Circulaire nr. Ci.RH.243/450.511 van 24.12.1993


Bull. nr. 735, pag. 319
FISCALE, FINANCIELE EN DIVERSE BEPALINGEN 1992
Groepsverzekering
Hypothecaire lening
Levensverzekering
Onderhoudsuitkering
Pensioenfonds
Pensioensparen
Werkgeversaandeel

FISCALE STIMULI
Werkgeversaandeel

GROEPSVERZEKERING
Werknemersbijdrage

HYPOTHECAIRE LENING
Vrijstelling van de kapitaalaflossingen

LEVENSVERZEKERING
Vrijstelling van de premies

ONDERHOUDSUITKERING
Aftrekbaar bedrag

PENSIOENFONDS
Werknemersbijdrage

PENSIOENSPAREN
Voorwaarde van aftrekbaarheid
Aanpassing van de art. 51, 52, 59, 104 en 105, WIB 92, en opheffing van de art. 81 tot 85 en 117 tot 125, WIB 92, ten gevolge van de omvorming in een belastingvermindering van de oude aftrekken van de persoonlijke bijdragen van aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood, van de premies van individuele levensverzekeringen, van de kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen, van de verwerving van aandelen van de vennootschap-werkgeefster en van pensioensparen.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1 en 2.
I. WETTEKSTEN (Wet van 28.12.1992)
1.
Art. 77
In artikel 51 van hetzelfde Wetboek (1) worden de woorden "en bijdragen voor aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood" opgeheven.
2.
Art. 78
Artikel 52, 9° van hetzelfde Wetboek (1) wordt opgeheven.
3.
Art. 79
In artikel 59 van hetzelfde Wetboek (1) worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in het eerste lid worden de woorden "Persoonlijke, door bemiddeling van de werkgever betaalde bijdragen en" opgeheven;
in het derde lid worden tussen de woorden "of persoonlijke bijdragen" en de woorden "zijn gevormd" de woorden "als bedoeld in artikel 1453" ingevoegd.
4.
Art. 80
In titel II, hoofdstuk II, afdeling IV, onderafdeling III, van hetzelfde Wetboek (1), wordt het gedeelte "D. Aftrekken van het totale beroepsinkomen" dat de artikelen 81 tot 85 bevat, opgeheven.
5.
Art. 81
In artikel 104, eerste lid, van hetzelfde Wetboek (1) worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in de inleidende zin worden de woorden "artikelen 107 tot 125" vervangen door de woorden "artikelen 107 tot 116";
2° onderdeel 10°, wordt opgeheven.

6.
Art. 82
In artikel 105 van hetzelfde Wetboek (1) worden de woorden "de in het eerste lid, 1°, 2° en 10° van dat artikel" vervangen door de woorden "de in het eerste lid, 1° en 2° van dat artikel".
(1) WIB 92.

7.
Art. 85
In titel II, hoofdstuk II, afdeling VI, van hetzelfde Wetboek (1) wordt het deel "F. Pensioensparen" dat de artikelen 117 tot 125 omvat, opgeheven.
8.
Art. 101
De artikelen ... 80 tot 85, ... treden in werking met ingang van het aanslagjaar 1993.
De artikelen 77, 78, 79, ... treden in werking met ingang van het aanslagjaar 1994.
II. ALGEMENE DRAAGWIJDTE
9. Vóór de inwerkingtreding van de W 28.12.1992, houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen, waren de sommen die aan het lange termijnsparen werden besteed bij het bepalen van de belastbare grondslag in verschillende stadia van de belastbare inkomsten aftrekbaar, namelijk :
  • als beroepskosten, wat de persoonlijke bijdragen van aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood betreft (groepsverzekering en pensioenfonds);
  • als van het totale beroepsinkomen aftrekbare uitgaven, wat betreft :
de bijdragen van individuele levensverzekering die aan de voorwaarden van aftrek voldeden;
de kapitaalaflossingen van bepaalde hypothecaire leningen;
de sommen besteed aan de volstorting van aandelen van de vennootschap-werkgeefster;
  • als van het totale netto-inkomen aftrekbare bestedingen, wat betreft de bedragen die in het kader van het pensioensparen zijn betaald.
Deze circulaire licht de wijzigingen toe die in gevolge de omvorming van deze aftrekken in belastingverminderingen, in de artikelen die deze aftrekken regelden zijn aangebracht.
III. BEROEPSKOSTEN
10. De art. 77 tot 79, W 28.12.1992, hebben de artikelen die de aftrek regelen van persoonlijke bijdragen voor een groepsverzekering of een pensioenfonds, als volgt gewijzigd.
(1) WIB 92.

Art. 51, WIB 92, vermeldt niet meer dat deze bijdragen aftrekbaar zijn bovenop het wettelijke forfait van beroepskosten voor werknemers en voor bestuurders en werkende vennoten en dat ze van de brutobezoldigingen moeten worden afgetrokken alvorens het wettelijke forfait te berekenen. De forfaits zullen dus voortaan op de brutobezoldigingen, uitsluitend verminderd met de sociale bijdragen, worden berekend.
Art. 52, 9°, WIB 92, dat bepaalt dat de persoonlijke bijdragen voor aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood die op de bezoldigingen zijn ingehouden, beroepskosten zijn, is zonder meer opgeheven, omdat deze bijdragen niet meer als zodanig worden beschouwd.
Art. 59, WIB 92, dat de voorwaarden en beperkingen voor de aftrek als beroepskosten van zowel de werkgevers- als persoonlijke bijdragen voor aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood omschrijft, is derwijze aangepast dat nog slechts de werkgeversbijdragen beroepskosten blijven, met dien verstande dat de modaliteiten voor het bepalen van de 80 %- grens ongewijzigd blijven en zodat de pensioenen die met persoonlijke bijdragen zijn gevormd zoals voorheen in aanmerking moeten worden genomen bij de bepaling van die grens.
11. De persoonlijke bijdragen geven voortaan aanleiding tot een belastingvermindering die in de art. 145^1, 1°, 145^2 en 145^3, WIB 92 wordt geregeld.
12. De aandacht wordt erop gevestigd dat de wijzigingen in verband met de fiscale behandeling van de persoonlijke bijdragen voor aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood in tegenstelling met de meeste andere maatregelen inzake het lange termijnsparen, slechts vanaf aj. 1994 in werking treden.
IV. AFTREKKEN VAN HET TOTALE BEROEPSINKOMEN
13. Art. 80, W 28.12.1992, heft de art. 81 tot 85, WIB 92 op die de aftrek van bepaalde uitgaven van de gezamenlijk belastbare beroepsinkomsten regelen. Het gaat om de volgende uitgaven :
de bijdragen van aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood die de belastingplichtige ter uitvoering van een individueel levensverzekeringscontract heeft betaald voor het vestigen van een rente of van een kapitaal bij leven of bij overlijden;
de sommen besteed aan de aflossing of wedersamenstelling van hypothecaire leningen die zijn aangegaan om een woning te bouwen, te verwerven of te verbouwen en gewaarborgd zijn door een tijdelijke verzekering bij overlijden met afnemend kapitaal (schuldsaldoverzekering);
de sommen besteed aan de volstorting in geld van aandelen, waarop een werknemer heeft ingeschreven en die een fractie van het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen van de binnenlandse vennootschap die de belastingplichtige tewerkstelt of waarvan de vennootschap-werkgeefster wordt geacht een dochter- of kleindochteronderneming te zijn (verwerving van aandelen van de vennootschap-werkgeefster).
14. Deze opheffing treedt in werking vanaf het aj. 1993. Als men abstractie maakt van de omdeling tussen echtgenoten (de toekenning aan de medewerkende echtgenoot en het huwelijksquotiënt), is voortaan de enige aftrek op het totale beroepsinkomen, de aftrek van de beroepsverliezen van de belastingplichtige zelf en/of van zijn echtgenoot.
15. De volgende artikelen regelen de belastingverminderingen die de aftrekken in kwestie vervangen :
  • voor de premies van individuele levensverzekeringscontracten: art. 145^1, 2°, 145^2, 145^4, 145^6 en 145^17 tot 145^20 WIB 92;
  • voor de kapitaalaflossingen van bepaalde hypothecaire leningen: art. 145^1, 3°, 145^2, 145^5, 145^6, 145^17 tot 145^20 en 516, WIB 92;
  • voor de sommen besteed aan de verwerving van aandelen van de vennootschap-werkgeefster : art. 145^1, 4°, 145^2 en 145^7 WIB 92.
V. VAN HET TOTALE NETTO-INKOMEN AFTREKBARE BESTEDINGEN
16. Art. 81, W 28.12.1992, heeft art. 104, 1e lid, WIB 92, in die zin gewijzigd dat de bedragen betaald in het kader van het pensioensparen, niet meer opgenomen zijn onder de van het totale netto-inkomen aftrekbare bestedingen.
17. Art. 105, WIB 92, dat de wijze van aanrekening van de bedoelde bestedingen regelt wanneer de aanslag in de PB op naam van beide echtgenoten wordt gevestigd, wordt door art. 82, W 28.12.1992, aangepast. De andere onderhoudsuitkeringen dan die welke beide echtgenoten gezamenlijk verschuldigd zijn, zijn voortaan de enige personaliseerbare bestedingen die bij voorrang moeten worden afgetrokken van de inkomsten van de echtgenoot die er de schuldenaar van is.
18. De art. 117 tot 125, WIB 92, die de voorwaarden, beperkingen en wijze van aftrek van de sommen besteed aan het pensioensparen omschrijven, worden door art. 85, W 28.12.1992 opgeheven.
19. Deze wijzigingen treden in werking vanaf het aj. 1993. De belastingvermindering voor pensioensparen wordt voortaan behandeld in de art. 145^1, 5°, 145^2 en 145^8 tot 145^16, WIB 92, en in art. 103, W 28.12.1992.
VI. BELASTINGVERMINDERINGEN
20. De wettelijke bepalingen die de nieuwe belastingverminderingen (vermindering voor het lange termijnsparen en vermindering voor het bouwsparen) regelen, zullen later in een afzonderlijke circulaire worden toegelicht.
Voor de Directeur-generaal :
De Auditeur-generaal,
G.A. DE GROOTE.