Circulaire nr. Ci.RH.26/381.446 dd. 27.11.1987
CIRC 27.11.87/1
Circulaire nr. Ci.RH.26/381.446 dd. 27.11.1987
Bull. nr. 668, pag. 126
UITKERINGEN TOT ONDERHOUD
Feitelijke scheiding
Uitkeringen betaald aan kinderen
Voorwaarden van aftrekbaarheid
1. Gelet op de evolutie van de rechtspraak, werd de problematiek van de aftrek van uitkeringen tot onderhoud voor het jaar van de feitelijke scheiding door één van de echtgenoten betaald aan de andere echtgenoot en aan de eventuele kinderen, opnieuw onderzocht.
2. Volgens die rechtspraak (waarbij de administratie zich aansluit):
3. Het fiscaal ten laste nemen van personen en de aftrek van uitkeringen tot onderhoud zijn, volgens art. 82, § 1 en 71, § 1, 3°, WIB, echter afhankelijk ven een diametraal tegenovergestelde voorwaarde die dus steeds de gelijktijdige toepassing van beide bepalingen uitsluit nl. het wel deel uitmaken, resp. het niet deel uitmaken van het gezin van de belastingplichtige.
Uit deze onverenigbaarheid volgt dat de kinderen waarvoor, met betrekking tot het jaar van de feitelijke scheiding, uitkeringen tot onderhoud worden afgetrokken op vraag van één van de ouders, in geen geval als personen ten laste van die ouders kunnen worden aangemerkt.
5. Deze circulaire moet worden in acht genomen voor de regeling van de belastingtoestand van de betrokken belastingplichtigen, zomede voor de oplossing van nog hangende geschillen.
Circulaire nr. Ci.RH.26/381.446 dd. 27.11.1987
Bull. nr. 668, pag. 126
UITKERINGEN TOT ONDERHOUD
Feitelijke scheiding
Uitkeringen betaald aan kinderen
Voorwaarden van aftrekbaarheid
1. Gelet op de evolutie van de rechtspraak, werd de problematiek van de aftrek van uitkeringen tot onderhoud voor het jaar van de feitelijke scheiding door één van de echtgenoten betaald aan de andere echtgenoot en aan de eventuele kinderen, opnieuw onderzocht.
2. Volgens die rechtspraak (waarbij de administratie zich aansluit):
- zijn de sommen voor het jaar van de feitelijke scheiding door één van de echtgenoten betaald aan de kinderen met wie hij (zij) op 1 januari van het aanslagjaar niet werkelijk een gezin vormt, als uitkeringen tot onderhoud aftrekbaar van zijn (haar) gezamenlijke belastbare netto-inkomsten op grond van art. 71, § 1, 3°, WIB;
- kunnen de sommen die tijdens dezelfde periode aan de andere echtgenoot worden betaald, daarentegen niet als uitkeringen tot onderhoud worden beschouwd omdat er voor dat jaar nog samenvoeging is van de belastbare inkomsten van de echtgenoten en beiden derhalve geacht worden fiscaal een gezin te vormen (zie art. 73 en 75, § 1, 2°, WIB).
3. Het fiscaal ten laste nemen van personen en de aftrek van uitkeringen tot onderhoud zijn, volgens art. 82, § 1 en 71, § 1, 3°, WIB, echter afhankelijk ven een diametraal tegenovergestelde voorwaarde die dus steeds de gelijktijdige toepassing van beide bepalingen uitsluit nl. het wel deel uitmaken, resp. het niet deel uitmaken van het gezin van de belastingplichtige.
Uit deze onverenigbaarheid volgt dat de kinderen waarvoor, met betrekking tot het jaar van de feitelijke scheiding, uitkeringen tot onderhoud worden afgetrokken op vraag van één van de ouders, in geen geval als personen ten laste van die ouders kunnen worden aangemerkt.
| 4. | De Com.IB zal eerlang in die zin worden aangepast. |
Bron: FisconetPlus
