aangevuld binnen de voormelde termijn, heeft dezelfde waarde als een geldige aangifte.
5. Indien de onjuistheden of leemten niet worden meegedeeld, wordt het voorstel van aanslag gelijkgesteld met een onjuiste of onvolledige aangifte en moet de procedure van wijziging van aangifte worden toegepast.
6. Voor de inkohiering van de belasting met betrekking tot inkomsten en gegevens vermeld in een geldig voorstel van aanslag beschikt de administratie over een termijn die niet korter mag zijn dan zes maanden vanaf de verzendingsdatum van het voorstel van aanslag.
7. De aanslag wordt gevestigd op grond van de in het voorstel van aanslag vermelde gegevens, eventueel verbeterd ingevolge de opmerkingen van de belastingplichtige.
8. Belastingplichtigen die van aangifteplicht zijn vrijgesteld zijn verplicht een aangifte in te dienen wanneer hen dat door de administratie wordt gevraagd.
9. Inwerkingtreding : vanaf aj. 1994.
(art. 306, 308, 311, 339, 2e lid, 346, 4e lid, en 353, 2e lid, WIB 92 en art. 1 tot 6, W 5.7.1994).
WET VAN 6.7.1994 HOUDENDE FISCALE BEPALINGEN
I. PERSONENBELASTING
Belastingwoonplaats van gehuwden
10. Vanaf het aj. 1995 wordt duidelijk gesteld dat de belastingwoonplaats van gehuwden wordt bepaald door de plaats waar het gezin gevestigd is, behalve voor de jaren waarin gehuwde personen, overeenkomstig art. 128, WIB 92, fiscaal als alleenstaanden worden aangemerkt.
Diplomaten, consuls, enz.
11. In de wet wordt uitdrukkelijk vermeld dat de inwonende gezinsleden van buitenlandse diplomatieke ambtenaren en consulaire beroepsambtenaren - zoals die ambtenaren trouwens - niet aan de PB onderworpen zijn.
12. Op voorwaarde van wederkerigheid zijn evenmin aan de PB onderworpen :
- de andere leden van buitenlandse diplomatieke zendingen en consulaire posten in België, alsmede hun inwonende gezinsleden;
- de ambtenaren, vertegenwoordigers en afgevaardigden van vreemde Staten of van staatkundige onderdelen of plaatselijke gemeenschappen daarvan of van een buitenlands publiekrechterlijk lichaam mits de betrokkenen hun diensten niet verstrekken in het kader van enig handels- of nijverheidsbedrijf,
mits de betrokkenen de Belgische nationaliteit niet bezitten, voorwaarde waaraan thans de volgende alternatieve voorwaarde wordt toegevoegd : "of voor zover de betrokkenen niet duurzaam verblijf houden in België".
13. Inwerkingtreding : vanaf het aj. 1995.
Erfpacht- en opstalvergoedingen
14. De termijnen en de waarde van ermee gelijkgestelde lasten met betrekking tot de aanschaffing van een recht van erfpacht of van opstal of van gelijkaardige onroerende rechten (met uitsluiting van de in art. 10, § 2, WIB 92 vermelde gebruiksrechten) die in het belastbaar tijdperk zijn betaald of inkomsten, zoals dat reeds het geval is voor de interesten van leningen die specifiek zijn aangegaan om onroerende goederen te verkrijgen of te behouden.
15. De wet preciseert bovendien dat de aftrekbare bedragen bij voorrang en evenredig worden afgetrokken van de onroerende inkomsten, andere dan het kadastraal inkomen dat voor woningaftrek in aanmerking komt.
16. Inwerkingtreding : vanaf het aj. 1995.
(art. 14, 104, 105 en 514, WIB 92 en art. 4, 16, 4°, 17, 1° en 2°, 82, 2°, 85 en 91, 9e lid, W 6.7.1994).
Adoptiepremies
17. Vanaf het aj. 1994 worden de wettelijke adoptiepremies van belasting vrijgesteld op dezelfde wijze als de kraamgelden en de wettelijke kinderbijslagen.
18. Zij worden ook niet in aanmerking genomen voor de vaststelling van de bestaansmiddelen.
Beroepskostenforfait
19. De verbeteringen die bij de herwerking van art. 51, WIB 92 zijn aangebracht bekrachtigen de administratieve praktijk ter zake en zijn van tweeërlei aard :
| 1. | benevens de persoonlijke sociale bijdragen zijn ook de bijdragen gestort aan een erkend ziekenfonds als vrije verzekering tegen "kleine risico's", buiten het forfait aftrekbaar; |
| 2. | de beperking van het forfait tot 100.000 F (niet geïndexeerd bedrag) is per in art. 51, WIB 92 vermelde inkomstencategorie van toepassing, zodat er geen discussie meer bestaat over de mogelijkheid om het forfait toe te passen op één categorie van inkomsten en de werkelijke beroepskosten te bewijzen voor een andere inkomstencategorie. |
20. Inwerkingtreding : vanaf het aj. 1992.
In art. 59, WIB 92 vermelde grens van 80 % - Uitkeringen ingevolge pensioensparen
21. Zoals dit het geval is voor de uitkeringen voortkomende van individuele levensverzekeringscontracten, moeten ook de uitkeringen uit pensioensparen niet in aanmerking worden genomen voor de berekening van de 80 %-grens die geldt bij de aftrek als beroepskosten van de werkgeversbijdragen gestort in het kader van een groepsverzekering.
22. Deze verduidelijking betreft aj. 1992 en volgende.
(art. 59, 3e lid, WIB 92 en art. 11, 1°, en 91, 2e lid, W 6.7.1994).
Forfait van 6F/km inzake woon-werkverkeer
23. Het forfait van 6 F/km mag slechts worden toegekend aan de belastingplichtige indien het betrokken voertuig :
| 1° | hetzij zijn eigendom is; |
| 2° | hetzij op zijn naam is ingeschreven bij de Directie voor de Inschrijving van de Voertuigen; |
| 3° | hetzij door een huur- of leasingovereenkomst bestendig of gewoonlijk te zijner beschikking is; |
| 4° | hetzij aan zijn werkgever of vennootschap toebehoort en het eventueel voordeel voortspruitend uit het gebruik van dat voertuig op zijn naam wordt belast. |
In de in sub 1° tot 3° vermelde gevallen, mag het forfait worden toegekend aan de echtgenoot of het kind van de belastingplichtige die het voertuig voor woon-werkverkeer gebruikt.
24. Uitdrukkelijk wordt gesteld dat het forfait voor gezamenlijk afgelegde trajecten slechts aan één enkele belastingplichtige mag worden toegekend.
25. Inwerkingtreding : vanaf aj. 1993.
"Gratis" pensioenkapitalen - Afzonderlijke aanslag
26. Art. 171, 4°, g, WIB 92 bepaalt opnieuw dat de pensioenkapitalen die in bepaalde omstandigheden worden uitgekeerd en niet door persoonlijke bijdragen voor aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood zijn gevormd, afzonderlijk worden belast tegen een aanslagvoet van 16,5 %.
27. Daardoor wordt een bij een vorige wetswijziging ongewild ontstane toestand rechtgezet en worden de zogenaamde "gratis" toegekende pensioenkapitalen en kapitalen van bedrijfsleidersverzekeringen met ingang van het aj. 1994, zoals voorheen, belastbaar tegen het voormelde tarief van 16,5 %.
(art. 171, 4°, g, WIB 92 en art. 24, 2°, en 91, 7e lid, W 6.7.1994)
II. VENNOOTSCHAPSBELASTING
Minderwaarden op aandelen
28. De minderwaarden op aandelen geleden naar aanleiding van de gehele verdeling van het maatschappelijk vermogen van een vennootschap, zijn als beroepskosten aftrekbaar in verhouding tot het verlies aan gestort kapitaal.
29. De toevoeging in deze wetsbepaling van de woorden "verlies aan" is een verduidelijking die terugwerkt tot aj. 1992.
III. BELASTING VAN NIET-INWONERS
Erfpacht- en opstalvergoedingen
30. De hier bedoelde wijzigingen inzake BNI/nat.pers. zijn een uitvloeisel van de maatregel besproken in de nrs. 14 en 15.
De beoogde termijnen en lasten m.b.t. de aanschaffing van een recht van erfpacht of van opstal mogen slechts worden afgetrokken voor zover ze verband houden met een onroerend goed dat in België gelegen is.
31. Inwerkingtreding : vanaf aj. 1995.
(art. 235bis, 241, 3°, en 242, WIB 92 en art. 33, 34, 35, 1°, en 91, 9e lid, W 6.7.1994).
IV. VOORHEFFINGEN
Begrip "gehandicapte personen" inzake OV
32. Om te bepalen welke gehandicapte personen recht hebben op de verminderingen van OV wordt voortaan verwezen naar de bepalingen inzake PB (art. 135, 1e lid, WIB 92), waarin het begrip "gehandicapte personen" is gedefinieerd. Zodoende wordt, met terugwerking tot aj. 1992, een reeds geruime tijd betrachte harmonisering tot stand gebracht.
Effecten die voortkomen uit de splitsing van lineaire obligaties - RV
33. In tegenstelling met wat het geval is voor de oorspronkelijke effecten kon in verband met de uit de splitsing van lineair obligaties voortgekomen effecten in de regel geen vrijstelling van RV worden verleend vermits deze laatste effecten meer de aard hebben van in art. 266, 2e lid, WIB 92 vermelde effecten, namelijk effecten die geen recht geven op een periodieke betaling van interest en zijn uitgegeven met een disconto dat overeenstemt met de tot op de vervaldag van het effect gekapitaliseerde interest, waarvoor uitdrukkelijk is gesteld dat van de inning van de RV niet kan worden afgezien.
Voormeld art. 266, WIB 92 werd op passende wijze aangevuld om de verzaking van RV via KB mogelijk te maken.
34. Inwerkingtreding : van toepassing op de vanaf 1.7.1994 toegekende of betaalbaargestelde inkomsten.
Verrekening van RV en FBB
35. Om alle misverstanden weg te werken en ter zake volledige duidelijkheid te scheppen werden de teksten betreffende de verrekening van de RV en het FBB herschreven zonder dat er inhoudelijke wijzigingen zijn aangebracht. Onder meer werd met betrekking tot de proratering van de RV en het FBB gepreciseerd dat de desbetreffende regels niet van toepassing zijn op inkomsten van verhuring, verpachting, gebruik en concessie van roerende goederen.
36. Inwerkingtreding : vanaf aj. 1992.
(art. 280, 285, 288 en 289, WIB 92 en art. 44, 46 tot 48 en 91, 2e lid, W 6.7.1994).
V. VESTIGING VAN DE BELASTING
Gebruik van het fiscaal identificatienummer
37. De mogelijkheid om het fiscaal identificatienummer van natuurlijke personen te gebruiken wordt uitgebreid tot de betrekkingen met :
- erfgenamen, algemene legatarissen of begiftigden wanneer de houden van het nummer is overleden;
- lasthebbers aan wie de houder van het nummer een algemene lastgeving inzake inkomstenbelastingen heeft verleend, mits die houder zijn schriftelijke toestemming geeft;
- de in art. 328, WIB 92 vermelde instellingen die met het oog op het verstrekken van bepaalde voordelen, inkomstengetuigschriften aanvragen betreffende de fiscale toestand van de houder van het nummer.
38. Inwerkingtreding : vanaf 16.7.1994 (datum van bekendmaking in het BS).
Plichten van belastingplichtigen met geautomatiseerde boekhouding
39. Zoals reeds wettelijk voorgeschreven is inzake BTW, zijn de natuurlijke personen en rechtspersonen die een beroep doen op een computersysteem om de boeken en bescheiden die noodzakelijk zijn voor de vaststelling van het bedrag van hun belastbare inkomsten, te houden, op te stellen, toe te zenden of te bewaren, verplicht, op verzoek van de administratie, ter plaatse, de dossiers betreffende de analyses, de programma's en het beheer van het gebruikte systeem ter inzage voor te leggen, evenals de informatiedragers en alle gegevens die zij bevatten (de op de informatiedragers geplaatste gegevens moeten in een leesbare en verstaanbare vorm worden voorgelegd).
40. Wanneer de administratie hen erom verzoekt, zijn die personen verplicht op hun uitrusting, in het bijzijn van de ambtenaren van de administratie, kopies te maken, in de door die ambtenaren gewenste vorm, van de voormelde gegevens zomede de informaticabewerkingen te verrichten die nodig worden geacht om het bedrag van de belastbare inkomsten te bepalen.
41. De termijn voor het bewaren van de magnetische informatiedragers en alle daarop vermelde gegevens is dezelfde als die voor de boeken en bescheiden die zij vervangen, d.w.z. tot op het einde van het vijfde jaar of vijfde boekjaar volgend op het belastbaar tijdperk in kwestie.
42. Nochtans verstrijkt de termijn voor het bewaren van de gegevens betreffende de analyses, de programma's en het beheer van de computersystemen op het einde van het vijfde jaar of vijfde boekjaar volgend op het belastbaar tijdperk waarin het in die gegevens omschreven systeem werd gebruikt.
43. De ambtenaren van de Administratie der directe belastingen mogen door middel van de gebruikte uitrusting de betrouwbaarheid nagaan van de geïnformatiseerde inlichtingen, gegevens en bewerkingen.
44. De in 39 en 40 vermelde verplichtingen zijn eveneens van toepassing op verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid en derden waarop een beroep wordt gedaan voor het houden, opstellen, toezenden of bewaren van boeken of documenten door middel van computersystemen.
45. Inwerkingtreding : vanaf 16.7.1994.
(art. 315bis, 317, 318, 1e en 2e lid, 319, 323bis en 324, 334, 351, 1e lid, 3de streepje en 352, 2e lid, 1ste streepje, WIB 92 en art. 53 tot 58, 62, 67, 68, 1° en 91, 10e lid, W 6.7.1994).
Onderzoekingen door ambtenaren van andere fiscale administraties
46. Het recht van onderzoek dat inzake inkomstenbelastingen bestaat mag ook worden uitgevoerd door ambtenaren van andere fiscale administraties. Die administraties en, eventueel, ook de ambtenaren, worden door de Koning aangewezen.
Deze maatregel strekt er voornamelijk toe aan de personeelsleden van de Administratie der Douane en Accijnzen die aan de Administratie der directe belastingen worden toegewezen dezelfde onderzoeks- en controlemogelijkheden toe te kennen als aan de personeelsleden van laatstgenoemde administratie.
47. Inwerkingtreding : vanaf 1.1.1993.
Verlopen interestgedeelten van kapitalen gebruikt voor het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid - Belastbaar tijdperk
48. Inzonderheid om de belastingwetgeving beter af te stemmen op de boekhoudwetgeving wordt met ingang van het aj. 1995 bepaald dat ten name van belastingplichtigen die kapitalen, andere dan aandelen, gebruiken voor het uitoefenen van hun beroepswerkzaamheid, de verlopen interestgedeelten van die kapitalen die op een bepaald belastbaar tijdperk betrekking hebben, moeten worden aangemerkt als een inkomen van dat tijdperk, zelfs wanneer die interest slechts gedurende een later tijdperk wordt geïnd of verkregen.
49. Voor de ajn. 1995 en volgende is bijgevolg elk interestgedeelte, in verhouding tot de bezitsduur van de voormelde roerende kapitalen, belastbaar voor het belastbaar tijdperk waarop dat interestgedeelte betrekking heeft.
50. Daarentegen is het totaalbedrag van de over de ajn. 1994 en vorige verlopen interestgedeelten, belastbaar, hetzij op de vervaldag van de inkomsten, hetzij op het ogenblik van de vervreemding van die kapitalen, daarbij eventueel rekening houdend met de bezitsduur van die kapitalen en voor zover deze interestgedeelten voorheen niet in het resultaat zijn opgenomen.
VI. BIJZONDERE BEPALINGEN
Verwijzingen naar het WIB 92 in invorderingsstukken
51. Wat de inning en de invordering van voorheffingen en belastingen betreft, moet in iedere akte of document worden verwezen naar de bepalingen van het WIB 92, zulks ongeacht het aanslagjaar waarop de belastingschulden betrekking hebben (zie circ. 5.8.1994, Ci.R.14/457.727).
52. Inwerkingtreding : vanaf 26.7.1994.
(art. 90, W 6.7.1994).
Bron: FisconetPlus
