Aanschrijving nr. 13 dd. 15.01.1990
AANSCHRIJVING 90/013
Aanschrijving nr. 13 dd. 15.01.1990
Teruggaaf inschrijvingstaks
Onderwerp van de aanschrijving.
1. Bij arrest van 4 februari 1988, heeft het Hof van Justitie te Luxemburg vastgesteld dat door het in feite handhaven in de wet van 31 juli 1984 (1) (Belgisch Staatsblad van 3 januari 1985) van de catalogusprijs als maatstaf van heffing voor de belasting op nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik, België niet de maatregelen heeft genomen die nodig zijn ter uitvoering van het arrest van 10 april 1984, en daardoor de krachtens het E.E.G.Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
De door het Hof van Justitie in het arrest van 4 februari 1988 afgewezen heffing van inschrijvingstaks over het verschil tussen de catalogusprijs en de werkelijk overeengekomen prijs bij de inschrijving van nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik, werd toegelicht in de aanschrijving nr. 4 van 25 maart 1985 (2).
2. Gelet op de uitspraak van het Hof op 4 februari 1988 vanaf die datum de inschrijvingstaks niet langer geheven voor nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik.
3. Teneinde de wetgeving in overeenstemming te brengen met voornoemde arresten, heeft de wetgever de wet van 17 januari 1990 (3) (Belgisch Staatsblad van 6 februari 1990) tot wijziging, op het stuk van de inschrijvingstaks, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, goedgekeurd.
Tevens is ter uitvoering van die wet op 24 januari 1990 een koninklijk besluit ondertekend tot wijziging, Op het stuk van de inschrijvingstaks, van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen (Belgisch Staatsblad van 6 februari 1990).
4. Door de wet van 17 januari 1990 (art. 1, 2 en 3) worden de bepalingen geschrapt die bij de wet van 31 juli 1984 in het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen werden ingelast en waardoor vanaf 10 april 1984 voor de inschrijvingen van nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik een inschrijvingstaks werd ingesteld.
Bovendien doet artikel 4 van deze wet van 17 januari 1990, in het intern recht de mogelijkheid ontstaan tot teruggaaf van die inschrijvingstaks.
De modaliteiten van die teruggaaf worden geregeld bij het koninklijk besluit van 24 januari 1990 (4) tot wijziging van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen.
5. Deze aanschrijving geeft een toelichting van de modaliteiten van de teruggaaf van de inschrijvingstaks.
De wet en het koninklijk besluit zijn respectievelijk opgenomen in de bijlagen I en II.
Modaliteiten van de teruggaaf van de inschrijvingstaks.
Eerste afdeling. - De voor teruggaaf vatbare taks.
6. De ingevolge artikel 4 van de wet van 17 januari 1990 voor teruggaaf vatbare taks is de inschrijvingstaks die over het verschil tussen de catalogusprijs en de overeengekomen prijs werd geheven van nieuwe personenauto, s en nieuwe auto, s voor dubbel gebruik, ingeschreven tussen 10 april 1984 en 3 februari 1988 in het repertorium van de dienst die met de inschrijving van de motorvoertuigen is belast.
De inschrijvingstaks geheven van tweedehandse auto's blijft buiten de werkingssfeer van huidige wet.
7. Voor de inschrijvingen van nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik die plaatshadden tussen 10 april 1984 en 3 januari 1985 werd de inschrijvingstaks in feite als B.T.W. aangerekend en vervolgens krachtens artikel 5 van de wet van 31 juli 1984 (Belgisch Staatsblad van 3 januari 1985) toegerekend op de bedragen verschuldigd als inschrijvingstaks. Derhalve komt voor teruggaaf eveneens in aanmerking de B.T.W. geheven over het verschil tussen de catalogusprijs en de overeengekomen prijs voor de leveringen van nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik, die werden ingeschreven tussen 10 april 1984 en 3 januari 1985, voor zover evenwel deze belasting niet reeds werd gerecupereerd. De door een B.T.W.-belastingplichtige via het aftrekmechanisme definitief gerecupereerde belasting, wordt immers geacht reeds te zijn teruggegeven in de mate waarin ze als B.T.W. in aftrek werd gebracht (zie art. 4, tweede lid, van de wet van 17 januari 1990).
8. De taks die tijdens de in het vorige lid bedoelde periode als B.T.W. werd geheven over de toegekende korting, kan niet het voorwerp uitmaken van een teruggaaf op grond van de artikelen 77 en volgende van het B.T.W.-Wetboek. Deze taks kan uitsluitend door middel van huidige teruggaafprocedure worden gerecupereerd.
Berekening van de voor teruggaaf vatbare taks.
9. Navolgende cijfervoorbeelden geven een overzicht van verschillende situaties die zich kunnen voordoen :
CIJFERVOORBEELD 1 : B.T.W. geheven tussen 10 april 1984 en 3 januari 1985 over een korting in geld :
CIJFERVOORBEELD 2 : zelfde gegevens als in voorbeeld 1, doch de koper is een B.T.W.-belastingplichtige, die het voertuig voor 80 pct. voor beroepsdoeleinden heeft aangewend :
CIJFERVOORBEELD 3 : zelfde gegevens als in voorbeeld 1, doch de personenauto werd ingeschreven tussen 4 januari 1985 en 3 februari 1988 en de verkoper heeft zijn tussenkomst verleend bij de inning van de verschuldigde inschrijvingstaks :
CIJFERVOORBEELD 4 : de personenauto werd ingeschreven tussen 4 januari 1985 e 3 februari 1988, doch de inschrijvingstaks was niet verschuldigd omdat de catalogusprijs overeenstemde met de maatstaf van heffing van de B.T.W. :
Geen teruggaaf van inschrijvingstaks toe te staan.
CIJFERVOORBEELD 5 : de personenauto werd ingeschreven tussen 4 januari 1985 en 3 februari 1988 en de bij levering toegekende korting wordt berekend op een bepaald percentage van de totale prijs :
(*) berekening van de verschuldigde inschrijvingstaks (zie aanschr. 4 en 14/1985) :
CIJFERVOORBEELD 6 : zelfde gegevens als in voorbeeld 5, doch de korting van 10 pct. slaat slechts op de catalogusprijs van het basismodel :
(*) berekening van de verschuldigde inschrijvingstaks (zie aanschr. 4 en 14/1985) :
CIJFERVOORBEELD 7 : de personenauto werd ingeschreven tussen 4 januari 1985 en 3 februari 1988 en bij de levering wordt een korting van 50.000 F toegestaan op de catalogusprijs (geen percentage berekend op de prijs) :
(*) berekening van de verschuldigde inschrijvingstaks (zie aanschr. 4 en 14/1985) :
CIJFERVOORBEELD 8 : zelfde gegevens als in voorbeeld nr. 7, toch de koper-particulier laat zijn oud voertuig over aan de verkoper voor een overeengekomen waarde van 100.000 F :
(*) er is geen inschrijvingstaks verschuldigd (zie aanschr. 4 en 14/1985) :
de tussen de partijen overeengekomen overnamewaarde voor het oude voertuig (100.000 F) maakt deel uit van de maatstaf van heffing van de B.T.W. van het nieuwe voertuig overeenkomstig de artikelen 26 en 32 van het B.T.W.-Wetboek, en kan niet worden aangemerkt als een korting.
Afdeling II. - Rechthebbende op de teruggaaf.
Eerste onderafdeling. - Algemene regel.
10. De teruggaaf wordt aan de aanvrager verleend in zover hij :
- de persoon is die de inschrijvingstaks heeft voldaan door middel van een op zijn naam ingediende aangifte inzake inschrijvingstaks nr. 443;
- de koper is van het voertuig indien de inschrijvingstaks werd betaald door de constructeur of de handelaar in personenauto's, die gemachtigd was de verschuldigde inschrijvingstaks te betalen in opdracht en voor rekening van zijn kopers.
11. In sommige bijzondere gevallen kan van deze algemene regel worden afgeweken, teneinde de persoon die de inschrijvingstaks uiteindelijk ten laste heeft genomen, als rechthebbende van de teruggaaf aan te merken, alhoewel hij niet één der in het vorige lid bedoelde personen is.
In dergelijke gevallen, waarvan een aantal hierna bondig omschreven, is de rechthebbende de persoon aangewezen door of vanwege de Minister van Financiën.
Onderafdeling II. - Bijzondere gevallen.
Nieuwe voertuigen aangekocht door een leasing- of verhuuronderneming.
12. Bij toepassing van de algemene regel vervat in het nr. 10, hierboven, dient in beginsel de verhuuronderneming of de leasinggever die de nieuwe personenauto of auto voor dubbel gebruik heeft verkregen en aan wie de leverancier de inschrijvingstaks heeft aangerekend op de aankoopfactuur of op een afzonderlijk document dat speciaal te dien einde werd opgesteld, als rechthebbende op de teruggaaf van de inschrijvingstaks te worden aangemerkt.
Deze regel blijft gelden zelfs zo de verhuuronderneming of de leasing-gever de door haar/hem voldane inschrijvingstaks gefractioneerd in de huurprijs of termijnen aan de huurder of leasingnemer heeft doorgerekend, ongeacht of de personenauto of auto voor dubbel gebruik wordt ingeschreven op naam van de verhuuronderneming of leasinggever, dan wel op naam van de huurder of leasingnemer.
13. Indien daarentegen de verhuuronderneming of de leasinggever de inschrijvingstaks, die de verkoper haar/hem in rekening heeft gebracht, in éénmaal voor het volledige bedrag heeft doorgerekend aan de huurder of leasingnemer, op wiens naam het nieuwe voertuig werd ingeschreven, dan kan die huurder of leasingnemer als rechthebbende op de teruggaaf worden aangemerkt op voorwaarde dat de aanvraag om teruggaaf die hij indient vergezeld is van :
1° een attest van de verhuuronderneming of leasinggever, waarin deze zich ertoe verbindt de teruggaaf van de door haar/hem doorgerekende inschrijvingstaks niet te zullen aanvragen of verklaart die teruggaaf niet te hebben aangevraagd;
2° een met het origineel voor eensluidend verklaard afschrift van de aankoopfactuur of het document waarop de verkoper de inschrijvingstaks aan de verhuuronderneming of leasinggever in rekening heeft gebracht;
3° het origineel van het document, uitgereikt door de verhuuronderneming of de leasinggever aan de huurder of leasingnemer, dat de tussenkomst van eerstgenoemde in de betaling van de inschrijvingstaks en de doorrekening ervan aan laatstgenoemde vaststelt.
Voertuig ter beschikking gesteld van een bestuurder of personeelslid van een onderneming.
14. Hetgeen gezegd werd t.a.v. het bijzonder geval van de nieuwe voertuigen aangekocht door een leasing- of verhuuronderneming, geldt mutatis mutandis eveneens voor het geval waarin een onderneming een nieuw voertuig verkrijgt en het ter beschikking stelt van een bestuurder of een personeelslid van de onderneming.
15. Derhalve is in beginsel de rechthebbende op de teruggaaf de onderneming die de inschrijvingstaks heeft voldaan, hetzij door de betaling ervan d.m.v. de aangifte inzake inschrijvingstaks nr. 443, hetzij door de betaling van de inschrijvingstaks aan de verkoper die gemachtigd was de taks in opdracht en voor rekening van de koper te voldoen.
16. Wanneer de persoon, aan wie het voertuig door de onderneming ter beschikking werd gesteld en op wiens naam de nieuwe personenauto of nieuwe auto voor dubbel gebruik werd ingeschreven, aantoont dat de inschrijvingstaks aan hem, in éénmaal en voor het volledige bedrag werd doorgerekend, zal hij als rechthebbende op de teruggaaf kunnen worden aangemerkt op voorwaarde dat hij bij de aanvraag om teruggaaf dezelfde bewijsstukken voegt als deze omschreven in het nr. 13 hierboven (afschrift originele aankoopfactuur, attest van de onderneming, afschrift van het debetdocument of het bewijsstuk waaruit de aanrekening van de inschrijvingstaks blijkt).
Onderafdeling III. - Overlijden van de rechthebbende op de teruggaaf.
17. Indien de persoon, die overeenkomstig de hierboven uiteengezette regelen als rechthebbende op de teruggaaf van de inschrijvingstaks moet worden aangemerkt, ondertussen is overleden, treden zijn erfgenamen of algemene legatarissen of begiftigden in zijn rechten.
18. Derhalve kunnen zij een aanvraag om teruggaaf indienen die naast de verplichte bijlagen opgesomd onder de nrs. 23 tot 25, vergezeld is van een akte van bekendheid opgesteld door de vrederechter of door een notaris die de erfgenamen, algemene legatarissen of begiftigden van de overledene aanwijst, of van een verklaring van nalatenschap uitgereikt door de gemeentelijke overheid.
Voor de erfenissen in de rechte lijn en in de eerste graad aanvaardt de administratie evenwel dat het recht op teruggaaf eveneens, kan worden bewezen door de overlegging van de volgende stukken :
- een uittreksel uit de overlijdensakte;
- het trouwboekje van de overledene of, indien hij niet gehuwd was, van zijn ouders.
Ook voor de andere erfgenamen kan worden volstaan met een door de notaris opgesteld attest, dat de erfgenamen of algemene legatarissen of begiftigden van de overledene aanduidt.
Indien er bij overlijden van de rechthebbende op teruggaaf meerdere rechtverkrijgenden zijn, dient de aanvrager bij de aanvraag om teruggaaf een verklaring te voegen waarbij deze zich sterk maakt voor eventuele mederechthebbenden (art. 1120 Burg. Wetb.).
Afdeling III. - Teruggaafprocedure.
Eerste onderafdeling. - Indiening van de aanvraag om teruggaaf.
Aanvraag om teruggaaf van de inschrijvingstaks.
19. De aanvraag om teruggaaf van de inschrijvingstaks moet worden gesteld op een formulier waarvan het model gevoegd is bij het koninklijk besluit van 24 januari 1990 tot wijziging van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen (zie bijlagen II en III).
De formulieren worden op de controlekantoren van de B.T.W. ter beschikking gesteld van het publiek.
20. Het voorgeschreven model moet gebruikt worden. Enige andere aanvraag in andere vorm gesteld, zal niet in behandeling kunnen worden genomen.
Derhalve worden de personen die reeds een aanvraag om teruggaaf hebben ingediend bij gewone of aangetekende brief, uitgenodigd hun aanvraag op het voorgeschreven formulier te hernieuwen.
Wijze van indiening van de aanvraag om teruggaaf.
21. De aanvraag om teruggaaf moet in één exemplaar worden ingediend bij de hoofdcontroleur van de B.T.W. in wiens ambtsgebied de aanvrager op het tijdstip van, de aanvraag zijn woonplaats, maatschappelijke zetel of, desgevallend, voornaamste administratieve zetel heeft, ongeacht de wijze van betaling van de taks.
Indien de aanvrager om teruggaaf op het tijdstip van de aanvraag geen woonplaats, maatschappelijke zetel of administratieve zetel in België meer heeft, dient zijn aanvraag om teruggaaf te worden gericht aan de hoofdcontroleur van het Centraal B.T.W.-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen, Van Orleystraat 15, te 1000 Brussel.
Voor de rechtspersonen en verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid, die de hoedanigheid van B.T.W.-belastingplichtige bezitten, is het bevoegde kantoor het controlekantoor van de B.T.W. waaronder zij ressorteren als B.T.W.-belastingplichtige op het tijdstip van de indiening van de aanvraag om teruggaaf.
22. Er wordt opgemerkt dat een afzonderlijke aanvraag om teruggaaf per voertuig moet worden ingediend.
De aanvraag dient volledig ingevuld, gedateerd en ondertekend te worden door de aanvrager. Iedere onvolkomenheid geeft aanleiding tot terugzending van de aanvraag en zal dus de terugbetaling van de inschrijvingstaks vertragen.
Onderafdeling II. - Verplichte bijlagen aan de aanvraag om teruggaaf.
Opsomming.
23. Indien de inschrijvingstaks oorspronkelijk werd voldaan door middel van een aangifte inzake inschrijvingstaks nr. 443, dient de aanvrager het originele luik A van deze aangifte, dat is bekleed met de onbruikbaar gemaakte bovenste gedeelten der fiscale zegels, alsook de originele aankoopfactuur, samen met de aanvraag om teruggaaf voor te leggen.
24. Indien de inschrijvingstaks oorspronkelijk werd voldaan door tussenkomst van de verkoper (autohandelaar), of nog, indien de B.T.W. werd geheven over de catalogusprijs die hoger is dan de bepaalde prijs (voertuigen ingeschreven tussen 10 april 1984 en 3 januari 1985), dient de aanvrager alleen de originele factuur bij zijn aanvraag om teruggaaf te voegen.
25. Indien tenslotte de rechthebbende op de teruggaaf is opgetreden als geadresseerde bij de invoer van de nieuwe personenauto of nieuwe auto voor dubbel gebruik waarvoor een aanvraag om teruggaaf werd ingediend, dient het origineel exemplaar van het invoerdocument bij deze aanvraag om teruggaaf te worden gevoegd.
De voorlegging van het invoerdocument ontslaat de aanvrager overigens niet van de verplichting de originele factuur en, desgevallend, het origineel van het luik A van de aangifte inzake inschrijvingstaks voor te leggen.
26. De voornoemde originele documenten die verplicht bij de aanvraag om teruggaaf moeten worden gevoegd, zullen na nazicht door de hoofdcontroleur van de B.T.W. aan de aanvrager worden teruggezonden .
Verlies of vernietiging van het origineel van het luik A van de aangifte inzake inschrijvingstaks.
27. Wanneer de aanvrager om teruggaaf vaststelt dat het origineel van het luik A van de aangifte inzake inschrijvingstaks nr. 443 verloren is gegaan of vernietigd is, kan de teruggaaf worden gestaafd aan de hand van een dubbel van het luik C van de voornoemde aangifte.
Om dit dubbel te bekomen dient de aanvrager zich te wenden tot het hoofd van het controlekantoor of ontvangkantoor van de B.T.W., waar de aangifte inzake inschrijvingstaks werd ingediend en vaar hij, op zijn aanvraag, een voor eensluidend verklaard afschrift van het luik C kan verkrijgen.
Verlies of vernietiging van de originele factuur.
28. Wanneer de originele factuur verloren is gegaan of vernietigd is, kan de teruggaaf worden gestaafd, onder bepaalde voorwaarden, aan de hand van een dubbel dat bestemd is om de verloren gegane of vernietigde factuur te vervangen.
Het dubbel dient hiertoe door de leverancier van de nieuwe personenauto of nieuwe auto voor dubbel gebruik te worden voorzien van volgende vermelding :
"Dubbel volledig overeenstemmend met de verloren gegane of vernietigde originele factuur". Deze melding wordt gedagtekend en ondertekend door de leverancier.
29. Evenwel kan de aanvrager om teruggaaf zich door bijzondere omstandigheden in de absolute onmogelijkheid bevinden om een voor conform verklaard dubbel van de verloren gegane factuur van de verkoper te verkrijgen. Dit kan zich voordoen, ondermeer, ingeval van faillissement van de verkoper, van een halsstarrige weigering vanwege de verkoper, van stopzetting van werkzaamheid van de verkoper die niet meer kan worden gecontacteerd, enz.
In dergelijke gevallen wordt aanvaard dat het bewijs van de betaling van de inschrijvingstaks en van de vordering tot teruggaaf kan worden geleverd door middel van een geheel van factoren en bewijsstukken.
30. Vooreerst dient de onmogelijkheid te worden aangetoond om een dubbel te verkrijgen van de originele factuur die verloren is gegaan of die is vernietigd.
Bovendien dient het bewijs van de betaling en het bedrag van de inschrijvingstaks te worden geleverd door, bijvoorbeeld, een gedetailleerde bestelbon, de bewijzen van betaling van de factuur, de verkoopovereenkomst, e.d.
De aandacht wordt er echter op gevestigd dat indien de aanvrager er niet in slaagt een geheel van eensluidende bewijsstukken voor te leggen, doch slechts één enkel van de in het vorige lid bedoelde stukken, de teruggaaf niet kan worden toegestaan. Derhalve volstaat alleen een bewijs van betaling van de factuur niet.
Onderafdeling III. - Bijzondere vermeldingen op de aanvraag om teruggaaf - Indieningstermijn.
Vermeldingen.
31. De aanvraag om teruggaaf dient volledig te worden ingevuld. Dit houdt onder meer in dat in ieder geval moet worden vermeld of de inschrijvingstaks al dan niet als bedrijfslast werd aangegeven inzake inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting.
Eveneens dient een verklaring te worden gegeven voor de toestand waarin de naam van de aanvrager en de naam van de persoon aan wie de aankoopfactuur werd uitgereikt of op wiens naam het voertuig oorspronkelijk werd ingeschreven niet dezelfde is (zie eveneens hierboven de nrs. 11 tot 18).
32. Ingeval de rechthebbende op de teruggaaf zelf is opgetreden als geadresseerde bij invoer van het voertuig waarvoor een aanvraag om teruggaaf werd ingediend, dient daarentegen op deze aanvraag het vak bestemd voor het B.T.W.-registratienummer van de verkoper niet te worden ingevuld.
Termijn voor de indiening van de aanvraag om teruggaaf. Verjaring.
33. Bij artikel 4 van de wet van 17 januari 1990 wordt de verjaringstermijn voor de vordering tot teruggaaf vastgesteld op vijf jaar te rekenen vanaf de datum van de uitreiking van het inschrijvingsbewijs. Bovendien wordt voor de vorderingen tot teruggaaf waarvoor de verjaring zou ingetreden zijn na 10 april 1989 maar voor 31 mei 1990, de verjaringstermijn verlengd.
Derhalve zijn alle aanvragen om teruggaaf betreffende de taks die verschuldigd werd vanaf 10 april 1984 als tijdig aan te merken zo ze worden ingediend voor 31 mei 1990.
Indien de aanvraag om teruggaaf evenwel na 31 mei 1990 wordt ingediend, is ze slechts tijdig zo ze werd ingediend binnen de vijf jaar na de uitreiking van het inschrijvingsbewijs.
Indien de aanvraag niet binnen bovenvermelde termijnen wordt ingediend, is de vordering tot teruggaaf verjaard en wordt aan de aanvraag geen gevolg gegeven.
Afdeling IV. - Slotbepalingen.
Bijkomende inlichtingen.
34. Bijkomende inlichtingen kunnen steeds bekomen worden op de bevoegde B.T.W.-controlekantoren. Daarnaast kan op het nummer 02/210.26.23, tijdens de kantooruren, telefonisch om toelichting worden verzocht.
Opheffingsbepalingen .
35. Gelet op de gewijzigde wetgeving ter zake, worden de afdeling II van het hoofdstuk II van de aanschrijving nr. 4 van 25 maart 1985, het nr. 25 van de aanschrijving nr. 9 van 30 juli 1985 (6), en de afdeling 2 van de aanschrijving nr. 14 van 20 november 1985, opgeheven.
NOTEN
(1) Z. Revue nr. 66, blz. 9.
(2) Z. Revue nr. 67, blz. 151.
(3) Z. deze Revue blz. 56.
(4) Z. deze Revue blz. 58.
(5) Z. Revue nr. 70, blz. 27.
(6) Z.. Revue nr. 69, blz. 369.
Bijlage I
Uittreksel uit hel Belgisch Staatsblad van 6 februari 1990
17 januari 1990. - Wet tot wijziging van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen
BOUDEWIJN, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en wij bekrachtigen hetgeen volgt :
Artikel 1. Artikel 5 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, gewijzigd bij de wet van 31 juli 1984, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Artikel 5. § 1. De taks wordt geheven over de normale waarde van het goed op het tijdstip waarop de belasting verschuldigd wordt.
Onder normale waarde wordt verstaan de prijs die hier te lande, op het tijdstip waarop de belasting verschuldigd wordt, voor het goed kan worden verkregen onder vrije mededinging tussen twee van elkaar onafhankelijke partijen.
§ 2. De Koning kan een minimummaatstaf van heffing voor de taks bepalen voor door Hem aan te wijzen goederen.".
Art. 2. In artikel 7 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 oktober 1980 (1) en bij de wet van 31 juli 1984, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden "§ 1" worden geschrapt;
2° § 2 wordt opgeheven.
Art. 3. Artikel 12, 2de lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd door de wet van 31 juli 1984, wordt opgeheven.
Art. 4. In afwijking van artikel 202(8) van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, is de inschrijvingstaks geheven krachtens de wet van 31 juli 1984 op nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik terugbetaalbaar binnen een termijn van vijf jaar te rekenen vanaf de datum van de uitreiking van het inschrijvingsbewijs. Evenwel, voor de vorderingen tot teruggaaf waarvoor de verjaring zou ingetreden zijn na 10 april 1989 maar voor de laatste dag van de derde maand volgend op die waarin deze wet in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt, wordt de verjaringstermijn verlengd tot deze laatste dag.
Worden geacht reeds teruggegeven te zijn de taksen bedoeld in artikel 5 van de wet van 31 juli 1984, in de mate dat ze werden gerecupereerd als belasting over de toegevoegde waarde.
De Koning bepaalt de formaliteiten en de voorwaarden waaraan de in het eerste lid bedoelde teruggaaf onderworpen is, de ambtenaar die ze verricht en de wijze waarop ze plaatsheeft.
Art. 5. Deze wet heeft uitwerking met ingang van 4 februari 1988 wat betreft de artikelen 1 tot 3 en 10 april 1984 wat betreft artikel 4.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 17 januari 1990.
BOUDEWIJN
Van Koningswege :
De Minister van Financiën,
Ph. MAYSTADT
Gezien en met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
M. WATHELET
NOOT
(1) Z. Revue nr, blz. 24.
Bijlage 2
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 6 februari 1990
24 januari 1990. - Koninklijk besluit tot wijziging van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen en tot organisatie van de terugbetaling van de inschrijvingstaks geïnd op nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik.
BOUDEWIJN, Koning der Belgen,
Aan allen die, nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op titel I van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, gewijzigd bij de wetten van 8 augustus 1980 (1), 23 juli 1981 (2), 28 december 1983 (3), 31 juli 1984 en 17 januari 1990 (4) en bij het koninklijk besluit van 17 oktober 1980 (5);
Gelet op artikel 4 van de wet van 17 januari 1990 tot wijziging van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen;
Gelet op de Algemene Verordening op de met het zegel gelijk-
gestelde taksen, inzonderheid op artikel 2, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 december 1984 (6), op artikel 3, laatste lid, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 20 december 1984, op artikel 5, §§ 2 tot 4, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 20 december 1984, op artikel 8, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 oktober 1980, 29 december 1983 (7) en 20 december 1984, op artikel 9, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 december 1984, op artikel 10, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 december 1984, en op artikel 1Obis, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 20 december 1984;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wet van 4 juli 1989;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid gemotiveerd door het feit dat de verjaring van de vordering tot teruggaaf van de inschrijvingstaks op de nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik in bepaalde gevallen zal intreden de laatste dag van de derde maand volgend op die waarin in het Belgisch Staatsblad de wet van 17 januari 1990 zal bekendgemaakt worden die de teruggaaf van de genoemde taks toestaat, en het daarom noodzakelijk is om onderhavig besluit bekend te maken op dezelfde dag als bovengenoemde wet teneinde de rechthebbende toe te laten de nodige formaliteiten te vervullen binnen een redelijke termijn;
Op de voordracht van Onze Minister van Financiën,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Artikel 2 van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 december 1984, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Artikel 2. De in artikel 1bis bedoelde aangifte mag worden vervangen door een schriftelijke verklaring uitgereikt door de verkoper, belastingplichtige gehouden tot het indienen van periodieke B.T.W.-aangiften, indien de inschrijvingstaks niet verschuldigd is omdat het goed met betaling van de belasting over de toegevoegde waarde is verkregen.
Deze schriftelijke verklaring moet worden opgesteld op een formulier afgeleverd door de administratie en waarvan het model en de inhoud door of vanwege de Minister van Financiën worden bepaald .
Art. 2. Artikel 3, laatste lid, van dezelfde Verordening, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 20 december 1984, wordt opgeheven.
Art. 3. In artikel 5 van dezelfde Verordening worden de §§ 2 tot 4, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 20 december 1984, opgeheven.
Art. 4. Artikel 8 van dezelfde Verordening, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 oktober 1980, 29 december 1983 en 20 december 1984, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Artikel 8. Het voordeel van de vrijstelling van de taks is onderworpen aan de volgende formaliteiten en bewijzen :
1° in de gevallen bedoeld in 1°, a, in 5°, a en in 6°, a, van artikel 7 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, de overlegging van volgende stukken :
- ofwel de in artikel 2 van deze Verordening bedoelde verklaring;
- ofwel de aankoopfactuur die de betaling van de belasting over de toegevoegde waarde aantoont;
- ofwel de documenten die het recht op vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde staven;
2° in de gevallen bedoeld in 1°, b, in 5°, b en in 6°, b, van artikel 7 van het Wetboek, de overlegging van een akte van bekendheid of van een verklaring van nalatenschap, die de erfgerechtigden van de overledene aanwijst;
3° in de gevallen bedoeld in 1°, c, in 5°, c, en in 6°, c en d, van artikel 7 van het Wetboek, de overlegging van een door de douane geldig gemaakte invoeraangifte;
4° in de gevallen bedoeld in 2° en 6°, e, van artikel 7 van het Wetboek, de overlegging van het luid A van de aangifte betreffende de inschrijvingstaks waarop de in artikel 6 bedoelde vermelding is aangebracht;
5° in het geval bedoeld in artikel 7, 3°, van het Wetboek, de overlegging van het huurcontract en van een attest waarin de verhuurder verklaart de B.T.W. te hebben betaald ter gelegenheid van de verkrijging of de invoer van het voertuig of de inschrijvingstaks voor hetzelfde voertuig reeds te hebben betaald;
6° in het geval bedoeld in artikel 7, 1°, van het Wetboek, de overlegging van de factuur of het luik A van de aangifte die de betaling van de B.T.W. of van de inschrijvingstaks in hoofde van de onderneming bewijst; bij dit document moet een schriftelijke verklaring gevoegd zijn waarin wordt bevestigd dat het motorvoertuig of het luchtvaartuig eigendom is van de onderneming en dat het bestemd is om te worden gebruikt door degene op wiens naam het wordt ingeschreven;
7° in het geval bedoeld in artikel 7, 7°, van het Wetboek, de aanduiding op de aangifte betreffende de inschrijvingstaks van het B.T.W.-registratienummer dat aan de schuldenaar van de taks werd toegekend voor de exploitatie van gemeenschappelijk vervoer te water;
8° in het geval bedoeld in artikel 7, 8°, van het Wetboek, de vermelding op de aangifte betreffende de inschrijvingstaks van het B.T.W.-registratienummer dat aan de schuldenaar van de taks werd toegekend voor de exploitatie van bezoldigd internationaal luchtvervoer van personen of van goederen.".
Art. 5. De afdeling 3 van titel I van dezelfde Verordening die artikel 9, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 december 1984, artikel 10, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 december 1984, en artikel 1Obis, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 20 december 1984, bevat, wordt vervangen door de volgende bepalingen :
"Afdeling 3. - Minimummaatstaf van heffing.
Artikel 9. § 1. Een minimummaatstaf van heffing van de inschrijvingstaks wordt vastgesteld voor de tweedehandse personenauto's en de tweedehandse auto's voor dubbel gebruik.
§ 2. Deze maatstaf van heffing mag niet lager zijn dan de hierna vastgestelde percentages van de catalogusprijs :
85 pct. indien de aangifte betreffende de inschrijvingstaks wordt ingediend binnen de drie maand te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht;
80 pct. indien de aangifte betreffende de inschrijvingstaks wordt ingediend in de loop van de vierde, de vijfde of de zesde maand te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht;
70 pct. indien de aangifte betreffende de inschrijvingstaks wordt ingediend in de loop van de zevende, de achtste of de negende maand te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht;
65 pct. indien de aangifte betreffende de inschrijvingstaks wordt ingediend in de loop van de tiende, de elfde of de twaalfde maand te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht;
55 pct. indien de aangifte betreffende de inschrijvingstaks wordt ingediend tijdens het tweede jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht;
45 pct. indien de aangifte betreffende de inschrijvingstaks wordt ingediend tijdens het derde jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht;
35 pct. indien de aangifte betreffende de inschrijvingstaks wordt ingediend tijdens het vierde jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht;
30 pct. indien de aangifte betreffende de inschrijvingstaks wordt ingediend tijdens het vijfde jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht;
20 pct. indien de aangifte betreffende de inschrijvingstaks wordt ingediend tijdens het zesde jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht;
10 pct. indien de aangifte betreffende de inschrijvingstaks wordt ingediend tijdens hel zevende jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht.
In geen geval mag de maatstaf van heffing lager zijn dan 8.000 frank wanneer de aangifte wordt ingediend voor het verstrijken van het tiende jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht.
§ 3. Voor de toepassing van dit artikel moet als catalogusprijs in aanmerking worden genomen de prijs die, op het tijdstip waarop het voertuig voor het eerst in het verkeer is gebracht, door de constructeur was vastgesteld voor de verkoop aan de gebruiker van nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik van hetzelfde type samen met de uitrusting en het toebehoren ervan.
Artikel 10. § 1. Voor de toepassing van artikel 9 is de teur van personenauto's en auto's voor dubbel gebruik gehouden een catalogusprijs vast te stellen voor de verkoop aan de gebruiker van nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik van een zelfde type, met de uitrusting en het toebehoren ervan. Als constructeur wordt aangemerkt hij die als zodanig door of vanwege de Minister van Verkeerswezen is erkend overeenkomstig artikel 5 van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de motorvoertuigen en hun aanhangwagens moeten voldoen. Als de constructeur in het buitenland gevestigd is, moet de catalogusprijs worden bepaald door de mandataris welke die constructeur in België moet aanduiden en die hij daartoe gemachtigd heeft.
§ 2. De in § 1, tweede lid, bedoelde constructeurs en mandatarissen zijn gehouden aan de directeur-generaal van de Administratie van de B.T.W., registratie en domeinen kennis te geven van de catalogusprijzen welke zij vaststellen voor de personenauto's en de auto's voor dubbel gebruik die zij bouwen of die hier te lande ingevoerd worden, alsook van iedere wijziging in die prijzen.
De kennisgevingen moeten worden gedaan bij ter post aangetekende brief op door de administratie verstrekte formulieren, binnen de vijf dagen na het van kracht worden van de catalogusprijs of van de prijswijziging. Ze moeten alle vermeldingen bevatten die nodig zijn voor het vaststellen van de catalogusprijzen en voor het identificeren van de typen van personenauto's en auto's voor dubbel gebruik; alsmede van de uitrusting en het toebehoren ervan. Inzonderheid moeten worden vermeld : het merk, het model, het jaartal, de cilinderinhoud, de motorsterkte en het carrosseriemodel.".
Art. 6. In afwijking van artikel 11 van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen, is de teruggaaf van de inschrijvingstaks geheven van nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik onderworpen aan de volgende voorwaarden, formaliteiten en modaliteiten.
De teruggaaf wordt verleend aan :
1° ofwel de persoon die de inschrijvingstaks heeft betaald op zicht van de aangifte bedoeld in artikel 10, § 2, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen;
2° ofwel de koper van het voertuig indien de inschrijvingstaks werd betaald door de in België gevestigde constructeur of de handelaar in personenauto's en als dusdanig gemachtigd om in opdracht en voor rekening van zijn kopers de taks te betalen verschuldigd wegens de inschrijvingen van nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik, volgend op de leveringen die hij heeft verricht;
3° of wel de persoon aangewezen door of vanwege de Minister van Financiën.
De teruggaaf moet worden aangevraagd aan het hoofd van het B.T.W.-controlekantoor in wiens ambtsgebied de rechthebbende op de teruggave gevestigd is.
De aanvraag moet bij deze ambtenaar toekomen in één enkel exemplaar door middel van een formulier, waarvan het model is opgenomen in de bijlage bij dit besluit, vergezeld :
1° ofwel van het origineel van de voor voldaan getekende aankoopfactuur in het geval van betaling van de taks door tussenkomst van de in België gevestigde constructeur of handelaar in personenauto's;
2° of wel van het origineel van de voor voldaan getekende aankoopfactuur en van luik A van de aangifte bedoeld in artikel 10, § 2, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, in het geval van betaling van de taks door middel van fiscale plakzegels of door overschrijving op de postrekening van een B.T.W.-ontvangkantoor;
3° of wel van andere bewijsstukken die door of vanwege de Minister van Financiën worden beschouwd gelijkaardige waarborgen te bieden.
Art. 7. Rekening houdende met de teruggaafprocedure bedoeld in artikel 6 van dit besluit blijven de constructeurs en handelaars in personenauto's, die met het oog op de betaling in naam en voor rekening van hun kopers de inschrijvingstaks ontvangen en deze nog niet hebben doorgestort aan de Schatkist, gehouden tot betaling van die taks op de door of vanwege de Minister van Financiën aangeduide postrekening.
Art. 8. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt met uitzondering van de artikelen 1 tot 5 die uitwerking hebben met ingang 4 februari 1988.
Art. 9. Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 24 januari 1990.
BOUDEWIJN
Van Koningswege :
De Minister van Financiën,
PH. MAYSTADT
NOTEN
(1) Z. Revue nr. 46, blz. 313.
(2) Z. Revue nr. 51, blz. 582.
(3) Z. Revue nr. 62, blz. 173.
(4) Z. deze Revue nr. blz. 56.
(5) Z. Revue nr. 47, blz. 24.
(6) Z. Revue nr. 66, blz. 12.
(7) Z. Revue nr. 62, blz. 182.
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 24 januari 1990.
BOUDEWIJN
Van Koningswege :
De Minister van Financiën,
PH. MAYSTADT
Aanschrijving nr. 13 dd. 15.01.1990
Teruggaaf inschrijvingstaks
Onderwerp van de aanschrijving.
1. Bij arrest van 4 februari 1988, heeft het Hof van Justitie te Luxemburg vastgesteld dat door het in feite handhaven in de wet van 31 juli 1984 (1) (Belgisch Staatsblad van 3 januari 1985) van de catalogusprijs als maatstaf van heffing voor de belasting op nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik, België niet de maatregelen heeft genomen die nodig zijn ter uitvoering van het arrest van 10 april 1984, en daardoor de krachtens het E.E.G.Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
De door het Hof van Justitie in het arrest van 4 februari 1988 afgewezen heffing van inschrijvingstaks over het verschil tussen de catalogusprijs en de werkelijk overeengekomen prijs bij de inschrijving van nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik, werd toegelicht in de aanschrijving nr. 4 van 25 maart 1985 (2).
2. Gelet op de uitspraak van het Hof op 4 februari 1988 vanaf die datum de inschrijvingstaks niet langer geheven voor nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik.
3. Teneinde de wetgeving in overeenstemming te brengen met voornoemde arresten, heeft de wetgever de wet van 17 januari 1990 (3) (Belgisch Staatsblad van 6 februari 1990) tot wijziging, op het stuk van de inschrijvingstaks, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, goedgekeurd.
Tevens is ter uitvoering van die wet op 24 januari 1990 een koninklijk besluit ondertekend tot wijziging, Op het stuk van de inschrijvingstaks, van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen (Belgisch Staatsblad van 6 februari 1990).
4. Door de wet van 17 januari 1990 (art. 1, 2 en 3) worden de bepalingen geschrapt die bij de wet van 31 juli 1984 in het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen werden ingelast en waardoor vanaf 10 april 1984 voor de inschrijvingen van nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik een inschrijvingstaks werd ingesteld.
Bovendien doet artikel 4 van deze wet van 17 januari 1990, in het intern recht de mogelijkheid ontstaan tot teruggaaf van die inschrijvingstaks.
De modaliteiten van die teruggaaf worden geregeld bij het koninklijk besluit van 24 januari 1990 (4) tot wijziging van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen.
5. Deze aanschrijving geeft een toelichting van de modaliteiten van de teruggaaf van de inschrijvingstaks.
De wet en het koninklijk besluit zijn respectievelijk opgenomen in de bijlagen I en II.
Modaliteiten van de teruggaaf van de inschrijvingstaks.
Eerste afdeling. - De voor teruggaaf vatbare taks.
6. De ingevolge artikel 4 van de wet van 17 januari 1990 voor teruggaaf vatbare taks is de inschrijvingstaks die over het verschil tussen de catalogusprijs en de overeengekomen prijs werd geheven van nieuwe personenauto, s en nieuwe auto, s voor dubbel gebruik, ingeschreven tussen 10 april 1984 en 3 februari 1988 in het repertorium van de dienst die met de inschrijving van de motorvoertuigen is belast.
De inschrijvingstaks geheven van tweedehandse auto's blijft buiten de werkingssfeer van huidige wet.
7. Voor de inschrijvingen van nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik die plaatshadden tussen 10 april 1984 en 3 januari 1985 werd de inschrijvingstaks in feite als B.T.W. aangerekend en vervolgens krachtens artikel 5 van de wet van 31 juli 1984 (Belgisch Staatsblad van 3 januari 1985) toegerekend op de bedragen verschuldigd als inschrijvingstaks. Derhalve komt voor teruggaaf eveneens in aanmerking de B.T.W. geheven over het verschil tussen de catalogusprijs en de overeengekomen prijs voor de leveringen van nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik, die werden ingeschreven tussen 10 april 1984 en 3 januari 1985, voor zover evenwel deze belasting niet reeds werd gerecupereerd. De door een B.T.W.-belastingplichtige via het aftrekmechanisme definitief gerecupereerde belasting, wordt immers geacht reeds te zijn teruggegeven in de mate waarin ze als B.T.W. in aftrek werd gebracht (zie art. 4, tweede lid, van de wet van 17 januari 1990).
8. De taks die tijdens de in het vorige lid bedoelde periode als B.T.W. werd geheven over de toegekende korting, kan niet het voorwerp uitmaken van een teruggaaf op grond van de artikelen 77 en volgende van het B.T.W.-Wetboek. Deze taks kan uitsluitend door middel van huidige teruggaafprocedure worden gerecupereerd.
Berekening van de voor teruggaaf vatbare taks.
9. Navolgende cijfervoorbeelden geven een overzicht van verschillende situaties die zich kunnen voordoen :
CIJFERVOORBEELD 1 : B.T.W. geheven tussen 10 april 1984 en 3 januari 1985 over een korting in geld :
| - catalogusprijs : | 350.000 F |
| - korting 10 pct. : | - 35 000 F |
| - B.T.W. : 350.000 F x 25 pct. = | 315.000 F |
| - betaald : | + 87.500 F |
| 402.500 F | |
| - voor teruggaaf vatbare taks :35.000 F (nl 350.000 F - 315.000 F) x 25 pct. = 8.750 F | |
| - B.T.W. over de korting in geld : | 35.000 F x 25 pct. = | 8.750 F |
| - gedeelte van de B.T.W. die niet in aftrek kon worden gebracht (artikel 45, §, van het B.T.W.-Wetboek) : | 8.750 F x 50 pct. = | 4.375 F |
| - voor teruggaaf vatbare taks : | 4.375 F |
| - catalogusprijs : | 350.000 F |
| - korting 10 pct. : | - 35.000 F |
| 315.000 F | |
| - B.T.W. : 315.000 F x 25 pct. : | 78.750 F |
| - inschrijvingstaks : 35.000 F x 25 pct. : | 8.750 F |
| - betaald : | 402.500 F |
| - voor teruggaaf vatbare taks : | 8.750 F |
| - catalogusprijs basismodel : | 400.000 F |
| - prijsvermeerdering voor vijfde versnelling en elektronische injectie : | 40.000 F |
| - gratis autoradio (waarde excl. B.T.W. : 20.000 F) | |
| - catalogusprijs van het voertuig : | 440.000 F |
| - overeengekomen prijs : | 440.000 F |
| - verschuldigde B.T.W. : 440.000 F x 25 pct. = | 110.000 F |
| - verschuldigde inschrijvingstaks (*) : | 0 F |
| - weeldetaks : 20.000 F x 8 pct. = | 1.600 F |
| - betaald : | 551.600 F |
| (*) berekening van de inschrijvingstaks : | |
| - catalogusprijs van het voertuig (z. aanschr. 4 en 14/1985) (5) : | 440.000 F |
| - overeengekomen prijs van het voertuig : | 440.000 F |
| - met inschrijvingstaks te belasten verschil : | 0 F |
CIJFERVOORBEELD 5 : de personenauto werd ingeschreven tussen 4 januari 1985 en 3 februari 1988 en de bij levering toegekende korting wordt berekend op een bepaald percentage van de totale prijs :
| - catalogusprijs basismodel : | 400.000 F |
| - prijsvermeerdering voor de elektronische injectie : | 20.000 F |
| - prijsvermeerdering voor de autoradio : | 30.000 F |
| 450.000 F | |
| - korting van 10 pct. op de totale prijs : | - 45.000 F |
| 405.000 F | |
| - verschuldigde B.T.W. :405.000 F x 25 pct. | = 101.250 F |
| - verschuldigde inschrijvingstaks (*) : | 10.500 F |
| - verschuldigde weeldetaks :27.000 F x 8 pct. | = 2.160 F |
| - betaald : | 518.910 F |
| - catalogusprijs van het voertuig : | 420.000 F |
| - overeengekomen prijs voor het voertuig (in de staat waarvoor de catalogusprijs hier is gegeven) : | - 378.000 F |
| - te belasten verschil : | 42.000 F |
| - terug te geven taks :42.000 F x 25 pct. = | 10.500 F |
| - catalogusprijs basismodel : | 400.000 F |
| - prijsvermeerdering voor de elektronische injectie : | 20.000 F |
| - prijsvermeerdering voor de autoradio : | 30.000 F |
| 450.000 F | |
| - korting : 10 pct. op 400.000 F = | - 40.000 F |
| 410.000 F | |
| - verschuldigde B.T.W. :410.000 F x 25 pct. = | 102.500 F |
| - verschuldigde inschrijvingstaks (*) : | 10.000 F |
| - verschuldigde weeldetaks :30.000 F x 8 pct. = | 2.400 F |
| - betaald : | 524.900 F |
| - catalogusprijs van het voertuig : | 420.000 F |
| - overeengekomen prijs voor het voertuig (in de staat waarvoor de catalogusprijs hier is gegeven) : | - 380.000 F |
| - verschil onderworpen aan de inschrijvingstaks : | 40.000 F |
| - terug te geven inschrijvingstaks :40.000 F x 25 pct. = | 10.000 F |
| - catalogusprijs basismodel : | 400.000 F |
| - prijsvermeerdering voor de elektronische injectie : | 20.000 F |
| - prijsvermeerdering voor de autoradio : | 30.000 F |
| 450.000 F | |
| - korting : | - 50.000 F |
| 400.000 F | |
| - verschuldigde B.T.W. :400.000 F x 25 pct. = | 100.000 F |
| - verschuldigde inschrijvingstaks (*) : | 12.500 F |
| - verschuldigde weeldetaks :30.000 F x 8 pct. = | 2.400 F |
| - betaald : | 514.900 F |
| - catalogusprijs van het voertuig : | 420.000 F |
| - overeengekomen prijs van het voertuig : | - 370.000 F |
| - verschil onderworpen aan de inschrijvingstaks : | 50.000 F |
| - terug te geven inschrijvingstaks :50.000 F x 25 pct. = | 12.500 F |
| - catalogusprijs basismodel : | 400.000 F |
| - prijsvermeerdering voor de elektronische injectie : | 20.000 F |
| - prijsvermeerdering voor de autoradio : | 30.000 F |
| 450.000 F | |
| - overname oud voertuig : | - 100.000 F |
| 350.000 F | |
| - verschuldigde B.T.W. :450.000 F x 25 pct. = | 112.500 F |
| - verschuldigde inschrijvingstaks (*) : | 0 F |
| - verschuldigde weeldetaks :30.000 F x 8 pct. = | 2.400 F |
| - betaald : | 464.900 F |
de tussen de partijen overeengekomen overnamewaarde voor het oude voertuig (100.000 F) maakt deel uit van de maatstaf van heffing van de B.T.W. van het nieuwe voertuig overeenkomstig de artikelen 26 en 32 van het B.T.W.-Wetboek, en kan niet worden aangemerkt als een korting.
Afdeling II. - Rechthebbende op de teruggaaf.
Eerste onderafdeling. - Algemene regel.
10. De teruggaaf wordt aan de aanvrager verleend in zover hij :
- de persoon is die de inschrijvingstaks heeft voldaan door middel van een op zijn naam ingediende aangifte inzake inschrijvingstaks nr. 443;
- de koper is van het voertuig indien de inschrijvingstaks werd betaald door de constructeur of de handelaar in personenauto's, die gemachtigd was de verschuldigde inschrijvingstaks te betalen in opdracht en voor rekening van zijn kopers.
11. In sommige bijzondere gevallen kan van deze algemene regel worden afgeweken, teneinde de persoon die de inschrijvingstaks uiteindelijk ten laste heeft genomen, als rechthebbende van de teruggaaf aan te merken, alhoewel hij niet één der in het vorige lid bedoelde personen is.
In dergelijke gevallen, waarvan een aantal hierna bondig omschreven, is de rechthebbende de persoon aangewezen door of vanwege de Minister van Financiën.
Onderafdeling II. - Bijzondere gevallen.
Nieuwe voertuigen aangekocht door een leasing- of verhuuronderneming.
12. Bij toepassing van de algemene regel vervat in het nr. 10, hierboven, dient in beginsel de verhuuronderneming of de leasinggever die de nieuwe personenauto of auto voor dubbel gebruik heeft verkregen en aan wie de leverancier de inschrijvingstaks heeft aangerekend op de aankoopfactuur of op een afzonderlijk document dat speciaal te dien einde werd opgesteld, als rechthebbende op de teruggaaf van de inschrijvingstaks te worden aangemerkt.
Deze regel blijft gelden zelfs zo de verhuuronderneming of de leasing-gever de door haar/hem voldane inschrijvingstaks gefractioneerd in de huurprijs of termijnen aan de huurder of leasingnemer heeft doorgerekend, ongeacht of de personenauto of auto voor dubbel gebruik wordt ingeschreven op naam van de verhuuronderneming of leasinggever, dan wel op naam van de huurder of leasingnemer.
13. Indien daarentegen de verhuuronderneming of de leasinggever de inschrijvingstaks, die de verkoper haar/hem in rekening heeft gebracht, in éénmaal voor het volledige bedrag heeft doorgerekend aan de huurder of leasingnemer, op wiens naam het nieuwe voertuig werd ingeschreven, dan kan die huurder of leasingnemer als rechthebbende op de teruggaaf worden aangemerkt op voorwaarde dat de aanvraag om teruggaaf die hij indient vergezeld is van :
1° een attest van de verhuuronderneming of leasinggever, waarin deze zich ertoe verbindt de teruggaaf van de door haar/hem doorgerekende inschrijvingstaks niet te zullen aanvragen of verklaart die teruggaaf niet te hebben aangevraagd;
2° een met het origineel voor eensluidend verklaard afschrift van de aankoopfactuur of het document waarop de verkoper de inschrijvingstaks aan de verhuuronderneming of leasinggever in rekening heeft gebracht;
3° het origineel van het document, uitgereikt door de verhuuronderneming of de leasinggever aan de huurder of leasingnemer, dat de tussenkomst van eerstgenoemde in de betaling van de inschrijvingstaks en de doorrekening ervan aan laatstgenoemde vaststelt.
Voertuig ter beschikking gesteld van een bestuurder of personeelslid van een onderneming.
14. Hetgeen gezegd werd t.a.v. het bijzonder geval van de nieuwe voertuigen aangekocht door een leasing- of verhuuronderneming, geldt mutatis mutandis eveneens voor het geval waarin een onderneming een nieuw voertuig verkrijgt en het ter beschikking stelt van een bestuurder of een personeelslid van de onderneming.
15. Derhalve is in beginsel de rechthebbende op de teruggaaf de onderneming die de inschrijvingstaks heeft voldaan, hetzij door de betaling ervan d.m.v. de aangifte inzake inschrijvingstaks nr. 443, hetzij door de betaling van de inschrijvingstaks aan de verkoper die gemachtigd was de taks in opdracht en voor rekening van de koper te voldoen.
16. Wanneer de persoon, aan wie het voertuig door de onderneming ter beschikking werd gesteld en op wiens naam de nieuwe personenauto of nieuwe auto voor dubbel gebruik werd ingeschreven, aantoont dat de inschrijvingstaks aan hem, in éénmaal en voor het volledige bedrag werd doorgerekend, zal hij als rechthebbende op de teruggaaf kunnen worden aangemerkt op voorwaarde dat hij bij de aanvraag om teruggaaf dezelfde bewijsstukken voegt als deze omschreven in het nr. 13 hierboven (afschrift originele aankoopfactuur, attest van de onderneming, afschrift van het debetdocument of het bewijsstuk waaruit de aanrekening van de inschrijvingstaks blijkt).
Onderafdeling III. - Overlijden van de rechthebbende op de teruggaaf.
17. Indien de persoon, die overeenkomstig de hierboven uiteengezette regelen als rechthebbende op de teruggaaf van de inschrijvingstaks moet worden aangemerkt, ondertussen is overleden, treden zijn erfgenamen of algemene legatarissen of begiftigden in zijn rechten.
18. Derhalve kunnen zij een aanvraag om teruggaaf indienen die naast de verplichte bijlagen opgesomd onder de nrs. 23 tot 25, vergezeld is van een akte van bekendheid opgesteld door de vrederechter of door een notaris die de erfgenamen, algemene legatarissen of begiftigden van de overledene aanwijst, of van een verklaring van nalatenschap uitgereikt door de gemeentelijke overheid.
Voor de erfenissen in de rechte lijn en in de eerste graad aanvaardt de administratie evenwel dat het recht op teruggaaf eveneens, kan worden bewezen door de overlegging van de volgende stukken :
- een uittreksel uit de overlijdensakte;
- het trouwboekje van de overledene of, indien hij niet gehuwd was, van zijn ouders.
Ook voor de andere erfgenamen kan worden volstaan met een door de notaris opgesteld attest, dat de erfgenamen of algemene legatarissen of begiftigden van de overledene aanduidt.
Indien er bij overlijden van de rechthebbende op teruggaaf meerdere rechtverkrijgenden zijn, dient de aanvrager bij de aanvraag om teruggaaf een verklaring te voegen waarbij deze zich sterk maakt voor eventuele mederechthebbenden (art. 1120 Burg. Wetb.).
Afdeling III. - Teruggaafprocedure.
Eerste onderafdeling. - Indiening van de aanvraag om teruggaaf.
Aanvraag om teruggaaf van de inschrijvingstaks.
19. De aanvraag om teruggaaf van de inschrijvingstaks moet worden gesteld op een formulier waarvan het model gevoegd is bij het koninklijk besluit van 24 januari 1990 tot wijziging van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen (zie bijlagen II en III).
De formulieren worden op de controlekantoren van de B.T.W. ter beschikking gesteld van het publiek.
20. Het voorgeschreven model moet gebruikt worden. Enige andere aanvraag in andere vorm gesteld, zal niet in behandeling kunnen worden genomen.
Derhalve worden de personen die reeds een aanvraag om teruggaaf hebben ingediend bij gewone of aangetekende brief, uitgenodigd hun aanvraag op het voorgeschreven formulier te hernieuwen.
Wijze van indiening van de aanvraag om teruggaaf.
21. De aanvraag om teruggaaf moet in één exemplaar worden ingediend bij de hoofdcontroleur van de B.T.W. in wiens ambtsgebied de aanvrager op het tijdstip van, de aanvraag zijn woonplaats, maatschappelijke zetel of, desgevallend, voornaamste administratieve zetel heeft, ongeacht de wijze van betaling van de taks.
Indien de aanvrager om teruggaaf op het tijdstip van de aanvraag geen woonplaats, maatschappelijke zetel of administratieve zetel in België meer heeft, dient zijn aanvraag om teruggaaf te worden gericht aan de hoofdcontroleur van het Centraal B.T.W.-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen, Van Orleystraat 15, te 1000 Brussel.
Voor de rechtspersonen en verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid, die de hoedanigheid van B.T.W.-belastingplichtige bezitten, is het bevoegde kantoor het controlekantoor van de B.T.W. waaronder zij ressorteren als B.T.W.-belastingplichtige op het tijdstip van de indiening van de aanvraag om teruggaaf.
22. Er wordt opgemerkt dat een afzonderlijke aanvraag om teruggaaf per voertuig moet worden ingediend.
De aanvraag dient volledig ingevuld, gedateerd en ondertekend te worden door de aanvrager. Iedere onvolkomenheid geeft aanleiding tot terugzending van de aanvraag en zal dus de terugbetaling van de inschrijvingstaks vertragen.
Onderafdeling II. - Verplichte bijlagen aan de aanvraag om teruggaaf.
Opsomming.
23. Indien de inschrijvingstaks oorspronkelijk werd voldaan door middel van een aangifte inzake inschrijvingstaks nr. 443, dient de aanvrager het originele luik A van deze aangifte, dat is bekleed met de onbruikbaar gemaakte bovenste gedeelten der fiscale zegels, alsook de originele aankoopfactuur, samen met de aanvraag om teruggaaf voor te leggen.
24. Indien de inschrijvingstaks oorspronkelijk werd voldaan door tussenkomst van de verkoper (autohandelaar), of nog, indien de B.T.W. werd geheven over de catalogusprijs die hoger is dan de bepaalde prijs (voertuigen ingeschreven tussen 10 april 1984 en 3 januari 1985), dient de aanvrager alleen de originele factuur bij zijn aanvraag om teruggaaf te voegen.
25. Indien tenslotte de rechthebbende op de teruggaaf is opgetreden als geadresseerde bij de invoer van de nieuwe personenauto of nieuwe auto voor dubbel gebruik waarvoor een aanvraag om teruggaaf werd ingediend, dient het origineel exemplaar van het invoerdocument bij deze aanvraag om teruggaaf te worden gevoegd.
De voorlegging van het invoerdocument ontslaat de aanvrager overigens niet van de verplichting de originele factuur en, desgevallend, het origineel van het luik A van de aangifte inzake inschrijvingstaks voor te leggen.
26. De voornoemde originele documenten die verplicht bij de aanvraag om teruggaaf moeten worden gevoegd, zullen na nazicht door de hoofdcontroleur van de B.T.W. aan de aanvrager worden teruggezonden .
Verlies of vernietiging van het origineel van het luik A van de aangifte inzake inschrijvingstaks.
27. Wanneer de aanvrager om teruggaaf vaststelt dat het origineel van het luik A van de aangifte inzake inschrijvingstaks nr. 443 verloren is gegaan of vernietigd is, kan de teruggaaf worden gestaafd aan de hand van een dubbel van het luik C van de voornoemde aangifte.
Om dit dubbel te bekomen dient de aanvrager zich te wenden tot het hoofd van het controlekantoor of ontvangkantoor van de B.T.W., waar de aangifte inzake inschrijvingstaks werd ingediend en vaar hij, op zijn aanvraag, een voor eensluidend verklaard afschrift van het luik C kan verkrijgen.
Verlies of vernietiging van de originele factuur.
28. Wanneer de originele factuur verloren is gegaan of vernietigd is, kan de teruggaaf worden gestaafd, onder bepaalde voorwaarden, aan de hand van een dubbel dat bestemd is om de verloren gegane of vernietigde factuur te vervangen.
Het dubbel dient hiertoe door de leverancier van de nieuwe personenauto of nieuwe auto voor dubbel gebruik te worden voorzien van volgende vermelding :
"Dubbel volledig overeenstemmend met de verloren gegane of vernietigde originele factuur". Deze melding wordt gedagtekend en ondertekend door de leverancier.
29. Evenwel kan de aanvrager om teruggaaf zich door bijzondere omstandigheden in de absolute onmogelijkheid bevinden om een voor conform verklaard dubbel van de verloren gegane factuur van de verkoper te verkrijgen. Dit kan zich voordoen, ondermeer, ingeval van faillissement van de verkoper, van een halsstarrige weigering vanwege de verkoper, van stopzetting van werkzaamheid van de verkoper die niet meer kan worden gecontacteerd, enz.
In dergelijke gevallen wordt aanvaard dat het bewijs van de betaling van de inschrijvingstaks en van de vordering tot teruggaaf kan worden geleverd door middel van een geheel van factoren en bewijsstukken.
30. Vooreerst dient de onmogelijkheid te worden aangetoond om een dubbel te verkrijgen van de originele factuur die verloren is gegaan of die is vernietigd.
Bovendien dient het bewijs van de betaling en het bedrag van de inschrijvingstaks te worden geleverd door, bijvoorbeeld, een gedetailleerde bestelbon, de bewijzen van betaling van de factuur, de verkoopovereenkomst, e.d.
De aandacht wordt er echter op gevestigd dat indien de aanvrager er niet in slaagt een geheel van eensluidende bewijsstukken voor te leggen, doch slechts één enkel van de in het vorige lid bedoelde stukken, de teruggaaf niet kan worden toegestaan. Derhalve volstaat alleen een bewijs van betaling van de factuur niet.
Onderafdeling III. - Bijzondere vermeldingen op de aanvraag om teruggaaf - Indieningstermijn.
Vermeldingen.
31. De aanvraag om teruggaaf dient volledig te worden ingevuld. Dit houdt onder meer in dat in ieder geval moet worden vermeld of de inschrijvingstaks al dan niet als bedrijfslast werd aangegeven inzake inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting.
Eveneens dient een verklaring te worden gegeven voor de toestand waarin de naam van de aanvrager en de naam van de persoon aan wie de aankoopfactuur werd uitgereikt of op wiens naam het voertuig oorspronkelijk werd ingeschreven niet dezelfde is (zie eveneens hierboven de nrs. 11 tot 18).
32. Ingeval de rechthebbende op de teruggaaf zelf is opgetreden als geadresseerde bij invoer van het voertuig waarvoor een aanvraag om teruggaaf werd ingediend, dient daarentegen op deze aanvraag het vak bestemd voor het B.T.W.-registratienummer van de verkoper niet te worden ingevuld.
Termijn voor de indiening van de aanvraag om teruggaaf. Verjaring.
33. Bij artikel 4 van de wet van 17 januari 1990 wordt de verjaringstermijn voor de vordering tot teruggaaf vastgesteld op vijf jaar te rekenen vanaf de datum van de uitreiking van het inschrijvingsbewijs. Bovendien wordt voor de vorderingen tot teruggaaf waarvoor de verjaring zou ingetreden zijn na 10 april 1989 maar voor 31 mei 1990, de verjaringstermijn verlengd.
Derhalve zijn alle aanvragen om teruggaaf betreffende de taks die verschuldigd werd vanaf 10 april 1984 als tijdig aan te merken zo ze worden ingediend voor 31 mei 1990.
Indien de aanvraag om teruggaaf evenwel na 31 mei 1990 wordt ingediend, is ze slechts tijdig zo ze werd ingediend binnen de vijf jaar na de uitreiking van het inschrijvingsbewijs.
Indien de aanvraag niet binnen bovenvermelde termijnen wordt ingediend, is de vordering tot teruggaaf verjaard en wordt aan de aanvraag geen gevolg gegeven.
Afdeling IV. - Slotbepalingen.
Bijkomende inlichtingen.
34. Bijkomende inlichtingen kunnen steeds bekomen worden op de bevoegde B.T.W.-controlekantoren. Daarnaast kan op het nummer 02/210.26.23, tijdens de kantooruren, telefonisch om toelichting worden verzocht.
Opheffingsbepalingen .
35. Gelet op de gewijzigde wetgeving ter zake, worden de afdeling II van het hoofdstuk II van de aanschrijving nr. 4 van 25 maart 1985, het nr. 25 van de aanschrijving nr. 9 van 30 juli 1985 (6), en de afdeling 2 van de aanschrijving nr. 14 van 20 november 1985, opgeheven.
NOTEN
(1) Z. Revue nr. 66, blz. 9.
(2) Z. Revue nr. 67, blz. 151.
(3) Z. deze Revue blz. 56.
(4) Z. deze Revue blz. 58.
(5) Z. Revue nr. 70, blz. 27.
(6) Z.. Revue nr. 69, blz. 369.
Bijlage I
Uittreksel uit hel Belgisch Staatsblad van 6 februari 1990
17 januari 1990. - Wet tot wijziging van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen
BOUDEWIJN, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en wij bekrachtigen hetgeen volgt :
Artikel 1. Artikel 5 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, gewijzigd bij de wet van 31 juli 1984, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Artikel 5. § 1. De taks wordt geheven over de normale waarde van het goed op het tijdstip waarop de belasting verschuldigd wordt.
Onder normale waarde wordt verstaan de prijs die hier te lande, op het tijdstip waarop de belasting verschuldigd wordt, voor het goed kan worden verkregen onder vrije mededinging tussen twee van elkaar onafhankelijke partijen.
§ 2. De Koning kan een minimummaatstaf van heffing voor de taks bepalen voor door Hem aan te wijzen goederen.".
Art. 2. In artikel 7 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 oktober 1980 (1) en bij de wet van 31 juli 1984, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden "§ 1" worden geschrapt;
2° § 2 wordt opgeheven.
Art. 3. Artikel 12, 2de lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd door de wet van 31 juli 1984, wordt opgeheven.
Art. 4. In afwijking van artikel 202(8) van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, is de inschrijvingstaks geheven krachtens de wet van 31 juli 1984 op nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik terugbetaalbaar binnen een termijn van vijf jaar te rekenen vanaf de datum van de uitreiking van het inschrijvingsbewijs. Evenwel, voor de vorderingen tot teruggaaf waarvoor de verjaring zou ingetreden zijn na 10 april 1989 maar voor de laatste dag van de derde maand volgend op die waarin deze wet in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt, wordt de verjaringstermijn verlengd tot deze laatste dag.
Worden geacht reeds teruggegeven te zijn de taksen bedoeld in artikel 5 van de wet van 31 juli 1984, in de mate dat ze werden gerecupereerd als belasting over de toegevoegde waarde.
De Koning bepaalt de formaliteiten en de voorwaarden waaraan de in het eerste lid bedoelde teruggaaf onderworpen is, de ambtenaar die ze verricht en de wijze waarop ze plaatsheeft.
Art. 5. Deze wet heeft uitwerking met ingang van 4 februari 1988 wat betreft de artikelen 1 tot 3 en 10 april 1984 wat betreft artikel 4.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 17 januari 1990.
BOUDEWIJN
Van Koningswege :
De Minister van Financiën,
Ph. MAYSTADT
Gezien en met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
M. WATHELET
NOOT
(1) Z. Revue nr, blz. 24.
Bijlage 2
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 6 februari 1990
24 januari 1990. - Koninklijk besluit tot wijziging van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen en tot organisatie van de terugbetaling van de inschrijvingstaks geïnd op nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik.
BOUDEWIJN, Koning der Belgen,
Aan allen die, nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op titel I van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, gewijzigd bij de wetten van 8 augustus 1980 (1), 23 juli 1981 (2), 28 december 1983 (3), 31 juli 1984 en 17 januari 1990 (4) en bij het koninklijk besluit van 17 oktober 1980 (5);
Gelet op artikel 4 van de wet van 17 januari 1990 tot wijziging van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen;
Gelet op de Algemene Verordening op de met het zegel gelijk-
gestelde taksen, inzonderheid op artikel 2, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 december 1984 (6), op artikel 3, laatste lid, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 20 december 1984, op artikel 5, §§ 2 tot 4, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 20 december 1984, op artikel 8, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 oktober 1980, 29 december 1983 (7) en 20 december 1984, op artikel 9, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 december 1984, op artikel 10, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 december 1984, en op artikel 1Obis, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 20 december 1984;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wet van 4 juli 1989;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid gemotiveerd door het feit dat de verjaring van de vordering tot teruggaaf van de inschrijvingstaks op de nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik in bepaalde gevallen zal intreden de laatste dag van de derde maand volgend op die waarin in het Belgisch Staatsblad de wet van 17 januari 1990 zal bekendgemaakt worden die de teruggaaf van de genoemde taks toestaat, en het daarom noodzakelijk is om onderhavig besluit bekend te maken op dezelfde dag als bovengenoemde wet teneinde de rechthebbende toe te laten de nodige formaliteiten te vervullen binnen een redelijke termijn;
Op de voordracht van Onze Minister van Financiën,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Artikel 2 van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 december 1984, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Artikel 2. De in artikel 1bis bedoelde aangifte mag worden vervangen door een schriftelijke verklaring uitgereikt door de verkoper, belastingplichtige gehouden tot het indienen van periodieke B.T.W.-aangiften, indien de inschrijvingstaks niet verschuldigd is omdat het goed met betaling van de belasting over de toegevoegde waarde is verkregen.
Deze schriftelijke verklaring moet worden opgesteld op een formulier afgeleverd door de administratie en waarvan het model en de inhoud door of vanwege de Minister van Financiën worden bepaald .
Art. 2. Artikel 3, laatste lid, van dezelfde Verordening, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 20 december 1984, wordt opgeheven.
Art. 3. In artikel 5 van dezelfde Verordening worden de §§ 2 tot 4, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 20 december 1984, opgeheven.
Art. 4. Artikel 8 van dezelfde Verordening, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 oktober 1980, 29 december 1983 en 20 december 1984, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Artikel 8. Het voordeel van de vrijstelling van de taks is onderworpen aan de volgende formaliteiten en bewijzen :
1° in de gevallen bedoeld in 1°, a, in 5°, a en in 6°, a, van artikel 7 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, de overlegging van volgende stukken :
- ofwel de in artikel 2 van deze Verordening bedoelde verklaring;
- ofwel de aankoopfactuur die de betaling van de belasting over de toegevoegde waarde aantoont;
- ofwel de documenten die het recht op vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde staven;
2° in de gevallen bedoeld in 1°, b, in 5°, b en in 6°, b, van artikel 7 van het Wetboek, de overlegging van een akte van bekendheid of van een verklaring van nalatenschap, die de erfgerechtigden van de overledene aanwijst;
3° in de gevallen bedoeld in 1°, c, in 5°, c, en in 6°, c en d, van artikel 7 van het Wetboek, de overlegging van een door de douane geldig gemaakte invoeraangifte;
4° in de gevallen bedoeld in 2° en 6°, e, van artikel 7 van het Wetboek, de overlegging van het luid A van de aangifte betreffende de inschrijvingstaks waarop de in artikel 6 bedoelde vermelding is aangebracht;
5° in het geval bedoeld in artikel 7, 3°, van het Wetboek, de overlegging van het huurcontract en van een attest waarin de verhuurder verklaart de B.T.W. te hebben betaald ter gelegenheid van de verkrijging of de invoer van het voertuig of de inschrijvingstaks voor hetzelfde voertuig reeds te hebben betaald;
6° in het geval bedoeld in artikel 7, 1°, van het Wetboek, de overlegging van de factuur of het luik A van de aangifte die de betaling van de B.T.W. of van de inschrijvingstaks in hoofde van de onderneming bewijst; bij dit document moet een schriftelijke verklaring gevoegd zijn waarin wordt bevestigd dat het motorvoertuig of het luchtvaartuig eigendom is van de onderneming en dat het bestemd is om te worden gebruikt door degene op wiens naam het wordt ingeschreven;
7° in het geval bedoeld in artikel 7, 7°, van het Wetboek, de aanduiding op de aangifte betreffende de inschrijvingstaks van het B.T.W.-registratienummer dat aan de schuldenaar van de taks werd toegekend voor de exploitatie van gemeenschappelijk vervoer te water;
8° in het geval bedoeld in artikel 7, 8°, van het Wetboek, de vermelding op de aangifte betreffende de inschrijvingstaks van het B.T.W.-registratienummer dat aan de schuldenaar van de taks werd toegekend voor de exploitatie van bezoldigd internationaal luchtvervoer van personen of van goederen.".
Art. 5. De afdeling 3 van titel I van dezelfde Verordening die artikel 9, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 december 1984, artikel 10, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 december 1984, en artikel 1Obis, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 20 december 1984, bevat, wordt vervangen door de volgende bepalingen :
"Afdeling 3. - Minimummaatstaf van heffing.
Artikel 9. § 1. Een minimummaatstaf van heffing van de inschrijvingstaks wordt vastgesteld voor de tweedehandse personenauto's en de tweedehandse auto's voor dubbel gebruik.
§ 2. Deze maatstaf van heffing mag niet lager zijn dan de hierna vastgestelde percentages van de catalogusprijs :
85 pct. indien de aangifte betreffende de inschrijvingstaks wordt ingediend binnen de drie maand te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht;
80 pct. indien de aangifte betreffende de inschrijvingstaks wordt ingediend in de loop van de vierde, de vijfde of de zesde maand te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht;
70 pct. indien de aangifte betreffende de inschrijvingstaks wordt ingediend in de loop van de zevende, de achtste of de negende maand te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht;
65 pct. indien de aangifte betreffende de inschrijvingstaks wordt ingediend in de loop van de tiende, de elfde of de twaalfde maand te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht;
55 pct. indien de aangifte betreffende de inschrijvingstaks wordt ingediend tijdens het tweede jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht;
45 pct. indien de aangifte betreffende de inschrijvingstaks wordt ingediend tijdens het derde jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht;
35 pct. indien de aangifte betreffende de inschrijvingstaks wordt ingediend tijdens het vierde jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht;
30 pct. indien de aangifte betreffende de inschrijvingstaks wordt ingediend tijdens het vijfde jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht;
20 pct. indien de aangifte betreffende de inschrijvingstaks wordt ingediend tijdens het zesde jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht;
10 pct. indien de aangifte betreffende de inschrijvingstaks wordt ingediend tijdens hel zevende jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht.
In geen geval mag de maatstaf van heffing lager zijn dan 8.000 frank wanneer de aangifte wordt ingediend voor het verstrijken van het tiende jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht.
§ 3. Voor de toepassing van dit artikel moet als catalogusprijs in aanmerking worden genomen de prijs die, op het tijdstip waarop het voertuig voor het eerst in het verkeer is gebracht, door de constructeur was vastgesteld voor de verkoop aan de gebruiker van nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik van hetzelfde type samen met de uitrusting en het toebehoren ervan.
Artikel 10. § 1. Voor de toepassing van artikel 9 is de teur van personenauto's en auto's voor dubbel gebruik gehouden een catalogusprijs vast te stellen voor de verkoop aan de gebruiker van nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik van een zelfde type, met de uitrusting en het toebehoren ervan. Als constructeur wordt aangemerkt hij die als zodanig door of vanwege de Minister van Verkeerswezen is erkend overeenkomstig artikel 5 van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de motorvoertuigen en hun aanhangwagens moeten voldoen. Als de constructeur in het buitenland gevestigd is, moet de catalogusprijs worden bepaald door de mandataris welke die constructeur in België moet aanduiden en die hij daartoe gemachtigd heeft.
§ 2. De in § 1, tweede lid, bedoelde constructeurs en mandatarissen zijn gehouden aan de directeur-generaal van de Administratie van de B.T.W., registratie en domeinen kennis te geven van de catalogusprijzen welke zij vaststellen voor de personenauto's en de auto's voor dubbel gebruik die zij bouwen of die hier te lande ingevoerd worden, alsook van iedere wijziging in die prijzen.
De kennisgevingen moeten worden gedaan bij ter post aangetekende brief op door de administratie verstrekte formulieren, binnen de vijf dagen na het van kracht worden van de catalogusprijs of van de prijswijziging. Ze moeten alle vermeldingen bevatten die nodig zijn voor het vaststellen van de catalogusprijzen en voor het identificeren van de typen van personenauto's en auto's voor dubbel gebruik; alsmede van de uitrusting en het toebehoren ervan. Inzonderheid moeten worden vermeld : het merk, het model, het jaartal, de cilinderinhoud, de motorsterkte en het carrosseriemodel.".
Art. 6. In afwijking van artikel 11 van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen, is de teruggaaf van de inschrijvingstaks geheven van nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik onderworpen aan de volgende voorwaarden, formaliteiten en modaliteiten.
De teruggaaf wordt verleend aan :
1° ofwel de persoon die de inschrijvingstaks heeft betaald op zicht van de aangifte bedoeld in artikel 10, § 2, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen;
2° ofwel de koper van het voertuig indien de inschrijvingstaks werd betaald door de in België gevestigde constructeur of de handelaar in personenauto's en als dusdanig gemachtigd om in opdracht en voor rekening van zijn kopers de taks te betalen verschuldigd wegens de inschrijvingen van nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik, volgend op de leveringen die hij heeft verricht;
3° of wel de persoon aangewezen door of vanwege de Minister van Financiën.
De teruggaaf moet worden aangevraagd aan het hoofd van het B.T.W.-controlekantoor in wiens ambtsgebied de rechthebbende op de teruggave gevestigd is.
De aanvraag moet bij deze ambtenaar toekomen in één enkel exemplaar door middel van een formulier, waarvan het model is opgenomen in de bijlage bij dit besluit, vergezeld :
1° ofwel van het origineel van de voor voldaan getekende aankoopfactuur in het geval van betaling van de taks door tussenkomst van de in België gevestigde constructeur of handelaar in personenauto's;
2° of wel van het origineel van de voor voldaan getekende aankoopfactuur en van luik A van de aangifte bedoeld in artikel 10, § 2, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, in het geval van betaling van de taks door middel van fiscale plakzegels of door overschrijving op de postrekening van een B.T.W.-ontvangkantoor;
3° of wel van andere bewijsstukken die door of vanwege de Minister van Financiën worden beschouwd gelijkaardige waarborgen te bieden.
Art. 7. Rekening houdende met de teruggaafprocedure bedoeld in artikel 6 van dit besluit blijven de constructeurs en handelaars in personenauto's, die met het oog op de betaling in naam en voor rekening van hun kopers de inschrijvingstaks ontvangen en deze nog niet hebben doorgestort aan de Schatkist, gehouden tot betaling van die taks op de door of vanwege de Minister van Financiën aangeduide postrekening.
Art. 8. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt met uitzondering van de artikelen 1 tot 5 die uitwerking hebben met ingang 4 februari 1988.
Art. 9. Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 24 januari 1990.
BOUDEWIJN
Van Koningswege :
De Minister van Financiën,
PH. MAYSTADT
NOTEN
(1) Z. Revue nr. 46, blz. 313.
(2) Z. Revue nr. 51, blz. 582.
(3) Z. Revue nr. 62, blz. 173.
(4) Z. deze Revue nr. blz. 56.
(5) Z. Revue nr. 47, blz. 24.
(6) Z. Revue nr. 66, blz. 12.
(7) Z. Revue nr. 62, blz. 182.
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 24 januari 1990.
BOUDEWIJN
Van Koningswege :
De Minister van Financiën,
PH. MAYSTADT
Bron: FisconetPlus
