Circulaire nr. Ci.RH.331/438.115 dd. 07.07.1992

CIRC 07.07.92/1

Circulaire nr. Ci.RH.331/438.115 dd. 07.07.1992


Bull. nr. 719, pag. 2155

BELASTING VAN NIET-INWONERS
Vermindering voor alternatieve beroepsinkomsten

VERMINDERING VOOR BRUGPENSIOENEN (NIEUW STELSEL)
Bedrag
Berekening

VERMINDERING VOOR BRUGPENSIOENEN (OUD STELSEL)
Bedrag
Berekening

VERMINDERING VOOR PENSIOENEN
Bedrag
Berekening

VERMINDERING VOOR VERGOEDINGEN INZAKE ZIEKTE- OF INVALIDITEITSVERZEKERING
Bedrag
Berekening

VERMINDERING VOOR VERVANGINGSINKOMSTEN
Bedrag
Berekening

VERMINDERING VOOR WERKLOOSHEIDSUITKERINGEN
Bedrag
Berekening


INHOUDSTABEL Nrs. I. Belastingverminderingen voor alternatieve beroepsinkomsten in de BNV/nat. pers. voor niet-rijksinwoners met tehuis in België en ermede gelijkgestelden. A. Beoogde niet-rijksinwoners............................ 1 B. Berekeningsregels voor de verschillende belastingverminderingen............................... 2 C. Maximumbedrag van de belastingverminderingen.......... 3 D. Feitelijke belastingvrijstellingen.................... 4 II. Belastingverminderingen voor alternatieve beroepsinkomsten in de BNV/nat. pers. voor niet-rijksinwoners zonder tehuis in België. A. Algemeen 1. Inleiding.......................................... 5 2. Wettekst........................................... 6 3. Berekeningswijze van de belastingverminderingen.... 7 tot 9 4. Belastingverminderingen voor echtgenoten........... 10 5. Evenredige belastingverminderingen................. 11 6. Geleidelijke afbouw van de belastingverminderingen. 12 7. Beperking van de belastingverminderingen........... 13 8. Afzonderlijk belastbare inkomsten.................. 14 9. Feitelijke belastingvrijstellingen................. 15 10. Inwerkingtreding................................... 16 B. Beoogde niet-rijksinwoners zonder tehuis in België.... 17 C. Maximumbedrag van de belastingverminderingen voor alternatieve beroepsinkomsten (aj. 1992) 1. Vermindering voor vervangingsinkomsten, brugpensioenen (nieuw stelsel) en werkloosheidsuitkeringen........ 18 2. Vermindering voor brugpensioen (oud stelsel)....... 19 3. Vermindering voor wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen........................... 20 D. Feitelijke belastingvrijstellingen.................... 21 en 22 I. BELASTINGVERMINDERINGEN VOOR ALTERNATIEVE BEROEPSINKOMSTEN IN DE
BNV/NAT. PERS. VOOR NIET-RIJKSINWONERS MET TEHUIS IN BELGIE EN
ERMEDE GELIJKGESTELDEN

A. Beoogde niet-rijksinwoners

1. De in titel I van circ. 4.2.1992, Ci.RH.331/438.115, (B. 714, blz. 823) bepaalde maximumbelastingverminderingen voor alternatieve beroepsinkomsten, gelden eveneens in de BNV/nat. pers. voor de volgende categorieën van niet-rijksinwoners :

  • niet-rijksinwoners met tehuis in België (ter zake zijn inzonderheid bedoeld : de in België woonachtige buitenlandse kaderleden en vorsers die als niet-rijksinwoners worden aangemerkt, de in art. 4, WIB bedoelde personen - buitenlands diplomatiek en consulair personeel, enz. - zomede de buitenlandse ambtenaren, met exceptie van fiscale woonplaats, van in België gevestigde internationale organisaties);
  • niet-rijksinwoners zonder tehuis in België die echter op grond van een non-discriminatiebepaling uit een door België gesloten dubbelbelastingverdrag aanspraak hebben op alle regels m.b.t. persoonlijke aftrekken, tegemoetkomingen en belastingverminderingen uit hoofde van hun gezinstoestand of gezinslasten ( tot die "bevoorrechte" niet-rijksinwoners zonder tehuis in België behoren inzonderheid de inwoners van Nederland, Griekenland, Marokko, Canada en van de vroegere U.S.S.R., voor zover zij beantwoorden aan de voorwaarden die in het desbetreffende dubbelbelastingverdrag zijn gesteld - zie ook Com. O.V. 24/31 en 24/33);
  • de "niet-verblijfhoudende Belgische pensioengerechtigden die geen tehuis in België hebben behouden" waarvan sprake is in het arrest van het Arbitragehof nr. 34/91 van 21.11.1991 - B.S. 14.12.1991 (bedoeld zijn : de niet-rijksinwoners zonder tehuis in België die pensioenen van Belgische oorsprong hebben verkregen welke moeten worden aangegeven in deel 1, vak II, E, 1 van de aangifte in de BNV/nat. pers.).


B. Berekeningsregels voor de verschillende belastingverminderingen

2. Krachtens art. 150, § 2, WIB gelden voor de berekening van de belastingverminderingen voor alternatieve beroepsinkomsten in de BNV/nat. pers. voor de sub A bedoelde niet-rijksinwoners dezelfde principes en regels als in de P.B. (zie ter zake nr. II/809, circ. 22.10.1990, Ci.D.19/402.192, B. 700, blz. 3.248), met dien verstande dat in de BNV/nat. pers. bij de evenredige berekening en de afbouw van de belastingverminderingen ook rekening wordt gehouden met de netto-inkomsten van buitenlandse oorsprong en/of de Belgische netto-inkomsten die bij dubbelbelastingverdrag zijn vrijgesteld (in voorkomend geval van beide echtgenoten).

C. Maximumbedrag van de belastingverminderingen

3. Ter zake gelden dezelfde maximumbelastingverminderingen als in de P.B. (zie titel I van de voormelde circ. 4.2.1992, Ci.RH.331/438.115). Voor het aj. 1992 zijn de volgende verminderingen van toepassing :



a)maximumbelastingvermindering voor pensioenen, vervangingsinkomsten, brugpensioenen (nieuw stelsel) en werkloosheidsuitkeringen :
  • 55.744 F voor alleenstaanden;
  • 64.994 F voor echtgenoten.




b)maximumbelastingvermindering voor brugpensioenen (oud stelsel) :
  • 99.543 F voor alleenstaanden;
  • 108.793 F voor echtgenoten.




c)maximumbelastingvermindering voor wettelijke ziekte- of invaliditeitsuitkeringen :
  • 71.798 F voor alleenstaanden;
  • 81.048 F voor echtgenoten.


D. Feitelijke belastingvrijstellingen

4. Ter zake zijn dezelfde inkomstenbedragen als in de P.B. van toepassing (zie titel II van de voormelde circ. 4.2.1992, Ci.RH.331/438.115), met name voor het aj. 1992 :

  • 372.234 F (pensioenen, vervangingsinkomsten, enz.);
  • 411.022 F (werkloosheidsuitkeringen, verhoogd met de anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen);
  • 480.985 F (brugpensioenen oud stelsel);
  • 413.593 F (wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen);
  • 372.234 F (alternatieve beroepsinkomsten van verschillende aard - zie nr. 5 van laatst geciteerd circ.).


II. BELASTINGVERMINDERINGEN VOOR ALTERNATIEVE BEROEPSINKOMSTEN IN DE

BNV/NAT.PERS. VOOR NIET-RIJKSINWONERS ZONDER TEHUIS IN BELGIE
A. Algemeen

1. Inleiding

5. Art. 10, W. 28.12.1990 betreffende verscheidene fiscale en niet-fiscale bepalingen (V. 2.073) heeft art. 150, § 1, WIB derwijze aangevuld, dat vanaf het aj. 1991 de in art. 87ter, WIB vermelde belastingverminderingen eveneens van toepassing zijn in de BNV/nat. pers. verschuldigd door niet-rijksinwoners zonder tehuis in België (Onder niet-rijksinwoners zonder tehuis in België worden hier steeds de andere dan de in titel I vermelde niet-rijksinwoners verstaan).

2. Wettekst

6. "Art. 150, WIB, § 1. In gevallen als bedoeld in artikel 143, wordt de belasting berekend volgens de belastingschaal bedoeld in artikelen 7, § 1 en 8 van de wet van 7 december 1988 houdende hervorming van de inkomstenbelastingen en wijziging van de met het zegel gelijkgestelde taksen.

Op de belasting berekend overeenkomstig het vorige lid worden de in artikel 87ter vermelde verminderingen toegestaan binnen de perken en onder de voorwaarden gesteld in deze bepaling, met dien verstande dat de ermede verband houdende belasting eveneens overeenkomstig het vorige lid wordt berekend.

De in het vorige lid vermelde verminderingen worden voor beide echtgenoten slechts éénmaal verleend en voor het bepalen van deze verminderingen wordt rekening gehouden met het geheel van de inkomsten, met inbegrip van de buitenlandse inkomsten.

De artikelen 73 en 75 zijn eveneens van toepassing alsook de artikelen 1 en 2 van de wet van 7 december 1988."

3. Berekeningswijze van de belastingverminderingen

7. Overeenkomstig art. 150, § 1, WIB mag noch bij de berekening van de eigenlijke belasting, noch bij de berekening van de verschillende belastingverminderingen voor alternatieve beroepsinkomsten rekening worden gehouden met de basisbedragen van de belastingvrije som waarvan sprake in art. 6, § 1, eerste lid, 1° en 2°, hervormingswet 1988 (voor het aj. 1992 176.000 F voor een alleenstaande en 139.000 F voor elke echtgenoot).

8. Derhalve wordt voor de bedoelde belastingverminderingen steeds uitgegaan van de basisbelasting, dit is de belasting zoals die volgt uit de loutere toepassing van de belastingschaal welke in art. 7, § 1, van de hervormingswet 1988 is opgenomen.

9. Dit heeft voor gevolg dat voor de hier bedoelde niet-rijksinwoners zonder tehuis in België de maximumverminderingen voor alleenstaanden en voor echtgenoten gelijk zijn en resp. 44.000 F (176.000 x 25 %) of 34.750 F (139.000 x 25 %) hoger zijn dat die waarvan sprake in titel I.

4. Belastingverminderingen voor echtgenoten

10. De belastingverminderingen voor echtgenoten worden slechts éénmaal per echtpaar (d.w.z. voor beide echtgenoten samen) verleend (zie art. 150, § 1, derde lid, WIB).

5. Evenredige belastingverminderingen

11. De belastingverminderingen worden evenredig berekend naar de verhouding tussen het nettobedrag van de belastbare inkomsten (in voorkomend geval van beide echtgenoten) waarvoor de belastingverminderingen worden verleend en de som, samengesteld uit enerzijds het totale inkomen (d.w.z. het totale netto-inkomen, in voorkomend geval van beide echtgenoten, van de verschillende in art. 143, WIB, bedoelde categorieën, vóór aftrek van de in art. 149, § 1, WIB vermelde uitgaven) en anderzijds de netto-inkomsten van buitenlandse oorsprong en/of de Belgische netto-inkomsten die bij dubbelbelastingverdrag zijn vrijgesteld (Buitenlandse inkomsten die dezelfde aard hebben als Belgische inkomsten welke geen aanleiding geven tot regularisatie in de BNV/nat. pers. (bv. roerende en sommige diverse inkomsten) mogen evenwel buiten beschouwing worden gelaten.).

6. Geleidelijke afbouw van de belastingverminderingen

12. De belastingverminderingen worden geleidelijk afgebouwd wanneer de som van enerzijds het belastbare inkomen (d.w.z. het inkomen na aftrek van de uitgaven die krachtens art. 149, § 1, WIB in mindering komen van het totale inkomen) en anderzijds de netto-inkomsten van buitenlandse oorsprong en/of de Belgische netto-inkomsten die bij dubbel belastingverdrag zijn vrijgesteld, meer dan 640.000 F (Geïndexeerd bedrag voor het aj. 1992) bedraagt, met dien verstande dat :

  • de vermindering voor werkloosheidsuitkeringen degressief wordt afgebouwd zodra de hierbovenvermelde som 640.000 F (Geïndexeerd bedrag voor het aj. 1992) bereikt en op nul valt wanneer die som 800.000 F (Geïndexeerd bedrag voor het aj. 1992) bereikt;
  • de overige verminderingen geleidelijk worden afgebouwd tot een derde en gelijk blijven aan dit derde wanneer de voormelde som 1.280.0000 F (Geïndexeerd bedrag voor het aj. 1992) bereikt.


7. Beperking van de belastingverminderingen

13. Geen van de belastingverminderingen mag meer bedragen dan het deel van de belasting dat betrekking heeft op de inkomsten waarvoor zij worden verleend (m.a.w. de verminderingen mogen niet meer bedragen dan het gedeelte van de basisbelasting dat betrekking heeft op de inkomsten, in voorkomend geval van beide echtgenoten, waarvoor de vermindering wordt verleend).

8. Afzonderlijk belastbare inkomsten

14. De inkomsten die werkelijk afzonderlijk worden belast, komen niet in aanmerking voor de toekenning van de verschillende belastingverminderingen, noch voor het vaststellen van de eventuele beperking ervan.

9. Feitelijke belastingvrijstellingen

15. Er is generlei belasting verschuldigd wanneer het inkomen (voor echtparen die beiden beroepsinkomsten hebben, de som van het afgezonderde beroepsinkomen en het resterende gezinsinkomen) uitsluitend bestaat uit alternatieve beroepsinkomsten (buitenlandse en vrijgestelde inbegrepen), op voorwaarde dat die inkomsten bepaalde grenzen niet overschrijden (feitelijke belastingvrijstelling als bedoeld in art. 87ter, § 6, WIB - zie ook punt D hierna).

10. Inwerkingtreding

16. Art. 150, § 1, WIB, zoals aangevuld bij art. 10, W. 28.12.1990 betreffende verscheidene fiscale en niet-fiscale bepalingen, is van toepassing met ingang van het aj. 1991 (inkomsten van het jaar 1990). De voor het aj. 1991 geldende belastingverminderingen voor alternatieve beroepsinkomsten en de feitelijke belastingvrijstellingen zijn respectievelijk opgenomen in titel II en in titel III van de circ. 25.7.1991, Ci.RH.331/425.436 (B. 708, blz. 1959).

B. Beoogde niet-rijksinwoners zonder tehuis in België

17. De in C hierna vermelde belastingverminderingen zijn van toepassing op alle niet-rijksinwoners zonder tehuis in België voor zover zij niet zijn gelijkgesteld met niet-rijksinwoners met tehuis in België. Het betreft m.a.w. de niet-rijksinwoners zonder tehuis in België die zich niet kunnen beroepen op een gunstiger non-discriminatiebepaling in een door België gesloten dubbelbelastingverdrag dan die bepaald in art. 24, OESO-modelverdrag of op het arrest van het Arbitragehof van 21.11.1991.

C. Maximumbedrag van de belastingvermindering en voor alternatieve
beroepsinkomsten (aj. 1992)

1. Vermindering voor vervangingsinkomsten, brugpensioenen (nieuw stelsel)
en werkloosheidsuitkeringen

19. Voor het aj. 1992 bedraagt de maximumbelastingvermindering voor vervangingsinkomsten, brugpensioenen (nieuw stelsel) en werkloosheidsuitkeringen 99.744 F, zijnde de "basisbelasting" op 361.234 F (372.234 F - 11.000 F) voor een belastingplichtige die geen enkele persoon ten laste heeft.

2. Vermindering voor brugpensioen (oud stelsel)

19. Voor het aj. 1992 bedraagt de maximumbelastingvermindering voor brugpensioenen (oud stelsel) 143.543 F, zijnde de "basisbelasting" op 469.985 F (480.985 F - 11.000 F) voor een belastingplichtige die geen enkele persoon ten laste heeft.

3. Vermindering voor wettelijke ziekte- of invaliditeitsuitkeringen

20. Voor het aj. 1992 bedraagt de maximumbelastingvermindering voor wettelijke Z.I.V.-uitkeringen 115.798 F, zijnde de "basisbelasting" op 401.371 F (nl. 361.234 F x 10/9) voor een belastingplichtige die geen enkele persoon ten laste heeft.

D. Feitelijke belastingvrijstellingen

21. De belasting die overblijft na toepassing van de in C vermelde verminderingen, is niet verschuldigd ingeval de belastingplichtige in 1991 uitsluitend de volgende inkomsten heeft verkregen (toepassing van art. 87ter, § 6, WIB) :



a)ofwel pensioenen, vervangingsinkomsten, werkloosheidsuitkeringen en brugpensioenen (nieuw stelsel), mits het totaal van de aldus verkregen inkomsten niet meer bedraagt dan het maximumbedrag van de wettelijke werkloosheidsuitkering (de anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen niet inbegrepen).

Dat maximum bedraagt voor het aj. 1992 372.234 F;
b)ofwel werkloosheidsuitkeringen die niet hoger zijn dan het maximumbedrag van de wettelijke werkloosheidsuitkering, verhoogd met het bedrag gelijk aan het maximumbedrag van de anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen, voor zover de belastingplichtige op 1 januari van het aj. de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt.

Dat maximum bedraagt voor het aj. 1992 411.022 F (372.234 F + 38.788 F);
c)ofwel brugpensioenen (oud stelsel) die niet hoger zijn dan het maximumbedrag van het bij C.A.O. nr. 17 van 19.12.1974 bedoelde brugpensioenen.

Dat maximum bedraagt voor het aj. 1992 480.985 F;
d)ofwel wettelijke ziekte- of invaliditeitsuitkeringen die niet hoger zijn dan tien negenden van het maximumbedrag van de wettelijke werkloosheidsuitkering (de anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen niet inbegrepen).

Dat maximum bedraagt voor het aj. 1992 413.593 F (372.234 x 10/9).
22. De sub 21, a, uiteengezette regel is eveneens van toepassing wanneer de belastingplichtige, naast één of meer aldaar bedoelde inkomsten, ook nog uitsluitend brugpensioenen (oud stelsel) of wettelijke ziekte- of invaliditeitsuitkeringen heeft verkregen. De grens bedraagt in dat geval ook 372.234 F voor het aj. 1992.