Circulaire nr. Ci.RH.421/495.030 dd. 12.06.1997

CIRC 12.06.97/1

Circulaire nr. Ci.RH.421/495.030 dd. 12.06.1997


Bull. nr. 774, pag. 1737

BEROEPSVERLIES
Aftrek van vorige beroepsverliezen.

VENNOOTSCHAPSBELASTING
Slapende vennootschap.


Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2+, 2 en 3.

Art. 4, 2°, W 4.4.1995 houdende fiscale en financiële bepalingen (V 2394 - Bull. 751) heeft art. 206, WIB 92, met betrekking tot de aftrek van vorige beroepsverliezen in de Ven.B als volgt aangevuld :

"§ 3. In afwijking van de §§ 1 en 2, mogen de vorige beroepsverliezen in geen geval worden afgetrokken van de winst van het belastbare tijdperk, noch van enig ander later belastbaar tijdperk, wanneer het gemiddelde van de omzet en de financiële opbrengsten die zijn geboekt tijdens de boekjaren welke verbonden zijn met de drie vorige belastbare tijdperken, minder bedraagt dan 5 % van het gemiddelde van het totaal bedrag van de activa, zoals dat voorkomt in de jaarrekeningen van die boekjaren.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt, in plaats van de omzet en de financiële opbrengsten, in aanmerking genomen :

1° wanneer het vennootschappen betreft onderworpen aan de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, het totale bedrag van de rente-opbrengsten en soortgelijke opbrengsten, de opbrengsten van niet-vastrentende effecten, de ontvangen provisies en de overige bedrijfsopbrengsten;

2° wanneer het in artikel 56, § 2, 2°, h, vermelde verzekeringsondernemingen betreft, het totale bedrag van de brutopremies en de opbrengsten van beleggingen."

Art. 10, 3de lid, van dezelfde W 4.4.1995 bepaalt bovendien dat het voormelde art. 4, 2° in werking treedt vanaf het aj. 1996.

2. Het arrest nr 70/96 van 11.12.1996 van het Arbitragehof heeft de voormelde art. 4, 2° en 10, 3de lid, vernietigd (BS 19.12.1996, blz. 31.632).

In de huidige stand van de wetgeving mogen de zogenaamde "slapende" vennootschappen niet meer worden uitgesloten van het voordeel van de aftrek van vorige beroepsverliezen. De aanslagen die al gevestigd zijn, rekening houdend met dat art. 4, 2°, W 4.4.1995, kunnen worden herzien. De andere door het WIB 92 voorziene beperkingen inzake de aftrek van vorige beroepsverliezen blijven vanzelfsprekend van toepassing.

3. De vennootschappen die werden aangeslagen met toepassing van de thans vernietigde wettelijke bepalingen kunnen de herziening van hun aanslag vragen door middel van een bezwaarschrift, in te dienen in de vormen en termijnen zoals bedoeld in de art. 366 en 371, WIB 92.

4. Art. 18 van de bijzondere wet van 6.1.1989 (BS van 7.1.1989 - D.I. 122) op het Arbitragehof schrijft voor dat niettegenstaande de door de wetten bepaalde termijnen verstreken zijn, tegen de handelingen van de verschillende bestuursorganen, voor zover die gegrond zijn op een bepaling van een wet die vervolgens door het Arbitragehof is vernietigd, elk administratief of rechterlijk beroep dat daartegen open staat kan worden ingesteld binnen zes maanden na de bekendmaking van het arrest van het Arbitragehof in het Belgisch Staatsblad.

Daar het arrest nr 70/96 van 11.12.1996 werd gepubliceerd in het BS van 19.12.1996 verstrijkt die bijzondere bezwaartermijn dus op 19.6.1997.

5. De overbelasting kan ook ambtshalve worden rechtgezet op grond van art. 376, § 1, WIB 92, omdat het arrest van het Arbitragehof in de zin van deze wetsbepaling als een "nieuw feit" kan worden beschouwd.

6. In de mate dat er een overschot van RV en VA is, mag de ontheffing ook worden verleend op grond van art. 376, § 3, 1°, WIB 92.

7. De betrokken vennootschappen werden via een bericht gepubliceerd in het BS van 30.4.1997 (zie bijlage) uitgenodigd een herziening aan te vragen van de aanslag die gesteund is op de door het Arbitragehof vernietigde wetsbepalingen.

8. De MI moet volgens de gewone regels (art. 418 en 419, WIB 92) berekend worden.

NAMENS DE MINISTER :
Voor de Directeur-generaal :
De Auditeur,


G. DELSOIR.


BIJLAGE

MINISTERIE VAN FINANCIEN

Administratie der directe belastingen - Bericht.

Het arrest nr 70/96 van 11 december 1996 van het Arbitragehof heeft de bepalingen van artikel 4, 2° en 10, 3e lid van de wet van 4 april 1995 houdende fiscale en financiële bepalingen vernietigd.

Luidens die bepalingen waren, vanaf het aanslagjaar 1996, uitgesloten van de aftrek van vorige beroepsverliezen in de vennootschapsbelasting de zogenaamde "slapende" vennootschappen t.t.z. vennootschappen waarvan het gemiddelde van de omzet en de financiële opbrengsten, geboekt tijdens de boekjaren verbonden met de drie vorige belastbare tijdperken, minder bedroeg dan 5 % van het gemiddelde van het totaal bedrag van de activa, zoals dat voorkwam in de jaarrekeningen van die boekjaren.

Elke vennootschap die meent aanspraak te kunnen maken op de rechtzetting van een aanslag die is gevestigd bij toepassing van de vernietigde bepalingen, wordt verzocht dit ter kennis van de Administratie der directe belastingen te brengen :

  • hetzij door middel van een gemotiveerd bezwaarschrift te richten aan de bevoegde gewestelijk directeur der directe belastingen waarvan het adres voorkomt op het desbetreffende aanslagbiljet, binnen de normale bezwaartermijnen wanneer die nog niet zijn verstreken (artikel 366 en 371 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992), met dien verstande dat voor de ten laatste op 19 december 1996 ingekohierde aanslagen de termijn uiterlijk op 19 juni 1997 verstrijkt (cfr artikel 18 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, Belgisch Staatsblad van 7.1.1989);
  • hetzij door middel van een gemotiveerd verzoekschrift tot ambtshalve ontheffing (toepassing van artikel 376 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992) bij voorkeur te richten aan de voormelde directeur of aan de hoofdcontroleur der directe belastingen waaronder de vennootschap ressorteert.


(De pers wordt verzocht dit bericht over te nemen.)